All posts filed under: Blogs

De Slager

Een klein (maandag)verhaal in afwachting van de finale van De Drie Oude Dametjes. Oma vergeet nog wel eens dat ik vegetariër ben. Vooral op woensdagochtend, wanneer ze de slager vraagt om twee biefstukken voor onze wekelijkse lunch. Vandaag vertrek ik een uur eerder van werk en vergezel ik haar naar de hoek van het dorpsplein, zodat ik de slager kan influisteren dat mevrouw Monet vanaf vandaag slechts één stuk biefstuk wil. Voor de ruit van de slager hangen twee varkens. Een belletje klinkt bij onze binnenkomst, het licht schijnt fel op het roze vlees in de vitrines. Twee mannen kijken ons glimlachend aan. ‘Madame Monet!’ roept de oude met snor. ‘Hoe gaat u vandaag? Hoe staat het ervoor in uw bergdorp? Niet al te glad op de paden?’‘Nou,’ mompelt mijn oma, ‘het mag wel weer zomer worden.’ Ze schuifelt iets naar voren en fronst alsof ze de mannen wat beter wil bekijken, zoekt vervolgens naar haar portefeuille.‘En wie heeft u meegenomen? Ontmoeten we nu eindelijk uw kleindochter? Matthieu, twee biefstukken van 200 gram.’ De jongere, …

Immigrant

De gepensioneerden van het dorp zijn dolgelukkig met de vannacht gevallen sneeuw, al zouden ze het niet toegeven. Al vroeg in de morgen klinkt het geschraap van hun sneeuwschuivers. Het gevallen laagje in het dorp is nauwelijks een gymp hoog * en hindert dus geenszins de gang van het dagelijks leven, maar geeft hen een excuus om samen te komen en nieuwtjes uit te wisselen, leunend tegen hun schep. Want daar zijn ze allemaal dol op. Tegen tienen leen ik de enorme schep van de buren en maak toch maar het paadje schoon dat tussen onze boerenhuizen slingert, een onuitgesproken dorpsplicht die ik zelf nogal eens nalaat, want ik ben zo’n immigrant die sneeuw alleen maar ziet als iets leuks. Die middag sneeuwt mijn bescheiden bijdrage doodleuk onder. Met plezier trek ik daarom mijn ski’s uit de kast en zet ze op het pad richting Montgenèvre. Het dorp ligt vlak na de col achter La Vachette, tegen Italië aan. Ik ken de weg niet, het bos niet, alleen de richting. Hoe hoger ik kom, hoe …

Drie oude dametjes

Mijn vader is berggids. Mijn moeder was er ook een, een hele stoere als ik de foto’s mag geloven, maar ik word zelf liever helikopterpiloot zodat ik al die sukkels in de bergen op kan komen halen wanneer ze in de problemen zitten. We wonen in Vallouise, aan het begin van een vallei die uiteindelijk opklimt naar hoge bergen zoals de Pelvoux, Ailefroide en Barre des Ecrins. Deze zomer neemt mijn vader zijn klanten echter alleen mee naar Les Agneaux. Hij wilde eerst niet zeggen waarom, maar toen ik een keertje met ze meeliep wist ik snel wat er zo interessant was aan die berg, namelijk de hut eronder, en vooral de waardin die deze zomer in functie was getreden. Ik had hem gewaarschuwd dat hij niet de enige gids was die plotseling nogal schaapachtig lachte wanneer het diner uitgeserveerd werd, maar toen wist ik nog niet dat hij al weken in het lager van het personeel sliep. Ze was vast heel aardig, ik bedoel, ze had vriendelijke ogen, maar ik was de belangrijkste vrouw …

Van Dynafit Vulcan naar Scarpa F1

Leeswaarschuwing: Dit verhaal bevat een hoge dosis informatie die uiterst oninteressant zou kunnen zijn voor mensen die niet skiën. Sinds ik een nieuw paar skitoerschoenen heb gekocht, sta ik voor een iets wat lastige keuze. Alhoewel ik normaal gesproken niet bijzonder gepassioneerd over materiaal zou schrijven, kan ik me nu toch niet inhouden. Het is namelijk wel leuk, dat staaltje techniek tussen ski en voet. Voor zij die de skitoerschoen niet goed kennen, hier eerst kort een omschrijving. Tijdens een skitocht moet de skitoerschoen zelf omhoog lopen. Iedereen die welleens onverhoopt een flinke afstand heeft overbrugt op pisteschoenen, weet dat ze er niet voor gemaakt zijn. De skitoerschoen wél. Die loopt omhoog en skiet naar beneden. Voor het omhooggaan is de schoen flexibel, bijna als een ‘echte’ schoen, en gelukkig een stuk minder zwaar dan de pisteschoen. Voor het afdalen is de schoen echter stijf, met de mogelijkheid tot een solide druk van het scheenbeen op de ‘tong’ van de schoen (languette in het frans, de voorflap), ongeveer zoals in een pisteschoen. In de skitoerschoen …

