Ik zit in de wijn
Een nieuw seizoen, een nieuw restaurant. Dit keer staan er prijzen op het menu van dertig euro of meer voor het hoofdgerecht. De baas verscheurde bijna mijn contract omdat ik niets wist van Magret de Canard en waar slakken vandaan komen. Slakken die je eet. Hij kent van al zijn producten de afkomst, de naam van het lam waarvan het been rondjes draait onder de schoorsteen, maar ook van de salade. Zijn gerechten zijn biologisch, lokaal en faits maison, tot aan de ketchup aan toe, die overigens alleen kinderen toegeschoven krijgen. Als volwassenen om mosterd vragen trekt hij zijn wenkbrauw op. Hij is gepassioneerd, als je zijn lont aansteekt door te vragen naar de Beurre Blanc bij de vis, dan krijg je een vuurwerkshow vol ingrediënten, technieken en Franse woorden die je alleen voor eten gebruikt. Ik ken in het Nederlands ‘lekker’ en ‘niet lekker’, daarom heb ik een hoop bij te leren. Gelukkig kom ik doorgaans weg met bon appétit. Het restaurant zit vol mensen die bereid zijn om dertig euro of meer voor een hoofdgerecht …





