All posts filed under: Blogs

Mijn Sop

Ik heb een aantal blogs geschreven over ‘hoe het momenteel met me gaat’ of ‘mijn leven in huidige staat’ en ze allemaal vrij snel weer weggegooid. Het lukt niet om er een coherent verhaal van te maken. Het irritante is dat ik ondertussen ook niet over andere dingen kan schrijven, alsof ‘dat ene verhaal over mijzelf’ de schrijfmachine blokkeert; een flinke kiezel in een anders vrolijk ratelend mechanisme. Dit verhaal is weer zo’n poging. Ik geloof dat ik me niet in de meest fabuleuze gemoedstoestand van mijn leven bevind, maar ben me bewust van mijn privileges, mijn fysieke en mentale gezondheid, de kwaliteit van mijn (fysieke, economische, sociale etc.) omgeving en zo voort, waarvan niets mijn verdienste is en al het andere puur geluk. Mijn huidige problematiek (‘uitdaging’, moet ik natuurlijk zeggen) komt voort uit keuzes die ik zelf heb gemaakt en ik ben zodoende allesbehalve zielig. Ik kook gaar in mijn eigen sop, zal ik maar zeggen, maar wil het toch een keer over die sop hebben in de hoop dat ’t schrijven hierna …

En schitterende bergen

Hij kwam mee als vriend van een jongen die ik ook nog beter moest leren kennen. Blond haar, blauwe ogen, mager en razendsnel. Het was midden winter en de berg die we zouden beklimmen lag vlak achter ons. Ik voelde me wat onzeker, beide jongens waren sterke jonge bergfanaten die het beter en sneller zouden doen dan een Hollands meisje. Ik wilde ze niet tot last zijn, sterker nog, ik wilde net als de blonde jongen in opleiding tot berggids en geen flater slaan naast mijn ambities. We moesten sporen die dag, wat hij in hoog tempo deed. Pratend, lachend, nam zichzelf niet serieus. Ik nam het op een gegeven over, het tempo ging ongetwijfeld iets omlaag maar ik bracht het er nog goed vanaf. De zon scheen en de sneeuw glinsterde, van de gesprekken die we hadden kan ik me flarden herinneren. Hij leefde het grootste gedeelte van het jaar in een bus, voor de bergen, in de bergen. Ik had toen juist de relatie met Marcel verbroken en was blij het busleven achter …

La Forteresse en dus: een tatoeage (of… later)

Fred met de gletsjerblauwe ogen heeft een nieuw gebiedje geopend, middenin Briançon. Als je van de oude brug springt (meter of vijftig in een poeltje helderblauw water van geen halve meter diep, zeer af te raden) en even opwaarts door de rivier waadt, sta je al snel aan de voet van de rots. Dat is gelukkig niet de officiële toegangsweg, er loopt netjes een pad naartoe. Waar dat pad precies begint houd ik echter nog even geheim, want blijkbaar wil Fred ’t gebiedje verstoppen voor het grote publiek (het wemelt er inmiddels van de locals). Mijn 7b begint als een 6b over een plaat en loopt dan door naar een overhangende scheur die, bezien vanuit de juiste hoek, richting de hemel kruipt met precies de 300 jaar oude brug op de achtergrond. Omdat de route vooral om vingerkracht vraagt, en nauwelijks om techniek, tactiek of mentale reserve, was het uitklimmen ervan vooral een getuigenis van een (voor mij) goede fysieke vorm voor ’t begin van het seizoen. Alhoewel het klimmen op zichzelf leuk was, ging …

Namasté en dus: een bosje bloemen (of niet)

Toen het zo’n jaar geleden tot me doordrong dat bosjes bloemen op hetzelfde lijstje staan als vliegreizen, spuitdeo en bananen, voelde ik de drang om de wereld dan maar gewoon te laten exploderen. Bosjes bloemen wil ik eigenlijk niet opgeven (net als bananen overigens), ze maken de meest grimmige woonkamers immers fleurig en ik voel me zo’n tien graden gelukkiger als ik ’s ochtends de keuken inloop en er een gezond boeket op tafel staat. Wat overigens hier in La Vachette nog geen twee keer gebeurd is. Niemand koopt hier bloemen. Tenzij er een goede reden voor is natuurlijk, zoals het klimmen van een 7A+, het volgende trapje op de ladder naar de 8A. Vlak naast de weg tussen Briançon en Col de Lauteret ligt een klimgebied, pal tegenover Les Écrins, in zeer nabij gezelschap van de Les Agneaux (3600m). Zo vlak naast het asfalt van een grote weg lijkt Rocher Maubert geen uitnodigend gebied, maar de auto’s rijden net ver genoeg onder het uitzicht door, en de routes van zo’n veertig meter lang geven …

