‘Het is Marie. Kan je aannemen?’
Mijn verantwoordelijke kijkt me aan met een telefoon in haar hand.
‘Natuurlijk.’
Marie coördineert de reddingen in het skistation vanuit ons gebouw. Ze communiceert met hulpzoekenden op de pistes om te weten waar ze zich bevinden, en met de reddingsposten om de pisteurs – de poppetjes die eerste hulp verlenen – de juiste kant op te sturen. Maar ze spreekt niet zo goed Engels en heeft me al een paar keer gevraagd om te vertalen.
Ik krijg de brandweer aan de telefoon (die had de beller ook niet kunnen verstaan) en word doorgeschakeld. Het blijkt een Belg te zijn die hulp zoekt. Hij is samen met een vriend langs een man geskied die uitgestrekt aan de zijkant van de piste ligt.
‘Hij is bewusteloos,’ zegt de Belg.
‘Waar zijn jullie precies?’
‘Na die grote lift vanuit het centrum… Uh… Links. Er staat een bordje met nummer 93 daarzo.’
De Belg klinkt rustig, onbekommerd bijna. Ik vraag om zijn telefoonnummer en geef de informatie door aan Marie: ze zijn langs een bewusteloze man geskied, daar en daar. Omdat ik vergeet het telefoonnummer te noemen, ren ik met mijn post-it naar haar kantoor.
Daar zit ze met de chef van de pisteurs, in het lawaai van walkietalkies en het gekraak van een redding die op gang komt. Zodra ze me ziet, drukt ze de telefoon weer in mijn handen.
‘Il est inconscient, du coup?’ vraagt ze.
Ik herhaal de vraag aan de Belg en knik.
‘Bewusteloos.’
Ik merk dat ik niet meer nodig ben en glip de ruimte uit.
Even later, terug op mijn bureau, zegt mijn collega dat hij twee pisteurs hoorde praten en dat ze op de piste bezig waren met een reanimatie.
‘Wat!?’ roep ik uit.
Mijn man in de berm werd gereanimeerd?
Weer vijf minuten later gaat de telefoon op mijn post en heb ik Marie weer aan de lijn.
‘De volgende keer moet je vragen of de persoon in kwestie ademt.’
Met stomheid geslagen kijk ik naar mijn verantwoordelijke.
‘Le gars était en arrêt cardiaque,’ fluister ik terwijl ik ophang.
‘Redt hij het?’
‘Hij is dood.’
In mijn hoofd was het nooit een mogelijkheid geweest dat de man niet ademde toen hij daar voor die Belgen lag. Bewusteloos is niet dood. Maar misschien hadden de Belgen er gewoon niet aan gedacht dat hij misschien niet ademde. En ik had er niet aan gedacht dat mensen er niet aan denken om de ademhaling van een bewusteloos persoon te controleren.
In alle eerlijkheid weet ik niet honderd procent zeker of ik er zelf aan gedacht zou hebben. Ik hoop van wel.
In mijn hoofd was het ook nog niet doorgedrongen dat ik, als vertaler, het eerste echte noodcontact van een hulpbehoevende kon zijn. Daar was ik nooit voor opgeleid. Ik dacht dat Marie me telefoontjes doorgaf voor kleinigheden: telefoonnummers, details die ze niet had begrepen.
Later drong het wel tot me door, en toen dacht ik: dit is gestoord. Als ik zelf het noodnummer bel, hoop ik niet mezelf aan de lijn te krijgen. Wel na opleiding en prakrijkervaring. Niet omdat ik toevallig Engels spreek.
De pisteurs waren snel ter plaatse en hebben alles gedaan wat ze konden om de man terug te brengen. God mag weten hoe lang hij daar al in de berm lag. Mijn rol in het geheel was klein, onbeduidend waarschijnlijk, maar toch blijft het incident me bij.
Ik denk omdat ik besef dat ik faalde op een belangrijk moment en me daar even niet goed over voelde (de man overleed nota bene), terwijl ik tegelijk dondersgoed weet dat het noch mijn schuld, noch mijn verantwoordelijkheid was. Marie zou gewoon Engels moeten spreken. En als ze een beroep op mij willen doen, dan moeten ze me opleiden.
Sindsdien wil ik héél graag adequaat leren reageren op noodsituaties. Het voelt als onbekend terrein waarin ik zonder waarschuwing kan worden losgelaten. Ik ben niet iemand die van nature rustig de controle neemt en instinctief beslissingen maakt. Ik moet echt worden opgeleid en blootgesteld.
Hoe?
Daar moet ik nog iets op vinden.

Wat een nare situatie was dat Ruby. Na de check van eigen veiligheid is de eerste vraag altijd “of de persoon aanspreekbaar is”, bij ‘nee’ of er ademhaling is. Die twee vragen bepalen de inzet. Marie was te druk met het organiseren van de hulpverleners en omdat er teveel schakels gelijktijdig actief waren dacht iederen dat iemand iets al had gedaan.
De klassie faalketen waar wij in de bergsport zo strak op getraind worden.
Je mag je hier zeker rot over voelen, maar een tolk is nooit verantwoordelijk voor het inhoudelijke gesprek. Mijn voorgevoel denkt wel dat je binnenkort een reanimatiecursus gaat volgen – en dat is altijd voor iedereen een goed besluit – het zou gewoon een vak op de lagere school moeten zijn.
Zonder jouw bijdrage aan zijn redding was hij helemaal kansloos en als er bij de eerste melding direct adequaat had kunnen worden gehandeld is ook niet zeker wat de uitkomst was geweest, maar waren de kansen wel beter.
Ik voel met je mee en neem de man en wie hij achterlaat mee in mijn gedachten. Want verdrietig bijft het natuurlijk wel …
Dicke kus X
En ik heb bovendien de reanimatiecursus al gevolgd!
Maar daar lag het plastic slachtoffer voor me en was het aan mij om ‘t op te lossen. Als de verantwoorlijkheid ambigu is, of de loop van omstandigheden net even anders, of ik moet afgaan op verklaringen van andere en dáár dus kritisch op moet zijn, alle mogelijke situaties…. God ik heb zoveel te leren. Maar je hebt gelijk, het komt in eerste instantie neer op die twee vragen. Ik denk niet dat ik daar nu nog de mist in mee zal gaan. Maar wederom, de praktijk is zó anders en kan kan me gemakkelijk een veelvoud aan situaties inbeelden waarin ik toch even zal moeten zoeken naar het juiste om te doen…
Bon, erover denken, schrijven, sparren, dat is al héél waardevol. Dank!!