Latest Posts

Hier Schrijf Ik…II

Het is zomer en ik ben op vakantie. De buurman heeft me zojuist geleerd hoe ik water kan aftappen van de kleine brandslanginstallatie op de parkeerplaats. Zijn hond, Faija, is bij me op het kleed voor de Caravan gaan zitten. Ze is als een Husky maar dan een vuilnisbakvariant, met een dikke zachte vacht en wolfachtig hoofd, bruine ogen en een groene tennisbal in haar bek. Als ze blaft wil ze dat ik de bal gooi. Dat is niet heel welopgevoed van haar maar daar kan zij niets aan doen.
Ze is prachtig.
Het geluid van vogels en de l’Arve wordt zacht doordrongen van de beats van de buurman. Hij is een echte. Een vrachtwagenbewoner zoals je die veroordeeld in gedachten. ’s Avonds zit hij met bier en sigaretten rond een plastic vat, zijn lach over de parkeerplaats, en hij helpt ons de hele tijd bij het alternatieve bestaan, zegt bonjour bij passeren, stelt ons voor aan zijn vrienden.

De dag is rustig. Chulé zit op het strand in Italië en Marcel in Annecy. Eergister heb ik mijn knie licht verdraaid op de Valleé Blanche waardoor ik gebonden aan het kleed mogelijke verhaallijnen uitpluis. De trailrunners zijn echter al op weg Chamonix te domineren en dit jaar wil ik ze bijhouden, dus ik kan niet lang wachten.

Net op het moment dat ik heb besloten van schrijven mijn beroep te maken crashed mijn computer. Te gierig om geld te besteden aan een virusscanner en te sceptisch om een van het internet te halen en met name te naïef om de vijandigheid van virussen in te zien, zit ik nu met een Internet dat slechts op eigen initiatief opent en een Word dat louter reageert met Reageert Niet. Het ontbreekt me aan het vertrouwen van mijn laptop, maar ik heb pen en papier en zeg tegen alle sceptici dat ik all-in ga. Ik wil schrijver worden en dus schrijf ik, en lees ik, en ik wil alpinist worden en dus alpineer ik.
Wat een toekomstperspectief.

De Caravan en het zomerweer brengen me terug naar de vakanties in mijn jeugd en die zorgeloosheid dringt door tot diep in mijn wezen. Ik zit in een transitiefase die nog op elk front vorm moet krijgen en ik laat het gaan, gedisciplineerd waar mogelijk maar ontspannen wat betreft de wendingen die uit kunnen monden in avontuur en romantiek.
Ik aai de hond en kruip in mijn hoofd, in welke gang dan ook, de zon op mijn rug en een pen in mijn hand.
En daar ontstaan hopelijk de verhalen.

Hier Schrijf Ik Mijn Eerste Roman

Het sneeuwde weer onverwacht het hele dal onder een sprookjesachtig witte laag en daardoorheen liep ik in de richting van Argentière. Mijn contract bij Chambre was zojuist afgesloten met een tafel vol bier en wijn in de hoek van het café, omringt door dronken bazen en blije collega’s die mooie dingen probeerden te zeggen of eigenlijk zeiden. Aan het eind van zo’n seizoen betrap je jezelf plotseling op sympathie, zo gaat dat. Dat waren toch de mensen waarmee je de hel deelde.

Ik liep over de parkeerplaats van Grands Montets tot ik de Caravan in de verte zag opdoemen. Ze leek vreemd vertrouwd, een ding dat sinds een aantal dagen in mijn gedachten bestond maar nu opeens de realiteit van mijn slaapplek, mijn huis, mijn thuis bezat. Onder de sneeuw, een klein lief wagentje waar Chulé en ik de afgelopen drie dagen al onze bezittingen in hebben opgestapeld.
Ik stak de sleutel in het slot en duwde met wat kracht en gekraak de deur open, want dat vraagt een dertig jaar oude caravan. Chulé lag in haar slaapzak onder extra dekens in het donker, links zag ik de contouren van stapels dozen en tassen die we moesten organiseren.
De volgende morgen zagen we vanuit het bed hoe de takken nog gebogen gingen onder sneeuw. Het was zo koud dat we ons gedwongen zagen in bed te blijven tot de kachel haar kracht vond. Na het zorgvuldig uitsorteren en plaatsen van al onze spullen (zijnde: Denk aan twee gewone levens samengeperst in een aantal kleine kasten én winter en zomer alpine materiaal) zaten we aan ons tafeltje, ik met mijn laptop en Chulé met een boek, en af en toe keken we om ons heen en daarna  elkaar grijnzend aan. Een beetje ongeloof, nog steeds, om de wending die onze levens haast autonoom genomen hadden.

We spraken over organisatorische en iets wat lastige dingen als de waterbron, elektriciteit en toiletten, maar ik kon nergens werkelijk de ernst van inzien. Want het enige wat ik dacht is: Hier schrijf ik mijn eerste roman.