Extazic Mysterious en dus: bolletjes wol

Ik waarschuw: dit is een blog die afschuwelijk saai kan zijn voor niet-klimmers (misschien ook voor klimmers, in dat geval excuseer ik me voor mijn publicatie).   Een tijdje geleden schreef ik over mijn enigszins waanzinnige doelstelling om een 8a uit te klimmen vóór de eerste sneeuwval, met behulp van een beloningssysteem vol bosjes bloemen en een bloemenjurk als hoofdprijs. Vandaag wil ik het hebben over mijn eerste stapje in de richting van deze 8a: mijn beklimming van een 7a en de bolletjes wol die ik daarom mocht aanschaffen. Vlakbij mijn huis ligt Rocher de l’Ombre, ‘de schaduwrots’, een klimgebied dat zo’n vier jaar geleden werd geopend door een lokale boomlange zestiger genaamd Fred, twee blauwe ogen fel als gletsjerlicht en schouders van zo’n meter breed. Zoals vaak bij de opening van nieuwe gebiedjes, waren de waarderingen van de routes aanvankelijk nog een beetje willekeurig; de 7b die bijvoorbeeld over een lange gele wand omhoog kroop, voelde meer als een vriendelijke 7a en zou ook als zodanig in het klimgidsje terecht komen. Inmiddels denkt men …

Doe maar kort

Ik heb wel eens horen zeggen dat, als iemand eindelijk over de break-up met een ex heen is, men dit kan zien aan het feit dat de gedumpte in kwestie naar de kapper is geweest. Vlak na mijn scheiding met mijn berggidsfantasie, vroeg ik me af of je met een radicaal nieuw kapsel ook het voltooien van het verwerkingsproces kon afdwingen. Dat je zeg maar direct naar de kapper sprint nadat je vriendje lief gepassioneerd zag zoenen met de buurvrouw in het halletje, en daarna kort gewiekt en koeltjes doorgaat met je leven. Om dit te testen zat ik nog geen week na de examens bij de kapper en zei ik tegen haar: doe maar kort. Ze pakte de tondeuse, hield mijn paardenstaart op spanning en bewoog er zo doorheen. ‘Wil je hem hebben?’ vroeg ze terwijl ze het troosteloze ding boven mijn gezicht liet bungelen.‘Nee, houd hem maar’, antwoordde ik. Even later voelde ik onwennig aan mijn haarpunten, die vlak onder mijn oren wapperend mijn nieuwe ‘ik’ aankondigden, en zocht naar mijn reflectie in …

‘Nee’, zei ik

Toen ik de afgelopen week met mijn touwgroep voor een berg stond, en mijn examinator vroeg of ik met hen meeging in de route, zei ik ‘nee’. Die ‘nee’ was natuurlijk al drie jaar in de maak, wat op dit moment behoorlijk moeilijk is om in te zien. Het voelt alsof ik naar het raam ben gelopen, mijn hand heb geopend, mijn allergrootste droom eruit heb laten glijden en daarna simpelweg heb toegekeken hoe het ding in slow motion naar beneden viel. Ik kan hem eigenlijk nog steeds zien vallen. Weer eens wens ik de afgelopen dagen gewoon niet beleefd te hebben, zoals ik dat ook wenste na het ongeluk. Of ik niet gewoon wakker kan worden, drie dagen terug? Het was waarschijnlijk precies hetzelfde gelopen. Ik ben nu eenmaal al drie jaar lang bang. De aap, ben ik die angst afgelopen weken gaan noemen, en die zat zowel in mijn hoofd als in mijn maag. Uiteindelijk heb ik denk ik nooit begrepen waarom Céline en Elise werden meegezeuld en ik niet, het ging om …

Hulpjes in de ijssalon

Ze zeggen dat de rivier nu al zo laag staat dat professionele kajakkers zenuwachtig beginnen te worden. Hun klanten zullen komend zomerseizoen de boot zelf over het droge rivierbed moeten slepen. Misschien dat er dan ergens nog een plasje ligt zodat ze er toch even in kunnen zitten, in die kajak, voor de foto. Een winter die het vrij volledig aflaat om een dikke witte laag over de bergen heen te leggen, heeft een droge zomer tot gevolg. Wie voedt immers de rivieren? Niet de hitte die momenteel aan de bergen en dalen plakt, aan onze armen en benen. Bergtoeristen moeten zeer binnenkort hun favoriete hoge bergen beklimmen, want in het hoogseizoen is het beetje sneeuw daarboven reeds gesmolten. Dan lopen de normaalwegen langs blauw ijs of stapels wankele stenen. Misschien kunnen professionele kajakkers en berggidsen deze zomer terecht als hulpjes in de ijssalon van Briançon. Ik vermoed dat er heel wat ijsjes zullen worden verkocht.

Bluesy Billie

Het is eind lente en ik vind mezelf terug in mijn dorp, waar struiken onder het gewicht van rode rozen over de paden buigen en jonge vogels elkaar het nest uit duwen. Of misschien dacht Billie dat ‘ie al kon vliegen en haperden zijn jonge vleugeltjes hoog in de lucht, waardoor hij luttele seconden later voor mijn voeten neerstortte. Ik dacht dat Billie poten en vleugels gebroken had, hij zag eruit alsof Tigrou hem reeds elk van zijn sadistische kanten getoond had. Dus liep ik er voorbij. En toen liep ik weer terug, want ik kon de natuur zijn gang niet laten gaan, dat was dan weer tegen mijn natuur in. In de palm van mijn hand klopte het hart van Billie zachtjes. Zijn dons piepte hier en daar nog onder zijn verendek vandaan. Gekke geluiden maakte hij, een soort enthousiast gerasp, bluesy Billie. Toen hij zijn bekje open de lucht in stak, vroeg ik me voor het eerst sinds tijden af wat vogeltjes eigenlijk aten. Insecten, zaden? Het bekje was feloranje aan de binnenkant …