All posts filed under: Blogs

Namasté en dus: een bosje bloemen (of niet)

Toen het zo’n jaar geleden tot me doordrong dat bosjes bloemen op hetzelfde lijstje staan als vliegreizen, spuitdeo en bananen, voelde ik de drang om de wereld dan maar gewoon te laten exploderen. Bosjes bloemen wil ik eigenlijk niet opgeven (net als bananen overigens), ze maken de meest grimmige woonkamers immers fleurig en ik voel me zo’n tien graden gelukkiger als ik ’s ochtends de keuken inloop en er een gezond boeket op tafel staat. Wat overigens hier in La Vachette nog geen twee keer gebeurd is. Niemand koopt hier bloemen. Tenzij er een goede reden voor is natuurlijk, zoals het klimmen van een 7A+, het volgende trapje op de ladder naar de 8A. Vlak naast de weg tussen Briançon en Col de Lauteret ligt een klimgebied, pal tegenover Les Écrins, in zeer nabij gezelschap van de Les Agneaux (3600m). Zo vlak naast het asfalt van een grote weg lijkt Rocher Maubert geen uitnodigend gebied, maar de auto’s rijden net ver genoeg onder het uitzicht door, en de routes van zo’n veertig meter lang geven …

Extazic Mysterious en dus: bolletjes wol

Ik waarschuw: dit is een blog die afschuwelijk saai kan zijn voor niet-klimmers (misschien ook voor klimmers, in dat geval excuseer ik me voor mijn publicatie).   Een tijdje geleden schreef ik over mijn enigszins waanzinnige doelstelling om een 8a uit te klimmen vóór de eerste sneeuwval, met behulp van een beloningssysteem vol bosjes bloemen en een bloemenjurk als hoofdprijs. Vandaag wil ik het hebben over mijn eerste stapje in de richting van deze 8a: mijn beklimming van een 7a en de bolletjes wol die ik daarom mocht aanschaffen. Vlakbij mijn huis ligt Rocher de l’Ombre, ‘de schaduwrots’, een klimgebied dat zo’n vier jaar geleden werd geopend door een lokale boomlange zestiger genaamd Fred, twee blauwe ogen fel als gletsjerlicht en schouders van zo’n meter breed. Zoals vaak bij de opening van nieuwe gebiedjes, waren de waarderingen van de routes aanvankelijk nog een beetje willekeurig; de 7b die bijvoorbeeld over een lange gele wand omhoog kroop, voelde meer als een vriendelijke 7a en zou ook als zodanig in het klimgidsje terecht komen. Inmiddels denkt men …

Doe maar kort

Ik heb wel eens horen zeggen dat, als iemand eindelijk over de break-up met een ex heen is, men dit kan zien aan het feit dat de gedumpte in kwestie naar de kapper is geweest. Vlak na mijn scheiding met mijn berggidsfantasie, vroeg ik me af of je met een radicaal nieuw kapsel ook het voltooien van het verwerkingsproces kon afdwingen. Dat je zeg maar direct naar de kapper sprint nadat je vriendje lief gepassioneerd zag zoenen met de buurvrouw in het halletje, en daarna kort gewiekt en koeltjes doorgaat met je leven. Om dit te testen zat ik nog geen week na de examens bij de kapper en zei ik tegen haar: doe maar kort. Ze pakte de tondeuse, hield mijn paardenstaart op spanning en bewoog er zo doorheen. ‘Wil je hem hebben?’ vroeg ze terwijl ze het troosteloze ding boven mijn gezicht liet bungelen.‘Nee, houd hem maar’, antwoordde ik. Even later voelde ik onwennig aan mijn haarpunten, die vlak onder mijn oren wapperend mijn nieuwe ‘ik’ aankondigden, en zocht naar mijn reflectie in …

‘Nee’, zei ik

Toen ik de afgelopen week met mijn touwgroep voor een berg stond, en mijn examinator vroeg of ik met hen meeging in de route, zei ik ‘nee’. Die ‘nee’ was natuurlijk al drie jaar in de maak, wat op dit moment behoorlijk moeilijk is om in te zien. Het voelt alsof ik naar het raam ben gelopen, mijn hand heb geopend, mijn allergrootste droom eruit heb laten glijden en daarna simpelweg heb toegekeken hoe het ding in slow motion naar beneden viel. Ik kan hem eigenlijk nog steeds zien vallen. Weer eens wens ik de afgelopen dagen gewoon niet beleefd te hebben, zoals ik dat ook wenste na het ongeluk. Of ik niet gewoon wakker kan worden, drie dagen terug? Het was waarschijnlijk precies hetzelfde gelopen. Ik ben nu eenmaal al drie jaar lang bang. De aap, ben ik die angst afgelopen weken gaan noemen, en die zat zowel in mijn hoofd als in mijn maag. Uiteindelijk heb ik denk ik nooit begrepen waarom Céline en Elise werden meegezeuld en ik niet, het ging om …

Hulpjes in de ijssalon

Ze zeggen dat de rivier nu al zo laag staat dat professionele kajakkers zenuwachtig beginnen te worden. Hun klanten zullen komend zomerseizoen de boot zelf over het droge rivierbed moeten slepen. Misschien dat er dan ergens nog een plasje ligt zodat ze er toch even in kunnen zitten, in die kajak, voor de foto. Een winter die het vrij volledig aflaat om een dikke witte laag over de bergen heen te leggen, heeft een droge zomer tot gevolg. Wie voedt immers de rivieren? Niet de hitte die momenteel aan de bergen en dalen plakt, aan onze armen en benen. Bergtoeristen moeten zeer binnenkort hun favoriete hoge bergen beklimmen, want in het hoogseizoen is het beetje sneeuw daarboven reeds gesmolten. Dan lopen de normaalwegen langs blauw ijs of stapels wankele stenen. Misschien kunnen professionele kajakkers en berggidsen deze zomer terecht als hulpjes in de ijssalon van Briançon. Ik vermoed dat er heel wat ijsjes zullen worden verkocht.