De Piano

Elliot speelde onder werktijd een klassiek stuk op de piano in de receptie van het hotel. Ik speel het ook. Mijn oma leerde het mij toen ik nog op de basisschool zat. Ik zei haar keer op keer dat ik naar het conservatorium wilde, maar liet het consequent na te studeren voor onze afspraken.
Haar vingers werden op een gegeven moment zo oud dat ikzelf onder haar begeleiding moest voorspelen wat ik later zou instuderen.

Een aantal jaren later pikte ik het zelf weer op.

We hadden een voorkamer in het huis in Heemstede waar je eigenlijk nooit hoefde te zijn. Er stonden meubelen nog van oma’s en betovergrootoma’s, een groot tapijt hing aan de wand en de platenspeler draaide klassiek of jazz naar gelang het gemoed van mijn vader. Boeken van filosofen en reizigers, boeken van de beste Nederlandse schrijvers of ’s werelds beste schrijvers, boeken. Alles rook er anders en klonk er anders want het kraakte en was oud. Omdat je er alleen maar kwam als je rustig was, werd je rustig door de kamer binnen te treden.

De piano stond ook in die kamer. Mijn vader speelde altijd dezelfde deuntjes en ikzelf eigenlijk ook, waarschijnlijk tot ergernis van de rest van het gezin. Het huis en haar muren waren oud genoeg om geen kamer ons spel te ontzeggen.

Ik ben verandert. Soms kan ik nauwelijks nog het pad terugvinden dat me leidt naar mijn verleden in Heemstede, al moet mijn leven haast nog beginnen.
Ik stond met een schaal warme broodjes in mijn handen te luisteren naar Elliot zijn spel en voelde de liefde van mijn oma en ouders zo sterk dat ik zeker wist waar voor altijd mijn fundament lag. Zij die me hebben grootgebracht.

Na mijn shift nam ik zelf plaats achter de piano en zaten ze allemaal naast me.

Atletiekbaan

Hier in Chamonix bestaat de wereld niet.
We zijn de bubbel der bubbels.

We jagen op vermaak en een gemakkelijk leven. Maar op een charmante manier, met romantische overtuiging, omringt door hele esthetische plaatjes. En we doen het zo intens dat we dat gemakkelijke leven ook gemakkelijk op het spel zetten.
De filosofieën die er mogelijk achter zitten komen terug in pakkende kreten van gesponsorde freeriders of alpinisten in online filmpjes, ‘you have to live now’, ‘we worked for it together and that’s what it’s all about’, ‘be free’, ‘I want to inspire people to go out there and live their passion’, enzovoort. Het is nooit heel veel langer dan twee zinnen, want daarna moet er weer een smal couloir doorgeskied worden.

In Amsterdam werd ik omringt door denkertjes die korte zinnen wantrouwden. We waren allemaal studenten van het één of ander en we lazen boeken en de krant. Er was een wereld en een pad naar de toekomst, een bewuste manier van leven en een gevoel van maatschappelijke verantwoordelijkheid, niet altijd heel expliciet maar doorgaans op de achtergrond.

Ik kan niet zeggen dat niemand in Chamonix een boek leest en – hoe kan ik überhaupt zo’n gek dorp generaliseren. Mijn sociale kring hier is divers genoeg om me te realiseren dat Chamonix veel verschillende mensen aantrekt.
Maar ik merk dat ikzelf meer in het gemakkelijke nu leef dan ooit tevoren en delen van mijn brein lichtjes in slaap zijn gevallen. Ik zoom zelden meer uit. Niets prikkelt me tot denken dat dieper gaat dan hoe ik mijn leven in de bergen wil leiden.

Het is geen verlies voor de wereld, want mijn intellectuele, sociale, wereldreddende output in Amsterdam was net zo nihil als dat het hier is. Het is ook niet zozeer een verlies voor mij, want ik heb gedaan wat ik wilde doen en filosofie (of de buitenwereld, de buiten-bubbel-wereld) kreeg daar geen plaats in. Ik merk alleen dat ik langzaamaan weer nieuwsgierig raak naar wat er zich in het grote geheel afspeelt en ik denk dat, misschien, het grote geheel veel kan betekenen voor mijn bubbel. Iets met creativiteit, betekenis, diepte, magie.

Het zal in ieder geval mijn schrijven geen kwaad doen. Ik heb het gevoel alsof mijn brein inmiddels de vorm heeft van een atletiekbaan waarover ik eindeloos rondjes ren. Het is tijd om uit de bocht te vliegen. Voor ons beider vermaak. (Ik kan ook de metafoor van de bubbel aanhouden, dan glijd ik in rondjes over de binnenwand en is het tijd om uit de bubbel te spatten).

Splats!

