Dit is het voorlaatste verhaal over iemand die er niet meer is.
Ik vraag me af of ik misschien over Lele, Marie, Kevin en de overleden man in het station moest schrijven voor ik door kon met andere, luchtige verhalen. Alles gaat goed, hier in La Vachette, maar het afgelopen jaar liep de dood meermaals in en uit. We hebben allemaal denk ik zulk soort jaren, met van die zware thema’s die zich ongevraagd opdringen en waar je het dan maar mee moet doen. Hoe dankbaar ben ik dan dat ik kan schrijven. Al is het maanden later.
Kevin ontmoette ik tijdens mijn tweede jaar CRET, de opleiding hier in Briançon ter voorbereiding op de toelatingsexamens voor de ENSA. Hij had donkere ogen, dik, kortgewiekt zwart haar en een paar flinke tatoeages op zijn arm, maar niet van Lele’s soort. Uitgedachte, moderne tatoeages op een gezonde, bruine huid. Hij was gespierd op de manier waarop Alpenjongens dat zijn: mager en atletisch. In die tijd werd er veel gesproken over lichamen omdat we verklaringen zochten voor ieders capaciteiten in een bepaalde discipline. Skiërs hadden grote onderstellen die niet ideaal waren voor het klimmen. Klimmers, met hun dunne beentjes, konden het moeilijk krijgen op lange afdalingen. Een paar pondjes te veel werd in vele grapjes aangekaart – dat kon allemaal. Maar Kevin had die pondjes niet.
Hij was een machine. Goed in alles, zowel mentaal als fysiek. Militair in zijn organisatie en tot op de nok gevuld met zelfvertrouwen. Mensen konden hem in eerste instantie niet zo aardig vinden, want door een wat on-Franse directheid kon je je afvragen of hij jouw aanwezigheid wel op prijs stelde. Maar vaak moet je mensen gewoon leren kennen.
Over het begin van onze vriendschap heb ik eigenlijk al een keer geschreven. Toen ik net aankwam in Briançon maakten Kevin en zijn beste vriend Fabian deel uit van mijn potentieel nieuwe vriendengroep. Fabian overleed een aantal jaar terug, en hoewel ik toen al lang het contact met hem was verloren, voelde ik de behoefte om te schrijven. Nogmaals: godzijdank kan ik schrijven.
In die beginperiode in Briançon had ik immens geluk en ongeluk. Ongeluk in de zin van ‘het grote ongeluk’ waarbij Elise en Céline zouden vertrekken, maar geluk in de zin dat ik een plekje in een huis aangeboden kreeg vol met dermate lieve, ondersteunende mensen dat het leek alsof God direct een vangnetje voor me spon. Het was ’t soort huis waar plantenstekjes in de vensterbank stonden en genoeg meel, bakpoeder en vanillesuiker in de voorraadkast om spontaan taarten te bakken. Bij de koffie kwam een groot blik tevoorschijn afgevuld met verschillende tabletten chocolade. Ik leerde toen van karamel zeezout.
Een maand later kwam ook Kevin met zijn toenmalige vriendin in het huis wonen. Ik had zelf de ski-examens van de opleiding gefaald en volgde dus niet meer de CRET, maar Kevin zat er middenin. De hele groep jongens van de opleiding kwam wekenlang over de vloer en het was hectisch. Ook zij: Alpenmannen met zelfvertrouwen. Tevens met sterke verhalen, bier, BBQ’s en het goede idee om ’s avonds laat bij iedereen een hanenkam uit te scheren.
Kevin was natuurlijk het type om de examens in één klap te halen, dus was hij plotseling in opleiding tot berggids. Ik vertrok uit het huis om in mijn huidige nest in La Vachette te gaan wonen en Kevin vertrok ook; hij kwam niet veel later terecht in het huis naast ons oude huis. Vijf leuke huisgenoten, een gigantische woonkamer met ski’s bij de ingang, een houten klimmuur hangend aan de trap en een houtkachel waarnaast de hele tijd spelletjes gespeeld moesten worden. Bang, Catan en 30 Minutes. Ik heb nooit zoveel spelletjes gespeeld.
Tijdens Covid openden mijn vriend Thibault en Kevin het verborgen klimgebiedje Wuhan, toevallig hetzelfde gebiedje waar ik Lele ontmoette. Veel hoger in de bergen lag een gigantische rotswand met nog veel meer potentieel, maar daarvoor moest je eerst twee uur aanlopen. Dus verborgen de jongens een drilboor in de bossen en liepen meerdere keren stiekem de bergen in, om ver weg van de beschaving routes te openen op een wand die na Covid ook meteen weer vergeten was. Dit was het type avontuur van Kevin.
