All posts filed under: Blogs

Er was eens

De buurjongen zag er niet zo goed uit toen hij ons terras opliep, ruim een jaar geleden. De lente schoot overal uit de grond, maar het was net uit met zijn vriendin, hij was nog overtuigd van het feit dat ze de liefde van zijn leven was en Covid had de afstand tussen Wuhan en La Vachette vreemd genoeg overbrugd. Macron deed het land op slot en daarmee ook de herberg in het dorpscentrum, die onze buurjongen vlak voor de winter had overgenomen. Een sympathiek gebouwtje met een klein houten terras aan het water. Ik had hem subtiel duidelijk gemaakt dat het interieur van zijn herberg misschien wat gedateerd was. Hij was echter kok en had niets met interieur, noch met booking.com, voicemailberichten of publiciteit. Waar hij warm voor liep, waren verse groenten, wilde knoflook en kastanjes, morieljes bij zijn risotto, melk van de koeien van Prorel en bier van brasserie Col de Lauteret, alcohol die hij zelf op smaak bracht met mélèze of besjes of wijn met citroen, aangeschoten klanten of vrienden en kaartspellen …

Poëet

Je was om vijf uur ’s nachts vertrokken. Ik zette mezelf die namiddag achter de keukentafel, half vier, met koffie en een studieboek, mijn handen nog onder het pof van het klimmen. De bomen onderaan de rotsen hadden vol bloesem gezeten, een gordijn van roze bloesem waarachter mijn vriendinnetje omhoog had geprobeerd te klimmen. Het kwartsiet was oranje en geel geweest, de lucht strakblauw. Toen ik haar had laten zakken had ik gezegd dat ik wist wat ik wilde worden: poëet. ‘In dat geval word ik ‘de vreugde’, had ze geantwoord. Ik las drie woorden over chromosomen en dacht toen aan jou. Als je om vijf uur was vertrokken hadden jullie, Jon en jij, uiterlijk om tien uur bovenaan het couloir gestaan. Hoogstens om elf uur. Over het couloir zelf hadden jullie nooit langer dan een uur gedaan. Na een siësta in de lentezon had je vast bedacht mij even een berichtje te sturen, een berichtje dat ik niet in mijn telefoon had staan. Ik belde je maar je nam niet op, las weer over …

Dit is dus sportklimmen

Tenen in rubberschoentjes op heel kleine treetjes, het lichaam vastgeplakt aan de rots, diezelfde rots soms op slechts een centimeter van de neus, salamanders die geschrokken wegschieten voor het gevaarte dat omhoogklimt, vingers gesloten om grepen, voeten die losschieten, armen van de Hulk, magnesiumpoeder op het gezicht en dan die fameuze vlucht naar beneden: Sportklimmen. Het seizoen is weer begonnen. Voor de niet-klimmer-lezers van mijn blog geef ik vandaag een heel korte uitleg van het sportklimmen (ik dacht, daar is het misschien tijd voor). Het idee achter sportklimmen is dat je op eigen kracht een rotswand omhoogklimt. In zo’n rotswand zit een route (door iemand bedacht) die is uitgestippeld met haken (ijzeren ringen die voor altijd in de rots zitten). Je neemt een touw mee, een zekerpartner en setjes (zie hieronder) en volgt de route in de rots tot je valt (of niet). Als je valt, zit je gelukkig aan het touw. Hoe ver je valt, hangt af van je afstand tot de laatste haak. Dit kan bijna niets zijn (als je precies op de …

Roddelgeneratie

De hangjongeren van La Vachette zijn per stuk zo’n zeventig jaar oud. Tijdens de donkerste maanden van de winter ontmoeten ze elkaar voor het systematisch wegvegen van elke sneeuwvlok die het aandurft om hun oprit te vervuilen. Tip van de overbuurman: neem binnen vast even een flinke slok cognac, daar krijg je het warm van. Nu de lente aanbreekt loopt het hele dorp van huis naar huis niet voor de sneeuw, maar voor de gezelligheid. Om de boormachine van de ene te lenen of de printer van de andere, om even te helpen met het sjouwen van een zak aarde of de laatste roddels op de rails te zetten. Vooral dat laatste neemt tijd in beslag. Omdat ze er allen sinds decennia wonen, is de niet zo heel geheime kist vol interessante weetjes oneindig diep. Na een korte warming-up van luchtig gebabbel over het weer of corona, komt de buurman aan bod, de skileraar die een zoon heeft die aan zijn derde vrouw is begonnen en die hij net als zijn eerste twee al dreigt …

Nestelen

Mijn eerste keer mediteren deed ik samen met mijn ex-vriendje, die ene die vier uur lang stil kon zitten en zich niet liet afleiden door een vlieg op zijn neus. Ik voelde me clownesk, weet ik nog goed, zo met gekruiste benen en gesloten ogen. Alsof ik een parodie op mediterende mensen deed. Het heeft lang geduurd voordat ik me op mijn gemak voelde in de meditatiepositie. Nog veel langer deed ik erover om een houding te vinden die me relatief goed afging. Ik kreeg namelijk steevast na vijf minuten pijn in mijn rug en kon me moeilijk nog op iets anders concentreren dan die pijn zelf. In de hoek van mijn kamer ligt tegenwoordig een soort dik matje (het best te vergelijken met een kussen voor de hond) met daarop een ‘zafu’, een meditatiekussen dat wat harder en hoger is dan andere kussens, waardoor ik geen zes kussens meer hoef op te stapelen om daar heel kunstig in juiste positie bovenop te belanden. ‘De juiste positie’ laat ik omschrijven door Gunaratana (ja ja, daar …

