All posts filed under: Blogs

Met Fiek Électrique op Chic

‘Jumpy’ is de naam van de nieuwe auto van Fieke. Beiden zouden afgelopen week op bezoek komen, maar alleen Fiek kwam aan in Spanje (Catalonië?). Jumpy zat vast in de garage vanwege een defect klepje. Stom, ja, want anders waren we in één klap doorgereden naar Siurana en hadden we die wanden daar plat geklommen. Zo zonder auto was Siurana plotseling wel ver weg. In de buurt bij de varkensgenocidefabriek in Olot pikte ik haar op. Mijn lieve, blonde, langpotige Fransoos. Ik toonde haar mijn tijdelijke burgerbestaan bij de ouders van Marcel, het witte wijkje, de kat, en vond het eigenlijk wel grappig dat ze daar zo plotseling doorheen liep. Grappig en heel fijn, want nu kon ik haar de oren van het hoofd tetteren. En zij de mijne. Hoofdsubstitutie van Siurana was het klimmen in Sadernes, dat in eerste instantie niet doorging vanwege het wantrouwen van de Catalanen. Ze weigerden ons op te pikken toen wij bepakt en grijnzend aan de rand van de weg stonden, zodat we ons gedwongen zagen om koffie te …

Nepal

‘Papie’, zegt Marcel. ‘We gaan naar Nepal’. De vader van Marcel doet een siësta op de bank in de woonkamer. Hij opent zijn ogen en ziet de grijns van zijn zoon op nog geen twintig centimeter van zijn eigen gezicht. ‘We gaan naar Nepal’, herhaalt Marcel. Hij mompelt wat. ‘En?’ vraag ik als Marcel later mijn kant op komt. ‘Ja.’ Die grijns is er nog. ‘En jij?’ Naar Nepal, heel November, uit het niets, uit de spontaniteit van Marcel, uit het universum van waarom-niet; ga ik mee of blijf ik thuis? Waarom niet ja. Misschien is het geen ideale voorbereiding voor de examens, maar Marcel beloofd me dat we gaan klimmen, dat je sowieso in Nepal kunt klimmen, en anders trekken we ons wel ergens aan op. Dan ren ik een rondje door de Himalaya en doe ik sit-ups in een klooster. Een tocht in het hoog, hoog, hooggebergte zou overigens niet misstaan op de tochtenlijst. ‘Kunnen we met al het materiaal het vliegtuig in?’ ‘Ja joh.’ De vader van Marcel is sinds ruim een …

De varkens van Olot Meats

De toegang tot elektriciteit, internet en comfort transformeert me in een computerfreak die bijna in staat is een roman af te schrijven, tot ik me realiseer dat de zon schijnt en de dag buiten het digitale spectrum beter is. Maar als we het dorp uitrijden en de belangrijkste fabriek van Olot passeren, dan is diezelfde dag even pikdonker. Niet voor lang; voor hoogstens een minuut of twee. Want voor de rood geblokte gebouwen staan altijd grote vrachtwagens met horizontale luchtgaten die prijsgeven wie er binnenin het noodlot wacht. Of je ziet de roze billen, of de roze snuiten, en het zijn er veel. Ik weet niet hoeveel precies in zo’n vrachtwagen passen, maar ik weet wel hoeveel er per dag geslacht worden: ‘Handling 10,000 units per day, and with the capacity to increase this to 15,000 in the near future, we are one of the top European companies in the sector.’ Units zijn varkens. Maar dat dacht je misschien al. Soms laat ik mijn fantasie vieren en stel ik me voor wat er gebeurd met …

Het skischoenproject

Marcel maakt een skischoen. Niet van papier-maché, hout of fimoklei, maar van carbon. Al zijn we nog niet in het carbonstadium. Als je het gros van zijn passies en karaktereigenschappen bij elkaar neemt, dan rolt daar vanzelf een soortgelijk project uit. Marcel is boven alles een skitourfanaat. Hij is een (menselijke) variant van Kilian Jornett. Als je hem ’s winters zijn gang laat gaan, dan kom je hem louter tegen in zijn rode skitour-onesie, met zijn vederlichte ski’s en zijn haren warrig. Tegelijkertijd heeft hij een grenzeloze passie voor objecten en de wijze waarop ze functioneren. Materialen. Eigenschappen. In mijn eigen universum groeit alles aan een boom, in het zijne krijgt geen object rust voordat het ontleedt en begrepen is. En het liefst ook verbeterd. Inmiddels hebben we (ik zeg ‘we’ want de skischoen is min of meer mijn stiefkind) een lang traject achter de rug dat sinds gisteren een griezelig reëel ‘ding’ heeft voortgebracht. Een skischoen. In het begin was ik sceptisch, want ik dacht dat skischoenen door de kraamvogel in de etalage van …

Een referendum

De ouders van Marcel staan om vijf uur ’s ochtends bij de crèche op de hoek van de straat. Als wij uit bed komen, zijn zij net even op plaspauze in huis. Een pak koekjes wordt weggegrist en daar gaan ze weer. Als Marcel eenmaal achter de televisie plaatsneemt, beweegt hij zich niet meer. Het nieuws verspreid zich wederom door de vertrekken. Halverwege de ochtend besluit hij een kijkje te nemen bij de crèche op de straathoek. Ik mag eigenlijk niet mee omdat ik niet weet waar mijn paspoort is, en schijnbaar wil je die liever bij de hand hebben. Maar ik ga toch, heel even maar, omdat Marcel in gesprek raakt met zijn buurtgenoten en ik me verveel. Maar de dag zal nog enerverend worden. In de rest van Catalonië krijgt het geweld langzaamaan vorm en wij kunnen dat allemaal via het beeldscherm volgen. De Spaanse politie drijft een menigte uiteen terwijl een paar Catalanen terug blijft keren naar de plek waar ze niet meer mogen zijn. Een T-shirt scheurt, bloed wordt gefilmd. Goh, …

