Voor wie zijn de bergen
Hebben jullie de code van de barrière? – vragen ze ons tien, twintig keer per dag. De gemeente sluit ‘s zomers de toegang tot het einde van de vallei af, voor auto’s welteverstaan. Een automatische barrière gaat open en dicht en open en dicht, open voor de publieke busjes die heen en weer rijden en open voor de mensen met een code, eigenaren van huisjes hier en daar. Pas ’s avonds om zes uur mag de rest met de auto naar boven. En ’s ochtends om half negen gaat de vallei weer dicht. Die busjes die heen en weer rijden, kosten twaalf euro heen en terug. Per persoon. Wat zit er precies, achter die barrière, dat twaalf euro waard is? Het attractiepark van moeder natuur: golvende bergen met paden. Marmotten verstoppen zich in het hoogseizoen, maar de toppen en dalen verwelkomen slingers wandelaren. Een smalle maar geasfalteerde weg leidt naar het begin van de wandelpaden, twaalf kilometer diep de vallei in. Kunnen we daarboven iets zien? – vragen ze wel eens. Het is geen weg …





