Author: Ruby Elizabeth

Céüse

Van veraf is het echt niet zo duidelijk, de waanzin van de rotsen van Céüse. Kom maar eens dichterbij. Dan weet je niet meer wat je ziet; niet wat zich boven je uittorent nog wat goud kleurt onder de avondzon in de uitgestrekte vallei achter je. Waar die klimmers in de lange, gladde overhang een weg naar boven vinden? – daarvoor moet je een ster zijn. En die zie je daar dan ook. Gebruinde Catalaanse sterren met één lange dreadlock langs hun dunne, gespierde rug, lokale Franse sterren uit het nabijgelegen Gap, luide Britse sterren met hun bleke, robuuste lichamen en zelfs een jonge Nederlandse ster die ook gewoon klimt in Klimmuur Centraal. Super inspirerend. ’s Avonds komen Marcel en ik aan tussen de busjes op de parkeerplaats. Het gekwebbel van de nederzetting vindt de volgende morgen een weg door ons open raam. Ik stap de schuifdeur uit en de zon in. De buurman mediteert op zijn CrashPad. Daarnaast hebben ze een waslijn uitgehangen, vrolijk gekleurde klimkleren in een glimlach tussen de bomen. In de …

Een Fiekje in het water

Ik ben bij Fieke op bezoek. Het landhuis staat nog steeds midden in een droom, van de jonge koeien die aan de overkant mee koekeloeren tot de houten vloer en de lampenkappen van de woonkamer. Fieke verbaasd me als ze me komt begroeten. Daar nadert een volwassen vrouw. Ik kan er niet eens de vinger op leggen wat er precies veranderd is, zij zegt dat ik ook veranderd ben maar weet niet precies waarom. In de loop der dagen raak ik meer en meer van haar onder de indruk (gegeven dat ze al jaren geleden mijn held bij uitstek was, zegt dat veel). Haar gloednieuwe rode vervoersmiddel, een retro Jumpy die zo cool is als die Volkswagenbusjes, staat rustig voor het huis, Fiek zit rustig op de Yogamat, de appels en kiwi’s liggen rustig in de fruitmand. Buiten zie ik hoe de eerste groentes boven de oppervlakte van haar groentetuin uitschieten. Ze ratelt Frans alsof ze drie jaar eerder dan ik is geëmigreerd. Alhoewel ze net een nieuwe baan heeft heb ik niet de indruk …

Wie wilt mijn brein?

Ik heb een goed brein dat ik graag even zou willen ruilen. Een beetje zoals Jouw vrouw, mijn vrouw, maar dan wisselen we van geest. Want weet je, ik ben mijn eigen gedachtegangen zat en een boek of creatieve levenswending is even niet afdoende. Ik zou graag een ander schouwspel daarboven willen zien, andere kleuren en dimensies, een nieuw behang, het jouwe. Wat het me ook brengt, licht of duister, diepte of oppervlakte, zolang het maar anders is. Want weet je, daarna zal ik vast het mijne weer wat meer waarderen. Zoals die vrouw die je inruilt bij Jouw vrouw, mijn vrouw. Daar blijk je dan toch, na al die jaren van routine en alle mystiek allang overleden, best goed mee samen te kunnen leven.

Op. Af. Op. Af.

De wegen van Chamonix brengen me geen vrijheid meer, geen ontdekking of avontuur, maar het benauwde idee dat ik hun richting moet volgen. Ik voel het als Marcel me in de bus door de vallei rijdt, en op de fiets, en te voet. Het is genoeg geweest. Chamonix verlaat je niet zomaar. De winterplannen liggen al klaar: Zonder twijfel Chamonix, met haar toegankelijke afdalingen en meesterlijke bergen om de hoek. Maar het idee om nog een zomer tussen al die trailrunners en dure zonnebrillen mijn weg te vinden, spreekt me niet aan. Wat dan wel? Nog altijd ligt daar het Écrins plan, waar de beesten door de vallei lopen en de mensen Frans spreken, waar ik ben opgegroeid als alpinist en trots met mijn beste vriendinnetjes op de top van de Barre stond, waar hippies en bloemen uit de grond schieten en Marmotten je vriendelijk komen begroeten (lelijke dikzakken die gewend zijn aan de toeristen). Maar om eerlijk te zijn… trekt Chamonix noch Des Écrins me. Noch de andere alpenlanden, noch Spanje, noch Nederland. Weet …

Mag ik de waterpistooltjes houden?

Ik heb helemaal geen zin om op te ruimen. Met name niet om schoon te maken. Het soort schoonmaak dat nog ergens over gaat ook, want Adria en ik zien beide graag onze borg terug. Het ergste is nog dat ik dingen moet weggooien. Want ik heb nog steeds het stadium in mijn leven niet bereikt waarbij een opbergruimte hoort. Wat in een winkelwagen past, is van mij, de rest is een probleem. Ik heb het grootste gedeelte van de tijd een dak boven mijn hoofd, maar omdat dat dak zo vaak van gedaante verandert kan ik nooit ergens iets opbergen. Toen ik uit Amsterdam vertrok liet ik een deel van mijn spullen bij mijn ouders achter en nog het meeste op de boerderij van de ouders van Fieke. Mijn hele boekencollectie. Al die dagboeken. Verhuisdozen aan emotionele waarde. Er staat het een en ander opgeslagen in Marcels oude kamer in Spanje en alles wat ik deze winter heb geaccumuleerd ligt in stapels om me heen. Wat nu. Altijd reist de vraag: Wat is nu …