Une Boîte

Als je schrijfster wilt worden, dan komt dat niet uit de lucht gevallen. Dan moet je boeken lezen en oefenen met het schrijven zelf en vervolgens actief teksten de wereld inzenden, want niemand leest ze vanaf je computerscherm.
Het vergt tijd.
Als je alpinist wilt worden, dan moet je serieus investeren want je wordt er niet als één wakker. Je wordt misschien wakker met het verlangen in de bergen te zijn, maar niet met de capaciteit om de berg op te rennen of af te skiën.
Als je zowel schrijfster als alpinist wilt worden, kun je geen fatsoenlijke baan aanhouden omdat je al je energie verbruikt aan het klimmen en de tijd om uit te rusten verbruikt aan lezen en schrijven.
Als je geen fatsoenlijke baan aanhoudt, heb je geen fatsoenlijk inkomen.
En zonder fatsoenlijk inkomen moet je leven als een hippie.

Chulé en ik hebben een caravan gekocht voor 500 euro. Vandaag zijn we de hele vallei doorgereden op zoek naar een plek om het ding te vestigen, niet al te illegaal of ver weg van voorzieningen. Het voelt alsof we een eerste huis hebben gekocht, want het hele ding is van ons en we kunnen ermee doen wat we willen. De voormalig eigenaresse is een hippie aan huis die het weer van een andere hippie heeft gekocht en deze laatste hippie noemde het ‘Une Boîte’. Een doos. Een dertig jaar oude doos die bijzonder goed functioneert, met lichten en waterpompen en een bed aan elk uiteinde. Een verborgen Chamoniaanse schat die onder soortgenoten doorgegeven wordt.

Ik was nooit zozeer van plan een hippie te worden maar ze noemen me Miss Woodstock op werk en elke dag lijkt me verder te verwijderen van mijn oude, Heemsteedse levensstandaard. Ik vertoef me in de wereld van kampvuren, tig verschillende nationaliteiten, muziek en sociale gebaren die zover gaan dat ik me af en toe schaam om mijn eigen koude, Hollandse hartje. Ik rook geen joints en stop geen bloemen in mijn haar, maar ik ben ontegenzeggelijk op avontuur in een cultuur die nieuw voor me is. Stap zoveel: De aanschaf van een doos, gedeeld met Chulé, een pup en de tijd om volledig voor die twee dingen te gaan die ik het liefste doe.
Klimmen en schrijven.

Als er ooit geld op het dak van de caravan valt, dan zal ik niet klagen en in één klap miljoenen euro’s verkwanselen aan camelots, lawinepieps en het opknappen van een landhuis met land dat reikt tot over het hele alpenmassief. Tot die tijd echter romantiseer ik mijn hippiebestaan, het mooiste bestaan dat er is, het beste bestaan in de bergen omdat het me de tijd gunt.
Dat is alles wat ik wil.

De Kleine Viking

Camptocamp

Gejat van Camp to Camp

Achterin Glacier d’Argentière ligt een ijslijn die naar Pointe du Domino loopt en al wekenlang springt om beklommen te worden. Le Petit Viking, de Kleine Viking, ijsklimmen in de Alpen. De middag vóór mijn vrije dag komt Marcel naar me toe en zegt: ‘We gaan de Kleine Viking doen, morgen, vroeg’, en ik denk: ‘shit, ik heb nog steeds geen ijsbijlen en geen schroeven en ik werk vanavond dus wat nu’. Gelukkig is het heel stil op mijn werk en kan ik onder werktijd de SnellSports bezoeken, enigszins gestrest omdat ijsbijlen een loterij kosten en ik nog steeds niet weet welke ik wil.
Quarks. Nomics. Quarks. Nomics. Quarks. Nomics.
Bijna in paniek grijp ik twee Nomics van de haak en gooi ze op de toonbank. Gehaast vraag ik om nog een ijsschroef en daarna ren ik naar buiten, in mijn werkblouse terug naar werk.
Mijn baas treft me in de gang en kijkt gefascineerd naar mijn aankoop. ‘You actually going to do something with this? Can I use it to protect myself?’ Hij pakt één van de Nomics en loopt wijdbeens een rondje door de receptie met de bijl over zijn schouder.

Die nacht zit ik op de vloer in de woonkamer, omringt door schroeven en touwen en mijn tas pal voor me in een poging de Nomics erop te sleutelen. Vier uur later gaat mijn wekker en zes uur later sta ik in de rij voor Grands Montets samen met allerlei gevaarlijke alpisten in maximale uitrusting, een zee vol gidsen en een absoluut gebrek aan vrouwen. Ik voel me niet bijster op mijn gemak.

