Author: Ruby Elizabeth

Het gevaar van Chamonix

Een zucht. Ze heeft het overleefd. Afgelopen week viel een goed vriendinnetje van mij van een steile wand vlak naast Les Courtes. Ze schoot zo de brede gletsjerspleet over, hoor ik diezelfde dag nog van haar vrienden. Honderden meters aan verticale razernij. Ze vlogen haar naar het ziekenhuis waar ze de nacht moest doorbrengen, slechts als controle, want er bleek weinig aan de hand. Alleen een knie die een flinke tik had gekregen. Wat was er gebeurt? Chamonix praat. Ik hoor veel varianten van het verhaal voor ik mijn vriendinnetje zelf te spreken krijg. Ze was gaan skitouren met een vriend en ergens bovenaan de wand tijdens de afdaling gevallen. Te steil, te snel, ze had daar niet moeten zijn, hoor ik keer op keer. Welkom in Chamonix. Als ik haar dan uiteindelijk voor me heb zitten ben ik alleen maar blij dat ze uit één stuk bestaat. Ze begint te vertellen, beide aan de koffie, beide nog in leven. De tour was puur steepskiïng geweest. Ze was er met een vriend en dichtbij de …

Nieuwe schoenen en nieuwe ski’s

Al bijna een maand geleden maakte ik een testrondje op een paar Ubac ski’s van ZAG, een lokaal merk waarmee schijnbaar een hoop alpinisten het probatoire proberen. Mijn smalle en lichte skitrap ski’s bleven thuis tegen de muur leunen terwijl ik op deze twee blauwe monsters dwars door de mogels sneed. Holyshit deze skiën uit zichzelf. Wat een verschil. Maar ik kon ze niet kopen voordat ik ook een fatsoenlijk paar schoenen had. En dat is ingewikkelder dan je denkt: je wil ze licht voor naar boven en stevig voor naar beneden. De magische schoen die ook nog eens aan je voet past, specifiek jouw voet. Ik heb elke winkel in Chamonix geraadpleegd, rondjes gerend op hun tapijt, skibewegingen nagebootst en wist het na een maand nog niet. Die schoen die is er wel, maar ik ben het probleem. Ik heb namelijk geen idee. De aanschaf van het juiste materiaal vereist net zoveel ervaring als het naar beneden skiën zelf. Dit is (nog steeds) nog maar mijn tweede seizoen en mijn ervaring op verschillende soorten …

Daarheen vliegt de vogel

Het skiseizoen heeft me geleefd. Ik was de bar, de piste, de mensen waarmee ik omging. Begin December kwam ik aan in Chamonix met het verlangen om weer even bepaald te worden. Maandenlang had ik de tijd gehad om na te denken en alles te zijn wat ik wilde. Nu had ik behoefte aan een identiteit als bartender, een vast gezelschap dat me waardeerde, een rooster dat mijn ritme bepaalde, een groot doel als alpinisme en leren skiën, Ruby de vrolijke stuiterbal, ik had behoefte aan het gedachteloos rondrennen en overleven van het dagelijks leven. En nu? Nu sta ik weer op het punt om vrijgelaten te worden. Een vogeltje waarvan de kooi is geopend. Vlieg, vogel. Waarheen? Ik moet eerst in mijn hersenpan duiken en een grote schoonmaak houden. Als je bepaald word door je omgeving levert dat een hoop onzinnige gedachten en verlangens op. Nee, ik hoef geen superalpiniste te worden en grote bergen te beklimmen, ik hoef niet de grootste horecatijger te zijn en ik hoef ook niet modieus en mooi door …

