Mont Blanc Poging I

Is het echt gebeurt? – vraag ik aan Alex. Waren we er echt?
Ja, zegt hij terwijl hij een gepoleerd wijnglas aan het rek boven de bar hangt.
We waren er echt.

_DSC0423

Twaalf uur eerder. We stonden misschien niet op de top van de Mont Blanc, maar wel tussen de sterren. Midden in onze dromen en nachtmerries. Een plek waar we niet mochten zijn van Mont Blanc zelf en we ons toch trachtten te handhaven. Ergens waar onze collega’s nooit zouden komen, een realiteit totaal afgescheiden van Chamonix, de lange nacht die elk verband tussen de berg en het normale leven heeft verdampt.

_DSC0387

Mont Blanc. Sinds ik in Chamonix woon hebben misschien wel duizend mensen op de top gestaan, maar ik niet. In de zomer noch in de winter, niet op ski’s of op stijgijzers. De Mont Blanc is zo’n berg die voor iedereen in Chamonix wel iets betekend, zoals ze daar als hoogste boven de anderen uitsteekt, die grote witte hoop historie. Een eitje om te beklimmen, zeggen ze.
En toch was ik een beetje nerveus toen ik met Marcel door het liftje naar Plan d’Aiguille werd gebracht. Een romantisch uitje naar de top van de Mont Blanc, bij toeval gevolgd door een groep bevriende Britten waaronder mijn barmaatje Alex. Alles leek eenvoudig, rustig, zoals de zon op ons scheen toen we richting Glacier des Bossons traverseerden. Toch voelde ik iets gigantisch in mijn toekomst. Ik moet met respect aan haar denken – dacht ik. Anders kickt ze ons eraf.

De route naar de hut was eenvoudig. Een spoor dat geleidelijk langs de bergflank aan de noordkant van de vallei liep, nu en dan om wat spleten kronkelde en pas op het einde wat hoogtemeters oppikte. Rond het middaguur lagen Marcel en ik languit op het dak van Grand Mulet. We sliepen, aten, lazen en verdeden onze tijd in een monumentaal decor. De ondergaande zon die speelde met de skisporen van onze voorgangers, mijn goede vrienden lachend in het oranje licht en mijn vriendje naast me, starend naar Mont Blanc.

_DSC0413De normaalroute naar Mont Blanc via Grand Mulet geeft twee mogelijkheden: Of je neemt de afslag over de gletsjer en passeert een aantal actieve seracs of je volgt de momenteel verijsde graat op de Dome. In onze gedachten rezen de seracs als boosaardige giganten boven het pad uit, in de houding om aan te vallen, grommend voor wat verse alpinisten. De ijzige graat leek aantrekkelijker, minder duister en gevaarlijk, maar ongetwijfeld langer. We wisten het niet.

_DSC0559

’s Avonds in bed kreeg ik hoofdpijn. Hoogte. Ik dronk water en probeerde te slapen. Het hele lager probeerde te slapen, gewoel en gezucht domineerde het gesnurk. Mijn ademhaling obsedeerde me. Slaap, Ruby, slaap.
0100, de eerste lichting stond op, nu begon het. Het felle licht van koplampen stuiterende door de kamer, geluid van ritsen en tassen, de deur die open en dicht ging.
Marcel en ik aten stil ons ontbijt, pakten stil onze tas, liepen stil naar onze ski’s en begonnen, nadat iedereen al vertrokken was, aan onze eerste hoogtemeters richting Mont Blanc.
Het was donker, maar niet koud. Nog niet. We maakten de beslissing tussen de seracs of de graat precies waar het pad splitste, ik zei ‘Marcel wat doen we, links of rechts’, we keken rechts en zagen een lange rij lichtjes stilstaan voor de schim van de graat. Linksaf. Op naar de seracs.

_DSC0584

Het pad liep direct steil omhoog en de kickturns putte me genadeloos uit. Ik ben fit, dacht ik steeds, maar elke keer dat ik mijn ski door de lucht zwiepte werd ik vermoeider. Concentreer je, Ruby, zei Marcel als ik mijn ski niet plat genoeg op de sneeuw legde. Dit gaat je uitputten. Ja maar jongen, dacht ik, ik ben in conditie en ik kan dit. Jij was er deze winter niet en ik heb dit hele skirando ondertussen geleerd.
En toch.
Eindelijk vlakte het pad af en kon ik in mijn beklimming komen. Een ritme, zwijgend achter de lichtjes aan. Het donker vormde echter een bedreiging die mijn hele lichaam in beslag nam en de beklimming veranderde in een sinistere, onbegrijpelijke onderneming. Gaan we nu verdwalen? Met zijn allen? De alpinisten voor ons hoopten op en zochten het spoor. Ik vervloekte de beslissing om via de seracs te gaan, want nu zouden we de weg verliezen of terug moeten keren. Maar we vonden het spoor terug en zetten de beklimming voort, zo vlug dat we voorbij de seracs waren voordat ik ze gezien had.

_DSC0629En toen begon het koud te worden. De wind had ons nog niet gevonden maar de hoogte kreeg ons langzaam in haar greep. Ik moest wisselen van handschoenen, twee donzen bokshandschoenen, en voelde mijn tenen veranderen in ijs. En opeens was ik uitgeput. Heel even maar volledig aan gort, wat is dit nu – dacht ik. Ik kan niet meer. Laat me slapen, laat me hier liggen, het is goed zo. Marcel kwam eraan en bracht me terug in de realiteit.
Dat is gek, toch? Daar kon de dood me dus even helemaal niets meer schelen en had ik me liever in de sneeuw gegraven.

_DSC0593Alhoewel ik mezelf herpakte vroeg ik mezelf af wat ik daar in godsnaam aan het doen was. Het was donker en koud en vermoeiend en eindeloos.

