Author: Ruby Elizabeth

Afwassen in de kerstvakantie

Ik heb een baantje als afwasser in een restaurant op hoogte. ’s Ochtends om zes uur gaat mijn alarm, ongeveer een uur later stijg ik op met kartonnen dozen vol producten en jonge seizoenarbeiders in een klein ei vol sigarettenrook. Dan geven ze me koffie en een croissant, en daarna honderden en nog eens honderden vuile glazen die ik in het sop gooi en daarna in de machine schuif. Ze hoeven me niet veel uit te leggen; afwassen kan ik al. Na een maand lang solliciteren op tijdelijke functies in Briançon, mijn enige optie in verband met de CRET, bleek afwassen het hoogst haalbare. Dus zette ik mijn ego opzij en tekende het contract. Maar zo eenvoudig is het niet. Het zoontje van de baas, een modieus kereltje van amper 18 jaar, staat achter de bar en ik ben zijn afwasser (toen ik begon als serveerster leerde hij waarschijnlijk fietsen). Ik ben ieders afwasser; die van al mijn collega’s en al onze gasten. Ik heb ja en oké tot mijn beschikking en duw ondertussen het …

Een eerste week in Briançon

Misschien heb ik uiteindelijk toch geluk gehad of was mijn intuïtie juist: Briançon toont zich zoals gehoopt en verwacht. Frans, sociaal en normaal. Mijn appartement geeft toegang tot een vriendengroep van oud-bewoners en aanhang die het hele jaar door in de stad wonen. Ik hoef alleen maar mijn bed uit om met ze in contact te komen. Ze kloppen spontaan aan, zadelen ons op met een leuke hond (Funky, een dikke border collie), drinken wijn in de avond en laten uitnodigingen achter voor kerstmarken en raclette. Ik kan de gekte van Chamonix nog steeds niet geheel van me afschudden door mijn zombiegeoriënteerde, recent gedumpte en dus huilende, wijn- en Netflix-afhankelijke bedgenoot die het geluid van slurpende (nagesynchroniseerde) vampiers tot onze woonkamer toelaat vanaf het moment dat ze zelf het daglicht ziet, maar een stevig paar oordoppen, gegoogle naar het ‘overkomen van een gebroken hart’ en een dosis geduld voldoen als tijdelijke oplossing; daarna neemt het seizoenbestaan het ongetwijfeld over. En ik heb al kunnen vaststellen dat de gestoorde kant van het seizoenbestaan gewoon in Serre …

Deborah

Bora en ik koelen af. Zij doet er in de kou zo’n tien minuten over, ik ruim veertig. We staan hier op de parkeerplaats van Chantemerle tot de wegen weer tevoorschijn komen. De winter bepaald. Misschien komen we pas weer weg in de lente; dan zijn Bora en ik beide niet meer dezelfde. Ik zie in haar achteruitkijkspiegel dat mijn wangen hun razernij verloren hebben. Ik kom terug op temperatuur terwijl Bora wel weer klaar is om op te starten. Nee, zeg ik, je hebt geen winterbanden. We blijven hier. Vlak voor aankomst in Chantemerle sloeg ik drie keer af. De hellingproef. Het stoplicht sprong op rood en weer op groen en weer op rood en de blikken staart van boze auto’s werd langer en langer. Toen ik eindelijk in beweging kwam ben ik maar gewoon gaan rijden. Door rood. Bora hoorde me vandaag voor het eerst zingen. Eerst was ik te nerveus om iets anders dan rijden te doen – neus kriebelen, radio, verwarming – maar nu zong ik, en ik klonk anders in …