De waardering van de Kleine Viking is TD-, Très Difficile min een beetje. Die waarderingen zijn niet alles, waarschijnlijk is deze TD alleen omdat er ijs door loopt (of, dat zullen we uitvinden). Mijn alpine ijs/sneeuw ervaring reikt hoe dan ook niet veel verder dan AD en de laatste keer dat ik ijs heb geklommen (buiten het avontuur in de grot) was nog voor mijn val, in mijn hoofd jaren geleden.
Maar het is niet eens het gootje dat me stilletjes tegen de ramen van de lift laat leunen. We moeten vanaf de top van Grands Montets naar beneden skiën en ik word weer vergezeld door de onmogelijke ski’s.
Ik kan daar nog steeds niet mee.

In de eerste drie meter ga ik onderuit. Daarna weet ik het pad te volgen, maar alleen met een reeks schietgebedjes in mijn hoofd en alle spieren in mijn benen op spanning. Uitgeput kom ik op de gletsjer aan. ‘I hate skiing, Marcel’. Ik ben zo moe van het buiten controle zijn dat het hele medium me tegen is gaan staan.

photo 5 (8)We skiën op de wandelstands naar het begin van de ijslijn, twintig meter voor de randspleet. Gegeven dat het skiën naar boven op steil terrein nog steeds net zo’n uitdaging is als het naar beneden gaan, zet ik mezelf neer in de sneeuw om bij te komen en laat ik Marcel op zoek gaan naar een weg over de randspleet. Vervolgens leidt hij de twee lengtes over steile sneeuw en vraag ik me stilletjes af of ik überhaupt wil en zal voorklimmen.
De zon bereikt mijn standplaats terwijl ik zie hoe Marcel zich stapje voor stapje naar boven werkt. Het is een gek moment, realiseer ik me later: Ik voel me als bij verassing voor het eerst weer comfortabel in de bergen sinds mijn val, voor het eerst écht zoals het vroeger was, geen knagend, stil, stiekem wantrouwen meer, alleen de sensatie van het op avontuur zijn. Marcel daarentegen wordt verrast door het kleine trauma van zijn laatste alpine tocht waarin hij iemand uit zijn beoogde route zag vallen, moest constateren dat diegene dood was en vervolgens de helikopter belde om de dode van de gletsjer te halen.

Ijs.
Marcel vraagt me of ik de eerste lengte wil voorklimmen en daar ga ik, niet zeker van wat me te wachten staat.
De Nomics en ik.
Na een paar meter realiseer ik me dat ik het kan. Ik kan ijsklimmen. Ik vertrouw mijn bijlen en mijn stijgijzers en overzie de passen die ik moet maken. Het klimmen laat me verdwijnen, symbiose, ik, berg. Ik spreek onbewust Nederlands tegen Marcel omdat ik zo erg in mijn eigen wereld zit.
Om en om klimmen we de eerste paar lengtes. We gaan goed.

Maar er is een probleem.

photo 3 (21)

Mijn twee aapjes

Er komt shit uit de lucht (excuus voor de uitdrukking maar geen woord komt dichterbij). Naarmate we langer in de route zitten worden we meer en meer belaagd door ijs dat door de zon in het couloir gesmeten wordt. Eerst zijn het kleine ijsbrokjes, maar daarna hoor ik dingen langs suizen die alleen zulk geluid maken als ze groot zijn. Links en rechts zien we sneeuwmanifestaties instorten en boven ons rust een hoeveelheid witijzige dingen op de rotsen die we liever niet op onze hoofden hebben. Juist omdat het klimmen soepel loopt is het een lastige beslissing om terug te keren. De zon schijnt, de wereld is stil, vredig en van ons zolang er niets om onze oren vliegt.
Maar we keren terug.

Mijn rust wordt bruut verstoord door de rappels die me nog steeds tot op het bot angst inboezemen. Eerder in de route brak één van de pitons uit de standplaats en zoiets laat me niet los. Marcel kent mijn verhaal en laat me mijn tijd nemen, niet te veel omdat de zon inmiddels oorlog met ons voert en er nauwelijks meer een moment is dat er niets uit de hemel komt gevlogen. We maken Abalakovs (een touwtje door het ijs, een truc om rappels te maken zonder ijsboren achter te laten) en worden onderwijl belaagd door een kleine lawine die ons dicht tegen de wand laat hopen dat het snel overgaat.

Zelfs op de sneeuwhelling worden we bekogeld. Skies aan en venga, weg hier.

photo 2 (28)

Marcel met de twee tassen

Snel weggaan op ski’s is natuurlijk geen optie want we hebben het over mij op ski’s en de moeilijkste sneeuw die er is, diep met harde toplaag en het hele skisysteem functioneert niet meer. De steile helling kom ik nog redelijk af, maar de gletsjer zelf is Sodom en Gomorra. Ik kan simpelweg niet overeind blijven. De tas is zo zwaar dat het tegengewicht op mijn rug te groot is om op te staan nadat ik gevallen ben en ik neem de tijd van dagen om de vlakke gletsjer over te bewegen. De zon trekt zich terug, Marcel krijgt het koud, ik frustreer me maar realiseer me tegelijkertijd dat als dít het grootste probleem binnen mijn leven is (klungelen in een omgeving zo stil en mooi dat ik er met woorden niet bij kan), dan is het goed.