Jaap de Witte

Chedde. Arrêt sur demande  Sneeuw! Er ligt sneeuw! Als een kind die een gloednieuw Legowagentje in de Bart Smitgids ziet, schreeuw ik het uit. Het rode treintje is net een wegsmeltend sneeuwveldje gepasseerd. Door de invallende nacht is het een nauwelijks te onderscheiden wittige vlek. Arnold en mam kijken verrast op. Vanuit het TGV-raam hadden we urenlang gekeken naar erg zonnig, maar vooral leeg Frankrijk. We concludeerden uiteindelijk dat er alleen in Parijs mensen woonden. De rest was een eindeloze groenige vlakte die hier en daar abrupt werd onderbroken door een onverstoorbaar setje Franse fauna. Servoz We turen uit het raam. Buiten is het pikzwart. De trein had net zo goed zojuist de Akropolis kunnen passeren; enig gevoel van locatie ontbrak. Was dat lichtje daar in de verte een bergdorp? Een lantaarnpaal? Een ufo? Een geit met een zaklamp? We weten het niet. Mam probeert inmiddels te ontfutselen wat er in het Frans op een bozig bordje staat in de hal van de coupé. Arnold staart naar buiten en kijkt geïntrigeerd naar de stationsopzichter met een grote baard en …

Flamingo’s op de laatste Après-Ski

Mijn badpak is achter de klerenkast gevallen. Ik kom er pas na lang en gericht zoeken achter. Goed, het bakpak is terecht, wat doen we nu? Haar los, oorbellen, niet zoveel make-up want ik geloof dat meisjes uit Hawaii van die natuurlijke schoonheid bezitten. Toch? Is dat Hawaii? Prachtige lichamen en wapperende haren? Hoe fix je dat voor een themafeestje in Chamonix? Ik lijk meer op het bleke rotsblok dan de meisjes die erop aan het water zitten. Goed, bloemen, ik heb bloemen in mijn haar nodig. Ze beginnen net een beetje uit te komen in Chamonix. De winter heeft officieel opgegeven en trekt zich terug de hoogte in. Het gejoel klinkt al boven Gailland uit, BBQlucht in de straten van Les Bossons, trailrunners waarvan je de billen en buik ziet. Ik stop de camera in mijn rugzak en fiets naar Chambre Neuf, waar het druk is voor het seizoen omdat we onze laatste Après Ski vieren. Afgelopen weken kon ik ongehinderd kauwgom van de vloer schrapen omdat er urenlang niemand overheen liep. Nu staan …

Mont Blanc Poging I

Is het echt gebeurt? – vraag ik aan Alex. Waren we er echt? Ja, zegt hij terwijl hij een gepoleerd wijnglas aan het rek boven de bar hangt. We waren er echt. Twaalf uur eerder. We stonden misschien niet op de top van de Mont Blanc, maar wel tussen de sterren. Midden in onze dromen en nachtmerries. Een plek waar we niet mochten zijn van Mont Blanc zelf en we ons toch trachtten te handhaven. Ergens waar onze collega’s nooit zouden komen, een realiteit totaal afgescheiden van Chamonix, de lange nacht die elk verband tussen de berg en het normale leven heeft verdampt. Mont Blanc. Sinds ik in Chamonix woon hebben misschien wel duizend mensen op de top gestaan, maar ik niet. In de zomer noch in de winter, niet op ski’s of op stijgijzers. De Mont Blanc is zo’n berg die voor iedereen in Chamonix wel iets betekend, zoals ze daar als hoogste boven de anderen uitsteekt, die grote witte hoop historie. Een eitje om te beklimmen, zeggen ze. En toch was ik een …

Wederom een einde van een seizoen

Je mag ze geen staff prize geven hoor, waarschuwt mijn manager me. Ze heeft het over mijn ex-collegaatjes, diegenen die als eerste het seizoen uitstappen en in de zon op het terras zitten. In plaats van drie euro betalen ze nu 5,50. Als de manager niet oplet geven we ze alsnog de staff prize. Het einde. Iedereen wil stoppen met werken maar toch ook ergens dat het seizoen nog niet over is. Gaat het zo snel? Ja, we zitten bijna in April. De après-ski’s vinden plaats in het licht, met ruimte op de dansvloer. Ik heb de tijd om met een cola tegen de bar aan te leunen en de band te zien spelen. Na de après-ski moet ik bijna fysiek geweld gebruiken om mijn collega’s aan te sporen om schoon te maken, want die interesseert het geen donder meer. De een vertrekt morgen, de ander over een week. De zon en het terras. Verbrandde hoofden en wilde plannen om uit te gaan, want dat doe je aan het eind van een seizoen. Ik hou …

