All posts filed under: Dagelijks

Immigrant

De gepensioneerden van het dorp zijn dolgelukkig met de vannacht gevallen sneeuw, al zouden ze het niet toegeven. Al vroeg in de morgen klinkt het geschraap van hun sneeuwschuivers. Het gevallen laagje in het dorp is nauwelijks een gymp hoog * en hindert dus geenszins de gang van het dagelijks leven, maar geeft hen een excuus om samen te komen en nieuwtjes uit te wisselen, leunend tegen hun schep. Want daar zijn ze allemaal dol op. Tegen tienen leen ik de enorme schep van de buren en maak toch maar het paadje schoon dat tussen onze boerenhuizen slingert, een onuitgesproken dorpsplicht die ik zelf nogal eens nalaat, want ik ben zo’n immigrant die sneeuw alleen maar ziet als iets leuks. Die middag sneeuwt mijn bescheiden bijdrage doodleuk onder. Met plezier trek ik daarom mijn ski’s uit de kast en zet ze op het pad richting Montgenèvre. Het dorp ligt vlak na de col achter La Vachette, tegen Italië aan. Ik ken de weg niet, het bos niet, alleen de richting. Hoe hoger ik kom, hoe …

Glimlach

Aan tafel met de ouders en grootouders van Thibault, Fieke aan mijn zijde en stapels lege oester- en slakkenhuizen op mijn bord, glimlachte ik van oor tot oor. Zonder het kerstcadeau dat krap een dag ervoor mijn mond in was geschroefd, had ik dat niet gedaan. Gedurende het acht uur lange kerstmaal hield ik mijn brede lach nog steeds, af en toe, onbedoeld in. Gewoonte. Zelfs onder invloed van champagne, wijn en cognac betrapte ik mezelf erop en gaf mijn mondhoeken toch nog vrij spel. Dan besefte ik hoé groot het cadeau precies was geweest. Nog groter zelfs dan alleen het verdwijnen van het gat in mijn mond. Toen ik 23 december na de laatste behandeling bij de tandarts in de spiegel keek, zag ik tranen in mijn ogen. Dat was deels vanwege de liefde die om de hele operatie hing, het gevoel er niet alleen voor te staan, en deels omdat het een best wel uitdagende en soms ook wel moeilijke periode een beetje kon afsluiten. Inmiddels laten de Fransen alle oesters en slakken …

Vakkenvuller

Het is half vijf’s ochtends wanneer ik het balkon opstap, zo donker dat ik tegen een paar ski’s oploop. De maan verlicht niets, de straatlantarens staan uit. Voorzichtig stap ik over de harde sneeuw van onze dorpspaden, langs de kerk, de verlaten bakker, de gesloten bar. Ergens daarachter staat mijn auto. Bij het opentrekken van het portier weet ik pas zeker dat het de mijne is, omdat een tiental enorme gedroogde zonnebloemstelen nog steeds op de achterbank wacht om weggegooid te worden en oplicht in het vage schijnsel van mijn telefoon. De dodekattenkippenweg leg ik in mijn eentje af, de enige wakkere ziel onder een sterrenhemel. Briançon staat pas over een uur of drie op.  Ik moet denken aan die keer dat ik met Thomas de markt in Gap deed en we om zes uur ’s ochtends langs Guillestre reden. Vlak voor het opkomen van de zon liepen toen twee paarden over de rotonde naast het dorp. Zij namen rechtsaf, wij rechtdoor. Vroege ochtenden hebben iets dat andere dagdelen niet hebben; alsof er dingen gebeuren …

Negenentwintig

Gisteren heb ik een aantal hele mooie cadeaus gekregen, waaronder een vierkant schaap en een laag sneeuw van 40 centimeter diep. Maar het allermooiste cadeau is, zoals bij elke verjaardag, de verjaardagliefde die ik heb mogen ontvangen (dankje, Kim, voor het woord). De belletjes, berichtjes, kaarten en vooral die gekke Fieke die me wekt voor een enorme Red Velvet taart en me vervolgens verkleed de sneeuw in stuurt. Ik wist het niet van tevoren, maar skiën in bloemenrok was de enige juiste manier om 29 te worden. Nog steeds in de roes van vers gevallen sneeuw, een ongezonde hoeveelheid suiker en abnormale dosis aandacht, voel ik me vooral dankbaar; voor het feit dat ik ouder mag worden en boven alles, dat ik ouder mag worden mét Fieke aan mijn zijde.

Breien

In het centrum van Briançon kun je sinds een paar dagen weer bollen wol kopen. Omdat Macron pas elf december beslist over de opening van de skistations en de hellingen daarbij nog altijd groen zien als gras– ik heb sneeuw voor mijn verjaardag gevraagd – loop ik tussen de hoge schappen door op zoek naar mooie kleuren voor mijn nieuwe tijdsbesteding : Breien. Je zou je kunnen afvragen waar die nieuwe tijdbesteding vandaan komt. Het antwoord is simpel: Nederland. Mijn moeder had een tasje met breinaalden en bolletjes wol meegenomen. Sindsdien ligt het huis vol vierkante oefenlapjes met patronen die soms nog niet helemaal te onderscheiden zijn van breifoutjes (opeenvolgingen van breifoutjes, zou je ook wel kunnen zeggen). Nu, die wolwinkel is best wel interessant: het licht is er gedimd, de eigenaresse komt altijd direct uit een onverwachte hoek tevoorschijn, haar man verschijnt stilletjes iets later. Rechts van de ingang staat een donkerhouten bar die zich door de hele ruimte uitstrekt, daarop een ouderwetse kassa, een 19 jaar oude kat en een reeks aan siropen (aardbeisiroop, …

Gastblog Moeder woont in La Vachette I.

