Latest Posts

Noorderwind

Is het tijd om de hort op te gaan?

Dat vraag ik me de laatste tijd veel af.
Mijn intuïtie stuurt me weg uit Chamonix. Zoek de romantiek op Ruby!
Mijn ratio zegt: Ja maar, het leven is lang en je moet investeren. Heb je genoeg geïnvesteerd in Chamonix? Heb je het werkelijk een kans gegeven – de bergen, het alpinisme, de ontegenzeggelijke alles-of-niets cultuur?

Ik voel me de vrouw met de rode mantel uit de film Chocolat, met het dochtertje en diens imaginaire Kangaroo Pantouffle. Eens in de zoveel tijd wordt moeder aangesproken door de noorderwind die haar vraagt om de hort op te gaan, op zoek naar nieuwe werelden, andere verhalen. De moraal in de film is een beetje dat je soms ondanks de noorderwind gewoon moet blijven en wortelen (met name als Johnny Depp bereid is met je mee te wortelen).

Ik denk veel aan Briançon (Des Écrins, het vooraf ingebeelde einddoel van de hele gang naar Frankrijk). Moet ik nu blijven wortelen in Chamonix of de hort op gaan? Soms weet ik zeker dat ik oktober verhuis, soms zie ik mezelf toch weer het winterseizoen van Chamonix induiken.

Ik heb een ingewikkelde bundel aan dromen die zich elk idealiter op een andere plek zouden afspelen.
Ze sturen me de stad in en het hooggebergte op hetzelfde moment.
Ik heb veel meer rust nodig dan ik Chamonix zou kunnen krijgen en erger me tegelijkertijd aan het gebrek aan cultuur van dat kleine stadje waar bergen, sporters en anonieme alcoholisten domineren.

In feite is het nooit goed en is er altijd een groot compromis.
Tegelijkertijd is het altijd goed want uiteindelijk is er overal een weg te vinden.

Een deel van het keuzeproces speelt zich gek genoeg af in de klimhal van Les Houches. Ik ga er te vaak heen om geen abonnement te nemen (14 euro per keer) maar twijfel te veel om me voor een jaar vast te leggen.
Veel meer nog ervaar ik de noodzaak van het kiezen in de plastic routes die ik keer op keer instap. In Les Houches klim je alles en tête, dus ook geniepige mini-tree 7a+ projectjes op vlakke wanden. Het dwingt me om eindelijk consequent de gewoonte van het voorklimmen aan te nemen (na vier jaar sportklimmen, ongelofelijk). Ik sta elke afzonderlijke route voor een keuze; ik kies à la Ilgner in La Voie des guerriers du rocher en vanaf dat moment ben ik ongenadig toegewijd en sluit ik mijn angsten en gedachten buiten. Vanaf dat moment is de route en mijn eigen leerproces alles wat er is.
Choisir, heet het hoofdstuk waarin Ilgner ons de keuze voorlegt.  

Het is niet alleen de progressie die ik boek in Les Houches waardoor Chamonix me langzaam weer gunstiger stemt. Het is met name het idee dat ik mezelf train op de onverbiddelijke keuze en deze noodzaak ook begin te herkennen in de grote schaal van mijn traject.
Het boek van de rotsstrijder gaat nog veel meer op als metafoor voor het gehele leven dan ik tijdens het lezen ondervond.

Nu dus, wat kies ik?
De noorderwind sleurt harder aan me naarmate ik meer neig naar Chamonix. De romantiek van Briançon weet me van veraf te verleiden. Ik weet echter zeker dat ik nog nooit heb gekozen voor Chamonix zoals een rotsstrijder zou kiezen voor een route. Ik ken Chamonix niet in de gedaante die het aan zal nemen wanneer ik me volledig toewijd.

Eén ding is zodoende zeker: Zodra ik kies voor Chamonix, dan ben ik volle overgave door het dolle heen overgeleverd aan het meest gestoorde bergdorp ooit en zullen ze voor me moeten oppassen.

Als ik ga naar Briançon, dan bepaald de noorderwind.

En Quête

Ik lees een boek en het is interessant.
Volgens mij ligt het overal in de boekenwinkels in Frankrijk. Ik weet niet of het vertaald is in het Nederlands, nog niet misschien.
Het heet Trois Amies en Quête de Sagesse en is geschreven door een monnik, filosoof en psychiater die ergens in een hutje in de natuur het gesprek aan zijn gegaan.
Ik leer allemaal wijze Franse woorden nu.