Als we samen gingen klimmen, dan was ik altijd een beetje bang niet sterk of stoer genoeg voor hem te zijn, maar ik denk niet dat het hem werkelijk iets kon schelen. Onze karakters hadden niet sterker kunnen contrasteren. En toch hechtte hij zich aan mensen, ook aan mij. Het valt me nu op dat zijn entourage niet altijd helemaal was zoals hij. Hij had wel degelijk een groep vrienden die alleen maar over bergen kon praten, van rotsen afsprong en gevaarlijke dingen beklom; hij sprong zelf ook veel van rotsen. Op een gegeven moment zelfs met wingsuit: gevaarlijker kun je het niet krijgen. Maar er circuleerde een gezonde dosis chaotische, poëtische of zweverige mensen om hem heen. Ruwe bolster, zachte pit.
Op een dag kwam er een nieuw huisgenootje bij hen wonen, een chirurg. Belle. Ze klom slechts een beetje, af en toe, was direct en hilarisch en fan van feministische podcasts. Lang, blond en mooi, maar ook chaotisch en dromerig. Ik was meteen een beetje verliefd op haar. En ik was niet de enige.
Een paar jaar later verhuisden ze samen naar Les Vigneaux om daar opnieuw met veel huisgenoten samen te wonen.
Ik zag het koppel toen een stuk minder omdat er toch een flinke afstand tussen beide dorpen ligt, en vanwege alle drukke maar irreguliere schema’s was het lastig om afspraken te maken. Ik hoop dat het me niet meer overkomt, want daar kan ik nog wel spijt van hebben.
In de vroege lente van 2025 kreeg ik in totaal vijf keer de vrolijke aankondiging dat er een kindje op komst was, waaronder die van Kevin en Belle.
19 juni 2025 zag ik hem voor het eerst, bij toeval, sinds we allemaal wisten dat hij vader zou worden. We parkeerden onze auto’s op dezelfde parkeerplaats. Ik had zin om hem door elkaar te schudden van blijdschap; hij werd bijna een beetje timide van mijn enthousiasme. Toen was hij, even, evenveel stoere bergman als overrompelde jonge jongen. Na afloop zouden we ’t erover hebben, Thibault en ik, dat hij er zo gelukkig uit had gezien.
We beklommen die dag allemaal dezelfde graat, Kevin met een klant, ik met Thibault en een neppe klant. Zijn zelfverzekerde pas was niet veranderd. Ik zag hem verschijnen en verdwijnen op de graat voor ons, zijn okergele broek door het oranje landschap van La Bruyère en de felblauwe hemel boven ons.
Het was interessant om hem als berggids aan de slag te zien; een transformatie voltooid. Omdat Thibault en ik bijna examen hadden voor de alpine module van de Italiaanse gidsenopleiding (ook bij ons had de tijd niet stilgestaan), vroeg ik hem eenmaal op de top om wat advies over kort touw, een techniek die centraal staat binnen het werk als berggids. Hij sprong op en liep de hele top over, beeldde uit wat hij bedoelde. Mijn neppe klant keek hem met grote ogen aan, omdat hij duidelijk niet bang was voor de afgrond. Wat een berggeit, dacht ik toen. Zou ik zelf ook zo worden?
Ik ben dankbaar voor het moment dat we met zijn allen op de top doorbrachten.
Zijn klant was net als hij een basejumper en wilde leren alpineren, zodat hij van hogere bergen af kon springen. De volgende dag planden ze een sprong van een bergpunt vlak naast La Meije. Met de komst van zijn kind nam ik aan dat het basejumpen op een lager pitje was komen te staan. Hij zal het wel onder controle hebben, dacht ik toen. Zoals alles wat hij deed. Een eetafspraak stond eindelijk gepland, en zo zag ik hem de berg aflopen.
De sprong van de volgende morgen zou hij niet overleven.
Ik weet in alle eerlijkheid niet hoe ik over die periode die volgde, moet schrijven. Want hij liet zijn verloofde en kind achter. Een meisje dat de weg naar de wereld nog moest vinden, en daar haar vader, onze Kevin verdomd nog aan toe, nooit zou tegenkomen.
Het huis in Vigneaux liep vol met mensen. Zowel Kevin als Belle hadden veel vrienden. Het was juni en warm en Thibault en ik moesten door met de voorbereiding voor onze examens. We liepen in en uit de bergen en het volle huis, waar veel werd gegeten en zachtjes gelachen. Thibault had zelf zijn vriendin verloren en kon, mede door zijn eigen directheid, snel de weg vinden naar ouders in rouw. Belle stortte zich op de organisatie van de begrafenis en bleek uit ijzer gemaakt. Ze huilde, natuurlijk, maar ze bleef toch echt overeind, creëerde vanuit een soort bovennatuurlijke kracht iets waardevols voor haarzelf en alle anderen, in de dagen die volgden.
