De varkens van Olot Meats

De toegang tot elektriciteit, internet en comfort transformeert me in een computerfreak die bijna in staat is een roman af te schrijven, tot ik me realiseer dat de zon schijnt en de dag buiten het digitale spectrum beter is.

Maar als we het dorp uitrijden en de belangrijkste fabriek van Olot passeren, dan is diezelfde dag even pikdonker. Niet voor lang; voor hoogstens een minuut of twee. Want voor de rood geblokte gebouwen staan altijd grote vrachtwagens met horizontale luchtgaten die prijsgeven wie er binnenin het noodlot wacht. Of je ziet de roze billen, of de roze snuiten, en het zijn er veel. Ik weet niet hoeveel precies in zo’n vrachtwagen passen, maar ik weet wel hoeveel er per dag geslacht worden: ‘Handling 10,000 units per day, and with the capacity to increase this to 15,000 in the near future, we are one of the top European companies in the sector.’
Units zijn varkens. Maar dat dacht je misschien al.

Soms laat ik mijn fantasie vieren en stel ik me voor wat er gebeurd met al die varkens zodra de rood geblokte deur achter hen gesloten word. Mijn gedachten zijn in staat tot horror. Als ik daar al van schrik, dan zal de realiteit me verzwelgen. Ik ben bijna zover om Marcel om te laten rijden, waar werkelijk geen varken wat aan zou hebben.

Al jaren zweef ik een beetje tussen flexitarïer en vegetariër in (dit is niet de eerste blog die ik erover schrijf). Maar ondanks die fabriek in de achtertuin kan ik niet eens garanderen dat het nu over is met vlees, want tijd en afstand is het lot van de varkens slecht gezind. Hoe minder ik meekrijg van de vleesindustrie, hoe minder beest er in mijn vlees zit. Nu maakt het me razend, misselijk en sceptisch over de aard van de mens, maar als ik straks in een berghut een stuk worst krijg aangeboden, dan eet ik het. Misschien moet ik vooral sceptisch zijn over mijn eigen aard.

Het is zo’n, zo’n, zó een afschuwelijke aangelegenheid, die varkenssnuiten die straks morsdood in rijen aan een haak hangen, dat ik ze het liefst op mijn hand tatoeëer, op de hand die hun gebraden vlees naar mijn mond beweegt, die schuldige, kwade, gewetenloze hand.
Misschien ben ik eindelijk op het punt dat het werkelijk afgelopen is. Handling 10,000 units per day, dat zinnetje vat voor mij samen waar het misgaat: Zij zien varkens als units, de schurken, en ik zie spekjes als units en ik ben ook een schurk. Klaar daarmee. Ophouden nu. Geen vlees meer.

Olot Meats zal vast een feestje vieren als ze eindelijk die 15.000 per dag de kling over kunnen jagen.

One Comment

  1. Goedzo Ruub!
    Dat wordt dan van de winter een vegetarische burger bij de Pocoloco! Want als je het nog niet wist, ik kom sowieso langs en de Pocolocotraditie houden we erin 😄

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s