De televisie staat vaak aan. Nu zit zelfs Marcel er zo nu en dan achter. Laatst aten we in de keuken en besloot het gezin toch maar met bordjes op schoot voor het scherm te zitten. Ik bleef achter aan de keukentafel en hoorde het Catelaans door de halfopen deur naar binnen komen. De Catalaanse vlaggen wapperen aan de huizen, maar dat doen ze al zo lang dat het rood en geel vaag is geworden. Toen we gingen wandelen met de vrienden van Marcel, kreeg ik tot ieders hilariteit op de top van de berg zo’n vlag in mijn handen geduwd. Marcel is blij dat hij onherkenbaar op de foto staat. In het centrum zie je het woord sì overal opduiken, we zagen er zelfs een dame mee fietsen, op de achterkant van haar rugzak. Graffiti op de stadsmuren herinnert ons aan de democratie. De radio ratelt aan één stuk door over hetzelfde onderwerp. Tussen vrienden en in huis wordt er veel over gesproken, maar natuurlijk in het Catalaans, dus moet ik het hebben van …

Een evenement in Olot

‘Vanavond is er een evenement in Olot’, zegt de vader van Marcel. Ik weet niet of er absurd veel evenementen in deze stad plaatsvinden of ik zelf nooit alert ben geweest op de evenementen in mijn voormalige woonplaatsen. Buurtfeesten, concerten, initiatieven, traditionele optochten, er komt geen einde aan. Ik denk dat het hieraan ligt: Olot is groot genoeg voor de organisatie van een hoog aantal evenementen, maar klein genoeg om daarvan ook steevast op de hoogte te zijn. Via de buren. Of de dame achter de kassa van de supermarkt. Nu is er dus weer een evenement in Olot en word ik zo rond zeven op een fiets gezet. We dalen af naar de andere kant van de stad en zetten onze fietsen langs de rand van een betonnen plein, waar zo’n twintig mensen in kleine groepjes met elkaar in gesprek zijn. Tussen hen door loopt een oud mannetje in een zwart satijnen broek, op gevlochten leren sandalen met zijn grijze haar in stekeltjes op zijn magere hoofd. Hij wordt aan me voorgesteld als de …

Onder de bloementjes op weg naar het Paradijs

Snel spring ik de douche in voor we op pad gaan. In de keuken staat een tas met groenten en koekjes. Marcel zet op de valreep nog wat nieuwe muziek op een stikkie terwijl ik de instrumenten inlaad. En de klimspullen. En boeken en schriften en specifiek Le Code de la Route, want sinds ik voor het theorie-examen sta ingeschreven is er geen ontsnappen meer aan. Helemaal schoon zit ik daarna in de bus op weg naar Siurana. SIURANA! Terug naar het paradijs. Na twee jaar. Waar ik een entree maak in kleren die naar bloemetjes ruiken en haren die in sluike, vetvrije plukken langs mijn schouders vallen. Wat heb ik hier grenzeloos veel zin in.

De fabelachtige achtertuin

De natuur is fabelachtig. Ik zit al een tijdje in Spanje, in het witte wijkje op de vulkaan nabij Olot. Hier schreef ik over de helderblauwe riviertjes en oranje rotsen terwijl Marcel nog een relatief vreemd projectiel binnen mijn leven was. Toen waren de zonsondergangen nog exotisch, net als zijn ouders en de huizen waarin zijn vrienden wonen. Inmiddels verbaas ik me niet meer om een kip meer of minder. Een doordeweeks diner om elf uur ’s avonds. De klanken van het Catelaans, waar ik overigens nog steeds geen enkele grip op heb, tot mijn schaamte. Waar ik me echter wel om verbaas is Sadernes, het gebied waar we bijna dagelijks heenrijden om ons sterk te maken voor de klimexamens. Het decor kan ik dromen, of misschien droom ik wel als over de paden loop. Dit is de natuur die ik alleen van Spanje ken en die zoveel verschilt van Nederland en de bergen. En dan bedoel ik niet eens de kunstlijn of de Pyreneeën, die heel mooi kunnen zijn, héél mooi, ik heb het …

De cirkel van liederen

‘Zo spiritueel als een spruitje’, schiet het door me heen zodra ik hoor van het evenement waarvoor Marcel via Facebook is uitgenodigd. ‘Gaan we nog naar dat voodooritueel aan zee?’, vraag ik hem in de loop van de middag. ‘Ja.’ ‘Hoever is de zee van hier?’ ‘Afhankelijk van met welke auto je gaat, een klein uurtje.’ ‘Weet je zeker dat het vanavond is?’ ‘Duna zegt van wel, ja.’ ‘Moeten we ons voorbereiden?’ ‘Nee.’ ‘Verwachten je ouders ons thuis?’ ‘Ik heb hen niet gezegd dat we op weg zijn.’ ‘Is dit niet vaker?’ ‘Niet dat ik weet.’ ‘Dus we gaan?’ ‘Ja we gaan.’ Er zijn geen redenen om niet te gaan. Ik had kunnen vragen of ze wel zaten te wachten op ‘het vriendinnetje van’ dat zo spiritueel is als een spruitje, maar ik kende het antwoord al. Tuurlijk. Iedereen is welkom. Wie weet heeft dat vriendinnetje er wel gevoel voor. Het was niet specifiek een voodooritueel dat we bij zouden wonen, maar wel iets zweverigs. Een vriendin van Marcel (Duna) is drie jaar geleden naar …