Afwassen in de kerstvakantie
Ik heb een baantje als afwasser in een restaurant op hoogte. ’s Ochtends om zes uur gaat mijn alarm, ongeveer een uur later stijg ik op met kartonnen dozen vol producten en jonge seizoenarbeiders in een klein ei vol sigarettenrook. Dan geven ze me koffie en een croissant, en daarna honderden en nog eens honderden vuile glazen die ik in het sop gooi en daarna in de machine schuif. Ze hoeven me niet veel uit te leggen; afwassen kan ik al. Na een maand lang solliciteren op tijdelijke functies in Briançon, mijn enige optie in verband met de CRET, bleek afwassen het hoogst haalbare. Dus zette ik mijn ego opzij en tekende het contract. Maar zo eenvoudig is het niet. Het zoontje van de baas, een modieus kereltje van amper 18 jaar, staat achter de bar en ik ben zijn afwasser (toen ik begon als serveerster leerde hij waarschijnlijk fietsen). Ik ben ieders afwasser; die van al mijn collega’s en al onze gasten. Ik heb ja en oké tot mijn beschikking en duw ondertussen het …








