All posts filed under: Blogs

Voor wie zijn de bergen

Hebben jullie de code van de barrière? – vragen ze ons tien, twintig keer per dag. De gemeente sluit ‘s zomers de toegang tot het einde van de vallei af, voor auto’s welteverstaan. Een automatische barrière gaat open en dicht en open en dicht, open voor de publieke busjes die heen en weer rijden en open voor de mensen met een code, eigenaren van huisjes hier en daar. Pas ’s avonds om zes uur mag de rest met de auto naar boven. En ’s ochtends om half negen gaat de vallei weer dicht. Die busjes die heen en weer rijden, kosten twaalf euro heen en terug. Per persoon. Wat zit er precies, achter die barrière, dat twaalf euro waard is? Het attractiepark van moeder natuur: golvende bergen met paden. Marmotten verstoppen zich in het hoogseizoen, maar de toppen en dalen verwelkomen slingers wandelaren. Een smalle maar geasfalteerde weg leidt naar het begin van de wandelpaden, twaalf kilometer diep de vallei in. Kunnen we daarboven iets zien? – vragen ze wel eens. Het is geen weg …

Geitenkaas

Plampinet is zo’n dorp waarvan je de schoonheid niet bedacht krijgt. Een gekleurde vlakte tussen bergen in, hoog gras, bloemen, een rivier, bomen, rotsblokken (ben je er nog? Want ik ga nog even door: ..), een kerktoren, smalle straatjes, oude mensen en wat oude boerderijen, gele wanden die ergens hoog boven het dorp uitrijzen en vaak helemaal alleen staan, want veel mensen komen hier uiteindelijk niet. Die rijden door naar Névache, en zo mag het van mij wel blijven. Tartiflette, noemde ik het dorp toen ik nog slecht Frans sprak. Plampinet-van-ons is het nu, Plampinet waar de hond kwam toen die nog pup was, waar het pad naar de rotsen werd verwoest door een modderstroom en door ons – en andere zogenaamde eigenaren – weer werd opgegraven. Wie er wonen, weet ik overigens niet. Behalve… een stel geiten. Vanaf de hoge gele wanden zei ik laatst, ‘die geiten, die hebben me toch een goed leven!’ Ze hoorden bij de Chevrerie, een kleine boerderij die het hele grasland aan de rivieroever voor zichzelf had. ‘Ja’, beaamde …

Italië I: Met een bergje ernaast

We hebben een Italiaanse vriend. Hij is langer dan de gemiddelde Hollander, met brede schouders, dikke zwarte wenkbrauwen en donkere ogen, en komt uit een stukje Italië waarvan je het bestaan toevallig moet kennen, helemaal in het Noord-Oosten van Italie, tussen de zee en Slovenië in. Triente, heet het daar. En de vriend heet Sandro. Sandro is berggids en vroeg afgelopen herfst, op een warme dag onder de rots, aan mijn Franse vriend (een kleiner exemplaar met blauwe ogen) of deze niet de opleiding tot berggids in Italië wilde volgen. Zoals hij zelf had gedaan. In Italië werd de gidsenopleiding per regio georganiseerd en regio Piemonte lag op nog geen tien minuten rijden van ons dorp in Frankrijk. Ja! – dacht vriend Thibault. Dus ging hij skiën, ijsklimmen en drytoolen om zich op de Italiaanse toelatingsexamens voor te bereiden. Diezelfde winter nog zouden die plaatsvinden. Vaak ging ik met hem mee om hem te zekeren en gezelschap te houden onderaan het ijs en de rots, ik wilde immers graag dat hij berggids zou worden. Dat …

Ik zit in de wijn

Een nieuw seizoen, een nieuw restaurant. Dit keer staan er prijzen op het menu van dertig euro of meer voor het hoofdgerecht. De baas verscheurde bijna mijn contract omdat ik niets wist van Magret de Canard en waar slakken vandaan komen. Slakken die je eet. Hij kent van al zijn producten de afkomst, de naam van het lam waarvan het been rondjes draait onder de schoorsteen, maar ook van de salade. Zijn gerechten zijn biologisch, lokaal en faits maison, tot aan de ketchup aan toe, die overigens alleen kinderen toegeschoven krijgen. Als volwassenen om mosterd vragen trekt hij zijn wenkbrauw op. Hij is gepassioneerd, als je zijn lont aansteekt door te vragen naar de Beurre Blanc bij de vis, dan krijg je een vuurwerkshow vol ingrediënten, technieken en Franse woorden die je alleen voor eten gebruikt. Ik ken in het Nederlands ‘lekker’ en ‘niet lekker’, daarom heb ik een hoop bij te leren. Gelukkig kom ik doorgaans weg met bon appétit. Het restaurant zit vol mensen die bereid zijn om dertig euro of meer voor een hoofdgerecht …

Luisteren (deel I)

Een van de laatste vakken die ik volg om mijn Premaster Levenslooppsychologie af te ronden, is Psychologische Gespreksvoering: dat je tegenover een persoon zit met problemen en dat jij – psycholoog/magiër – die problemen probeert op te lossen met een diep gesprek en een flinke zwaai van de toverstok. Nu blijkt dat het er net iets anders aan toe gaat, of althans, bij het studiemateriaal zit wel een boek, maar geen stok. En in dat boek leren ze me in eerste instantie om te luisteren. Wat blijkt: Ik luister niet zo goed. Het vak wijst me op een mankement in mijn communicatievaardigheden waar ik me nooit echt bewust van ben geweest, want ik vond mezelf best een prima luisteraar (ik onthield alleen niets, maar dat was een ander probleem). Ik zal eerst even uitleggen hoe ik tot die conclusie ben gekomen en waarschuw vast: dat proces was pijnlijk. Tijdens een opdracht spraken we meer dan dertig minuten met een nepclient. We werden opgenomen én beoordeeld. Een beter recept voor klotsende oksels bestaat voor mij niet; …