Ja de moeder is weer aan boord in La Vachette en niet bepaald voor even. Ze heeft voor twee maanden beslag weten te leggen op het appartement onder dat van Ruby. Echt een wonder. Dat het later een minder groot wonder bleek, dan ik met Nederlandse naïviteit dacht, deed aan het buitenkansgehalte niets af. Het is deze laagseizoen-maanden gewoon nog lekker weer in Spanje, dat lokt inwoners uit het dorp weg. En trekt dus een ander soort inwoners aan. Pensionado’s bijvoorbeeld. Hoewel meervoud zwaar overdreven is. Het gaat in dit geval om Nederlandse pensionado’s met een kind in la Vachette en voor zover ik kan nagaan is dat er maar één. Met bovenstaande is het dus al geïntroduceerd, het pensioen.  Zo’n onschuldig klinkend woordje, maar ondertussen gooit het levens overhoop, in ieder geval het mijne.Ik ga het er verder ook niet over hebben, want dat varkentje heb ik straks thuis nog te wassen. Alleen nog even dit, het ging zo.Ik zat dus thuis op de bank enorm met pensioen te zijn en had dringend behoefte aan …

Quarantaine

Dag 1. 17 maart. Als iemand me afgelopen herfst had gezegd dat mijn examens niet door zouden gaan wegens de bescherming van het territorium van een zojuist ontdekte sneeuwhellingkikker, of de inslag van een meteoriet op het ENSA-gebouw, of de verspreiding van een vleermuisvirus dat heel Europa plat zou leggen, dan had ik gezegd: ‘Grapjas.’ De grap is nogal indrukwekkend. Europa ligt plat en mijn leven ook. Ik zou bezig moeten zijn met een wereld in crisis, iedereen die ik liefheb overhoop of in gevaar, potentieel leed in mijn eigen stad tot zo ongeveer alle steden waarvan ik de naam ken, maar het lukt me nog even niet om over mijn eigen mesthopen heen te kijken. Dag 2. Het domein van onze quarantaine is buitengewoon mooi. Ik mag de deur niet uit zonder goede reden, maar nooit is het buiten zo stil geweest. De bergen zijn teruggegeven aan de natuur en ik beschouw mezelf eventjes, illegaal, als dier. Ik heb het nodig. Tussen de sporen van herten in de lentesneeuw, de verlaten paden en die …

Met 50 km/uur naar de Italiaanse kust

Weg hier, weg uit Chamonix, uit de regen en de stilte die eerst zoveel vrijheid gaf maar ons nu zenuwachtig maakt. Op naar Finale Ligure. De Italiaanse kust en gigantische ijsjes voor maar drie euro. Drie bolletjes van smaak naar keuze plus slagroom plus chocoladesaus plus smartiedip, misschien niet heel Italiaans maar een monsterlijk feest. Zondag stappen we in de bus en nemen we de tunnel onder onze Mont Blanc door. Zodra we daglicht zien heeft Marcel opeens een intuïtie. Hij rijdt de scherpe bocht naar links en brengt ons Val Ferret in. ‘Hier ergens moeten de Grandes Jorasses zijn’, zegt hij. We rijden langs gigantische bergen in de avondschemer, een vallei zo heftig als Chamonix maar geen hond die er rondloopt. De volgende morgen is de natuur van ons, en ook het uitzicht op de andere kant van het Mont Blanc massief. Alsof we in het geheim even mogen koekeloeren wat er zich achter onze lievelingsbergen afspeelt. In de namiddag rennen we op ski’s de tegenovergelegen bergen op. Daarna springen we in de bus …

Jaap de Witte

Chedde. Arrêt sur demande  Sneeuw! Er ligt sneeuw! Als een kind die een gloednieuw Legowagentje in de Bart Smitgids ziet, schreeuw ik het uit. Het rode treintje is net een wegsmeltend sneeuwveldje gepasseerd. Door de invallende nacht is het een nauwelijks te onderscheiden wittige vlek. Arnold en mam kijken verrast op. Vanuit het TGV-raam hadden we urenlang gekeken naar erg zonnig, maar vooral leeg Frankrijk. We concludeerden uiteindelijk dat er alleen in Parijs mensen woonden. De rest was een eindeloze groenige vlakte die hier en daar abrupt werd onderbroken door een onverstoorbaar setje Franse fauna. Servoz We turen uit het raam. Buiten is het pikzwart. De trein had net zo goed zojuist de Akropolis kunnen passeren; enig gevoel van locatie ontbrak. Was dat lichtje daar in de verte een bergdorp? Een lantaarnpaal? Een ufo? Een geit met een zaklamp? We weten het niet. Mam probeert inmiddels te ontfutselen wat er in het Frans op een bozig bordje staat in de hal van de coupé. Arnold staart naar buiten en kijkt geïntrigeerd naar de stationsopzichter met een grote baard en …