Ze schrijven over het Ego (mijn nieuwe vriend) en emoties, het lichaam en vrijheid en altruïsme en ondertussen maken ze geinig eenvoudige opmerkingen die me dagenlang aan het denken zetten.
Deze blog gaat om een van hen.
Op de bladzijden die ik een paar dagen geleden las raadde ze me aan om in de ochtend niet als eerste aan mijzelf te denken (wat ga ik doen vandaag, wat gebeurde me gister, mijn zorgen en plichten en ingewikkelde dagen) maar om mezelf af te vragen: Wat ga ik voor een ander betekenen vandaag?

Het allereerste dat je denkt op een dag.
Wat ga ik voor een ander betekenen.

Ik probeer dat sindsdien en begin mijn dagen fundamenteel anders. Niet persé met goede voornemens, maar voornamelijk met het idee dat ik mijn eigen leven niet zo belachelijk serieus hoef te nemen vanaf het allereerste moment dat ik bewust aan mijn dag begin. Het breekt op wonderbaarlijke wijze mijn meest slaperige en geroutineerde denken open.
Nu sta ik op (meestal met berenhonger) en slenter ik naar de havermout met het (op dat moment) bijna onwerkelijke vraagstuk: Wat ga ik voor een ander betekenen?

Vrienden, kennissen, onbekenden, de wereld. 24 jaar lang stond ik op met alleen mezelf en nu sta ik eventjes op met iedereen.

Mr. Bricolage

_DSC7372

Ik was een tijdje van de radar.
Niet vanwege een alpine tocht of spontane trip naar het buitenland, maar vanwege een spontane trip naar de parkeerplaats van Mr. Bricolage in Sallanches.

Op een héél, héél regenachtige dag besloten Marcel en ik onze tijd te spenderen in de klimhal van Les Houches. Het was daar zo druk dat er, zoals het de gemiddelde route in Chamonix betaamd, rijen wachtende klimmers voor de wanden stonden.
Die avond zouden er op Place de Mont Blanc de finales van de World Cup Escalade van start gaan. De klimsterren die ze gemist hadden klommen met ons in Les Houches. Het Spaanse team, Oostenrijkse team en Franse team gewoon om ons heen.
Dan heb je plotseling een klimhal met uitgeteerde adolescenten die opwarmen in je projectjes en een rij vormen voor de 8a’s waar normaal gesproken alleen die ene welbekende lokale goeroe zich in loopt te frustreren.

Het regende nog steeds hard toen we (nog steeds onder de indruk maar volslagen paranoia van de mensen) onze weg naar Chamonix inzetten. We werden opgepikt door een klimmersbusje.

En dit was er nog eens een. De klimmer in kwestie had een huis daar, iets met houten muren en een volledige keuken en een gigantisch bed, niets dat nog aan een bus herinnerde behalve het feit dat de buitenwereld bewoog. Die jongen sleepte zijn eigen hotelkamer mee.
We keerden terug naar onze eigen stinkende oude ambulance en wisten precies wat ons te doen stond.

In een container in Chamonix vonden we door puur geluk een grote lading hout (van dat geelwitte in-klik hout, licht en gemaakt voor debielen) dat we die avond nog, na de finales van de World Cup, stiekem in onze bus parkeerden. De volgende morgen reden we langs een plek in het bos van Les Bossons waar Marcel eens ladingen hout gezien had die resteerden van een gestrand boomhutavontuur. We kozen vier zeiknatte planken vol afgebladderde spuitbusverf, modder en slakken en sleepten ook die naar de bus.
En daarna maakten we onze weg naar Mr. Bricolage in Salanches.

_DSC7385
Bij Mr. Bricolage vind je alles; van gordijnringen, superlijm en wc-potten tot moderne vogelhuisjes en glittertjes om mee te knutselen.

We parkeerden de bus op de eerste parkeerplaats vanaf hun ingang en begonnen ons klussende leven.
Eerst moest de vloer van de ambulance eruit. Dat kostte ons de eerste dag.
De spullen lieten we die nacht buiten onder de oude vloer, dat ons de aanblik gaf van twee zwervers die zich schaamteloos naast Mr. Bricolage gevestigden. De volgende morgen begon met een conversatie met de bedrijfsleider.
We mochten blijven als we het er fatsoenlijk (en klussend) uit konden laten zien.
De tweede dag ging op aan de nieuwe vloer, die we uit de vier natte planken zaagden en in de bus pasten. ’s Avonds kwam de politie polshoogte nemen; waarschijnlijk een check of we geen bommen timmerden. Ze troffen mij aan met mijn zij-projectje – een gekleurde dromenvanger met bungelende dennenappels – en zagen dat het goed was.
De derde dag ging op aan de muren en de reorganisatie van het bed.
De vierde dag ging op aan het maken van een lade onder het bed en het in elkaar zetten van de keuken.
En toen waren we klaar en zaten we vol blaren op onze handen van het schroeven en zagen en kon ik niet meer slapen vanwege de pijn in mijn rug en hadden we het hipste busje van het hele Noordelijk halfrond (misschien is dat niet waar, maar er zit zoveel liefde en obsessie van ons in dat ik het momenteel niet anders kan waarderen).

