Author: Ruby Elizabeth

Beste Natalie,

Ik moet veel aan je denken. Grappig vind ik dat, omdat ik je aanvankelijk helemaal niet wilde ontmoeten. Daar had ik geen zin in. Maar tussen Chambery, de woonplaats van de ouders van Thibault, en La Vachette zitten een hoop kilometers die het makkelijkst met de auto worden overbrugd. Zoals je weet, heb ik een groot deel van de afstand gelopen via een bergpad tot Refuge Laval, nadat je me had afgezet bij Plan Lachat. Je had me overigens aangeraden om langs Lac des Cerces te gaan, maar het was te lang, te warm en ik was de vorige dag al verbrand. Er lag daarbij nog veel sneeuw, daarboven, zag ik later.  Hoe dan ook, ik kon niet echt om je heen. De trein bracht me slechts tot La Ravoire. Met tegenzin stak ik mijn duim in de lucht, veel auto’s voor je reden in hoog tempo langs me. Ik stond er misschien twintig minuten. De auto waarin je reed kan ik me niet meer voor de geest halen, maar jou vond ik deftig. Niet …

De bergen en ik

De standaard nakijk-elf van mijn blog (mijn moeder) is juf op een basisschool in Nederland en zo tegen het eind van het jaar altijd druk met rapporten schrijven. Daarom durf ik even geen blogs te publiceren. Wat ik wel graag wilde vermelden (dat vond ik het risico van schrijffouten wel waard), is dat ik weer terug in de bergen ben geweest. Soms gaat het alpineren goed en soms wat minder, maar het belangrijkste is dat ik teruggevonden heb wat toch wel een tijd kwijt is geweest: De bergen en ik. Daar ben ik zelfs weer van gaan dichten en ik geloof dat het volgende gedicht wel weergeeft hoe ik me voel: Ze hebben gezegd dat ik een mens ben en me aangekleed.Ik scheer het haar van mijn benen om vrij over de paden te lopen.Maar wanneer ik mijn hand in het koude water van de rivier leg,stroom ik naar beneden,sla neer als een gletsjer,volg mijn hoefafdrukken in de sneeuw,voel het zweet lopen langs mijn vacht, mijn stam, mijn graat.  Daarom kleed ik me uit op …

‘De Weg naar Boven’ door Bas Visscher

Alles om me heen is wit. Mijn doel voor vandaag, de Pavé hut, ligt ergens in de mist verscholen. De sneeuwvlokken dwarrelen naar beneden. Ik ben nat en koud. Het enige geluid dat ik hoor is mijn eigen gehijg en het neerdalen van mijn stokken en schoenen. Mijn gedachten nemen de vrije loop en gaan rond in cirkels, telkens terugkomend bij vragen, onderwerpen of mensen waar ik al zo vaak aan heb gedacht. Het gaat over van alles en nog wat, van autoproblemen tot nieuwe liefdes. Het is ongestructureerd, opkomend en verdwijnend, irritant herhalend en het hoort vooral bij urenlang door een leeg berglandschap ploegen. ‘ Ik ben moe!!!’, schreeuw ik naar beneden. Mijn handen verdwijnen voor de zoveelste keer in de pofzak, in de hoop meer grip op de rots te krijgen. De zon brandt op Rocher Maubert. Onder me staan Ruby en Fieke, de Nederlandse vriendinnen die al jaren geleden Amsterdam-Oost hebben ingeruild voor het leven in de bergen. Ik hang in Namaste (7A+), een van de meer klassieke routes in dit gebied. …

Waar Trauma Woont

Een paar weken geleden schetste mijn psycholoog een brein op een whiteboard en tekende daarin een rondje. In dat rondje woonde volgens hem mijn trauma. Hij schreef er ‘limbisch systeem’ boven. Ik had zelf wel eens over trauma gesproken in de context van het ongeluk, maar dacht toen aan het soort huis-tuin-en-keuken trauma’s waar iedereen wel een beetje mee rondliep. Moeilijke gebeurtenissen waar je zeg maar wel overheen komt met behulp van wat tijd. Dat ik werkelijk ‘getraumatiseerd’ zou kunnen zijn was best een verassing. Wat ik inmiddels van mijn psycholoog heb begrepen is het volgende: in het geval van trauma slaat het brein een ernstige gebeurtenis verkeerd op. Die stopt de enge herinnering niet bij alle andere herinneringen in het grote archief van de cortex, maar in het limbische systeem (het rondje). Het limbische systeem staat in verbinding met het lichaam en bezit tevens hét alarmsysteem van ons wezen. De ratio heeft er geen toegang. Omdat die enge herinnering hier nestelt, gebeuren er soms gekke dingen. Als er zich namelijk een (volstrekt veilige) situatie …

Middenin het dorp

In La Vachette gebeurt momenteel van alles waar dorpsbewoners het gepassioneerd wel of niet mee eens zijn, daarom zie ik ze meer dan ooit in groepjes tussen de huizen. Het grootste evenement heeft betrekking op een stukje gemeentegrond. Net na de kerk splitst de hoofdweg van het dorp in tweeën; de ene tak loopt richting Névache en is levensgevaarlijk voor kinderen en katten, de andere loopt langs een rij kleurrijke huizen, de herberg en een fontein. Hier blijft het een stuk rustiger. Alhoewel je er geen tweejarige met houten loopfiets op zou laten spelen, vind ik er geregeld oudere dorpsgenoten die maar een heel klein stapje opzijzetten voor een passerende auto. Het stuk gemeentegrond ligt op een steenworp afstand van deze weg. Middenin het dorp, aan het water, momenteel in de zon vanaf een uur of tien ‘s ochtends, met een prachtige boom in het midden zou het ’t perfecte dorpsplein kunnen worden. Een schommel en wat bankjes, gras voor de honden om in te poepen waar iedereen boos over zou kunnen worden, een hekje …

