All posts filed under: Blogs

Herfstzon

Het is alsof iemand een magische spreuk over ons landschap heeft uitgesproken. Een zwaai met de toverstok en alle mensen zijn weg, nog een zwaai en de hitte verandert in herfstzon, een derde zwaai en het kleurenpallet gaat van donkergroen en -grijs naar geel en oranje, met witte toppen omdat het zo koud is ’s nachts. Een geheim wonderlandschap dat in theorie voor iedereen toegankelijk is, maar slechts voor ons hier in de vallei achter de deurpost ligt. Een stap naar buiten, vier hondenpootjes om uit te laten en frisse lucht van hart tot vingertoppen, dauw op de velden die nu knisperen, geen mens, geen auto, alleen de langzame en doodstille doorgang van seizoenen. Was het maar langzamer, denk ik altijd in herfst. De pracht en praal van witte vlokken hoeft nog even niet deze paden te bedekken, niet deze oranje bomen, niet deze warme stralen van een vriendelijke, zachte zon. Ze mag haar uitnodiging aan skiërs en langlaufers laten slingeren, kwijtmaken ware het niet dat mijn inkomen van hen afhangt. Misschien dat de belofte …

Honderd jaar later…

…zit ik eindelijk weer achter mijn computer om een blog te schrijven! Het voelt als thuiskomen. De gedachte om me weer, een soort van, in dezelfde omgeving te bevinden als Scotty, Anemos en Can Xatard alleen al, doet me plezier. Geen idee echter waar ik het over moet hebben. Mijn leven heeft in de tussentijd in zo’n acht achtbanen gezeten (maar lijkt vreemd genoeg op precies dezelfde plek weer te zijn afgezet); de attractie van de wereld is ergens op z’n kop blijven hangen. Het dorp heeft een bloedhete, door toeristen én modder overstroomde zomer overleefd. Alleen het huis van de buurman – die naast de rivier – is door alle gaten en kieren tezamen volledig ondergestroomd. En de alleenstaande, 70-jarige buurvrouw heeft een ALS-diagnose gekregen, opgedaan, ondergaan. Bleef het nou maar bij die diagnose, denk ik nu, bij wat woorden op een briefje geschreven in doktershandschrift. Maar de veters kunnen niet meer zelf gestrikt, de mouwen niet meer opgestroopt, het haar niet meer gewassen. En de woorden? Niet meer gesproken. Hoewel je als dorp …

Hop, hop, trein

De kat zit op het aanrecht, de hond ligt op de grond. Een nieuwe klok tikt, het is half elf ’s avonds en vaak slaap ik al om deze tijd. Maar vanavond niet. Vanavond schrijf ik — iets wat geforceerd misschien, maar het kwam er de hele dag niet van, en de trein moet bij het station vandaan. Die moet rijden, de rails volgen dwars door het berglandschap van mijn huidige hart, hoofd, wereld en tijd. Hop, hop, trein. Waarover schrijven dan? Bijna al mijn vriendinnen hier in Frankrijk zijn zwanger, en daarom brei ik mutsjes. Ik kan er niet onderuit dat deze toekomstige geboortegolf mijn huidige realiteit markeert: al die groeiende doperwten, vijgen en mango’s. Er is straks veel om van te houden, en waarvan ik dan houd, zal geen rotsen beklimmen of bergen afskiën, maar huilen en poepen, en met zo’n zachte babyhuid vragen om aandacht en knuffels. Terwijl ik soms ook de lokroep hoor van een eigen kind met een eigen muts, vraag ik mijn lichaam momenteel om iets heel anders: om …

Ik ben moe!