_DSC7391

Ik voelde me gedurende de gehele sessie een beetje bezwaard vanwege ons verblijf naast Mr. Bricolage. We hielden in feite drie parkeerplaatsen bezet, ook tijdens spitsuur, hadden ons hele huishouden naar buiten gehaald (hoe meer de zon scheen, hoe meer we explodeerden) en kochten niet bijster veel omdat we al dat hout al hadden gerecycled en het ons alleen aan wat lijm, verf en scharnieren ontbrak (de schroeven waren goedkoper bij de SuperMarché die naast Mr. Bricolage lag).
Maar ze waren vriendelijk.
Volgens mij vonden ze ons wel grappig en hadden ze ergens medelijden dat we gedwongen waren een vierde dag op het parkeerterrein door te brengen.
Ze kwamen allemaal even kijken in het houten paradijsje en de manager gaf ons (nieuw!) hout en plastic cadeau omdat hij zag dat hier en daar wat ontbrak.

_DSC7394

Het is nu de vijfde dag, de zon schijnt en ik word wakker zonder persé iets af te moeten maken. De parkeerplaats ligt vol puin en als we dat naar het vuilnis rijden, is het project afgelopen. Er zijn altijd nog kleine dingetjes die links en rechts gemaakt en verbeterd kunnen worden, maar nu is het weer tijd om te klimmen, terug op de radar te verschijnen en mee te draaien in de wereld buiten Bricolage.

Terug naar Chamonix.

_DSC7382_DSC7351_DSC7387

Kracht

Ik ben sterk.
Ik voel een kracht in me die onvergelijkbaar is met elke andere emotie. Een kracht die thuishoort bij woeste rivieren en de diepte van de bergen. Daarin ligt de waarde van mijn leven, het recht van mijn bestaan, daarom zal ik immer alles doorstaan totdat iets me van het leven beroofd. Misschien hebben alle mensen het, die kracht, misschien ligt het verwikkeld in allerlei emoties en toestanden, misschien bestaat het alleen omdat ik ervoor kies het uit mijn ervaring op te pikken en vast te leggen. Maar ik voel het, ik ben sterk.
Voor nu en voor altijd.

Wat de Chamois ons leert

Een tijdje geleden schreef ik over de Chamois die Marcel en mij bekogelde met stenen. Er heeft zich inmiddels een boel meer afgespeeld.

Chamonix is namelijk weer eens aangesloten op het toeristennetwerk en de auto’s scheuren door de lengte van de vallei met een eindeloos lawaai dat door al die hoge bergen blijft weerklinken tot je er doof van raakt. Mont Blanc wordt elke seconde twintig keer op de foto gezet. De bussen rijden godzijdank weer met enige regelmaat, want in het laagseizoen kom je nergens hier, en de rijen Britten voor de kassa’s van de supermarkt zijn in lengte verdrievoudigd. Op elke straathoek loopt iemand met een ijsje en het is maar beter dat die krengen zo schandalig duur zijn, want anders zou ik er elke dag wel tien kunnen eten en moest ik tien kilo meer de berg opslepen.

De sneeuw is weggesmolten, behalve op een paar plekjes, en geinig genoeg heb ik een week geleden nog met een stel skifreaks/freeriders op de pistes van Grands Montets gestaan. We hoefden slechts vijf minuutjes door het gras te lopen naar het tussenstation. Ik denk dat je nu alweer een boel meer moet lopen.

Ik ben nog niet zo trouw aan het wandelen als zou moeten voor de AMM, omdat het met de liftpas veel te gemakkelijk is om links en rechts een beetje te klimmen, even naar 3842, naar Brevent, Flegère, duizenden hoogtemeters die ik per week aan een draadje overbrug.
Maar het doet geen afbreuk aan mijn conditie, want de helft van de tijd over vermoei ik mezelf op hoogtes die me lang nadat ik me alweer tussen de toeristen van de vallei vertoef, nog hoofdpijn bezorgen.

Na het Chamoisincident besloten Marcel en ik wat trad (klimmen op eigen protectie) te oefenen onder de Refuge des Cosmiques en ik geloof dat de absentie van berggeiten en presentie van een zomerzonnetje de Alpen weer wat gunstiger stemden. Het was leerzaam en leuk.