Olieverf

Een enorme kist met olieverf komt aan in La Vachette. Ik open de kist, ruik de donkerhouten binnenkant en zie vierentwintig tubes met verschillende kleuren, potjes met doorzichtige formules, kwasten, een mes, een doek, een pallet. Allemaal emoties om te mengen, wereldmakers, fantasie-instrumenten. Omdat ik nog nooit met olieverf heb gewerkt, kijk ik alvorens in willekeurige tubes te knijpen naar reeksen YouTube filmpjes waar ik onverwacht maar direct doodsbang van word. Zo bang dat ik de kist geschrokken sluit en twee weken lang in een donkere hoek leg. Want olieverfschilderijen riskeren te verpulveren of nooit meer op te drogen, de media zijn giftig en dan is er ook nog iets met lagen, waarden, compositie, lichtval, kleurgebruik, perspectief en stijl – een eigen welteverstaan. Wanneer ik eindelijk een beetje blauw uit een tube durf te knijpen, en een beetje rood en oranje en toch ook groen, en dat zo een beetje meng met wit of elkaar, ben ik echter niet zo bang meer. De kleuren zijn veel te aantrekkelijk. Ik wil ze allemaal zien en aanraken …

Vandaag

Soms ben ik nieuwsgierig. Naar die plek waar jullie twee jaar geleden heen vertrokken zijn. Of jullie nog samen zijn. Of er daarboven toch iets veranderd is, de lucht, de sneeuw, het gesteente. Thibault gaat er vandaag heen. Hij komt even hoi zeggen en dichtbij zijn, zal met twee vrienden iets aan de bovenkant van het couloir leggen. Dat kan beter op de 27ste van februari dan op de andere dagen van het jaar. Ik snap dat wel. Ik ben ook dichtbij, want vandaag mag alles. Jullie dood mag het allerergst zijn. Ik sta mezelf toe erover na te denken hoe jullie levens er inmiddels uit hadden gezien. De liefdes, huizen, baby’s misschien. Ik geef mezelf toegang tot de dag zelf, de voorbereiding, de tocht, die snelle lunch onderaan het couloir. Alles wat jullie deden, zeiden, zagen. Ik laat mezelf het verdriet van jullie families voelen. Jullie afwezigheid. Keer op keer op keer. En toch mag ik ook juist vandaag weer even jullie aanwezigheid voelen. Vandaag mag namelijk alles, ik mag zelfs aan jullie schrijven. …

Drie oude dametjes Finale (Fictie)

Voor Deel I, klik hier! Deel IV. De vloer kraakte. Het was nog geen tien uur ’s avonds, buiten schemerde het maar net, maar alles wat klonk in het lager was de trage ademhaling van rijen slapende mensen. Op mijn tenen sloop ik door de smalle houten gang en nam de trap naar beneden. Ik keek door een kier naar de salon; in de hoek een tafel vol bierglazen, vijf lachende, rood aangelopen bergbeklimmers rondom, uit de keuken het geluid van botsend bestek en borden. Vlug stak ik over naar de hal, stapte in een paar gele hutklompen (maat 42, ik had maat 38), grabbelde in mijn vaders plastic huttenbak naar zijn koplamp en trok meteen maar zijn donsjas aan. Het liep niet echt lekker, die enorme hutklompen, maar goed, het pad was niet moeilijk en kende ik bovendien. Hier was het stil. Ik hield mijn pas even in, zuchtte diep en kon me gemakkelijk voorstellen dat alle bergen die zucht hadden gehoord. Daarna ging ik op onderzoek uit. Ik zocht onder het bankje, achter …

Zondagochtend

De krant, koffie en een kat in de buurt: op schoot, in de tijdschriftenbak of voor het raam. Misschien zelfs wat klassieke muziek op de radio en dan weer koffie. Sinds een aantal maanden kan ik de zondagochtend vieren zoals mijn ouders me het geleerd hebben, want er is een krant in huis. Toen mijn moeder hier in La Vachette tot mijn grote plezier het Franse leven testte, liet ze doorschemeren dat mijn Nederlands er in Frankrijk niet Nederlandser op werd. Eventueel wat Franser en ongetwijfeld Rubyaanser, waar het vooral circuleert in het bewegelijke labyrint van mijn eigen hoofd. Het was dus belangrijk dat ik weer Nederlands zou lezen. De oplossing daarvoor werd de NRC.  Sindsdien kan ik verstandige dingen zeggen over de toeslagenaffaire, enge types bij de Leidse rechtenfaculteit en schaatsers die massaal over het ijs glijden of er massaal doorheen zakken. Ik weet niet of het (al) effect heeft op mijn schrijven, maar het geritsel van het papier en de inkijkjes in het dagelijkse Nederlandse leven brengen me elke zondagochtend weer even terug …