Een harige, florerende jungle

Het was geen makkelijk jaar voor me. Er zijn vele soorten jaar die mogelijk veel (véél véél) moeilijker zijn dan het mijne en mijn zegeningen ben ik dan ook echt wel blijven tellen, maar als ik zo terugkijk op de afgelopen twaalf maanden (mijn 31ste levensjaar) dan denk ik toch: tsja, voor mij, op planeet Ruby, was ‘t er nog eens eentje. Ik had graag het jaar lang doorgeschreven en, zoals altijd kon, verslagen teruggelezen over alles wat er zoal heeft gespeeld, maar schrijven was denk ik voor het eerst misschien te confronterend, ingewikkeld en bovendien te warrig. Ook buiten mijn blog heb ik weinig op papier gekregen. Ik geloof dat het leven me dit keer echt te pakken heeft gekregen (de aanhouder wint – dat zal ik nog wel een keer uitleggen) zodat zelfs de magisch-therapeutische pen niet meer hielp. De inkt van dat ding bestaat mogelijk uit mijn eigen optimisme, vertrouwen in mijzelf en mijn toekomst, en dat was er niet meer. Het goede nieuws is dat ik nu weer schrijf. Het komt …

Kwallen

Het is nogal een opgave om na zoveel tijd weer een blog te schrijven en publiceren. Eigenlijk lukt het gewoon niet. Alle beginnetjes stranden, het strand ligt vol met flarden van uitleg, inzicht, toekomstplannen, absentie van al het voorgaande, wanhoop én hoop (en kwallen). Ik zou natuurlijk gewoon niet kunnen schrijven, maar dat is geen optie, en voor ik mezelf verlies in een poging om uit te leggen waarom dat precies geen optie is, met het risico dat ook dit beginnetje strandt, kies ik ervoor om geen uitleg te geven. Sterker nog, ik publiceer wat ik nu heb geschreven zonder werkelijk iets geschreven te hebben. Misschien maakt dat ’t schrijven en publiceren hierna wat makkelijker. We zullen zien.  

Mijn Sop

Ik heb een aantal blogs geschreven over ‘hoe het momenteel met me gaat’ of ‘mijn leven in huidige staat’ en ze allemaal vrij snel weer weggegooid. Het lukt niet om er een coherent verhaal van te maken. Het irritante is dat ik ondertussen ook niet over andere dingen kan schrijven, alsof ‘dat ene verhaal over mijzelf’ de schrijfmachine blokkeert; een flinke kiezel in een anders vrolijk ratelend mechanisme. Dit verhaal is weer zo’n poging. Ik geloof dat ik me niet in de meest fabuleuze gemoedstoestand van mijn leven bevind, maar ben me bewust van mijn privileges, mijn fysieke en mentale gezondheid, de kwaliteit van mijn (fysieke, economische, sociale etc.) omgeving en zo voort, waarvan niets mijn verdienste is en al het andere puur geluk. Mijn huidige problematiek (‘uitdaging’, moet ik natuurlijk zeggen) komt voort uit keuzes die ik zelf heb gemaakt en ik ben zodoende allesbehalve zielig. Ik kook gaar in mijn eigen sop, zal ik maar zeggen, maar wil het toch een keer over die sop hebben in de hoop dat ’t schrijven hierna …

En schitterende bergen

Hij kwam mee als vriend van een jongen die ik ook nog beter moest leren kennen. Blond haar, blauwe ogen, mager en razendsnel. Het was midden winter en de berg die we zouden beklimmen lag vlak achter ons. Ik voelde me wat onzeker, beide jongens waren sterke jonge bergfanaten die het beter en sneller zouden doen dan een Hollands meisje. Ik wilde ze niet tot last zijn, sterker nog, ik wilde net als de blonde jongen in opleiding tot berggids en geen flater slaan naast mijn ambities. We moesten sporen die dag, wat hij in hoog tempo deed. Pratend, lachend, nam zichzelf niet serieus. De zon scheen en de sneeuw glinsterde, van de gesprekken die we hadden kan ik me flarden herinneren. Hij leefde het grootste gedeelte van het jaar in een bus, voor de bergen, in de bergen. Ik had toen juist de relatie met Marcel verbroken en was blij het busleven achter me te laten.    We overbrugden een col, waar de jongen al snel uit het zicht gleed als kleurrijk ongeleid projectiel …

La Forteresse en dus: een tatoeage (of… later)

Fred met de gletsjerblauwe ogen heeft een nieuw gebiedje geopend, middenin Briançon. Als je van de oude brug springt (meter of vijftig in een poeltje helderblauw water van geen halve meter diep, zeer af te raden) en even opwaarts door de rivier waadt, sta je al snel aan de voet van de rots. Dat is gelukkig niet de officiële toegangsweg, er loopt netjes een pad naartoe. Waar dat pad precies begint houd ik echter nog even geheim, want blijkbaar wil Fred ’t gebiedje verstoppen voor het grote publiek (het wemelt er inmiddels van de locals). Mijn 7b begint als een 6b over een plaat en loopt dan door naar een overhangende scheur die, bezien vanuit de juiste hoek, richting de hemel kruipt met precies de 300 jaar oude brug op de achtergrond. Omdat de route vooral om vingerkracht vraagt, en nauwelijks om techniek, tactiek of mentale reserve, was het uitklimmen ervan vooral een getuigenis van een (voor mij) goede fysieke vorm voor ’t begin van het seizoen. Alhoewel het klimmen op zichzelf leuk was, ging …