Twee dagen later begonnen we aan een route – de Contamines op Pointe Lachenal – dat een eigen verhaal zal krijgen, want dat is nogal een affaire gebleken.
Na afloop trok Marcel de conclusie dat hij niet zeker is of hij nog wel een berggids wilde worden, omdat hij eigenlijk een hekel heeft aan dat gevoel van discomfort dat hem achternazit zodra hij zich in het hooggebergte bevind.
Die twijfel veranderde veel en heeft ons beiden heel hard laten nadenken.

Ik ken dat gevoel van discomfort dondersgoed, want het is mijn alpine metgezel geweest sinds mijn val. Langzamerhand begin ik periodes te hebben dat ik me voel zoals vroeger in de bergen, toen ik achter berggidsen aansukkelde of met vrienden PDtjes klom. Die periodes zijn magnifiek en intens, maar is dat voldoende?

Je lichaam en brein halen bovendien een truc uit zodat je je soms ter plekke of zelfs een route lang miserabel en angstig voelt, maar na een dag in de vallei… gaat het allemaal wel weer. Dan heb je het overleefd en hoorde het bij het avontuur.

De Alpen zijn meedogenloos. Het leren beklimmen van bergen gaat gepaard met eindeloos vallen en opstaan en niets wordt je op een dienblaadje aangereikt. Het is bij tijd en wijle een gevecht en dan soms weer zo sereen en vloeiend dat je je wonden niet meer voelt.
Er is echter meer aan de hand.
Chamonix is een vreemde plek. Ik heb al eerder over de standaard van Chamonix geschreven, maar ik realiseer me nu pas de gevolgen ervan. Het is een vallei vol risicosport. De meest leipe shit (sorry) is hier normaal. De buurjongen soleert het Chèré couloir en het vriendje-van wingsuit vanaf Brevent. Je bent een held als je eens even goed je leven riskeert en er ongedeerd uitkomt, en eigenlijk, zo’n held ben je niet, want dan zou de hele vallei vol helden zitten.
Je leert hier opkijken tegen de mensen die de hardste en engste routes klimmen.
Niet tegen de mensen die het meest van de bergen houden.
Ik weet dat het overal zo is – zo werkt het nou eenmaal – maar het feit dat in Chamonix de gemiddelde alpinist zulke dingen uithaalt maakt dat als je ook maar een beetje gevoelig bent voor de sociale buitenwereld, je zelf ook dat soort dingen gaat uithalen.

Tot je op een dag concludeert dat je je eigenlijk de helft van de tijd oncomfortabel voelt in het hooggebergte en dat dat helemaal niet zo leuk is.

Waarom alpineer je? – wordt dan de vraag.

En dan heb je ook nog dat dingetje van de gidsenopleiding: Op de lijst aan tochten die je moet volbrengen voor het probatoire staan op zich vrij harde en enge routes. De wetenschap dat elk jaar tig mensen proberen binnen te komen dwingt je eigenlijk nog iets hardere en engere routes te klimmen dan die anderen. Daarbij vragen ze een klimniveau van 7a (wat 7b+ is in Chamonix).
Vervolgens, in de opleiding zelf, gaat het gewoon in dezelfde trend door.
Als je op een dag geïnspireerd wordt tot het aangaan van de uitdaging tot gidsen hier in Frankrijk, dan is dat wat je te wachten staat.
Maar is dat ook wat je als gids zou doen: Je klanten enge en harde routes doorjagen?

Waarom wil je gids worden? – is dan de vraag.

Marcel wil mensen op avontuur nemen in het hooggebergte, letterlijk gidsen door het terrein dat hij zo mooi vindt, hier in Europa, in Zuid-Amerika, in de Himalaya. Daarvoor hoeft hij geen Pointe Walker te kunnen klimmen. Noch 7b+. Hij heeft een hoop liefde voor de bergen en wil dat doorgeven.
Ik zou mensen willen leren klimmen zoals mijn gidsen mij hebben leren klimmen. Ik zou ze over de jaren heen willen volgen, van hun eerste achtknoop tot hun eerste rappel op een abalakov, ik zou ze eerst willen zien struikelen over de rotsen van het basisterrein en daarna willen zien rennen over graatjes, ik zou met ze om een tafel en kaart willen zitten en ze vertellen van de hoogtelijntjes, om ze drie jaar later tegen te komen in een hut boven dezelfde kaart met allerlei tochten in gedachten.
Daarvoor hoef ik geen Pointe Walker te kunnen klimmen. Noch 7b+. Ik heb een hoop liefde voor de bergen en wil dat doorgeven.