De Superhond, Mont Buet en tsjah, ikzelf

Het is een kwestie van geduld. Gewoon passen blijven maken, dan kom ik er vanzelf. Niet nadenken, niet over afstand of hoe ik me voel. Wat voel ik me slecht. Ik zou mijn ogen kunnen sluiten en in slaap vallen, gewoon, lopend. Het is niets meer dan geduld, aanzien hoe de wereld aan me passeert, blijven lopen. Mijn huid brand, ik voel mijn hoofd kloppen. Mijn benen doen zeer, vanaf mijn knieën naar beneden. Zou ik hier gewoon kunnen gaan liggen? Even slapen? Ik heb dorst en moet plassen. Hoe heb ik mijzelf toch in deze situatie gekregen. Wat is er mis met me. 22 uur eerder. Ik hoor Adria rommelen en schiet meteen omhoog, dronken het bed uit na nog geen vier uur slaap. We eten, drinken koffie en verzamelen onze skispullen. De bus gaat om 0707. Ik leun met mijn hoofd tegen het glas en zie mijn gedachten achter de bus aanhollen. In Chamonix Sud worden we opgehaald door Linnea en haar hond Ronja, een zwarte rakker van negen jaar. We proppen ons …

Een telefoongesprek met Marcel

Donderdag heb ik Couloir de la Table gepland, een afdaling die ik per ongeluk eens geklommen heb. In de zomer, toen het zoveel had gesneeuwd dat elke toerist op l’Aiguille du Tour zijn of haar route verloor en we allen zwierven over de flanken. Waarom deze? Omdat het zo’n willekeurige route is die me niet meer los heeft gelaten sinds ik wist van haar bestaan. En omdat ik er officieel nog niet toe in staat ben. En omdat ze in conditie schijnt te zijn én omdat Ben eenvoudigweg het voorstel heeft gedaan (zou ik het kunnen?). Het is na middennacht. Ik wandel naar huis en bel Marcel, die normaal gesproken nog op is omdat ook hij tot onorthodoxe tijden aan het werk is. We rammelen wat aan over onze respectievelijke realiteiten en dan zeg ik hem, een beetje beschaamd omdat ik weet dat hij zal oordelen, dat ik van plan ben om donderdag Couloir de la Table te skiën. Hij kent het couloir en duikt meteen op camp-to-camp om bewijsmateriaal bij elkaar te scharrelen. Conclusie: …

M6 Solar

Ik leun tegen de achterzijde van de bar en zie de gasten op de tafels dansen. Het loopt tegen het einde van de après-ski en het was weer druk. Nadat de meeste feestgangers dampend van het zweet de deur uit zijn gelopen en de jongens ritueel het bier van de vloer dweilen, loopt Ben de bar binnen. Kijk, deze gaan we morgen doen. Hij wijst naar een route in een topoboek, M6 Solar op Pointe Lachenal, een mixed lijn van tweehonderd meter waar ik helemaal niets van afweet. Ok, zeg ik, wat heb ik nodig? Na het afsluiten van de bar wandel ik naar huis, veertig minuten lang, met de route open op mijn mobiel. In mijn hoofd vormt zich een vage paklijst en vooral het besef dat over vier uur mijn wekker gaat. Thuis schop ik mijn werkschoenen uit en kruip direct mijn bed in, even later worstel ik me in alpine kleren en verzamel ik mijn materiaal. Met een honderdtal Vallée Blanche toeristen, een paar ski’s en een ongeorganiseerde alpinetas sta ik in …