Céüse

Van veraf is het echt niet zo duidelijk, de waanzin van de rotsen van Céüse. Kom maar eens dichterbij. Dan weet je niet meer wat je ziet; niet wat zich boven je uittorent nog wat goud kleurt onder de avondzon in de uitgestrekte vallei achter je.
Waar die klimmers in de lange, gladde overhang een weg naar boven vinden? – daarvoor moet je een ster zijn. En die zie je daar dan ook. Gebruinde Catalaanse sterren met één lange dreadlock langs hun dunne, gespierde rug, lokale Franse sterren uit het nabijgelegen Gap, luide Britse sterren met hun bleke, robuuste lichamen en zelfs een jonge Nederlandse ster die ook gewoon klimt in Klimmuur Centraal.
Super inspirerend.

_DSC0913

’s Avonds komen Marcel en ik aan tussen de busjes op de parkeerplaats. Het gekwebbel van de nederzetting vindt de volgende morgen een weg door ons open raam. Ik stap de schuifdeur uit en de zon in. De buurman mediteert op zijn CrashPad. Daarnaast hebben ze een waslijn uitgehangen, vrolijk gekleurde klimkleren in een glimlach tussen de bomen. In de verte zitten klimmers in een rondje op uitklapstoeltjes. De achterklep van een bus staat open, ik zie twee hoofdjes onder de dekens uitsteken, het ene slaapt nog, het andere leest een boek.
Ze doen hun afwas naast het waterkraantje en wassen daar ook hun kleren, zelfs zichzelf. Het is als een camping voor bijzonder afgetrainde vakantiegangers, al is kamperen verboden en heeft iedereen zijn eigen huis meegenomen.

_DSC0920

Geïnformeerd over de lengte van de aanloop én de lengte van de haakafstanden lopen we in volle middaghitte omhoog naar de rotsen. Een klein paadje dat zigzagt tussen de dikke, lichtgroene begroeiing verhindert ons om de rotsen te zien. Vlinders schieten voor onze voeten uit. Als we na een dik uur aankomen zijn we niet alleen hongerig en moe, maar ook onder de indruk. En misschien een beetje bang.
Met een nog bezwete rug klimmen we routes in een relatief eenvoudige sector. Hier zijn we tussen de stervelingen, de zesjesklimmers en topropers die zich net zo hard frustreren als de sterren in hun magische pogingen. Het is een gezellige bende onderaan de rots, koekjes worden uitgedeeld en contacten gelegd, zo’n zes verschillende talen die soms onverwacht gemeenschappelijk blijken.
Dan bewegen we ons iets naar links en beginnen we voorzichtig aan de zeventjes.
Haakafstanden.
Oh Mijn God.
Ik vind mezelf opeens in een cruxpas met de voetjes meer dan een meter boven de haak. Moet je mij hebben? Ik?
Dat klinkt niet zoveel hè, een meter, maar als je daar niet aan gewend bent dan groeit die meter in je hoofd uit tot zeven meter (maakt een veertienmeter lange val plus touwrek maakt dat je zeker een minuut lang zal vliegen en Céüse in tweeën splitst bij je landing).

_DSC0926

Als de zon op de rug schijnt is het bloedheet, maar zodra die de bocht om verdwijnt is het steenkoud. Plotseling verschijnen de donsjassen en lange broeken, mutsen en zelfs handschoenen. Gelukkig had Fieke ons gewaarschuwd en kunnen wij ook in een donsjas kruipen.
In die donsjas bewegen we ons naar de overhang en slaan we schaamteloos de sterren gade. Hop, daar vallen ze meters uit de lucht, meestal met een schreeuw. Met open mond zie ik ze dan weer een poging wagen en hoe dan plakken zij aan de rots? Wat zit er op die vingertoppen? Ik heb een beetje het gevoel alsof ik het stadium van Ajax in ben gesneakt en stiekem een training bijwoon. Vervolgens land zo’n speler, kan ik er gewoon tegen babbelen en denk ik: Wouw, mijn sport is supercool. Mag ik een handtekening?
De weg naar beneden is niet eens vervelend, want de zonsondergang kleurt de lucht roze en de bergen goud.

_DSC0940

De volgende dag geeft precies hetzelfde ritueel, al is mijn lichaam vermoeider maar mijn geest iets sterker. We vinden een route met fatsoenlijke haakafstanden waarin we vrolijk naar beneden donderen. De gezelligheid wordt voortgezet in de eenvoudige sector, de sterren klimmen weer in de overhang, als de zon wegtrekt is het steenkoud en de zonsondergang is wederom adembenemend.
We nemen afscheid van de kleine samenleving omdat onze vingers inmiddels futloos aan onze handen hangen (en onze handen futloos aan onze armen en onze armen futloos aan ons lichaam).

_DSC0927

De laatste dag lopen we een nabijgelegen berg op en zien we Céüse van een afstandje – maar dichtbij. De klimmertjes zijn te klein om van de kolossale rotsen te onderscheiden, maar wij weten precies wat daar gaande is. Vanaf hier lijkt het nog imposanter, Ceüse is werkelijk waar ongelofelijk mooi, een beetje te groot om waar te zijn.
Maar écht, het bestaat.
En je moet er echt een keertje heen.

_DSC0911_DSC0919

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

w

Connecting to %s