Sinds de Contamines route zijn we beide weer even op zoek naar onze oorspronkelijke motivatie om hier in Chamonix ons leven te leiden en telkens maar weer die bergen op te gaan. De ontberingen zijn even te veel.
Het klimmen van routes ging bijna meer om het resultaat, zijnde het intikken van de routes, dan om het klimmen zelf. En ook het binnenkomen bij de gidsenopleiding (met name voor Marcel, voor mij is dat überhaupt nog ver weg) nam de boventoon.

Het moet louter en alleen, zonder een haartje uitzondering, gaan om het plezier van het klimmen zelf. We riskeren er immers onze levens voor.

Dus nu, naast de komst van eindeloze bendes buitenlanders die met ijsjes door de lawaaiige dorpsstraten struinen, zijn we de fundamenten van ons Chamoniaanse leven aan het heroverwegen.
Er zal waarschijnlijk niet heel veel veranderen, maar het proces is interessant.

In wezen kunnen we alle kanten op.

Naampje

Ik heb hier boven allerlei filosofieën staan die tevoorschijn komen als je op de plaatjes klikt. Toen ik mijn site verbouwde, streefde ik naar een eenduidig karakter dat mensen zou verleiden tot vaker terugkomen of in elk geval eventjes mee zou slepen in mijn wereld. Als je naar de blog van Ruby gaat, dan kun je dit en dit krijgen en de volgende keer is het er weer. Zoiets.
Maar… dat is lastig. In al mijn filosofieën zit verandering inbegrepen, omdat ik mezelf in relatie tot het leven goed genoeg bestudeerd heb om te concluderen dat ik elke dag een beetje van gedachten verander. Die vrijheid kan ik nemen, want mijn leven toont zich flexibel als een acrobaat en als er opeens naar links gegaan moet worden, dan gaan we naar links, en als er opeens naar rechts gegaan moet worden, dan gaan we naar rechts.
Dat resulteert echter onvermijdelijk in blogs die ook van links naar rechts schieten. Ik geef alle blogs bij elkaar genomen een impulsieve, ongeorganiseerde wereld weer. En het is leuk dat ik al waarschuw voor verandering in mijn filosofieën hierboven, maar dan nog steeds – of juist daardoor – dring ik mijn lezers chaos op die ze eenvoudig de draad laat verliezen. Ik moet op zoek naar een concept Ruby. Een label, een merk. Ik moet mezelf vastpinnen, mijn digitale zelf, blogRuby incl. verandering.

Ik kan bijvoorbeeld een lifestyle poppetje worden en in plaats van wortelsapjes en groentenshakes (mocht dat nog de trend zijn), de bergen introduceren als dé nieuwe manier van healthy living. Of iets zen-achtigs anno rusteloze meisjes 2016 aan de man brengen. Of de ‘van corpsmeisje met hockeystick en toekomst tot hippie zonder geld maar geen bullshit in het brein’ beweging als ‘denk hier eens over na’ promoten.
Ik heb geen idee hè. Ik zeg maar wat.

Dat is het hele probleem.

Kijk, het idee is in principe simpel: Ik leer van wat ik meemaak en ik zou graag de wijsheid die dat leven hier op mijn pad gooit doormiddel van een overzichtelijke site toegankelijk willen maken voor anderen.
Maar hoe… hoe, hoe, hoe vind je de gemeenschappelijke noemer van wijsheid die zich overal achter verstopt en dan weer pal voor je gaat staan en dan nog drie keer van gedaante verandert, van teksten in boeken tot eindeloze rotswanden, gekke vriendjes en vreemde Chamoniaanse samenlevingen, hoe geef ik dit beestje een naampje?

Ik ga hier heel hard over nadenken.
En als jullie een idee hebben, dan hoor ik het graag.

Wat er nog te leren valt

Als je een nieuwe baan aanneemt, dan weet je niet hoe het uit zal pakken. Als je werkloosheid aanneemt, dan weet je dat net zo min.
Het is een soort van leven. Ik sta in de wereld op een fundamenteel andere manier. Zonder dat ik zoveel belang aan werken zou willen geven, kan ik het op geen andere manier ervaren.

Het voelt als een ernstige zaak als je zonder werk zit. Tenzij je oud bent, met pensioen, want dan heb je je hele leven al gewerkt. Of als je in opleiding bent tot iets dat je op een later moment wel aan het werk zet.
‘Als je deze inschrijvingen accepteert’, zei de vrouw bij Pole Emploi, het Franse instituut voor werkzoekers, ‘dan ben je officieel werkzoekende’.

Als je niet werkt, dan ben je een werkzoekende. Dat is het principe.

Ik ben echter geen normale werkloze.
Ik ben er zo één die bewust even niet werkt, wat ik naar sommige communiceer als de mogelijkheid tot het investeren van tijd in mijn klim- en schrijfcarrière (zie hier: werk in de toekomst) en naar anderen als iets meer ideologisch van tijdelijke aard. Waar het in de praktijk op neerkomst is dat de tijd bijna helemaal van mij is en er helemaal niets meer op mijn bankrekening gestort wordt.

