Wat er nog te leren valt

Als je een nieuwe baan aanneemt, dan weet je niet hoe het uit zal pakken. Als je werkloosheid aanneemt, dan weet je dat net zo min.
Het is een soort van leven. Ik sta in de wereld op een fundamenteel andere manier. Zonder dat ik zoveel belang aan werken zou willen geven, kan ik het op geen andere manier ervaren.

Het voelt als een ernstige zaak als je zonder werk zit. Tenzij je oud bent, met pensioen, want dan heb je je hele leven al gewerkt. Of als je in opleiding bent tot iets dat je op een later moment wel aan het werk zet.
‘Als je deze inschrijvingen accepteert’, zei de vrouw bij Pole Emploi, het Franse instituut voor werkzoekers, ‘dan ben je officieel werkzoekende’.

Als je niet werkt, dan ben je een werkzoekende. Dat is het principe.

Ik ben echter geen normale werkloze.
Ik ben er zo één die bewust even niet werkt, wat ik naar sommige communiceer als de mogelijkheid tot het investeren van tijd in mijn klim- en schrijfcarrière (zie hier: werk in de toekomst) en naar anderen als iets meer ideologisch van tijdelijke aard. Waar het in de praktijk op neerkomst is dat de tijd bijna helemaal van mij is en er helemaal niets meer op mijn bankrekening gestort wordt.

Tijd versus geld.

Ik kom uit een milieu waarin werken niet als een ‘optie’ beschouwd wordt: dat is hetgeen wat je doet, wat je bent. Ik ben terecht gekomen in een milieu waar het wemelt van mensen die zorgvuldig tijd en geld balanceren, met het grootste gewicht aan de kant van tijd.
Want tijd heb je nodig als je in de bergen wilt zijn. Of iets van de wereld wilt zien.
Ik denk niet dat wij (als ik even van een ‘wij’ mag spreken) niet van werken houden.
Wij houden alleen heel veel meer van de tijd.
Een heel specifieke vorm van de tijd.
Tijd die zich openstelt voor mogelijkheden. Tijd met een eigen ritme, soms dat van het opkomen en ondergaan van de zon, soms dat van de condities in alpine routes, soms dat van inspiratie of berusting, van leren of laten gaan, de tijd van het lichaam, de tijd van de geest zonder die druk van buitenaf, de tijd van samenzijn. Je weet het niet. De tijd bepaald.

De tijd van een zelfgekozen werkloze is fundamenteel anders omdat ze zelf bepaald hoe ze eruit gaat zien.

Er zit ergens nog een niet te negeren Calvinistische moraal in mij die schreeuwt ‘werk! werk!’. Tegelijkertijd stribbelt de hippie ernaast ernstig tegen zulk grootschalig en vrijheid berovend ‘moeten’ en met name het feit dat de samenleving in mijn hoofd heeft geplant als ‘dat is wat je doet, bent’.
Ik twijfel vooral aan verhouding tussen het hebben van vrije tijd, het krijgen van geld en ons (mijn) uitgavepatroon.
Volgens mij is daar iets mis.

De waarschuwing was, voor mijn besluit tot werkloosheid (ook de waarschuwing die van mezelf kwam): Ruby, je gaat je vervelen, je hebt structuur nodig en het gevoel dat je nuttig bent en een toekomst.
Een toekomst is lastig te vermijden. Een bepaald soort toekomst gaat ongetwijfeld elke dag een beetje meer verloren, maar in die ratrace zat ik toch al niet meer.
Nuttig ben je zeker niet in elke baan. Ik ben gedurende mijn werkverleden als horecatijger veel meer belastend (consumerend) geweest dan dat ik nuttig was.
Structuur komt inderdaad met een baan, maar ook met discipline en rust. En de structuur van een baan grijpt je naar je keel, terwijl de structuur van discipline en rust je de ruimte geeft om datgene te doen wat je gelukkig maakt.
Vervelen doe je niet in Chamonix.

Ik verdoem niet werk als zodanig, maar alleen werk in de vorm die het neigt aan te nemen. Ik ga graag aan het werk als ik weer moet (geld) of er daadwerkelijk het nut van inzie. Nut in die zin dat het bijdraagt aan mijn geluk, zij het door goed te zijn voor andere mensen of de natuur, zij het door me te ontwikkelen.
Mijn vrije tijd leert me wie ik ben zonder afhankelijk te zijn wat ik doe. Het forceert me om comfort bij mezelf te zoeken, bij het wezen dat ik ben dat bestaat. Het lukt me zelfs om, dankzij de tijd die ik heb voor lezen en nadenken, mezelf los te zien van ‘de alpinist’ of ‘de schrijver’, wat voorheen een gemakkelijke toevlucht voor mijn identiteit was.
Ik heb nu, in de eerste fase van mijn werkloosheid, geleerd dat ik geen ‘vorm’ hoef aan te nemen om een gevoel van behoren tot te verkrijgen of een bepaalde zingeving aan mijn leven te geven.

Op een dergelijke basis wil ik graag weer werken. En onder mijn eigen voorwaarde, als ik die luxe heb. Wat betekend dat ik geen werkcontract meer zou willen dat me in feite dwingt weer te worden wat ik doe aan werk. 40 uur per week is gevaarlijk.

Idealiter zou ik voor een deel aan het werk gaan op mijn land, zodat ik van mijn eigen groenten kan eten en de kaas van de geit op het brood uit de oven kan gooien. Daarmee zou werk simpelweg iets worden dat me in leven houdt en niet die vreemde en complexe status krijgen die de samenleving erop loslaat.

Ik begrijp goed dat zij die heel veel van hun werk houden zich niet kunnen vinden in mijn reflecties.
En ik onderschat niet het belang van werk voor mensen in het algemeen, echt niet, ik zie graag dat iedereen die geld nodig heeft gemakkelijk aan een redelijke baan kan komen.
Ik zie echter nog liever dat het geld allemaal wat beter verdeeld wordt zodat ieders balans van geld en tijd een beetje rechtgetrokken wordt. Ik zie misschien nog het liefst dat mensen vervolgens een zijnswijze en identiteit ontwikkelen die samenvalt met hun wezen en niet (louter of zo vanzelfsprekend) teert op hun werks en consumptiegedrag.
Maar er zijn heel veel dingen die ik liever zie.
Ik kan het gelukkig voor mijn eigen leven bepalen en momenteel kan ik alleen maar concluderen dat de werkloosheid me goed doet.

Ik begon deze blog eigenlijk vanuit een andere invalshoek.
Afdwalen, heet dat.
Dit was namelijk wat me plotseling intrigeerde en aanzette tot schrijven: Toen ik stopte met werken had ik specifieke ideeën over hoe ik mijn tijd zou opvullen, maar de lading aan vrijheid dwingt me om mezelf op een nieuwe manier te ontwikkelen en zodoende verandert ook mijn tijdsbesteding (ik zei al; de tijd bepaald zichzelf). Het is bijna alsof ik buiten mijn eigen levensplan ben gezet en ‘s avonds aanzie wat intuïtie, inspiratie en spontaniteit vandaag weer met mijn dag heeft gedaan.

Het resulteert in bergen, klimmen, boeken, late schrijfuurtjes, gitaarsessies en vooral een hoop gedenk en gemediteer. Het is ongelofelijk hoeveel er nog te leren valt en ik ben eindeloos dankbaar voor het feit dat ik daar nu zo de kans voor heb.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

w

Connecting to %s