Dit is spleetklimmen

Een tijdje terug schreef ik over sportklimmen: klimmen over een rotswand langs een lijn met haken. Voor klimmers heeft die rots een reeks treetjes en greepjes waar ze allerlei namen voor hebben. Een grote greep noemen ze bijvoorbeeld een bak, een randje heet een reglette in het Frans en een klein gat heet een pocket in het Engels.  Bij spleetklimmen klim je net zoals bij sportklimmen over een rotswand naar boven, maar langs (of in) een spleet. Je klimt niet persé van greep naar greep en van tree naar tree, maar wurmt je voeten en handen (of vingers of hele lichaamsdelen) in de spleet. Het is een wereld apart. Technieken zijn nodig die je als sportklimmer niet persé beheerst. Je kan dus, na jaren van sportklimmen, compleet beginner zijn in spleetklimmen. Allereerst maar weer een filmpje: Hazel Findlay in een heel moeilijke spleet in Utah. Het spleetklimmen draait om de breedte van de scheur. Afhankelijk van de ruimte tussen de twee wanden klem je er een deel van je lichaam in vast. Dat kan een …

Er was eens

De buurjongen zag er niet zo goed uit toen hij ons terras opliep, ruim een jaar geleden. De lente schoot overal uit de grond, maar het was net uit met zijn vriendin, hij was nog overtuigd van het feit dat ze de liefde van zijn leven was en Covid had de afstand tussen Wuhan en La Vachette vreemd genoeg overbrugd. Macron deed het land op slot en daarmee ook de herberg in het dorpscentrum, die onze buurjongen vlak voor de winter had overgenomen. Een sympathiek gebouwtje met een klein houten terras aan het water. Ik had hem subtiel duidelijk gemaakt dat het interieur van zijn herberg misschien wat gedateerd was. Hij was echter kok en had niets met interieur, noch met booking.com, voicemailberichten of publiciteit. Waar hij warm voor liep, waren verse groenten, wilde knoflook en kastanjes, morieljes bij zijn risotto, melk van de koeien van Prorel en bier van brasserie Col de Lauteret, alcohol die hij zelf op smaak bracht met mélèze of besjes of wijn met citroen, aangeschoten klanten of vrienden en kaartspellen …

Poëet

Je was om vijf uur ’s nachts vertrokken. Ik zette mezelf die namiddag achter de keukentafel, half vier, met koffie en een studieboek, mijn handen nog onder het pof van het klimmen. De bomen onderaan de rotsen hadden vol bloesem gezeten, een gordijn van roze bloesem waarachter mijn vriendinnetje omhoog had geprobeerd te klimmen. Het kwartsiet was oranje en geel geweest, de lucht strakblauw. Toen ik haar had laten zakken had ik gezegd dat ik wist wat ik wilde worden: poëet. ‘In dat geval word ik ‘de vreugde’, had ze geantwoord. Ik las drie woorden over chromosomen en dacht toen aan jou. Als je om vijf uur was vertrokken hadden jullie, Jon en jij, uiterlijk om tien uur bovenaan het couloir gestaan. Hoogstens om elf uur. Over het couloir zelf hadden jullie nooit langer dan een uur gedaan. Na een siësta in de lentezon had je vast bedacht mij even een berichtje te sturen, een berichtje dat ik niet in mijn telefoon had staan. Ik belde je maar je nam niet op, las weer over …

Dit is dus sportklimmen

Tenen in rubberschoentjes op heel kleine treetjes, het lichaam vastgeplakt aan de rots, diezelfde rots soms op slechts een centimeter van de neus, salamanders die geschrokken wegschieten voor het gevaarte dat omhoogklimt, vingers gesloten om grepen, voeten die losschieten, armen van de Hulk, magnesiumpoeder op het gezicht en dan die fameuze vlucht naar beneden: Sportklimmen. Het seizoen is weer begonnen. Voor de niet-klimmer-lezers van mijn blog geef ik vandaag een heel korte uitleg van het sportklimmen (ik dacht, daar is het misschien tijd voor). Het idee achter sportklimmen is dat je op eigen kracht een rotswand omhoogklimt. In zo’n rotswand zit een route (door iemand bedacht) die is uitgestippeld met haken (ijzeren ringen die voor altijd in de rots zitten). Je neemt een touw mee, een zekerpartner en setjes (zie hieronder) en volgt de route in de rots tot je valt (of niet). Als je valt, zit je gelukkig aan het touw. Hoe ver je valt, hangt af van je afstand tot de laatste haak. Dit kan bijna niets zijn (als je precies op de …

Roddelgeneratie

De hangjongeren van La Vachette zijn per stuk zo’n zeventig jaar oud. Tijdens de donkerste maanden van de winter ontmoeten ze elkaar voor het systematisch wegvegen van elke sneeuwvlok die het aandurft om hun oprit te vervuilen. Tip van de overbuurman: neem binnen vast even een flinke slok cognac, daar krijg je het warm van. Nu de lente aanbreekt loopt het hele dorp van huis naar huis niet voor de sneeuw, maar voor de gezelligheid. Om de boormachine van de ene te lenen of de printer van de andere, om even te helpen met het sjouwen van een zak aarde of de laatste roddels op de rails te zetten. Vooral dat laatste neemt tijd in beslag. Omdat ze er allen sinds decennia wonen, is de niet zo heel geheime kist vol interessante weetjes oneindig diep. Na een korte warming-up van luchtig gebabbel over het weer of corona, komt de buurman aan bod, de skileraar die een zoon heeft die aan zijn derde vrouw is begonnen en die hij net als zijn eerste twee al dreigt …