Tijd versus geld.

Ik kom uit een milieu waarin werken niet als een ‘optie’ beschouwd wordt: dat is hetgeen wat je doet, wat je bent. Ik ben terecht gekomen in een milieu waar het wemelt van mensen die zorgvuldig tijd en geld balanceren, met het grootste gewicht aan de kant van tijd.
Want tijd heb je nodig als je in de bergen wilt zijn. Of iets van de wereld wilt zien.
Ik denk niet dat wij (als ik even van een ‘wij’ mag spreken) niet van werken houden.
Wij houden alleen heel veel meer van de tijd.
Een heel specifieke vorm van de tijd.
Tijd die zich openstelt voor mogelijkheden. Tijd met een eigen ritme, soms dat van het opkomen en ondergaan van de zon, soms dat van de condities in alpine routes, soms dat van inspiratie of berusting, van leren of laten gaan, de tijd van het lichaam, de tijd van de geest zonder die druk van buitenaf, de tijd van samenzijn. Je weet het niet. De tijd bepaald.

De tijd van een zelfgekozen werkloze is fundamenteel anders omdat ze zelf bepaald hoe ze eruit gaat zien.

Er zit ergens nog een niet te negeren Calvinistische moraal in mij die schreeuwt ‘werk! werk!’. Tegelijkertijd stribbelt de hippie ernaast ernstig tegen zulk grootschalig en vrijheid berovend ‘moeten’ en met name het feit dat de samenleving in mijn hoofd heeft geplant als ‘dat is wat je doet, bent’.
Ik twijfel vooral aan verhouding tussen het hebben van vrije tijd, het krijgen van geld en ons (mijn) uitgavepatroon.
Volgens mij is daar iets mis.

De waarschuwing was, voor mijn besluit tot werkloosheid (ook de waarschuwing die van mezelf kwam): Ruby, je gaat je vervelen, je hebt structuur nodig en het gevoel dat je nuttig bent en een toekomst.
Een toekomst is lastig te vermijden. Een bepaald soort toekomst gaat ongetwijfeld elke dag een beetje meer verloren, maar in die ratrace zat ik toch al niet meer.
Nuttig ben je zeker niet in elke baan. Ik ben gedurende mijn werkverleden als horecatijger veel meer belastend (consumerend) geweest dan dat ik nuttig was.
Structuur komt inderdaad met een baan, maar ook met discipline en rust. En de structuur van een baan grijpt je naar je keel, terwijl de structuur van discipline en rust je de ruimte geeft om datgene te doen wat je gelukkig maakt.
Vervelen doe je niet in Chamonix.

Ik verdoem niet werk als zodanig, maar alleen werk in de vorm die het neigt aan te nemen. Ik ga graag aan het werk als ik weer moet (geld) of er daadwerkelijk het nut van inzie. Nut in die zin dat het bijdraagt aan mijn geluk, zij het door goed te zijn voor andere mensen of de natuur, zij het door me te ontwikkelen.
Mijn vrije tijd leert me wie ik ben zonder afhankelijk te zijn wat ik doe. Het forceert me om comfort bij mezelf te zoeken, bij het wezen dat ik ben dat bestaat. Het lukt me zelfs om, dankzij de tijd die ik heb voor lezen en nadenken, mezelf los te zien van ‘de alpinist’ of ‘de schrijver’, wat voorheen een gemakkelijke toevlucht voor mijn identiteit was.
Ik heb nu, in de eerste fase van mijn werkloosheid, geleerd dat ik geen ‘vorm’ hoef aan te nemen om een gevoel van behoren tot te verkrijgen of een bepaalde zingeving aan mijn leven te geven.

Op een dergelijke basis wil ik graag weer werken. En onder mijn eigen voorwaarde, als ik die luxe heb. Wat betekend dat ik geen werkcontract meer zou willen dat me in feite dwingt weer te worden wat ik doe aan werk. 40 uur per week is gevaarlijk.

Idealiter zou ik voor een deel aan het werk gaan op mijn land, zodat ik van mijn eigen groenten kan eten en de kaas van de geit op het brood uit de oven kan gooien. Daarmee zou werk simpelweg iets worden dat me in leven houdt en niet die vreemde en complexe status krijgen die de samenleving erop loslaat.

