Wat de Chamois ons leert

Een tijdje geleden schreef ik over de Chamois die Marcel en mij bekogelde met stenen. Er heeft zich inmiddels een boel meer afgespeeld.

Chamonix is namelijk weer eens aangesloten op het toeristennetwerk en de auto’s scheuren door de lengte van de vallei met een eindeloos lawaai dat door al die hoge bergen blijft weerklinken tot je er doof van raakt. Mont Blanc wordt elke seconde twintig keer op de foto gezet. De bussen rijden godzijdank weer met enige regelmaat, want in het laagseizoen kom je nergens hier, en de rijen Britten voor de kassa’s van de supermarkt zijn in lengte verdrievoudigd. Op elke straathoek loopt iemand met een ijsje en het is maar beter dat die krengen zo schandalig duur zijn, want anders zou ik er elke dag wel tien kunnen eten en moest ik tien kilo meer de berg opslepen.

De sneeuw is weggesmolten, behalve op een paar plekjes, en geinig genoeg heb ik een week geleden nog met een stel skifreaks/freeriders op de pistes van Grands Montets gestaan. We hoefden slechts vijf minuutjes door het gras te lopen naar het tussenstation. Ik denk dat je nu alweer een boel meer moet lopen.

Ik ben nog niet zo trouw aan het wandelen als zou moeten voor de AMM, omdat het met de liftpas veel te gemakkelijk is om links en rechts een beetje te klimmen, even naar 3842, naar Brevent, Flegère, duizenden hoogtemeters die ik per week aan een draadje overbrug.
Maar het doet geen afbreuk aan mijn conditie, want de helft van de tijd over vermoei ik mezelf op hoogtes die me lang nadat ik me alweer tussen de toeristen van de vallei vertoef, nog hoofdpijn bezorgen.

Na het Chamoisincident besloten Marcel en ik wat trad (klimmen op eigen protectie) te oefenen onder de Refuge des Cosmiques en ik geloof dat de absentie van berggeiten en presentie van een zomerzonnetje de Alpen weer wat gunstiger stemden. Het was leerzaam en leuk.

Twee dagen later begonnen we aan een route – de Contamines op Pointe Lachenal – dat een eigen verhaal zal krijgen, want dat is nogal een affaire gebleken.
Na afloop trok Marcel de conclusie dat hij niet zeker is of hij nog wel een berggids wilde worden, omdat hij eigenlijk een hekel heeft aan dat gevoel van discomfort dat hem achternazit zodra hij zich in het hooggebergte bevind.
Die twijfel veranderde veel en heeft ons beiden heel hard laten nadenken.

Ik ken dat gevoel van discomfort dondersgoed, want het is mijn alpine metgezel geweest sinds mijn val. Langzamerhand begin ik periodes te hebben dat ik me voel zoals vroeger in de bergen, toen ik achter berggidsen aansukkelde of met vrienden PDtjes klom. Die periodes zijn magnifiek en intens, maar is dat voldoende?

Je lichaam en brein halen bovendien een truc uit zodat je je soms ter plekke of zelfs een route lang miserabel en angstig voelt, maar na een dag in de vallei… gaat het allemaal wel weer. Dan heb je het overleefd en hoorde het bij het avontuur.

De Alpen zijn meedogenloos. Het leren beklimmen van bergen gaat gepaard met eindeloos vallen en opstaan en niets wordt je op een dienblaadje aangereikt. Het is bij tijd en wijle een gevecht en dan soms weer zo sereen en vloeiend dat je je wonden niet meer voelt.
Er is echter meer aan de hand.
Chamonix is een vreemde plek. Ik heb al eerder over de standaard van Chamonix geschreven, maar ik realiseer me nu pas de gevolgen ervan. Het is een vallei vol risicosport. De meest leipe shit (sorry) is hier normaal. De buurjongen soleert het Chèré couloir en het vriendje-van wingsuit vanaf Brevent. Je bent een held als je eens even goed je leven riskeert en er ongedeerd uitkomt, en eigenlijk, zo’n held ben je niet, want dan zou de hele vallei vol helden zitten.
Je leert hier opkijken tegen de mensen die de hardste en engste routes klimmen.
Niet tegen de mensen die het meest van de bergen houden.
Ik weet dat het overal zo is – zo werkt het nou eenmaal – maar het feit dat in Chamonix de gemiddelde alpinist zulke dingen uithaalt maakt dat als je ook maar een beetje gevoelig bent voor de sociale buitenwereld, je zelf ook dat soort dingen gaat uithalen.

Tot je op een dag concludeert dat je je eigenlijk de helft van de tijd oncomfortabel voelt in het hooggebergte en dat dat helemaal niet zo leuk is.

Waarom alpineer je? – wordt dan de vraag.

En dan heb je ook nog dat dingetje van de gidsenopleiding: Op de lijst aan tochten die je moet volbrengen voor het probatoire staan op zich vrij harde en enge routes. De wetenschap dat elk jaar tig mensen proberen binnen te komen dwingt je eigenlijk nog iets hardere en engere routes te klimmen dan die anderen. Daarbij vragen ze een klimniveau van 7a (wat 7b+ is in Chamonix).
Vervolgens, in de opleiding zelf, gaat het gewoon in dezelfde trend door.
Als je op een dag geïnspireerd wordt tot het aangaan van de uitdaging tot gidsen hier in Frankrijk, dan is dat wat je te wachten staat.
Maar is dat ook wat je als gids zou doen: Je klanten enge en harde routes doorjagen?

Waarom wil je gids worden? – is dan de vraag.

Marcel wil mensen op avontuur nemen in het hooggebergte, letterlijk gidsen door het terrein dat hij zo mooi vindt, hier in Europa, in Zuid-Amerika, in de Himalaya. Daarvoor hoeft hij geen Pointe Walker te kunnen klimmen. Noch 7b+. Hij heeft een hoop liefde voor de bergen en wil dat doorgeven.
Ik zou mensen willen leren klimmen zoals mijn gidsen mij hebben leren klimmen. Ik zou ze over de jaren heen willen volgen, van hun eerste achtknoop tot hun eerste rappel op een abalakov, ik zou ze eerst willen zien struikelen over de rotsen van het basisterrein en daarna willen zien rennen over graatjes, ik zou met ze om een tafel en kaart willen zitten en ze vertellen van de hoogtelijntjes, om ze drie jaar later tegen te komen in een hut boven dezelfde kaart met allerlei tochten in gedachten.
Daarvoor hoef ik geen Pointe Walker te kunnen klimmen. Noch 7b+. Ik heb een hoop liefde voor de bergen en wil dat doorgeven.

Sinds de Contamines route zijn we beide weer even op zoek naar onze oorspronkelijke motivatie om hier in Chamonix ons leven te leiden en telkens maar weer die bergen op te gaan. De ontberingen zijn even te veel.
Het klimmen van routes ging bijna meer om het resultaat, zijnde het intikken van de routes, dan om het klimmen zelf. En ook het binnenkomen bij de gidsenopleiding (met name voor Marcel, voor mij is dat überhaupt nog ver weg) nam de boventoon.

Het moet louter en alleen, zonder een haartje uitzondering, gaan om het plezier van het klimmen zelf. We riskeren er immers onze levens voor.

Dus nu, naast de komst van eindeloze bendes buitenlanders die met ijsjes door de lawaaiige dorpsstraten struinen, zijn we de fundamenten van ons Chamoniaanse leven aan het heroverwegen.
Er zal waarschijnlijk niet heel veel veranderen, maar het proces is interessant.

In wezen kunnen we alle kanten op.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s