Marcel neemt mijn tas over zodat ik in ieder geval op kan staan nadat ik val. Dat is erg heftig om te accepteren als semi-alpine-feminist, maar het gevecht is te groot, ik verlies. Ik doe een dansje zodra we de pistes bereiken.

Piste skiën kan ik wél. Het is goed om de dag te eindigen met iets succesvols.

photo 1 (31)

Het huis is afgeladen met huisgenoten en vrienden als we na negenen binnen komen zetten. Er is soep en wijn en taart. De sportievelingen horen ons uit en buigen zich over mijn nieuwe Nomics. Ik laat de drukte even over mij heenkomen en stort in, te moe voor interactie, voor eten, voor wakker blijven. Ik neem de Nomics mee naar beneden, want daar moet je mee knuffelen voor het slapen gaan, en val in slaap ondanks het rumoer boven in het chalet.

De Kleine Viking is niet beklommen. De winst ligt ergens anders; bij het feit dat zulke routes binnen de mogelijkheden liggen als de omstandigheden het toelaten. Bij het feit dat ik terug ben, na mijn val, ik ben terug in de bergen en nu weet ik pas zeker dat het goed komt.
We realiseerden ons op voorhand niet dat het in april al zó warm kon zijn dat de zon je actief uit de route kickt en ik denk dat we die fout niet meer maken. Wat betreft het skiën: de weg die ik nog moet afleggen is héél, héél erg lang.
Maar ik leer het alleen door het te doen.
Dus, op naar een volgende Kleine Viking.

De Winterlente

Het weer doet rare dingen, soms regent het, soms sneeuwt het, soms is het bloedheet en lopen ze rond in shorts op slippers.
Er zijn er chagrijnig want het seizoen is voorbij, iedereen vertrekt richting huis en de zomer voelt heel ver weg. Wij, de overblijfselen, en de tijd vertraagd. De pistes zien er niet uit, alsof de ratten er ’s nachts aan vreten en het enige wat iedereen zegt is dat het skiën nergens meer over gaat. Chamonix is volledig sneeuwvrij en in Le Tour zie je af en toe nog een hoopje vergane glorie naast de opritten. De weerberichten voorspellen een Afrikaans klimaat in het hooggebergte en ik ben nieuwsgierig naar de uitwerking daarvan.

Gek genoeg ben ik meer aan het skiën dan ooit tevoren omdat er een aantal meters hoger nog best veel sneeuw ligt. Zoveel zelfs dat ik gigantisch faal in het skiën op de ski’s die me tegenwoordig vergezellen, licht en klein en onhandelbaar. Het toeren brengt me op hoogte van dikke lagen half verse wat-moge-het-ook-wezen sneeuw en ik zeg je met volle overtuiging dat ik ski alsof ik nooit eerder op ski’s gestaan heb, wat misschien vier maanden geleden waar was maar inmiddels een beetje pijn doet.

photo 3 (20)

Drie dagen geleden maakten we vanuit huis een toer over Col des Grands en eindigden we in Zwitserland. Ik leed omhoog en nog meer naar beneden. Een bijdehante voorbij skiënde Fransman zei me  ‘il faut pas tomber en montagne’ terwijl ik op mijn verzuurde benen overeind probeerde te blijven. Hij had een punt in die zin dat het lawinegevaarlijk was waar ik mijn strijd voerde en ook Marcel wachtte ongeduldig op de controle in mijn lijf, wij allemaal, en het ‘het is moeilijke sneeuw en jou ski’s maken het nog moeilijker’ weergalmde slechts zachtjes tussen alle duizend vallen die ik maakte.

Troost kwam echter van de vallei waar we in uitkwamen. De lente en winter
maakten samen een sprookje van witte sneeuw en lichtgroene natuur waar we in zigzag langs de bomen doorheen skiede.

De verandering in de buitenwereld geeft elke dag iets onbepaalds en avontuurlijks. De pistes staan op het punt van sluiten en tegelijkertijd verliezen klimroutes de sneeuw die hen onmogelijk maakte. Laatst verveelden we ons op het werk tot de regenboog totaal onverwacht tussen het massief aan de overkant verscheen. Geen druppel regen was er.
De bergen nodigen uit en stoten af tegelijkertijd.  Het gemoed slingert heen en weer van mistroostige regenbuien naar de belofte van vogeltjes en lange dagen.