Ik begrijp goed dat zij die heel veel van hun werk houden zich niet kunnen vinden in mijn reflecties.
En ik onderschat niet het belang van werk voor mensen in het algemeen, echt niet, ik zie graag dat iedereen die geld nodig heeft gemakkelijk aan een redelijke baan kan komen.
Ik zie echter nog liever dat het geld allemaal wat beter verdeeld wordt zodat ieders balans van geld en tijd een beetje rechtgetrokken wordt. Ik zie misschien nog het liefst dat mensen vervolgens een zijnswijze en identiteit ontwikkelen die samenvalt met hun wezen en niet (louter of zo vanzelfsprekend) teert op hun werks en consumptiegedrag.
Maar er zijn heel veel dingen die ik liever zie.
Ik kan het gelukkig voor mijn eigen leven bepalen en momenteel kan ik alleen maar concluderen dat de werkloosheid me goed doet.

Ik begon deze blog eigenlijk vanuit een andere invalshoek.
Afdwalen, heet dat.
Dit was namelijk wat me plotseling intrigeerde en aanzette tot schrijven: Toen ik stopte met werken had ik specifieke ideeën over hoe ik mijn tijd zou opvullen, maar de lading aan vrijheid dwingt me om mezelf op een nieuwe manier te ontwikkelen en zodoende verandert ook mijn tijdsbesteding (ik zei al; de tijd bepaald zichzelf). Het is bijna alsof ik buiten mijn eigen levensplan ben gezet en ‘s avonds aanzie wat intuïtie, inspiratie en spontaniteit vandaag weer met mijn dag heeft gedaan.

Het resulteert in bergen, klimmen, boeken, late schrijfuurtjes, gitaarsessies en vooral een hoop gedenk en gemediteer. Het is ongelofelijk hoeveel er nog te leren valt en ik ben eindeloos dankbaar voor het feit dat ik daar nu zo de kans voor heb.

Stomme Chamois

Chamois kunnen klimmen als een dolle. Die kleine fluffige bergdieren klauteren over kleine randjes op verticale muren alsof het balzalen zijn waarin ze hun tango oefenen. Dan glijden ze weg op hun hoefjes en krabbelen ze gewoon weer naar boven, zonder de hoogte in hun gemsenbuikjes te voelen, misschien schieten er parachuutjes uit die hoorntjes van hen zodra ze de vrije val inzetten. Anders zijn ze wel heel stoïcijns.

Vandaag begonnen Marcel en ik aan een eenvoudige route onder de Index in de Aiguilles Rouges en vertoonden de Chamois hun gemsdansen overal om ons heen. Chamois rechts van ons, Chamois links van ons, overal die fluffige dwalers met hun trappelende hoefjes. Nog voor we een eerste cam in een spleet geslagen hadden kwam zo’n beest bijna met rots en al naar beneden geflikkerd. Net niet de Chamois zelf natuurlijk, want anders zou het ’t geheim van de parachutjes aan ons moeten verklappen. De rots kwam echter wel in brokken om de oren van de voorklimmende Marcel gevlogen. Stomme Chamois.
Die beesten kunnen niet uitkijken.

Tien minuten later trapte de Chamois zo nauwkeurig een steen naar beneden dat het precies op mìj terecht kwam. De kleine duivel moet het op me gemunt hebben.

Ik snap dat ze niet heel blij zijn met de aanwezigheid van ons daar, die klimmers en skiërs al hun gruwelijke liften die verderf in het landschap brengen. Ik zeg je, het is een kerkhof daarboven bij Flegère, zonder de sneeuw. Pistes van grijs gruis en dode metalen constucties zover als de horizon reikt. En ik sponsor het voortbestaan met 1000 euro, 500 per seizoen.
De Chamois heeft dat dondersgoed door.
Want die hebben me niet naar boven zien buffelen, nee, die zagen me in dat liftje en daarom zit ik nu met een ei op mijn schouder over de stomme Chamois te schrijven.

Ik kan het ze eigenlijk niet kwalijk nemen.
Ik zou hetzelfde doen.

Blote Boem en het Bakblik

Ik ben op bezoek bij Fieke in Villard Trottier, een dorpje dicht bij Gap.
Eerst ging Kim naar Zwitserland, daarna Sam naar Australië, daarna ikzelf naar Frankrijk en nu is ook die Fieke hier in Frankrijk geland.

Haar ouders hebben vorig jaar een oud huis gekocht in Des Écrins.

Ze hebben in Frankrijk gezocht en gevonden en het lef gehad om ervoor te gaan, en nu zijn ze in het bezit van een idyllisch stukje wereld. Dat gebeurt er dus als je je dromen volgt.
photo 2 (30)
Fieke heeft vervolgens het lef gehad om haar boedel bijeen te pakken en zich in het huis te vestigen. ‘Je suis venu pour m’installer’, zegt ze tegen langsrijdende buurvrouwen. Ze blijft.

