All posts filed under: Skiën

Immigrant

De gepensioneerden van het dorp zijn dolgelukkig met de vannacht gevallen sneeuw, al zouden ze het niet toegeven. Al vroeg in de morgen klinkt het geschraap van hun sneeuwschuivers. Het gevallen laagje in het dorp is nauwelijks een gymp hoog * en hindert dus geenszins de gang van het dagelijks leven, maar geeft hen een excuus om samen te komen en nieuwtjes uit te wisselen, leunend tegen hun schep. Want daar zijn ze allemaal dol op. Tegen tienen leen ik de enorme schep van de buren en maak toch maar het paadje schoon dat tussen onze boerenhuizen slingert, een onuitgesproken dorpsplicht die ik zelf nogal eens nalaat, want ik ben zo’n immigrant die sneeuw alleen maar ziet als iets leuks. Die middag sneeuwt mijn bescheiden bijdrage doodleuk onder. Met plezier trek ik daarom mijn ski’s uit de kast en zet ze op het pad richting Montgenèvre. Het dorp ligt vlak na de col achter La Vachette, tegen Italië aan. Ik ken de weg niet, het bos niet, alleen de richting. Hoe hoger ik kom, hoe …

Van Dynafit Vulcan naar Scarpa F1

Leeswaarschuwing: Dit verhaal bevat een hoge dosis informatie die uiterst oninteressant zou kunnen zijn voor mensen die niet skiën. Sinds ik een nieuw paar skitoerschoenen heb gekocht, sta ik voor een iets wat lastige keuze. Alhoewel ik normaal gesproken niet bijzonder gepassioneerd over materiaal zou schrijven, kan ik me nu toch niet inhouden. Het is namelijk wel leuk, dat staaltje techniek tussen ski en voet. Voor zij die de skitoerschoen niet goed kennen, hier eerst kort een omschrijving. Tijdens een skitocht moet de skitoerschoen zelf omhoog lopen. Iedereen die welleens onverhoopt een flinke afstand heeft overbrugt op pisteschoenen, weet dat ze er niet voor gemaakt zijn. De skitoerschoen wél. Die loopt omhoog en skiet naar beneden. Voor het omhooggaan is de schoen flexibel, bijna als een ‘echte’ schoen, en gelukkig een stuk minder zwaar dan de pisteschoen. Voor het afdalen is de schoen echter stijf, met de mogelijkheid tot een solide druk van het scheenbeen op de ‘tong’ van de schoen (languette in het frans, de voorflap), ongeveer zoals in een pisteschoen. In de skitoerschoen …

Zeven Kilo Kat

Telkens wanneer ik de deur open voor Tigrou moet ik denken aan de kogelvis; die ene die opzwelt wanneer bedreigt door een ander zeedier. Temperaturen buiten liggen al dagen ver onder nul en Tigrou is zo breed als lang wanneer hij door het couloir naar zijn voederbak loopt, doorgaans zijn eerste bestemming binnenshuis. Als hij dan plaatsneemt op zijn poef, het liefst dicht bij de kachel, slinkt de omvang van zijn winterjas direct aanzienlijk, al blijft er immer behoorlijk veel kat over.

Het is dus koud. Zo koud dat kinderen schaatsen op het meertje van Parc de la Schappe. Volwassenen echter niet, want daarvoor is het besmettingsgevaar te groot en krijgen ze geen toegang. Wat zij doen, met verbazingwekkende aantallen, is sleetje rijden. Aan de voet van de gesloten skiresorts krioelt het in het weekend van warm aangeklede sleetje rijders, jongeren met biertjes en muziek, gezinnen met camera’s en thermosflessen. Er zijn ook nog best een aantal snowboarders die de helling omhooglopen voor een afdaling van honderd meter en een bulk tourskiërs die er niet persé uitzien als de graatmagere, aerodynamische tourskiërs uit de wereld van hiervoor.