Wij bepalen niet, de buitenwereld bepaald.

photo 1 (29)

Drie Dagen Vrij

De laatste après-ski is geweest, we waren allemaal verkleed als een dier en ik koos als een papagaai mijn laatste hardcore horecasessie door te gaan. De schmink lag in een dikke laag op mijn gezicht, glinsterend van de hitte, tot ik het met veel moeite s’nachts van mijn gezicht veegde.
Mijn baas verwachtte een hoop calamiteiten omdat vorige jaren de tent was afgebroken onder het ‘en nu doen we het goed’ devies van dronken Zweden, maar iedereen gedroeg zich en de hel van een avond werd een lieve hel, een laatste hel met de tragiek van het einde.

IMG_2533De avonden daarna werd het nieuwe a la carte menu geïntroduceerd en stonden er opeens servetten en dinerkaarsen op de tafels waar eerst half ontblote mannen bier naar elkaar gooiden. Voor zowel mij als Chamonix was de overgang zo abrupt dat de avonden traag en stilletjes passeerden.
Sindsdien ben ik vrij, als een kleine vakantie voor het echte einde. Drie dagen om de bergen in te trekken, een nieuw huis te regelen, op jacht te gaan naar een puppie en mijn leven opnieuw uit te vogelen.

Gisteren klom ik met de twee Catelanen op ski’s over de pistes van Grands Montets naar Glacier d’Argentière. De hellingen waren zo ijzig en stijl dat wegslippen zou uitdraaien op een rechtstreeks parcours naar de brasserie onderaan het dorp. Maar, zei Marcel, als je dit beheerst dan hoef je je over de rest geen zorgen te maken.
De tocht over de gletsjer toonde me alle bergen die ik zelfs na een jaar Chamonix nooit van dichtbij had gezien. Aiguille Verte, Les Droites, Les Courtes. In het topje van de Noordwand van Les Courtes zagen we drie skiërtjes naar beneden gaan en voor diegene die niet bekend zijn met die berg: Dat is vrij heftig. Dat is Chamonix.
We keerden eerder terug omdat ik blaren had op elk stukje voet dat lichtjes uitstak en Adria naar zijn werk moest. Halverwege de terugtocht (die terugtochten en beslist ook de weg omhoog zijn nog gigantisch uitdagend voor mij maar ik heb even genoeg van het uitdiepen van mijn eigen onkunde) realiseerden we ons dat we ernstig gestraft waren voor het vergeten van de zonnebrand. Sindsdien dragen we alle drie een brandend masker dat bij mij, als niet Spanjaard, zelfs tot mijn nek reikt.

Diezelfde dag hadden twee chaletgenootjes een kijk in een potentieel nieuw huis in Montroc genomen en dat beviel ze zo goed dat ze bijna voor mij en Adria het contract al hadden getekend. Eind April worden alle tien vagebonden het chalet uitgekickt en omdat Millan nog een tweede operatie aan zijn knie moet ondergaan kunnen we ons geen tijdelijk zwerven door Chamonix permitteren. Daarbij, Chule en ik hebben heb plan opgevat een puppie te nemen, maar die komt er alleen als het huis er is.

Een puppie.
Een kleine hond.
We nemen een monster in huis.
In principe voeden Chulé en ik het samen op, maar hoogst waarschijnlijk neemt Chulé het op een zeker moment mee naar Argentinië. Dat geeft mij een mogelijkheid om te experimenteren met de verantwoordelijkheid over een hond en haar dat beest dat ze altijd gewild heeft. En als het beest vertrekt, dan neem ik mijn eigen.

IMG_3710

Vandaag wandelde ik mijn oude hardlooproute omhoog naar de grotten in de Mer de Glace om daar ijs te klimmen met een segment huisgenootjes dat er zojuist de nacht had doorgebracht. De Mer de Glace is op zichzelf al een gigantische toeristische trekpleister, met een historisch treintje dat dagelijks heen en weer langs het begin van de gletsjertong tuft, maar schijnbaar was het nodig om ook nog eens een museum in het ijs te hakken. Naast de museumgrot ligt een tweede grot en onbemand als ze is maken wij alpinisten er een oefenterrein voor ijsklimmen van.
Gletsjerijs is superblauw, doorzichtig en keihard. We hadden touwen en gordels mee maar alleen traverseren langs de wanden was al genoeg om de onderarmen te laten verzuren.
Het begon te regenen buiten de grot, precies om twaalf uur, en tijdens de afdaling kropen we onder een kleine stortvloed door. Zeiknat zaten we in de bibliotheek van het ENSA op zoek naar een avontuur op ski’s voor de volgende morgen. Fresh powder, fresh powder, hoorde ik zo’n twintig maal om me heen. En lawinegevaar. En wat nog meer.

Morgen vul ik zodoende mijn laatste vrije dag op met een skitocht die dwars over allerlei gletsjers gaat, mits de lawines ons niet op voorhand al onderuit schoppen.
Al mijn vrije dagen zullen op deze wijze opgaan aan avontuur in de bergen. Na april zal ik eerste instantie niet werken om precies zó mijn leven te leiden: Van de ene tour naar de andere.
En dan schrijven, een boek, want daar heb ik tijd voor. Het opvoeden van de pup. We hebben een muzikaal gezelschap dat met een beetje discipline tot een band omgetoverd kan worden. Chamonix poging 3: Vrije tijd en een leven zoals ik het zou uittekenen op voorhand.
Ik moet het een keer proberen.