Vandaag ging ik naar de dokter en was er niets met me aan de hand. Heeft u keelpijn?Nee.Hoest u?Niet echt meer.Hoofdpijn?Nah. Tegenover me zat een piepjonge intern en ik voelde me, vanaf het moment dat ik de ruimte binnenstapte, een gekke oude dame die zich dingen had ingebeeld. U was ziek?Ja, ik was ziek.En nu bent u beter?Ik geloof het wel, ja. De timing van mijn doktersbezoek was ronduit slecht, want het enige wat ik nog aan haar kon presenteren was het gevoel net een oorlog te hebben uitgevochten, en daar durfde ik niet over te beginnen. Dus zat ik daar, gezond en wel mijn schouders op te halen. En toch was ik drie weken lang ziek geweest. ‘Drie weken!’ Riep ik nauwelijks. ‘Het goorste spul ooit kwam uit de top van mijn longen naar boven! En toen had ik keelpijn en tandpijn en hoofdpijn en toen was ik vier kilo lichter en in de afgelopen 72 uur sliep ik er zo’n 62!’ Hoe gaat het met u? Dat was misschien wel wat ik bij …

Bijt niet in de hand die je voedt

Daar gaat het busje omhoog naar het skistation. Eerst vond ik dat nog wel leuk. Zat ik daar met alleen maar locals, de skiliftbewakers en pisteurs op weg naar hun winterbaan en ik naar de mijne. Nu, zo’n twee maanden nadat ik skilessen begon te verkopen voor de Franse skischool, vind ik het minder leuk. Want hoe vaker ik opga in weer een nieuw winterseizoen, hoe absurder het geheel daarboven op me overkomt. Wordt het werkelijk absurder? Of verander ik zelf meer en meer? Soms vind ik er de bergen niet meer. Dan liggen ze in etalage van winkeliers die royale levens van ze leiden of simpelweg op het bord van de rijken der aarde, of vervagen ze achter de nevel van liefde tussen die twee. Soms zie ik ze even in de schaduw van de enorme auto’s die door de smalle straten van Montgenèvre proberen te rijden of steekt één van hun toppen uit boven alles wat gekocht, gegeten of gedronken moet worden voor een geslaagde skivakantie. Als achtergrond staan ze gelukkig verdomde goed …

Il candore della neve

Er kwam een bus langs en ik stapte in. Januari 2024, op weg naar de gidsenopleiding in Italië. Hij stopte in mijn woonkamer als een idee, een waarom niet, een mogelijkheid die ik gaandeweg zou onderzoeken. Dat ik daarvoor Italiaans moest leren, lijkt nu pas, een jaar verder in het onderzoek, door te dringen; nu ik door een lesboek blader en merk dat ik het verhaal begrijp of het ritme voel. L’incedere lento del tempo, of il candore della neve. Ik wil graag de taal leren die ik bijna spreek, wat een geluk. Dat ik ook Italianen heb leren kennen, lijkt een vreemd gegeven uit mijn recente geschiedenis. Een bushalte in een parallel universum waar ik stotter en word getest, maar toch langzaam iemand begin te worden. Dan kijk ik naar een Italiaanse film met zulke uitgesproken Italiaanse mensen en denk ik: goh, ik ken dat volk. Ik word dat volk, een klein beetje. Herinneringen aan hoe ik met hen door de straten van een Italiaans stadje liep. Een Hollander. Mijn meest absurde, engste en …

Vierkante kat

De enige manier waarop ik mijn leven kan verpesten, is door er niet over te schrijven. Zolang ik erover schrijf is het een geslaagd project. Wat er ook gebeurt. Schrijf ik er niet meer over, dan slaat het nergens meer op. Dat is het leuke aan mijn bestaan. Dat geluk heb ik. In plaats van dat het nooit werkelijk ergens op slaat, slaat het alleen nergens op wanneer ik er niet over schrijf. Wat er nu allemaal in dat leven gebeurt – dat bij deze ergens op slaat? Niets bijzonders en toch alleen maar geks. Van grote groepen halfnaakte Italiaanse mannen en presentaties over Italiaanse berggeiten of Italiaanse presentaties over ik-kan-het-niet-verstaan, tot breien op de bank en een nieuwe baan bij de skischool in Montgenèvre, waar rood de religie is.  Een blessure, dan weer geen blessure, en dan weer een nieuwe blessure. Klimmen aan rotsen in een zonnig winters landschap, krijsend hangen aan een muur van ijs of krijsend vanwege wereldnieuws op wereldnieuws. Geld, geen geld, geld en 112 volgers op een nieuw Instagram account …

