De accordeonspeler

Ruim drie jaar geleden ontmoette ik een waanzinnig interessante jongen die leefde in een oude ambulance en, begin winter, warmte zocht bij het chalet dat ik deelde met een gezelschap gelukszoekers dat bestond uit Fransen, Spanjaarden, Argentijnen, drie honden en een baal wiet.

Hij had gereisd en sprak over rituelen, aliens en meditatie, speelde Spaanse gitaar en accordeon op straat, was gevormd tot beeldend kunstenaar in Barcelona (en schilderde prachtig, maar vond schilderen niet persé interessant), sprak vier talen en wilde berggids worden. Ik begreep hem niet zou hem nooit volledig begrijpen. Zelfs al werd hij mijn eerste vriendje.

Ik had net een paar pisteschoenen en -ski’s aangeschaft en sleepte ze op onbehoorlijke wijze heen en weer door het skigebied, toen hij voorbijvloog en ze afkeurde, want piste-skiën was niet iets wat je deed (niet over het algemeen en met name niet als aspirant gids). De mysterieuze jongen die ik zojuist had leren kennen was Catalaans, zoals Killian Jornett, had vroeger geracet en was dun als een stokje, hij vloog naar boven en naar beneden en dat was blijkbaar iets dat ik moest leren. Ik werd verliefd op ski-rando en op hem.

In die eerste periode, die zich grotendeels afspeelde tussen de bergen en zijn ambulance in, zei hij twee dingen die blijvend indruk op me maakten: Het principe achter de wereld is liefde (daar kwam een hoop uitleg bij kijken) en ik was een gereïncarneerde Boeddha. Hij was niet het type dat me complimenteerde, maar voor mij bleek dit ene compliment genoeg voor drie jaar relatie, want het Boeddhisme voelde altijd ver weg terwijl ik het zo graag dichtbij wilde hebben, en hij zag het plotseling ìn mij.

Ik keek tegen hem op maar vond hem tegelijkertijd, die eerste paar weken, toch niet goed genoeg voor mij. Want ik had het ideaal van een Mister Darcy, en ook nog eens een fysiek ideaal, en ook nog eens een idee van wie ik aan mijn ouders kon introduceren. Hij was een vagebond. Ik moest daar overheen komen en dat deed ik erg succesvol.

En ik volgde op een mythisch Catalaans meisje dat zijn liefde niet had kunnen beantwoorden omdat er een diep spirituele Mexicaan op haar wachtte, aan de andere kant van de wereld; het had een wereldreis gekost om zijn gebroken hart te helen. Ik ontmoette haar na twee jaar en had nog nooit zoiets gezien. Ze was moeder aarde op een oude scooter in een traditioneel Catalaans dorpje. Rustig, vriendelijk en totaal ongrijpbaar. Ik had geen schijn van kans.

Maar toch bleven we samen. Hij en ik waren beide makkelijke mensen die er muisstil voor kozen om samen door het leven te blijven gaan, bijna gemakzuchtig, alsof het nu eenmaal gewoon zo was. En tegelijkertijd, hoe was het mogelijk, was onze relatie extreem. We zagen elkaar nooit, of we zagen elkaar constant van nog geen halve meter afstand (denk: ambulance). We braken elkaars hart genadeloos hard en vergaten daarop vrij snel weer hoeveel we van elkaar hielden. Ik werd verliefd op iemand anders, hij trok zich terug met zijn skischoen, en even later vonden we elkaar weer.

En wat was het bijzonder. Wat zijn mijn herinneringen mooi en vreemd en warm.

Hij was in mijn ogen een magisch product van Catalonië en de natuur rondom zijn geboorteplaats; de blauwe stroompjes, roze zonsopgangen, oranje rotswanden en bleke groene vergezichten, en tegelijkertijd was hij een knettergestoorde uitvinder, theatraal en onmogelijk om mee te converseren, hilarisch, koppig, onvoorspelbaar, gierig en toch meegaand, een bijzonder geduldig skileraar, hij nam me mee op ontdekking in de Pyreneeën en in de zigeunermuziek, klarinet, bloedmooie zangeressen en hij hield maar niet op over aliens, schepte een band tussen mij en de grond, mij en mijn lichaam, deed alles voor me, genas me, was intelligent en rationeel wanneer het hem uit kwam, en hoewel hij ontzettend vrij was in zijn denken, veroordeelde hij anderen die niet zo dachten. Altijd.

En ik was een kameleon die van kleur verschoot zonder ooit iets aan emoties te communiceren.

Had ik maar leren communiceren. Van het begin af aan.

De accordeonspeler en ik zijn al voor een lange tijd wel én niet bij elkaar, en ik moet erover schrijven, en ik moet het publiceren, want anders heb ik het gevoel dat ik niet verder kom en niet verder kan schrijven. Hij houdt me nu eenmaal bezig en het voelt stompzinnig om hem te omzeilen via blogs over de afwas en een stel vreemde Fransen. Maar het voelt eveneens als een inbreuk op zijn privacy om wel over ons te schrijven.

Ik moet daarbij zeggen dat hij inmiddels zo verweven is met mijn eigen persoon en realiteit, dat ik ook weer niet helemaal meer aan kan voelen waar de grens tussen mijn en zijn privéleven precies loopt.

En dus schrijf ik toch. Over mìjn liefde (je zou zeggen dat ’t geen kwaad kan). Ik houd op zo’n diepe, fundamentele, onoverkomelijke wijze van hem dat ik een leven zonder hem, als puntje bij paaltje komt, nauwelijks serieus kan nemen. Maar ik weet dat liefde geen reden is om persé bij iemand te blijven. Hij is uniek, maar een relatie met een artiest van zijn kaliber is, naast mysterieus en interessant, verre van eenvoudig, en komt blijkbaar met een offer op mijn eigen persoonlijkheid dat ik tot nu toe niet heb weten te vermijden.

Het liefst bouw ik een ruimteschip en zoek ik een leuke alien voor hem uit, en voor mij desnoods ook, zodat we op passende wijze aan een nieuw hoofdstuk kunnen beginnen. Maar zodra ik de onderdelen bij elkaar raap begin ik toch te twijfelen. Hij is tenslotte toch mijn accordeonspeler.

_DSC9313

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s