Wolvenbloed

Verfpotten, een kapotte koffiemachine, gereedschap, oud service, latten van een bed en zakken granules staan door elkaar heen tegen de muur. Vier paar ski’s in een hoek, kerstversiering in een doos op een plank. Het is donker en vochtig in de kelder van ons huis. Ik sta gebogen boven een enorme, dampende ketel en strooi teennagels van een oude herder bij het water van de Clarée, gevangen om stipt één uur ’s nachts, tevens drie druppels wolvenbloed, gemalen alpenkruid en een grote schep beschimmelde Beaufort. Tigrou strijkt langs mijn harige benen. Met een pollepel van een meter, onder het zacht herhalen van een spreuk, roer ik het mengsel tot de dikte van een goede, winterse soep en neem voorzichtig een slokje. Ja, zucht ik. Hier zal Corona niet tegenop kunnen. In werkelijkheid zit ik op een hometrainer. Dagen waarop het regent of we geen tijd hebben om de ski’s over de berg te slepen, fietsen Thibault en ik rondjes in onze kelder. Het klinkt verschrikkelijk, maar met behulp van een klein beetje fantasie rijden we …

Negenentwintig

Gisteren heb ik een aantal hele mooie cadeaus gekregen, waaronder een vierkant schaap en een laag sneeuw van 40 centimeter diep. Maar het allermooiste cadeau is, zoals bij elke verjaardag, de verjaardagliefde die ik heb mogen ontvangen (dankje, Kim, voor het woord). De belletjes, berichtjes, kaarten en vooral die gekke Fieke die me wekt voor een enorme Red Velvet taart en me vervolgens verkleed de sneeuw in stuurt. Ik wist het niet van tevoren, maar skiën in bloemenrok was de enige juiste manier om 29 te worden. Nog steeds in de roes van vers gevallen sneeuw, een ongezonde hoeveelheid suiker en abnormale dosis aandacht, voel ik me vooral dankbaar; voor het feit dat ik ouder mag worden en boven alles, dat ik ouder mag worden mét Fieke aan mijn zijde.

Ski Ellende

Mijn vriendje kan erg goed skiën. Zijn favoriete bezigheid is ski galère (‘ski ellende’), wat ongeveer zo gaat: Hij ziet een bos, duikt erin, en ongeacht wat hij tegenkomt, zij het gevallen bomen, rivieren, ijzige wanden, heuphoge hobbels of een absoluut gebrek aan sneeuw, hij vindt altijd zijn weg. Zonder een seconde te aarzelen. Zodoende brengt hij me langs de meest verschrikkelijke afdalingen, afdalingen waarvan de gemiddelde skiliefhebber ‘s nachts gillend wakker wordt, waarvan je zegt ‘ja maar dit kan toch niet?’, en dan kan het dus wel, met eventueel een schram op de neus vanwege een onverwachte confrontatie met een laaghangende tak. Tijdens die afdalingen moet ik al mijn twijfel overboord gooien en in beweging blijven. Ademhalen en doorgaan, ademhalen en doorgaan. Dat is niet mijn sterkste punt: aanvankelijk stopte ik, viel ik, huilde ik of schold ik tot mijn geliefde zin had om me in het bos achter te laten (bonuspunten voor hem: Hij heeft altijd gewacht.). Maar steeds vaker blijf ik overeind en zet ik zonder aarzelen de volgende bocht in. Soms …

Ritme

Aanvankelijk dacht ik dat Bruno de enige magiër in de omgeving was, maar na een nacht van zo’n twaalf uur en een levendige droom op het einde, weet ik dat ook Yann, mijn opleider, een dubbelleven leidt. Hij verscheen in mijn droom gekleed in een lange, vilten, paarse jas, een mager silhouet met een bruine hoed op het hoofd, zijn donkere hertenogen precies het donker van de nacht waarin hij rondliep. Zo kende ik Yann nog niet. Hij is al jarenlang een van de vier opleiders van de CRET, diegene die ik het minst heb gesproken omdat hij altijd binnen zo’n tien seconden verdwijnt met de sterken onder ons. Hij skiet alsof skiërs bestaan in het besneeuwde woud, snel, licht en soepel als een horde elegante dieren dat het open veld traverseert. Niemand weet precies wat hij technisch gezien met zijn ski’s doet. Dat er magie rondom heerst verbaast me daarom niet. Misschien had ik hem al eerder voor magiër aan kunnen zien. Want ook zijn karakter is markant. Hij houdt zich op de achtergrond …

Up. Down. En…up.

