Author: Ruby Elizabeth

Céline en Elise (Céline et Elise)

We gingen met zijn vijven op pad en jullie hebben een andere afslag genomen. Sindsdien weten we eigenlijk niet meer waar we zijn of heen moeten. De weg door de shock, het verdriet en de liefde is niet duidelijk. Hoe verder jullie raken, hoe meer jullie nodig zijn om ons allen weer terug op het pad te krijgen. Er wordt zoveel van jullie gehouden, ik zou het jullie niet eens duidelijk kunnen maken. We sliepen niet gisternacht en zullen ook vannacht niet slapen. Alleen ’s nachts lijken we tijd en ruimte te hebben om jullie miraculeus terug te halen. En dat terwijl we allemaal dondersgoed weten dat jullie eindbestemming lang bereikt is. Céline en Elise, ik heb niet geroepen maar nu roep ik toch. Met alle liefde en kracht die ik bezit. Kom terug. _______ Céline et Elise, Nous avons emprunté ce chemin à cinqs et vous avez pris une autre direction. Depuis, nous ne savons plus où nous sommes, ni où nous devons aller. Notre route à travers le choc, la tristesse et l’amour …

Up. Down. En…up.

Ik zat in zo’n grote up (denk aan een gekleurde luchtballon in een zonovergoten landschap met schitterende rivieren en oeroude bomen) dat mijn eigen stapelbed en twee vechtende huisgenoten me weinig konden schelen. Mijn geest functioneerde op basis van dopamine en mijn lichaam luisterde naar mijn skileraren en mijzelf. De bergen deden zich  groot, mysterieus en waanzinnig voor (want ze zijn groot, mysterieus en waanzinnig!) en ik was een avonturier in mijn eigen bijzondere wereld. Er zat dus een dalletje aan te komen. Dat het een dalletje was dat ik verschrikkelijk goed kende had ik echter niet verwacht. De MCL van mijn rechterknie (precies die van vorig jaar) ligt weer in de kreukels. Niet omdat ‘ie nog zwak was, maar omdat ik wederom verkeerd gevallen ben. Grote pech voor de MCL. Weer strompel ik door het leven met een pijnlijke en stijve knie en een belangrijk examen in de nabije toekomst. Het voelt alsof de Goden grenzeloos van mijn lot van het afgelopen jaar hebben genoten en de soap nog een keer wilden afdraaien. Maar …

Het verhaal schrijft zich al stilletjes

Ik houd van de romantiek, de esthetiek, de ontdekking, de vrijheid, het verhaal, het onbegrijpelijke, het magische en het liefdevolle van de bergen. Ik houd ook van de fysieke, mentale en intellectuele uitdaging. Maar ik houd niet van de kou, de angst en de competitie. Ik geef niet persé om het materiaal en de nerdy gesprekken over twintig soorten ski’s of stijgijzers, alhoewel ik moet zeggen dat ik graag in de fijne stoffen van mooie outdoor kleding duik, zelfs als er nog wel een hipsterpaadje te gaan is voor het vrouwensegment er aantrekkelijk genoeg uitziet. Hoe meer ik me verlies in de obsessie die nodig is voor de examens (er is maar één paard), hoe belangrijker het voor me is om helder voor ogen te hebben waar ik precies voor train. Omdat mijn droom van alpineren niet altijd strookt met de interesses of ambities van mijn directe omgeving, moet ik het einddoel af en toe opnieuw bepalen en de weg ernaartoe noodgedwongen herwaarderen. Hetgeen wat er van me gevraagd wordt is een hoog niveau en …

Ik droom van dit huis

In de voorkamer stond een piano, een bijzondere piano, een model dat voor mij normaal was maar dat ik nooit ergens anders heb gezien. Soms lag er een kat op. De muur achterin de kamer was bedekt met rijen boeken, links ervan stond een oud bureau met lades die je kon vergrendelen met zware sleutels. Vetplanten in de vensterbank, een mand met kranten, stapels tijdschriften op de glazen bijzettafel, een platenspeler en torens van cassettes en cd’s, een kleed op de donkere houten vloer en een wandtapijt waar ik niet goed genoeg naar gekeken heb, met zwart witte patronen, ik denk Afrikaans. Een schilderij waar ik niet genoeg naar gekeken heb. Een bruinleren bank waar losgeld van papa in verdween en een stoel in de hoek naast het raam waardoorheen ik vaak staarde. De vloer kraakte vlak na de deur. Mama las een boek, papa las een boek, het was er altijd rustig en het rook naar de voorkamer. Klassieke muziek. De warmte van mijn ouders. In de andere kamer was alles anders; daar stond …

Sneeuw

We hadden allemaal een passie die haaks stond op het humeur van moeder natuur. We wilden sneeuw om er met een grote grijns overheen te glijden, maar de lucht bleef helderblauw. Soms zagen we weerberichten vol zware wolken met ladingen sneeuw, maar die bleven hangen achter de kaders van het computerscherm, terwijl de zon zich elke morgen enthousiast in de hemel nestelde. De laag sneeuw die resteerde, stamde nog uit november en zag blauw van passerende skiërs. Echter, afgelopen vrijdag dansten de auto’s plotseling van de weg, de greppel in, onder een laag sneeuw. Ik was op pad met Ben. We tuften voorzichtig langs de slachtoffers in zijn grote oude bus, met vier wielen die soms grip op de weg verloren. Alles en iedereen droeg een wit hoedje, en overal dwarrelde het. Op aanraden van Fieke bezochten we het skistation van Serre Eyraud. Met een beetje moeite onderscheidde we de kantine onderaan de pistes als een berg sneeuw met glazen deuren. We klopten onze schoenen uit en keken om de hoek van de deur; een …

