De Kleine Viking

Camptocamp
Gejat van Camp to Camp

Achterin Glacier d’Argentière ligt een ijslijn die naar Pointe du Domino loopt en al wekenlang springt om beklommen te worden. Le Petit Viking, de Kleine Viking, ijsklimmen in de Alpen. De middag vóór mijn vrije dag komt Marcel naar me toe en zegt: ‘We gaan de Kleine Viking doen, morgen, vroeg’, en ik denk: ‘shit, ik heb nog steeds geen ijsbijlen en geen schroeven en ik werk vanavond dus wat nu’. Gelukkig is het heel stil op mijn werk en kan ik onder werktijd de SnellSports bezoeken, enigszins gestrest omdat ijsbijlen een loterij kosten en ik nog steeds niet weet welke ik wil.
Quarks. Nomics. Quarks. Nomics. Quarks. Nomics.
Bijna in paniek grijp ik twee Nomics van de haak en gooi ze op de toonbank. Gehaast vraag ik om nog een ijsschroef en daarna ren ik naar buiten, in mijn werkblouse terug naar werk.
Mijn baas treft me in de gang en kijkt gefascineerd naar mijn aankoop. ‘You actually going to do something with this? Can I use it to protect myself?’ Hij pakt één van de Nomics en loopt wijdbeens een rondje door de receptie met de bijl over zijn schouder.

Die nacht zit ik op de vloer in de woonkamer, omringt door schroeven en touwen en mijn tas pal voor me in een poging de Nomics erop te sleutelen. Vier uur later gaat mijn wekker en zes uur later sta ik in de rij voor Grands Montets samen met allerlei gevaarlijke alpisten in maximale uitrusting, een zee vol gidsen en een absoluut gebrek aan vrouwen. Ik voel me niet bijster op mijn gemak.

De waardering van de Kleine Viking is TD-, Très Difficile min een beetje. Die waarderingen zijn niet alles, waarschijnlijk is deze TD alleen omdat er ijs door loopt (of, dat zullen we uitvinden). Mijn alpine ijs/sneeuw ervaring reikt hoe dan ook niet veel verder dan AD en de laatste keer dat ik ijs heb geklommen (buiten het avontuur in de grot) was nog voor mijn val, in mijn hoofd jaren geleden.
Maar het is niet eens het gootje dat me stilletjes tegen de ramen van de lift laat leunen. We moeten vanaf de top van Grands Montets naar beneden skiën en ik word weer vergezeld door de onmogelijke ski’s.
Ik kan daar nog steeds niet mee.

In de eerste drie meter ga ik onderuit. Daarna weet ik het pad te volgen, maar alleen met een reeks schietgebedjes in mijn hoofd en alle spieren in mijn benen op spanning. Uitgeput kom ik op de gletsjer aan. ‘I hate skiing, Marcel’. Ik ben zo moe van het buiten controle zijn dat het hele medium me tegen is gaan staan.

photo 5 (8)We skiën op de wandelstands naar het begin van de ijslijn, twintig meter voor de randspleet. Gegeven dat het skiën naar boven op steil terrein nog steeds net zo’n uitdaging is als het naar beneden gaan, zet ik mezelf neer in de sneeuw om bij te komen en laat ik Marcel op zoek gaan naar een weg over de randspleet. Vervolgens leidt hij de twee lengtes over steile sneeuw en vraag ik me stilletjes af of ik überhaupt wil en zal voorklimmen.
De zon bereikt mijn standplaats terwijl ik zie hoe Marcel zich stapje voor stapje naar boven werkt. Het is een gek moment, realiseer ik me later: Ik voel me als bij verassing voor het eerst weer comfortabel in de bergen sinds mijn val, voor het eerst écht zoals het vroeger was, geen knagend, stil, stiekem wantrouwen meer, alleen de sensatie van het op avontuur zijn. Marcel daarentegen wordt verrast door het kleine trauma van zijn laatste alpine tocht waarin hij iemand uit zijn beoogde route zag vallen, moest constateren dat diegene dood was en vervolgens de helikopter belde om de dode van de gletsjer te halen.