Paulownia Hout

Mijn waanzinnig stabiele, volwassen, nieuwe leven was erg moeilijk te vinden, onbetaalbaar en duidelijk nog even niet voor mij bedoeld. Dus pak ik het seizoenbestaan weer op, alsof ik nooit iets anders gewild heb. Ik zal werken in een bar, slapen in een hoogslaper vlak boven een feestliefhebbende Belgse en tot ieders teleurstelling – inclusief de mijne –wederom bewijzen dat ik zelf geen feestbeest ben. Toch voelt het potentieel van mijn leven in Briançon anders dan in Chamonix. De kloof tussen het hoogseizoen en laagseizoen is minder groot en de mensen die ik ontmoet zijn doorgaans geen seizoenarbeiders. Het straatbeeld is eindeloos gevarieerd. Er zijn échte ouderen en échte armen, jonge moeders en voetballiefhebbers, hangjongeren, alcoholisten, niet-glanzende honden en niet-zo-perfecte gezinnetjes, alternatievelingen met wollen mutsen en piercings, zakenmannen, muzikanten, immigranten en dat vooral: méér kleur. Geen samengeklonterde Zweedse twintigers in Goretexpak (ik weet dat het Goretexpak vaak in mijn blog wordt genoemd, maar het zegt in mijn hoofd nu eenmaal alles) en geen hoofdstraat waar je blikken of waardering vangt met iets duurs aan je …

Volgens mij bevalt uw schaap

In de vallei van Champoleon lijkt de rivier van zilver. De bergen hebben alle kleuren van de herfst, behalve hun toppen, want die steken uit in winter. Door de velden op de vlakte rennen lammetjes in kleine kuddes achter elkaar aan, tussen hun grazende mammies door, in de warme gloed van de laatste zonnestralen. Mijn handen zijn koud. Als ik voorbij een boerderij fiets, met de wangen rood van inspanning en mijn rug nat van het zweet, kijkt een tandeloze boer me grijnzend na. Twintig seconden later trap ik abrupt op de rem. In het gras rechts van me ligt een gigantisch schaap op haar zijde. Uit haar achterwerk steekt iets geligs dat onmiskenbaar geboren wil worden. Ik stap van mijn fiets en staar het schaap aan, en zij mij, tot ik me realiseer dat die tandeloze boer nog in de buurt moet zijn. ‘Uh… volgens mij bevalt uw schaap.’ De kleine, bolle man met wollen pet en twinkel in de ogen sjokt op me af. Hij kijkt zijn veld in, zet zijn handen in …

Roze hoedje

Helmut was mijn eerste berggids. Mijn vader was erg van hem onder de indruk en zei: Helmut weet altijd waar iedereen is, hij heeft alles in de gaten. Ik was ook onder de indruk van Helmut. Hij sprak een vreemde taal, was groot van fysiek en hoede over onze levens. Als fantasierijk meisje van nog geen tien jaar oud vermoedde ik dat hij zo ongeveer gelijk met de bergen uit de grond was gesproten en geheimen kende die wij Hollanders, het volk van de vlakte, nooit zouden weten. Veertien jaar later besloot ik zelf een berggids te worden. Kan een meisje uit Heemstede dan ook berggids worden? Nou, misschien. Zolang dat roze hoedje maar van de partij is.  

Rudolf’s Rode Neus

Gisteravond stond er zo elk half uur een groepje kinderen voor de deur, uitgedost in spannende kostuums met spinrag, bloed en hangende vleermuizen. Ik gaf het eerste groepje een banaan, negeerde het boze kloppen van de volgende vier en plakte toen maar een briefje op de deur waarop geschreven stond dat we geen snoep in huis hadden (maar ze best wat mochten achterlaten). Ik wist niet dat de kinderen van kleine Franse bergdorpen op Halloween langs de deuren gingen, maar had zoveel kunnen vermoeden toen er ruim een week geleden een afgehakte hand in de vensterbank van de lokale pizzeria lag. Het is dus november en het sneeuwt. De kachel staat aan en de Douwe Egberts Kerst-Cd afspeellijst op YouTube heeft al een eerste ronde gemaakt. Rudolf’s rode neus, het kinneke Jezus en onze ski’s maken allen vroegtijdig hun intrede en Fieke en ik zijn een klein beetje door het dolle heen. Maar waar een winterseizoen vol kerstartikelen en prijzige Goretex-pakken zich altijd wel met een zekere mate van humor aandient, doet de sneeuw dat …