Ik vind het maar koud

Watervalklimmen zou ik leuk moeten vinden. Gisteren viel ik flauw van de pijn in mijn vingers terwijl ze opwarmden van een ijskoude lengte. De wereld draaide en kreeg bewegelijke zwarte vlekken, even later hing ik ontspannen in het relais. De jongens waarmee ik klom begeleidden me uit de waterval en gaven me even later, terwijl we naar huis reden, het harde commentaar dat ik de verantwoordelijkheid over mijn eigen lichaam moest nemen. Ik had niet zo koud moeten worden en me vooral moeten verzetten tegen de pijn. Als ik berggids wilde worden, dan… Ik was echter niet flauwgevallen omdat ik die optie prettiger vond dan het verbijten van de pijn, maar omdat mijn lichaam even was vergeten om bloed naar mijn brein te sturen. De ervaring was overweldigend en het effect van hun opmerking zo mogelijk nog heftiger: Ik kon namelijk heus wel tegen pijn. Zelfs al was ik een meisje in een waterval (zie hier dan toch, het meisjescomplex). Ik heb toevallig een slechte circulatie in mijn handen en voeten (wouw, en dat heeft …

Een eend in de CRET

Woensdag hing ik gedeprimeerd, bijna huilend aan de paddenstoellift. Ze hadden gezegd dat het beter ging, maar dat ging het niet. Ik begreep het nog steeds niet. Tijdens de videoanalyse die avond zag ik mijn silhouet en ik leek nog het meest op een eend, dus gleed ik de volgende dag kwakend over de pistes, in mijn roze skibroek, ver achter de jongens. Een week later brachten ze ons naar La Grave, waar ik samen met een leraar en een andere eend de troep verloor en daarom ongepland praktisch privéles had. Pal naast La Meije, een aanéénschakeling van afdalingen van zo’n 2000 meter. In La Grave vielen de kwartjes. We gleden over de gletsjer, door couloirs, langs rotswanden, tussen bomen en ik was onvermoeibaar, niet omdat ik beresterk was, maar omdat ik het begreep. De avond viel teleurstellend vroeg. Ik heb misschien nog steeds, een beetje, het silhouet van een eend en de leraren hebben me nog zo, zo, zoveel te leren, maar skiën kan ik tegenwoordig. De examens in maart zijn niet belachelijk meer. …

Je suis le pilote

Vorig jaar kon ik Lionel, een van de leraren van de CRET, niet verstaan. Hij gebruikte veel verschillende ski-technische termen voor hetzelfde fenomeen (de perfecte bocht is zowel functioneel als poëtisch) en sprak daaromheen een onbegrijpelijk soort Frans. Ik vermeed hem bewust en onbewust, enerzijds omdat zijn correcties op mijn afdaling net zo goed hadden kunnen gaan over het weer, anderzijds omdat hij zich ontfermde over de snelle skiërs met bewijsdrang en ik zelf vooral werd aangetrokken door een ander setje leraren, twee vaderfiguren die me met een bezorgde glimlach uit de sneeuw trokken als ik er weer eens op zijn kop in lag. Het eerste wat Lionel dit jaar over me zei was: Ze heeft op z’n minst Frans geleerd. En hij had gelijk, want vandaag raakte ik verzeilt in het groepje van Lionel en ervoer ik het merkwaardige fenomeen van het ‘iemand verstaan die, de laatste keer dat je hem ontmoette, onverstaanbaar was’: alsof het geluid plotseling was aangezet. Hij zei ons dat we zelf achter het stuur van onze ski’s moesten gaan …

De accordeonspeler

Ruim drie jaar geleden ontmoette ik een waanzinnig interessante jongen die leefde in een oude ambulance en, begin winter, warmte zocht bij het chalet dat ik deelde met een gezelschap gelukszoekers dat bestond uit Fransen, Spanjaarden, Argentijnen, drie honden en een baal wiet. Hij had gereisd en sprak over rituelen, aliens en meditatie, speelde Spaanse gitaar en accordeon op straat, was gevormd tot beeldend kunstenaar in Barcelona (en schilderde prachtig, maar vond schilderen niet persé interessant), sprak vier talen en wilde berggids worden. Ik begreep hem niet zou hem nooit volledig begrijpen. Zelfs al werd hij mijn eerste vriendje. Ik had net een paar pisteschoenen en -ski’s aangeschaft en sleepte ze op onbehoorlijke wijze heen en weer door het skigebied, toen hij voorbijvloog en ze afkeurde, want piste-skiën was niet iets wat je deed (niet over het algemeen en met name niet als aspirant gids). De mysterieuze jongen die ik zojuist had leren kennen was Catalaans, zoals Killian Jornett, had vroeger geracet en was dun als een stokje, hij vloog naar boven en naar beneden …

Vegen en dweilen

Het verhaal ging, als ik het me enigszins goed herinner, ongeveer zo: Een man vroeg zijn meester (of was het God?) om verlichting en deze zei: Ga vanaf nu elke dag de vloeren van dit gebouw vegen en dweilen en dan vind je verlichting. De verteller sprak toen we net waren opgestegen naar de Aiguille du Midi, en daarom beeld ik me nu het liftstation in, een groot, stenen gebouw op de top van een 3600 meter hoge berg. Zonder te weten waar of wanneer hij dan precies verlichting zou vinden, veegde en dweilde de man, en dit was niet zomaar een man, hij was bescheiden, geduldig en vol vertrouwen, zodat hij bleef vegen en dweilen, met overgave en concentratie, week na week, maand na maand, jaar na jaar. En toen vond hij verlichting. Zo ongeveer honderd keer per dag denk ik aan hem. Het voelt alsof hij, onzichtbaar, het restaurant aan het vegen en dweilen is, terwijl ik glas na glas na glas in de vaatwasser stop. En dan denk ik en voel ik: …