Na alle verhalen over ruimte en opknappen en echt-Frans-leven kan ik het huis eindelijk met eigen ogen zien.
Het is inderdaad groot.
Je kan dansen in de keuken en rondjes rennen in de woonkamer, verstoppertje spelen in de slaapkamers en verdwalen in de donkere, nog onbepaalde ruimtes van de bovenverdieping en de naastgelegen hooischuur. De buitenmuren zijn van steen, de luiken van hout, het gras groeit nog wild totdat de moestuin vorm krijgt.
Hier groeit je fantasie bij elke blik die je werpt op een muurtje of hoekje of dingetje dat vraagt om opknappen, al is het huis al heel erg geen bouwval meer. De keuken en woonkamer komen rechtstreeks uit het grote verhalenboek, met brede houten tafels, bloemetjesbehang, een pruttelende kachel en een sfeer die alleen kan ontstaan in een huis dat jarenlang met liefde is bewoond en na verkoop weer met net zoveel liefde opgevangen wordt.
Die kachel pruttelt overigens niet uit zichzelf. Als je het warm wilt hebben moet je het vuur aanhouden en daarvoor moet je vuurmeester worden. Ze is het bijna.

photo 1 (34)Fieke past hier zo goed dat het lijkt of alsof ze bij de verkoop van het huis inbegrepen zat. Ze loopt rond met zagen, boomstammen en boekjes over permacultuur, zit voor het huis in de avondzon met een biertje en twee voeten die herstellen van een wandeling. Ze ratelt met rust over het leven. Zo kan het ook.

Twee dagen geleden liepen we door de omgelegen bergen. Ze kende de paadjes al en wist de toppen links en rechts te benoemen. Zelfs de bloemen gaf ze namen. Als je boterbloem heel vaak achter elkaar uitspreekt, dan krijg je Blote Boem.
Terwijl we even rust namen op een veldje boven een meer (met Franse vissen en Franse vissers die hun hengel vastlegden en met hun dikke billen in de auto hun Sudoku afmaakten) zag ze een autootje rondrijden dat eigenlijk wel bij haar nieuwe bestaan paste. ‘Kijk Ruby, zo’n bakblik moet ik ook hebben’.
Om mee naar het dorp te gaan als je zware boodschappen hebt. Want hier zit de Albert Heijn niet om de hoek, maar wordt je van de supermarkt gescheiden door bomen, weilanden en hoogtemeters.

’s Ochtends ligt ze gestrekt op de yogamat. ’s Middags bakt ze het brood voor de volgende dag of babbelt ze Frans met bejaarde nieuwe maatjes. ’s Avonds belt ze het vriendje dat zich ergens tussen Frankrijk en Nederland beweegt of Whatsapps ze met haar moeder die wil weten hoe dat leven er in Villard Trottier voor staat.

Het verhaal van Fiekes emigratie is begonnen.

photo 3 (23)

Professioneel Wandelaar

Het regent in Chamonix. Het regende al in Spanje en het gaat gewoon door. Het enige verschil is dat de Spaanse regenbuien met veel gedonder en kabaal de blauwe lucht overnamen, terwijl hun Franse buren zich rustig en permanent in de valleien nestelen.
In de valleien.
Ik heb mezelf in een gladde, lange trailrun gestort zonder daarvoor in conditie te zijn en als gevolg mijn knie geblesseerd. Nu zit ik het uit in het café op de Aiguille du Midi. Boven de wolken. Acclimatiseren terwijl ik schrijf en orde schep in mijn leven.

Impulsief heb ik me ingeschreven voor de opleiding tot Accompagnateur de Moyen Montagne. Het toelatingsexamen vindt over drie maanden plaats en binnen ruim een maand moet ik ze een lijst toesturen met veertig wandelingen die ik tot in detail kan beschrijven.
Ik graaf mijn geheugen af.
Waarschijnlijk moet ik komende maand heel hard gaan wandelen.
En over bloemetjes en dieren leren. Gesteenten kennen. Navigeren.
Je wordt niet zomaar professioneel wandelaar. Daar moet je hard voor aan de slag en dan nog maar hopen dat ze je toelaten.

Het is een beetje een noodplan voor als het schrijven en gidsen mislukt. Want met het papiertje van deze opleiding kan ik betaald kinders mee naar boven nemen en dat zou ik zowaar heel leuk vinden. De opleiding vergt een aantal stages per jaar, kost niet bijster veel en kan er in principe gewoon naast. Dus waarom niet.

Nu denk ik verdorie toch aan de toekomst, zie je?

Orde scheppen in je leven op 3842m hoogte is ofwel een heel goed, ofwel een heel slecht idee.