Aiguille d’Argentière

Ik ben er nog niet aan toe. Steepskiing, steil naar beneden skiën, hoe je het ook in het Nederlands noemt, ik vind het doodeng. Die diepte die onder me uit schiet brengt me ter plekke in een nachtmerrie. Uit de gletsjerspleet onderaan de helling steken dikwijls drie agressieve haaienkoppen en de rotsen met hun dodelijke tentakels wachten me bewegingsloos op. Kom jij maar hier, skiertje. Maak de fout maar. Zondagochtend stond ik op de top van Aiguille d’Argentière te wachten tot de sneeuw zacht zou worden. Als het ijzig bleef ging ik daar niet naar beneden. Niet op ski’s althans. En als het zompiger werd, moesten we het nog maar zien. Alleen de laatste helling vormt een uitdaging in de tour naar de Argentière. Glacier du Milieu begint dik en vriendelijk vanaf Glacier d’Argentière, slingert tussen de bergen heen en weer zoals ook de naastgelegen gletsjers Chardonnet en Améthystes doen. Plotseling echter wordt het steil en nauw, steil genoeg om niet op de ski’s en skins omhoog te kunnen en te nauw om te kunnen …

Gewoon weer de ski’s aan de voetjes: Domes de Miage

Ik was het best zat, dat skiën. Toen kwam er weer een lading sneeuw en dacht ik, shit, nu moet ik weer omhoog. Ik klim liever met blote bast langs een warme wand dan dat ik over een glibberige helling omhoog schuifel. Een heel skiseizoen is eigenlijk wel genoeg. Maar het skiseizoen is niet over als de sneeuw uit de vallei is weggetrokken noch wanneer de liften sluiten. Het is pas over als je eind juni in bikini aan de Noordzee ligt zonder motief om terug naar de bergen te keren. En zelfs dan kun je onverhoopt nog de Mont Blanc op. Nu heb ik een klein probleem: Ik zit nog niet aan mijn tochtenlijst. Daar prijkt een resterend zestal best ingewikkelde toeren dat ik voor Januari volgend jaar er doorheen moet jagen. Op de graspistes van December 2017? Of moet ik van de zomer een ticket boeken naar de Zuid-Amerikaanse winter? Handigst is toch wel om ze gewoon nu te doen, nu de sneeuw nog op loopafstand is. Plotseling blijkt mijn probleem echter een …

Met 50 km/uur naar de Italiaanse kust

Weg hier, weg uit Chamonix, uit de regen en de stilte die eerst zoveel vrijheid gaf maar ons nu zenuwachtig maakt. Op naar Finale Ligure. De Italiaanse kust en gigantische ijsjes voor maar drie euro. Drie bolletjes van smaak naar keuze plus slagroom plus chocoladesaus plus smartiedip, misschien niet heel Italiaans maar een monsterlijk feest. Zondag stappen we in de bus en nemen we de tunnel onder onze Mont Blanc door. Zodra we daglicht zien heeft Marcel opeens een intuïtie. Hij rijdt de scherpe bocht naar links en brengt ons Val Ferret in. ‘Hier ergens moeten de Grandes Jorasses zijn’, zegt hij. We rijden langs gigantische bergen in de avondschemer, een vallei zo heftig als Chamonix maar geen hond die er rondloopt. De volgende morgen is de natuur van ons, en ook het uitzicht op de andere kant van het Mont Blanc massief. Alsof we in het geheim even mogen koekeloeren wat er zich achter onze lievelingsbergen afspeelt. In de namiddag rennen we op ski’s de tegenovergelegen bergen op. Daarna springen we in de bus …

U hoeft niet onder de tietpers

Een jaar geleden stond ik voor de spiegel bij Chambre Neuf. Een grote spiegel in de wc, altijd in vol ornaat omdat het daglicht ongehinderd door het raam schittert en de lamp ’s avonds weinig aan de verbeelding overlaat. We droegen toen strakke, donkerblauwe shirts en omdat ik zelf nog niet uitgeteerd was door het skiseizoen kon ik precies de lijnen van mijn lichaam volgen. Hé, dacht ik opeens. Mijn linkerborst is groter dan mijn rechter. Ik was ervan op de hoogte dat borstmaten konden verschillen maar had tot dan toe gelijke borsten gehad. Na kort onderzoek moest ik concluderen dat er iets in de bovenkant van mijn borst was gekropen. Vreemd. Dat moet ik even laten controleren, dacht ik. Maar goed, dat doe je dan niet, want het leven in het hoogseizoen draait op hoog tempo en knobbels in de borst draaien daar ongehinderd in mee. Aan het eind van het seizoen werd mijn collegaatje plotseling wakker met een bult vlak bij haar oor. Ze ging naar de dokter en werd direct doorgestuurd naar …

Vergeet niet wat je achterlaat

Na het lezen van mijn laatste blog stuurt mijn moeder me een email. Ze omschrijft die dingen in het leven die ik zou missen als ik er nu per ongeluk uit zou stappen. Liefde, zegt ze, een gezin, een hond. Ze omschrijft ook die dingen die het leven zou missen als ik er nu per ongeluk uit zou stappen. Mij. Haar dochter. Het geheel van wat ik ben geworden. Dood is dood, denk ik altijd. Maar nu ze me wijst op hetgeen ik zou achterlaten realiseer ik me dat ik me nog niet in het definitieve van de dood bevind, maar in het potentieel van het leven. Ik zie de groei, ik zie de liefde, ik zie de mogelijkheid om te worden wie ik wil zijn. En alhoewel dood nog steeds dood is wil ik liever langer leven. Zo lang mogelijk en zo voorzichtig mogelijk bergen beklimmen. Zoveel mogelijk van de mensen in mijn leven houden. Van mijn moeder en vader, zus en broers, vrienden. En die hond. Ik wil leven en leven en leven …