Zeven Kilo Kat

Telkens wanneer ik de deur open voor Tigrou moet ik denken aan de kogelvis; die ene die opzwelt wanneer bedreigt door een ander zeedier. Temperaturen buiten liggen al dagen ver onder nul en Tigrou is zo breed als lang wanneer hij door het couloir naar zijn voederbak loopt, doorgaans zijn eerste bestemming binnenshuis. Als hij dan plaatsneemt op zijn poef, het liefst dicht bij de kachel, slinkt de omvang van zijn winterjas direct aanzienlijk, al blijft er immer behoorlijk veel kat over.

Het is dus koud. Zo koud dat kinderen schaatsen op het meertje van Parc de la Schappe. Volwassenen echter niet, want daarvoor is het besmettingsgevaar te groot en krijgen ze geen toegang. Wat zij doen, met verbazingwekkende aantallen, is sleetje rijden. Aan de voet van de gesloten skiresorts krioelt het in het weekend van warm aangeklede sleetje rijders, jongeren met biertjes en muziek, gezinnen met camera’s en thermosflessen. Er zijn ook nog best een aantal snowboarders die de helling omhooglopen voor een afdaling van honderd meter en een bulk tourskiërs die er niet persé uitzien als de graatmagere, aerodynamische tourskiërs uit de wereld van hiervoor.

Op naar het volgende hoofd

Opschrijven dat mediteren voor mij extreem moeilijk blijft, is ver van het beeld dat ik ervan zou willen schetsen. Ik vind het persoonlijk zo moeilijk dat ik zelfs tijdens het mediteren vaak de gedachte langs zie vliegen dat het nooit ergens toe zal leiden (dikgedrukt in discolicht). Het vinden van de juiste houding heeft me het gros van mijn sessies gekost – waar ik in de volgende meditatieblog iets meer over zal schrijven – en de rest van de meditaties geeft me steevast een oefening concentratie van jewelste.

Wolvenbloed

Verfpotten, een kapotte koffiemachine, gereedschap, oud service, latten van een bed en zakken granules staan door elkaar heen tegen de muur. Vier paar ski’s in een hoek, kerstversiering in een doos op een plank. Het is donker en vochtig in de kelder van ons huis. Ik sta gebogen boven een enorme, dampende ketel en strooi teennagels van een oude herder bij het water van de Clarée, gevangen om stipt één uur ’s nachts, tevens drie druppels wolvenbloed, gemalen alpenkruid en een grote schep beschimmelde Beaufort. Tigrou strijkt langs mijn harige benen. Met een pollepel van een meter, onder het zacht herhalen van een spreuk, roer ik het mengsel tot de dikte van een goede, winterse soep en neem voorzichtig een slokje. Ja, zucht ik. Hier zal Corona niet tegenop kunnen. In werkelijkheid zit ik op een hometrainer. Dagen waarop het regent of we geen tijd hebben om de ski’s over de berg te slepen, fietsen Thibault en ik rondjes in onze kelder. Het klinkt verschrikkelijk, maar met behulp van een klein beetje fantasie rijden we …

Glimlach

Aan tafel met de ouders en grootouders van Thibault, Fieke aan mijn zijde en stapels lege oester- en slakkenhuizen op mijn bord, glimlachte ik van oor tot oor. Zonder het kerstcadeau dat krap een dag ervoor mijn mond in was geschroefd, had ik dat niet gedaan. Gedurende het acht uur lange kerstmaal hield ik mijn brede lach nog steeds, af en toe, onbedoeld in. Gewoonte. Zelfs onder invloed van champagne, wijn en cognac betrapte ik mezelf erop en gaf mijn mondhoeken toch nog vrij spel. Dan besefte ik hoé groot het cadeau precies was geweest. Nog groter zelfs dan alleen het verdwijnen van het gat in mijn mond. Toen ik 23 december na de laatste behandeling bij de tandarts in de spiegel keek, zag ik tranen in mijn ogen. Dat was deels vanwege de liefde die om de hele operatie hing, het gevoel er niet alleen voor te staan, en deels omdat het een best wel uitdagende en soms ook wel moeilijke periode een beetje kon afsluiten. Inmiddels laten de Fransen alle oesters en slakken …