Dat ik Parijs af en toe ook nodig heb

Ik was even in de stad, afgelopen week. Niet zomaar een stad: Parijs, met de familie. Een van die grote Franse steden die ik nog nooit had bezocht, dus zag ik de Eifeltoren voor het eerst, het Louvre en de Seine. Ook zag ik verschillende mensen, hoorde verschillende talen, at Japans en dronk de duurste cappuccino die ik ooit zal drinken. Kunst was er gewoon links en rechts, in etalages of als fonteinen, een paardentekening op de radiateur van het appartement. De eerste etage van een groot winkelpand bleek slechts voor canvassen, schetsblokken en papier, ik droom nog steeds van de vellen papier die daar te koop lagen, en ik dacht nog, waar is het krijt en de verf? Daar was een eigen etage voor.   Er waren straten waar ik me wel zag wonen en straten waar ik niemand zag wonen. Soms te veel geld, soms te weinig. Een slaapzak naast de etalage van Hermès waar we langs liepen op weg naar het Ritz, gewoon om even te kijken wie er uitstapte. De parken …

De podcastkwaal / altijd herrie aan je hoofd

’s Ochtends zat ik eens op de bank met een kop koffie en staarde voor me uit. De afgelopen jaren luisterde ik echter veel naar podcasts. In de ochtend naar NRC Vandaag of De Volkskrant Elke Dag. Ik fietste naar mijn werk met stemmen in mijn oren, misschien Italiaans om de taal wat beter te leren, of Culturele Bagage. Terwijl ik schoonmaakte of kookte, luisterde ik naar Serial, BBC- of CBC-podcasts, naar de Rudi en Freddie Show, naar Het Uur, naar Napleiten, en als iets interessant of verslavend was, dan wilde ik soms ook nog luisteren tijdens het uitlaten van de hond. Ik luisterde naar All The Small Things tijdens het haken, naar GONZO als ik moe was, en zelfs als ik naar het toilet ging, ging de podcast in mijn borstzakje soms met me mee. (Niet altijd natuurlijk, maar toch.) Ik spreek in de verleden tijd, want dat mag nu allemaal niet meer. Of in elk geval niet meer allemaal. Mijn eerste podcasts herinner ik me nog goed, omdat het bijna ongelooflijk was: een …

Innerlijke supertijger

Mijn laatste opleidingsweek in het hooggebergte was heel erg zwaar. Daar waren veel redenen voor. Heel veel redenen. Ik sprak niet goed genoeg Italiaans, waardoor ik moest afleiden van andermans handelingen wat ik nou eigenlijk moest doen. Zo leerde ik langzamer dan de rest (deels dacht ik dat, deels was het ook gewoon zo) en had ‘t gevoel alles fout te doen. Middenin de week ging onze auto kapot, waardoor het organisatorisch haast onmogelijk werd om de spullen – en onszelf – telkens weer op de goede plek te krijgen. Het gros van de Italiaanse cursusgenootjes hielp ons niet (zeker niet uit zichzelf) en vanwege mijn timiditeit met betrekking tot mijn Italiaans kon ik ook geen brug tussen ons inslaan (Thibault kon dat gelukkig wel).  De sfeer was anders dan ik had gedacht. Het was militair, in het malletje passen, ja-en-doorgaan. Ik dacht dat ik ondersteund en aangemoedigd zou worden, maar we werden allemaal getest. Ook cursusgenoten stonden onder spanning. En met die spanning ‘moest je leren omgaan’ want ‘in de bergen moest je tegen …