Blogs
Comments 5

Poëet



Je was om vijf uur ’s nachts vertrokken. Ik zette mezelf die namiddag achter de keukentafel, half vier, met koffie en een studieboek, mijn handen nog onder het pof van het klimmen. De bomen onderaan de rotsen hadden vol bloesem gezeten, een gordijn van roze bloesem waarachter mijn vriendinnetje omhoog had geprobeerd te klimmen. Het kwartsiet was oranje en geel geweest, de lucht strakblauw. Toen ik haar had laten zakken had ik gezegd dat ik wist wat ik wilde worden: poëet. ‘In dat geval word ik ‘de vreugde’, had ze geantwoord.

Ik las drie woorden over chromosomen en dacht toen aan jou. Als je om vijf uur was vertrokken hadden jullie, Jon en jij, uiterlijk om tien uur bovenaan het couloir gestaan. Hoogstens om elf uur. Over het couloir zelf hadden jullie nooit langer dan een uur gedaan. Na een siësta in de lentezon had je vast bedacht mij even een berichtje te sturen, een berichtje dat ik niet in mijn telefoon had staan. Ik belde je maar je nam niet op, las weer over chromosomen maar de woorden kwamen niet meer binnen.

Vier uur. Ik belde Jon, die had zijn telefoon uitstaan. Er was geen groene auto die kwam aanrijden, of ik nou door het raam keek of vanaf het balkon, geen getril van mijn telefoon. Ik stuurde een berichtje waarop geen antwoord kwam en kon mijn gedachten niet meer in het gareel houden. Wat was er gebeurd? Een losgeschoten rappel? Een blessure? De één op de ander gevallen? Een lawine? Ik zag je dood, ik zag je gewond, maar ik zag jullie ook met biertjes in de hand op het terras bij een vriend, je telefoon zachtjes trillend in de groene auto.

Lea nam niet op. Ik had haar niet bezorgd willen maken maar was zelf te bezorgd.

Half vijf. Ik keek op het internet of er geen reddingsacties in de Écrins waren uitgevoerd en las over een dag in maart toen de CRS maar liefst vijf keer de helikopter van stal had moeten halen. Een gebroken enkel, een knie, een uitputting etc. Je nam nog steeds niet op. Het boek van de chromosomen lag open op tafel en ik liep rondjes door het huis.

Vijf uur. Ik wilde maar één ding en dat was lachen over mijn eigen stomme zorgen, je in mijn armen sluiten en zeggen dat je een grote debiel was. Ik wilde je kussen op je gezicht en je blauwe ogen en je rusteloze tengere lichaam samenknijpen uit woede en opluchting, ik wilde op zijn minst drie rusteloze, tengere kinderen van je en gelijk maar een nieuwe koelkast uitzoeken waar we alle zes in zouden passen, inclusief Tigrou. Ik wilde je vertellen over mijn eigen stomme bloesem van die dag en als ik dat niet zou kunnen, dan zou alles instorten. Ik zou niet stoer zijn. Je zat in mijn toekomst, ik wilde je in mijn toekomst, jíj, ik hield van je.

En daar stonden jullie plotseling. Jon en jij, grijnzend op het balkon, jouw voorhoofd verbrand. ‘Hij was zijn pickel verloren op de heenweg’, zei Jon lachend. ‘Jouw pickel, trouwens, die hij had geleend. We hebben die dus lopen zoeken nadat we terugkwamen uit het couloir. Of nou ja, híj heeft die lopen zoeken, gedurende een uur of twee in de sneeuw. Ik heb zelf ondertussen schaakspelletjes gespeeld op mijn telefoon. Daarom was de batterij leeg. Hij hing trouwens in een boom, je pickel.’

Die avond in bed zei ik tegen je dat ik poëet wilde worden en toen zei je ‘dat is een mooi beroep maar dan moet je wel gedichten schrijven’ en toen zei ik ‘nou dat ga ik dan maar doen’ en toen vielen we in slaap.


This entry was posted in: Blogs

5 Comments

  1. Willemijn says

    Prachtig Ruby!
    Het is jammer dat Thibault het niet kan lezen, want dan had hij je waarschijnlijk wel even een berichtje gestuurd…. zeker met jullie geschiedenis samen…
    Maar wel lief dat hij twee uur naar jouw Pickle heeft gezocht…
    Liefs van ons!

  2. Dick says

    Als de littekens trekken
    Als het eelt van het leven je grijpt, heel even,
    dan valt het stootkussen van je hart.
    Dan komt alles binnen met gelijke kracht, met gelijk gezag.
    Het maakt je soms wijs, maar vaak ook verward.
    Zachte ziel in een stoer lijf is de mooiste combinatie maar soms wordt de kwetsbaarheid daardoor niet gezien. De eelt kan het nooit winnen want de littekens zitten binnen.
    X

    • Lieve Dick bedankt alweer voor je mooie woorden.
      Jij bent de echte poëet.
      Ik heb een kamer hier vrij, kom je niet toevallig langs de Ecrins deze zomer?
      Anders doe ik harder mijn best naar Nederland te komen. Neem ik die iele Fransoos mee.
      Zou graag hebben dat jullie elkaar ontmoeten. Maar zou je ook graag mijn leventje hier laten zien.

  3. Er zit ook een dichter in jou, dat is duidelijk. De schrijver en de dichter nemen elkaar bij de hand. En dan krijg je zo’n mooi geschreven verhaal.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s