IMG_3809

IMG_3700

IMG_3647

IMG_3732

IMG_3633

Ik kom uit Amsterdam

Ik mis Amsterdam de laatste paar dagen. Zonder directe aanleiding flitsen beelden van de stad door mijn hoofd, die spontaan de deur naar mijn herinnering open zetten. Ik denk aan Oost, waar ik woonde, de straten die ik doorfietste, de lijnen van de tram. Op het pontje door het Ij, avond aan avond, naar Monk, naar de universiteit langs de grachten, Amsterdamse kinderen en vrouwen en mannen op de stoep of in parken of cafés.
Ik kan nog steeds op de fiets stappen en door elke straat fietsen, ik kan het doen in mijn gedachten en dan ben ik er nagenoeg. Het zit allemaal in mijn hoofd.

Het gekste is dat ik iedereen fysiek dichtbij had, eens, die nu in woorden tussen kaders van Facebook of WhatsApp bestaan of net als de straten van Amsterdam in mijn hoofd, dat het mogelijk was om naar ze toe te fietsen.

De wisseling van seizoen ligt ten grondslag aan mijn verlangen om even terug te zijn in mijn oude leven. Ik weet het zeker. Want nu ligt de wereld weer als een keuze voor me; alles hier is op zijn beloop en mensen vertrekken naar huis. Amsterdam doet zich echter niet voor als een optie, het doet zich voor als een herinnering. Een bezoek aan Amsterdam is een uitje naar het museum.
Wat ik zou willen is terug in de tijd gaan en een dag in mijn oude leven doorbrengen, zonder hoe-gaat-het-nu gesprekken, zonder het grote weggaan op de achtergrond, midden in de vanzelfsprekendheid van ontmoetingen met mijn vrienden en avonden in de klimhal. Dat zou ik willen.

Je hoort hier dagelijks de vraag: Waar kom je vandaan?
Ik kom uit Amsterdam, zeg ik dan.
Het Amsterdam van mijn herinneringen.

Eerste skitocht ooit

Het begint bij een ontmoeting in de bus.
(De bus is fantastisch in deze vallei, ’s avonds leeft de bus van huisgenoten, grappende buschauffeurs, de aangeschoten onderlaag van de Chamoniaanse samenleving – een verhaal op wielen)
Mijn huisgenootje raakt in gesprek met een Catelaan en na twee weken is de Catelaan vaste gast in huis. Hij neemt iedereen mee in de bergen, gaat drytoolen met de allerluiste trawanten en speelt ’s avonds gepassioneerd accordeon op de rode bank in de woonkamer.
Marcel. Ik zeg hem bijna elke avond hier dat ik ook met hem de bergen in wil, maar mijn tijd lijkt daarvoor op de vlucht, zich te verschuilen achter werk en verplichtte cocktailavonden, en dus stap ik naar mijn manager en zeg ik: Ik wil twee dagen vrij op een rij want ik ga een alpine toer maken met Marcel.
Dinsdag en woensdag krijg ik van hem.
Ik word weer vaste gast van Meteo Chamonix en bereid me voor op Courloir Copt aan het Trient Plateau, een ski-randonnee-geinigheftig-avontuur dat begint in mijn achtertuin en hopelijk ook eindigt in mijn achtertuin.

Marcel heeft al zijn spullen klaar in een woonbusje op de parkeerplaats van Le Tour. Ik moet langs elke uithoek van het huis, vind het gros bedolven onder ski’s en BMXfietsjes en wordt er gelijk aan herinnert dat de poot van mijn zonnebril kapot is en mijn Goretex zowel kapot als kwijt door Spanje zwerft en mijn binnenhandschoentjes ergens zwerven maar ik weet niet waar en mijn stijgijzers uitgeleend zijn aan iemand..
En ik mijn ijsbijlen nooit gekocht heb en skistokken ook niet en lawinepiep ook niet.

Dinsdag is het weer slecht en woensdag semislecht. Ondanks de onzekerheid of het avontuur doorgaat sta ik dinsdagmiddag voor de spiegel in de winkel van Patagonia, met mijn armen gestrekt in de lucht om te zien of mijn Goretex prooi groot genoeg is. Ik sprint weg uit de winkel, de schim van een absurd bedrag nog bij de toonbank, en voel me thuis tussen de rijke stinkerts als ik met mijn nieuwe aankoop over de hoofdstraat naar de bus loop. (Ik heb gekozen voor een zwarte jas, dat werd uiteindelijk de grootste twijfel, ik word bijna blind van alle felle kleuren in Chamonix en voel me een ware recalcitrant. Aardekleuren is het nieuwe toverbal, ik zeg je).

