Zeemeerminnen
Achter de haarspeltbochten tussen l’Argentière-La-Bessée en Saint-Martin-de-Queyrières loopt het riviertje van Rif de l’Oriol. Door de eeuwen heen heeft ze een kloof uitgesleten met twee golvende wanden op zo’n vier meter afstand van elkaar. Zodra toeristen voet in onze (zo noem je ze na een tijdje) bergen zetten, loopt de kloof ermee vol. Toegankelijke, schaduwrijke klimgebieden zijn immers schaars in Briançon. Met de rust in onze bergstad is het inmiddels gedaan. De straten zitten verstopt met vakantiegangers in auto’s en auto’s en auto’s, de rij voor de bakker is lang. Wanneer ik afdaal in de kloof met een touw op mijn rug en zomerzweet op mijn voorhoofd, krijg ik bijna sociale paniek. Zoveel mensen in een relatief nauwe ruimte heb ik al tijden niet meer gezien. Ik vlucht nagenoeg de kloof weer uit, maar mijn zus, haar vriend en Fieke willen graag klimmen. De bodem ligt bezaaid met touwen, tassen en lunchpakketten. Drie honden rennen achter elkaar aan, iemand zit op een klapstoel, koffie geurt omdat iemand anders zojuist een percolator heeft gezet. Frans, Duits, …