De ceremonie van Kevin zou in Ailefroide plaatsvinden, precies waar Thibault en ik ook rondhingen voor onze training. Belle hechtte veel waarde aan de speech die ze zou geven tijdens de ceremonie en wilde dat die perfect verliep; dat ze niet halverwege in huilen zou uitbarsten. Het werd inmiddels duidelijk dat de begrafenis midden in onze examens zou vallen. Zodoende werden we proefkonijnen voor haar toespraak, die ze voor ons hield in de tuin van het hotel waar ze een paar dagen later Kevin zouden vieren. Ik zal het nooit vergeten.
Ze zeiden dat Kevin er mooi uitzag, maar toen we een paar dagen later uit de bergen kwamen, was het net te snel met hem gegaan. Ik had graag afscheid willen nemen.
Op de dag van zijn begrafenis liep ik uren te laat over een losse graat met een opleider die tegen me schreeuwde. Na afloop was ik zo boos dat ik bijna met de opleiding stopte.
Vier maanden later werd Mimi geboren.
Ze heeft de donkere ogen van haar vader, hoe kan het ook anders.
Ik weet nog steeds niet hoe ik mijn gevoelens moet indelen, ten opzichte van Kevin en alles wat hij achterlaat. Laatst stond er iemand in de klimhal die zoveel op hem leek dat ik een milliseconde vergat dat hij dood was, zodat ik even mijn ouderwetse blijheid voelde om hem weer te zien. Met Mimi gaat het gewoon goed, ’t is een gezonde baby met een lieve, intelligente moeder die geschapen lijkt om zulke tegenslag te dragen. We kijken allemaal met verbazing toe. Ze rouwt, ze werkt, ze moedert, ze doet alles en ’t lukt haar zelfs nog om er voor anderen te zijn. Want dat heeft ze nodig, naar eigen zeggen.
Af en toe word ik doodmoe van de dood van jonge, gezonde mensen die zo gepassioneerd zijn voor de bergen dat ze er zomaar hun leven voor laten. Het is elk jaar raak; gelukkig niet altijd zo dichtbij. Maar als ik op een vreemd moment word gebeld door een vriend of vriendin, dan zet ik mezelf schrap. Mensen die al een tijd lang in de berggemeenschap leven, zullen dit ongetwijfeld herkennen. Het hoort erbij. Ik probeer op een andere, open manier naar die overgang van leven naar dood te leren kijken en ’t lukt me steeds beter om het leven zelf te vieren, zolang het er is en zolang het er was. Maar het blijft een zoektocht.
Kevin kon je niet losmaken van de wijze waarop hij in de bergen bestond, hetzij op klimschoentjes, met ijsbijlen of met twee vleugels aan zijn vliegpak. Zoals een berggeit zich in veiligheid brengt op de dunste richels van een rotswand, vond ook Kevin daarboven iets dat hij nodig had. Ik weet niet of het zin heeft om zijn beslissingen verder nog te overdenken, net als de beslissingen van alle andere alpinisten. Het is zoals het is. Beter het leven vieren.
Over een paar weken vindt zijn herdenking plaats en dit keer kunnen Thibault en ik er wel bij zijn. Belle kennende, zal het iets feestelijks worden, midden in de bergen.
Iets waarbij Kevin zelf vrolijk zijn biertje had opengetrokken, met zijn dochter op zijn schoot.

Wat schrijf jij dat mooi! Het lijkt een prachtig eerbetoon.
ik vind het ook heel sterk dat je dat bergleven blijft eren met de mogelijke gevaren erbij.
Jij leeft ten volle.
Ja, als je alles zo bijelkaar leest lijkt het wel een script van een prijswinnende film. Maar dit is een film van jouw/jullie leven ‘ver boven de laatste haak’.
Als ik alles zo lees maakt het mij enorm verdrietig over alle grote verlies. Ik denk nog zo vaak aan jouw bericht over Elise en Céline … En dan wordt het een grote stapel van bitterzoet.
Maar jouw stuk maakt me ook zo trots op jou/jullie. Het is toch bijna niet te snappen hoe al die lijnen kruisen en en er steeds weer een klein ankerpuntje wordt gevonden om vanuit weer verder te komen.
Je bent echt wel heel bijzonder en je schrijft als een meesterschilder – met een paar streken van je pen is alles helder en onbegrijpelijk nauwkeurig en tastbaar aanwezig.
Heeele Dicke kus! X
Ik zou hierop stuklopen. Zoveel pijnlijke verliezen. De majesteitelijke bergen vragen grote offers. Pas goed op Ruby, we willen jou nog niet kwijt.