Met de ijsbijlen van Roeland en de zonnebril van mijn huisgenootje en de ski’s van Marcel en de skischoenen (illegaal geleend) van het werk van Adria en de Goretex van mij (!!) sta ik op woensdagmorgen onderaan Glacier de Tour, of waar misschien ooit Glacier de Tour was maar nu de groene piste langs wat bomen en beschaving loopt. Het is warm en grijs, windstil in de vallei. Tweeduizend meter hoger ligt het einde van het beoogde couloir en ik bereid me mentaal voor op uitputting.

Ski Randonnee. Lopen met ski’s aan je voeten en skiën op hele kleine skietjes die in niets lijken op de monsters waarmee ik normaal over de piste ga.
Ik volg het spoor van Marcel en kruip in de rol van volslagen debutant. Het lukt me niet eens de ski’s in te klippen na een steil stuk te voet. We glijden in zigzag naar boven en ik moet me blijven concentreren op mijn bewegingen, de bochten gaan alles behalve vanzelf, ik glijd achteruit of zijwaarts als Marcel stoïcijns naar boven gaat en voel me uit balans en buiten mijn comfortzone. Het is steil en ijzig op sommige stukken en de afdaling spookt meer en meer door mijn hoofd. Hoe in naam van alles dat los en vast zit ga ik dit skiën?
Onze tassen zijn zwaar en ik put mezelf uit, blaren op mijn hielen, gedachten in mijn hoofd.
Vlak voor het begin van de gletsjer weet de wind ons te vinden. In een gladde bocht zet ik mijn ski’s zover uit elkaar dat ik geen van beide meer kan bewegen en moet constateren dat ik mezelf heb vastgezet in een achterwaartse pizzapunt waar ik niet uit kan zonder me in te graven en mijn ski’s uit te klikken.
We besluiten terug te keren op nog geen 900 meter boven ons beginpunt.

Voor tien minuten laten we de wind door ons heen waaien en onszelf om ons heen staren. Marcel ziet zijn busje en ik mijn chalet. Zwarte puntjes bewegen gedisciplineerd langs een lijntje tot ze in alle richtingen naar beneden skiën.

photo 3 (18)De afdaling.

De sneeuw is diep en heel anders dan toen ik oefende op de kleine ski’s. De backpack rust als een blok beton op mijn rug terwijl ik geen idee heb hoe de bochten functioneren met het gebrek aan gewicht aan mijn voeten. Ik sta weer eens klassiek boven aan de helling, mezelf smekend om wat lef voor de eerste bocht.
Mijn intuïtie zwijgt, mijn ervaring is absent (de naargeestige truc van het skiproces, keer op keer, stort jezelf maar in de diepte dan zie je wel wat je lichaam doet), ik sta hier voor het eerst en al die 900 meter staren me aan. Wat, Ruby, wat wil je nou eigenlijk. Ik weet overeind te blijven maar heb geen idee wat ik doe.
Marcel moedigt me aan. Tu peux tomber, aller.
Uiteindelijk blijk ik toch te kunnen skiën. Het is één grote balansact en geen vezel in mijn lijf weet zich te ontspannen, maar zelfs de stukken die me omhoog angst inboezemde ski ik naar beneden. Ze lijken bijna minder steil, alsof de berg me een beetje tegemoet wil komen.

We skiën naar huis tot in de tuin met de ingestorte iglo’s en de pootafdrukken van de huishond. Ik ben twintig tegengestelde emoties als ik de ski’s tegen de buitenwand zet en met een zeiknatte broek de woonkamer inloop. Ja, het was cool, het was ongelofelijk, maar het was zwaar en de weg die ik nog moet afleggen is zo lang als een rondje wereld. En ja, dat is leuk, dat is een proces, maar oeff, ik had ook graag gewoon de bergen in willen trekken. Zo werkt het niet. Ski randonnee moet je leren en ik sta aan het begin.

Het eindigt met een uitstapje naar Gailland met Marcel en de hond die elke bushalte naar buiten stapt en in vier talen teruggeroepen wordt. De zon komt door en het klimgebied oogt als van de zomer, met half ontblootte Zweedse seizoenarbeiders en gezinnetjes onderaan de rotsen. De hond raken we kwijt en vinden we terug in een groep van Spaanse klimhippies. Wij pogen wat routes maar komen niet echt van de grond, graven ons in tussen de stenen en sfeer van de zon, onder de bergen, onder wat we zijn, wat we doen. De belofte van de zomer steekt af tegen het winterse avontuur van deze ochtend, mijn Goretex ligt doelloos naast de touwen, en ik heb moeite met het volgen van mijn leven, maar het is ok. Het is goed.
We zien wel wat er komen gaat.

photo 1 (27)