Ik zat in zo’n grote up (denk aan een gekleurde luchtballon in een zonovergoten landschap met schitterende rivieren en oeroude bomen) dat mijn eigen stapelbed en twee vechtende huisgenoten me weinig konden schelen. Mijn geest functioneerde op basis van dopamine en mijn lichaam luisterde naar mijn skileraren en mijzelf. De bergen deden zich  groot, mysterieus en waanzinnig voor (want ze zijn groot, mysterieus en waanzinnig!) en ik was een avonturier in mijn eigen bijzondere wereld. Er zat dus een dalletje aan te komen. Dat het een dalletje was dat ik verschrikkelijk goed kende had ik echter niet verwacht. De MCL van mijn rechterknie (precies die van vorig jaar) ligt weer in de kreukels. Niet omdat ‘ie nog zwak was, maar omdat ik wederom verkeerd gevallen ben. Grote pech voor de MCL. Weer strompel ik door het leven met een pijnlijke en stijve knie en een belangrijk examen in de nabije toekomst. Het voelt alsof de Goden grenzeloos van mijn lot van het afgelopen jaar hebben genoten en de soap nog een keer wilden afdraaien. Maar …

Sneeuw

We hadden allemaal een passie die haaks stond op het humeur van moeder natuur. We wilden sneeuw om er met een grote grijns overheen te glijden, maar de lucht bleef helderblauw. Soms zagen we weerberichten vol zware wolken met ladingen sneeuw, maar die bleven hangen achter de kaders van het computerscherm, terwijl de zon zich elke morgen enthousiast in de hemel nestelde. De laag sneeuw die resteerde, stamde nog uit november en zag blauw van passerende skiërs. Echter, afgelopen vrijdag dansten de auto’s plotseling van de weg, de greppel in, onder een laag sneeuw. Ik was op pad met Ben. We tuften voorzichtig langs de slachtoffers in zijn grote oude bus, met vier wielen die soms grip op de weg verloren. Alles en iedereen droeg een wit hoedje, en overal dwarrelde het. Op aanraden van Fieke bezochten we het skistation van Serre Eyraud. Met een beetje moeite onderscheidde we de kantine onderaan de pistes als een berg sneeuw met glazen deuren. We klopten onze schoenen uit en keken om de hoek van de deur; een …

Een eend in de CRET

Woensdag hing ik gedeprimeerd, bijna huilend aan de paddenstoellift. Ze hadden gezegd dat het beter ging, maar dat ging het niet. Ik begreep het nog steeds niet. Tijdens de videoanalyse die avond zag ik mijn silhouet en ik leek nog het meest op een eend, dus gleed ik de volgende dag kwakend over de pistes, in mijn roze skibroek, ver achter de jongens. Een week later brachten ze ons naar La Grave, waar ik samen met een leraar en een andere eend de troep verloor en daarom ongepland praktisch privéles had. Pal naast La Meije, een aanéénschakeling van afdalingen van zo’n 2000 meter. In La Grave vielen de kwartjes. We gleden over de gletsjer, door couloirs, langs rotswanden, tussen bomen en ik was onvermoeibaar, niet omdat ik beresterk was, maar omdat ik het begreep. De avond viel teleurstellend vroeg. Ik heb misschien nog steeds, een beetje, het silhouet van een eend en de leraren hebben me nog zo, zo, zoveel te leren, maar skiën kan ik tegenwoordig. De examens in maart zijn niet belachelijk meer. …