Ijs.
Marcel vraagt me of ik de eerste lengte wil voorklimmen en daar ga ik, niet zeker van wat me te wachten staat.
De Nomics en ik.
Na een paar meter realiseer ik me dat ik het kan. Ik kan ijsklimmen. Ik vertrouw mijn bijlen en mijn stijgijzers en overzie de passen die ik moet maken. Het klimmen laat me verdwijnen, symbiose, ik, berg. Ik spreek onbewust Nederlands tegen Marcel omdat ik zo erg in mijn eigen wereld zit.
Om en om klimmen we de eerste paar lengtes. We gaan goed.

Maar er is een probleem.

photo 3 (21)
Mijn twee aapjes

Er komt shit uit de lucht (excuus voor de uitdrukking maar geen woord komt dichterbij). Naarmate we langer in de route zitten worden we meer en meer belaagd door ijs dat door de zon in het couloir gesmeten wordt. Eerst zijn het kleine ijsbrokjes, maar daarna hoor ik dingen langs suizen die alleen zulk geluid maken als ze groot zijn. Links en rechts zien we sneeuwmanifestaties instorten en boven ons rust een hoeveelheid witijzige dingen op de rotsen die we liever niet op onze hoofden hebben. Juist omdat het klimmen soepel loopt is het een lastige beslissing om terug te keren. De zon schijnt, de wereld is stil, vredig en van ons zolang er niets om onze oren vliegt.
Maar we keren terug.

Mijn rust wordt bruut verstoord door de rappels die me nog steeds tot op het bot angst inboezemen. Eerder in de route brak één van de pitons uit de standplaats en zoiets laat me niet los. Marcel kent mijn verhaal en laat me mijn tijd nemen, niet te veel omdat de zon inmiddels oorlog met ons voert en er nauwelijks meer een moment is dat er niets uit de hemel komt gevlogen. We maken Abalakovs (een touwtje door het ijs, een truc om rappels te maken zonder ijsboren achter te laten) en worden onderwijl belaagd door een kleine lawine die ons dicht tegen de wand laat hopen dat het snel overgaat.

Zelfs op de sneeuwhelling worden we bekogeld. Skies aan en venga, weg hier.

photo 2 (28)
Marcel met de twee tassen

Snel weggaan op ski’s is natuurlijk geen optie want we hebben het over mij op ski’s en de moeilijkste sneeuw die er is, diep met harde toplaag en het hele skisysteem functioneert niet meer. De steile helling kom ik nog redelijk af, maar de gletsjer zelf is Sodom en Gomorra. Ik kan simpelweg niet overeind blijven. De tas is zo zwaar dat het tegengewicht op mijn rug te groot is om op te staan nadat ik gevallen ben en ik neem de tijd van dagen om de vlakke gletsjer over te bewegen. De zon trekt zich terug, Marcel krijgt het koud, ik frustreer me maar realiseer me tegelijkertijd dat als dít het grootste probleem binnen mijn leven is (klungelen in een omgeving zo stil en mooi dat ik er met woorden niet bij kan), dan is het goed.

Marcel neemt mijn tas over zodat ik in ieder geval op kan staan nadat ik val. Dat is erg heftig om te accepteren als semi-alpine-feminist, maar het gevecht is te groot, ik verlies. Ik doe een dansje zodra we de pistes bereiken.

Piste skiën kan ik wél. Het is goed om de dag te eindigen met iets succesvols.

photo 1 (31)

Het huis is afgeladen met huisgenoten en vrienden als we na negenen binnen komen zetten. Er is soep en wijn en taart. De sportievelingen horen ons uit en buigen zich over mijn nieuwe Nomics. Ik laat de drukte even over mij heenkomen en stort in, te moe voor interactie, voor eten, voor wakker blijven. Ik neem de Nomics mee naar beneden, want daar moet je mee knuffelen voor het slapen gaan, en val in slaap ondanks het rumoer boven in het chalet.

De Kleine Viking is niet beklommen. De winst ligt ergens anders; bij het feit dat zulke routes binnen de mogelijkheden liggen als de omstandigheden het toelaten. Bij het feit dat ik terug ben, na mijn val, ik ben terug in de bergen en nu weet ik pas zeker dat het goed komt.
We realiseerden ons op voorhand niet dat het in april al zó warm kon zijn dat de zon je actief uit de route kickt en ik denk dat we die fout niet meer maken. Wat betreft het skiën: de weg die ik nog moet afleggen is héél, héél erg lang.
Maar ik leer het alleen door het te doen.
Dus, op naar een volgende Kleine Viking.

One Comment

  1. Super cool om te horen dat je klimt. Zoek het avontuur op.
    Succes

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

w

Connecting to %s