Rots in de Branding

Fieke en ik zijn supergoed in shoppen. We rennen over de markt, halen kledingwinkels overhoop, verzuipen in ons spiegelbeeld, spuiten de polsen vol met geurtjes, zwichten voor het plastic van de Flying Tiger en scheuren dan richting Valgaudemar, waar we onder het gewicht van twee loodzware tassen zo’n 1250 hoogtemeter overbruggen en, in het maanlicht, neerploffen op de vlonder van Refuge de Olan. Met een flesje wijn. Je denkt soms dat je gebonden zit aan een enkele identiteit (die van bergbeklimmer, die van shopmiep), maar je kunt dus gewoon meurend naar Pure Poisson, Opium en N°5 onder een rotspillaar staan, klaar om te versmelten met de natuur en al haar beestachtige, verticale uitdagingen. Na een dag van klimmen en zweten zit de rode lippenstift-tester van Dior nog gewoon op de rug van mijn hand; ik zou zeggen dat de test geslaagd is. Fieke fungeert momenteel als mijn rots in de branding, en neemt daarbij, zonder er twee keer over na te denken, de rol van life coach (voor details moet je maar contact met haar …

Een fijn huisje

Ik ben bij Fieke in huis. Ze bakt een chocoladetaart en beweegt zich af en toe naar mijn piano, die tegen de wonky* muur van haar woonkamer opgesteld staat. Ze passen goed in de woonkamer, Fieke en de piano, zo tussen de kamerplant, houten tafel,  stippelkopjes, Afrikaanse dekentjes, donkere vloer, hangende trommel, lange gordijnen en langgerekte vaas in. We zijn in Saint Bonnet, het dorpje onder Villard Trottier, vlakbij Gap. In zekere zin ben ik op weg naar Briançon, waar zowel een skipas als het idee van een nieuw soort toekomst op me wacht (stabiel, gestructureerd, volwassen ect.). Maar omdat Briançon zelf nog niet op de hoogte is van mijn komst, ben ik dankbaar dat Fieke me tijdelijk opvangt. God mag weten hoe de komende tijd verloopt. Ik heb geen idee. Meer dan weg-uit-Chamonix en anders (stabiel, gestructureerd, volwassen ect.) had ik eigenlijk nog niet bedacht. Ik weet niet eens wat voor muziek ik erbij moet luisteren. Uptempo nieuw-energetisch-begin muziek, of romantische op-avontuur muziek, of Franse welkom-in-Frankrijk muziek (ik verhuis immers naar Frankrijk), of folklore …

Grands Montets

Het liftstation van Grands Montets is in vlammen opgegaan. Poef. We zagen de rookwolken in de helderblauwe lucht en hoorden de sirenes de hele middag lang. Het leek alsof Chamonix aangevallen werd, iets waarover ik heb gedroomd de laatste tijd, een vriendelijke aanval van aliens die alle toeristen weg zouden jagen. Maar nee, het was het dak. Een renovatie, een vonk, een oorzaak, geen aliens. Vandaag stuurde de Compagnie een bericht naar de hele unlimited gemeenschap waarin ze aankondigden dat het topstation niet open zou gaan voor deze winter, wat niemand echt verbaasde, want er circuleerden foto’s en filmpjes op Facebook van neergestorte liftcabine ’s en het uitgebrande karkas. En ik dacht: Dat arme liftstation. Dat brandt eerst af, en dan staat z’n karkas op Facebook. Alhoewel ik de Compagnie niet leuk meer vind sinds ik heb gehoord dat ze een lift willen bouwen naar de Envers (nee, nee, nee!!) zodat alle Montenverstoeristen ijsjes kunnen kopen aan de voet van de Grepon, Roc of Charmoz, vind ik het bijzonder pijnlijk om hun Grands Montets er …