Tegen de tijd dat de nacht begon te kleuren zagen we Vallot, het hutje voor de Bossonsgraat. De wind werd eindelijk vrijgelaten en blies me bijna omver, vlagen van brute kracht. De kou kroop langs mijn bezwete rug omhoog maar ik dacht dat het wel goed kwam. Mijn gevoelloze voeten voelde ik niet, ik was in een blinde spurt omhoog. Omdat de laatste stijging voor Vallot volledig verijsd was wisselde Marcel van ski’s naar stijgijzers, maar het kwam niet in me op om hetzelfde te doen. Mijn vingers kon ik niet meer bewegen. En opeens, net zo opeens als daarvoor, was ik wederom uitgeput. Ik kon niets meer. Marcel liep naar me toe en dwong me mijn stijgijzers aan te trekken, en ik reageerde niet door mijn stijgijzers te pakken maar door te zeggen dat het te koud was. Hij klikte mijn rugzak af, haalde mijn stijgijzers eruit en verwisselde ze voor mijn ski’s. In een droom of een nachtmerrie liep ik naar het hutje, waar slechts vier mannen ons voor waren. We bleken in recordtijd omhooggelopen en ik was verloren. Ik rilde zo erg dat ik geen handelingen kon uitvoeren, mijn handen die weg probeerden te vliegen. Marcel haalde mijn schoenen van mijn voeten en probeerde mijn voeten te ontdooien door ze tegen zijn buik te leggen. De hut stroomde langzaam vol en nu en dan vroeg iemand – een gids, een klant, allemaal mannen – of het wel goed ging. Ja, ja, ja, dacht ik, ga weg. Nog steeds kon ik niets behalve het aanschouwen van mijn eigen hulpeloosheid.
Ik ga overgeven, nu, riep ik plotseling uit. Uit alle macht probeerde ik mijn stelsel te controleren terwijl Marcel naar iets opzoek ging dat mijn hoogteziekte kon opvangen. Ik kon het net aan binnenhouden.
Ik ben er zo slecht aan toe, Marcel, zei ik.

_DSC0615 (2)Ondertussen klonk het woeste beuken van de wind tegen Vallot. Er werd gediscussieerd tussen de alpinisten, wel of geen poging wagen, de top van de Mont Blanc in zicht en gevoelsmatig dichtbij. Ik had Marcel al duidelijk gemaakt dat ik met geen mogelijkheid omhoog kon. Ik was verslagen. De wind versloeg iedereen, een vijftal Oostenrijkers deed een poging en kwam direct terug. Een uur later had ik nog steeds mijn voeten niet terug, maar wel een deel van mijn realiteitszin. We bereidde ons voor op de afdaling, wat min of meer betekende dat Marcel al mijn spullen bij elkaar pakte en ik probeerde wat warmte in mijn lijf vast te houden. Myrtille noemde hij me nu. Mijn lippen waren blauw. Kom op, Myrtille, pak je tas. Rits je jas dicht. Zet je helm recht.
Myrtille en Marcel skiede de helling af toen de Britten eraan begonnen. Ik weet het niet, jongens, zei ik tegen de uitgeputte gestaltes die wegens de kou onherkenbaar verstopt in hun kleren omhoog bewogen. Het waait veel te hard en ik ben hoogteziek, misschien gaat de wind liggen en kunnen jullie wel naar de top, zei ik tegen ze. En daarna skiede ik er vandoor.

_DSC0586Ik zag de Mont Blanc toen ik achteromkeek. Een witte bol die van ons werd gescheiden door een sneeuwgraat en een onmenselijke wind. Heel dichtbij en heel aanwezig, een gigant die zich niet liet beklimmen, die ons geen aandacht schonk, zo zorgeloos, zo tijdloos.

De zon scheen inmiddels volle bak op de route die we die nacht hadden gevolgd. Licht, weids, overzichtelijk. Vriendelijk, zo kwam de beklimming plotseling over. Was dit het enge duister van de nacht? Deze stille vallei met haar vrolijke skisporen en de gestage zigzag omhoog?  Waren dit de monsterlijke seracs, met hun klauwen en tanden en vechtlust? Deze bewegingsloze, kunstzinnige en onbegrijpelijk mooie formaties die hier gewoon naast ons staan? Heb ik mezelf hierop uitgeput?
Hoe lager we skieden, hoe meer de nacht in een mythe veranderde. Ik was er nog steeds slecht aan toe, maar dat was het enige dat me in de realiteit van de beklimming deed geloven. Iets had me van al het leven in me beroofd. Dat kon alleen de Mont Blanc zijn geweest.

_DSC0622Nooit weer, concludeerde ik toen we plaatsnamen op de vloer van het liftje. Of in elk geval voorlopig niet.

Die avond kon ik alleen maar grijnzen toen Alex binnenliep om samen onze shift te beginnen. Is het echt gebeurt? Waren we er echt? De Britten hadden eveneens de top niet gehaald, niemand, maar de herinnering drogeerde ons. Vermoeid en gelukkig. Wij kennen een wereld die niemand kent, wij waren zojuist bij de Mont Blanc, hier heeft u uw biertje.
De lijdensweg verdampt zo snel in de intensiteit en diepte van de ervaring dat het me slechts één nacht kostte om die wederom te willen afleggen. Wat bijblijft zijn de bergen en de vrijheid, het kleuren van de horizon, de glimlach van vrienden, het samenzijn met Marcel, het felle licht van de sneeuw en de lange afdaling.
En het verlangen om wél bij de top te komen.

Een tweede poging ligt al in de planning.

_DSC0574

_DSC0445

_DSC0461_DSC0595_DSC0494

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

w

Connecting to %s