Bluesy Billie

Het is eind lente en ik vind mezelf terug in mijn dorp, waar struiken onder het gewicht van rode rozen over de paden buigen en jonge vogels elkaar het nest uit duwen. Of misschien dacht Billie dat ‘ie al kon vliegen en haperden zijn jonge vleugeltjes hoog in de lucht, waardoor hij luttele seconden later voor mijn voeten neerstortte. Ik dacht dat Billie poten en vleugels gebroken had, hij zag eruit alsof Tigrou hem reeds elk van zijn sadistische kanten getoond had. Dus liep ik er voorbij. En toen liep ik weer terug, want ik kon de natuur zijn gang niet laten gaan, dat was dan weer tegen mijn natuur in. In de palm van mijn hand klopte het hart van Billie zachtjes. Zijn dons piepte hier en daar nog onder zijn verendek vandaan. Gekke geluiden maakte hij, een soort enthousiast gerasp, bluesy Billie. Toen hij zijn bekje open de lucht in stak, vroeg ik me voor het eerst sinds tijden af wat vogeltjes eigenlijk aten. Insecten, zaden? Het bekje was feloranje aan de binnenkant …

Aarden

De paden tussen de huizen van mijn bergdorp staan vol met paardenbloemen. Pissenlit heten die dingen, zo heeft mijn zojuist geïmmigreerde moeder inmiddels geleerd. De fanatieke buurman met de maaimachine zit tijdelijk in Bretagne, waardoor het gras inmiddels halverwege de kuiten komt. Ik zou het zelf ongegeneerd tot een jungle laten uitgroeien, al is het maar omdat onze pup er zo blij van wordt. Maar wanneer je even de moeite neemt om langs de vergroeide schuren en golvende dakplaten te kijken, de loshangende goten en de rommel van hoe-heet-hij-ook-alweer, en een blik werpt op de kleine maar met zorg onderhouden groentetuinen en bloemenperkjes, merk je dat er toch geciviliseerde kanten aan het dorp zitten. Ze maken er werk van, mijn dorpsgenoten, al weet ik nooit precies wie van welk tuintje, want de verdeling van grond is nogal onduidelijk. Het gras van Squeeze gaat er hoe dan ook van af. Zowel mijn moeder als de pup zijn echter met enthousiasme door het dorp ontvangen. Squeeze kwam aan als schattige bol dons op vier onhandige poten en …

Misschien was het wel een draak

Squeeze komt uit een advertentie op het internet. We hebben hem opgehaald in het Zuiden, vlakbij de kust, bij een vriendelijke dame die op diezelfde dag nog naar balletles zou gaan. Ze had een tuin met lampionnen en vlaggetjes, spirituele zinnen geschreven op het tuinhuis. De pup, een wollige bol die passievol door het gras struikelde, ‘deed al zijn poepjes en plasjes’ en was naar haar mening ‘helemaal in orde’. Vader was naar verluid een blakende Border Collie (min of meer) en moeder liep voor onze voeten: een rasechte Berger Australiën, die overigens niets meer van haar laatst overgebleven pup moest hebben en hem agressief van haar tepels weerde. Ondanks de geruststellende woorden van de verkoopster brachten we Squeeze naar de lokale dierenarts, om toch maar even te verifiëren of onze pup wel echt vier poten, twee ogen en geen dure medische verassingen met zich meebracht. ‘Maar uw hond bestaat niet’, zei de receptioniste me. Ik keek achterom, waar de bibberende bol wol ontegenzeggelijk op de schoot van mijn moeder zat. ‘Wanneer is hij geboren?’ …

Traumaverwerking

Drie jaar geleden beklom ik een sneeuwcouloir met vier tochtenmaatjes. Twee daarvan zou ik verliezen, die vielen voor mijn ogen de diepte in. Ik had zelf natuurlijk net zo gemakkelijk meegenomen kunnen worden door de steenlawine die het hele couloir die middag in beslag had genomen, wat de hele tijd maar niet leek te gebeuren en uiteindelijk ook niet zou gebeuren. Daardoor ging ik dus niet dood.    Niet doodgaan is iets waarmee ik nooit eerder heb moeten leren omgaan. Een confrontatie met andermans vroegtijdige dood evenmin. Twee jonge vrouwen met een toekomst zo kleurrijk en vanzelfsprekend als het mijne en dan plotseling twee lichamen, twee families om het aan uit te leggen, twee begrafenissen, twee keer de vraag waarom zij wel en ik niet.   En dan was er ook nog de verwarring die volgde toen mijn grote droom van een bestaan in en met de bergen tot zo’n groot gedeeld drama had geleid. Afgelopen drie jaar waren bij vlagen heel ingewikkeld. Waar het leven enerzijds gewoon doorgaat, heb ik nog steeds het gevoel …