Met 50 km/uur naar de Italiaanse kust

Weg hier, weg uit Chamonix, uit de regen en de stilte die eerst zoveel vrijheid gaf maar ons nu zenuwachtig maakt.
Op naar Finale Ligure. De Italiaanse kust en gigantische ijsjes voor maar drie euro. Drie bolletjes van smaak naar keuze plus slagroom plus chocoladesaus plus smartiedip, misschien niet heel Italiaans maar een monsterlijk feest.

_DSC0756

Zondag stappen we in de bus en nemen we de tunnel onder onze Mont Blanc door. Zodra we daglicht zien heeft Marcel opeens een intuïtie. Hij rijdt de scherpe bocht naar links en brengt ons Val Ferret in. ‘Hier ergens moeten de Grandes Jorasses zijn’, zegt hij. We rijden langs gigantische bergen in de avondschemer, een vallei zo heftig als Chamonix maar geen hond die er rondloopt.
De volgende morgen is de natuur van ons, en ook het uitzicht op de andere kant van het Mont Blanc massief. Alsof we in het geheim even mogen koekeloeren wat er zich achter onze lievelingsbergen afspeelt.

_DSC0782

In de namiddag rennen we op ski’s de tegenovergelegen bergen op. Daarna springen we in de bus op weg naar die kust met die ijsjes. We stranden in een heel klein Italiaans dorp en rijden de volgende dag verder, niet over de snelweg omdat we de tol niet willen betalen, waardoor we nog dertig dorpjes meer te zien krijgen. De bergen zijn anders en daarna is de vlakte anders. De taal is vreemd, de jonge vrouwen kleden zich modern zwart en kijken boos door hun bruine ogen met eyeliner boven en onder. Marcel denkt dat iedereen van de maffia is en sluit voor het eerst de bus af als we op jacht gaan naar ijsjes of een pauze op een bankje in de zon.
De volgende morgen zijn we nog steeds op weg, 50 km per uur omdat we nog steeds de snelweg mijden. We slaan linksaf een bergpas in. Chiusa; ons eerste concrete Italiaanse woord dat iets als ‘gesloten’ moet betekenen. We worden gedwongen over een ieniemienie lokale weg de bergen te doorkruisen, iets wat je als buseigenaar liever aan FWD zonder intern huis overlaat. Kom op, kom op! – moedigen we de bus aan. Ik geef klopjes op het venster en Marcel knijpt in het stuur.

_DSC0818

Een paar uur later trappel ik mijn beentjes in het water van de Italiaanse kust. De middellandse zee is helderblauw maar smaakt zout als de Noordzee. Er staat een wind en de golven zijn best hoog, ik word op en neer geduwd en trappel terug naar de kust.
Met natte haren vol zout kopen we later ijsjes in het centrum van Finale Ligure. De palmbomen schieten boven ons uit. De gebouwen zijn lichtroze, lichtgroen, lichtgeel, en de straten van Mei nog relatief rustig. We slenteren over de boulevard. Langs ons zoeven de scooters.
Voor het vallen van de avond zoeken we naar een klimgebied aan de kust, een van de klassiekers van Finale Ligure, waar je klimt in de zon boven de zee en mooie foto’s voor Instagram kan maken. In plaats van het te vinden duik ik een tweede keer in het water. De lucht is nog warm als ik me afdroog aan mijn trui en de zandkorrels tussen mijn tenen uit probeer te wrijven.

_DSC0863

_DSC0837

We besluiten maar het binnenland in te rijden, op zoek naar een klimgebied met een grot die Marcel inspireert. De kleine slingerweggetjes vormen weer een uitdaging voor de bus, maar deze is er inmiddels tegen opgewassen en gromt onaangedaan omhoog. Links en recht torenen plotseling de rotswanden boven de bossen uit. Geeloranje in contrast met felgroene bladerdekens. Een luid orkest van vogeltjes klinkt als Marcel de motor uitschakelt.
Met het laatste daglicht zoeken we naar de grot. Halverwege de klim naar de rotsen worden we tegengehouden door een vijftal dikke steenbokken die midden op het pad aan de boomblaadjes kluiven. Hun lange horens, bijna tot de helft van hun rug, bewegen mee met hun kaakbewegingen. Ze kijken dwars door ons heen. Gedrogeerd, allemaal, of gewoon zielsgelukkig.
We omzeilen ze en bereiken de grot, een lange donkere en glibberige gang omhoog tot een wonderbaarlijke ruimte vol daglicht, tufa’s en klimmers.

_DSC0849

De volgende ochtend hangen we zelf aan de tufa’s en vooral aan hele scherpe rotsrandjes die zich vastbijten in onze handen en afdrukken achterlaten die ’s avonds nog te zien zijn. De dag daarna moeten we ons verbijten bij elke greep die we vastpakken en de laatste dag is het een kwestie van lijden tot we bij het relais zijn.
Ondertussen blijven de vogels fluiten en zigzaggen we door monumenten, kerken en ruïnes, de kleine weggetjes in Finalborgo, klimwinkels zover als het oog reikt, pizza’s en Focaccia en nog steeds die ijsjes die zich elke nieuwe dag overtreffen in smaak en feestelijkheid.

_DSC0869

Het is een droevig feit dat onze Mont Blanc tunnelpas verloopt. Met 100 km per uur zoeven we terug over de snelweg. Het zout zit nog in onze haren, de ijsjes in mijn buik, onze handen zijn nog beurs en onze hoofden gewend aan het prachtige Finale Ligure. Maar als daar de Mont Blanc oprijst, de top een beetje verscholen achter de wolken, dan is thuiskomen zo droevig nog niet.

_DSC0872

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

w

Connecting to %s