Latest Posts

Drie Minuten

Het hele café was gevuld met dertigers. Ze zaten als man en vrouw tegenover elkaar aan een tafeltje met een kaartje met nummer. Voor elk van hen lag een papier en een pen. Ze dronken water, bier en wijn.

Drie minuten kregen ze de tijd om in elkaar een potentiële levenspartner te ontdekken. Ondanks het  feit dat de ander aan het speeddaten en dus zoekende was, gaven ze hun gesprekspartner een kans. Ondanks het feit dat zijn of haar kleding zorgvuldig was uitgezocht, woorden zorgvuldig waren gekozen en lach zorgvuldig was opgezet, konden ze voorbij de wanhoop van de ander kijken. Niets was anders dan de gemiddelde avond in een kroeg, behalve dat de mannen en vrouwen door deelname toegaven dat ze elkaar zochten, en beduidend minder moeite hoefde te doen om elkaar te vinden. Op elk voorhoofd plakte VRIJGEZEL.

Hun gemeenschappelijke interesse was het bestaan van de ander. Niet het jutten
van de baas, de slagroomtaart van de kookclub of de line-up van Waterhole.
Eenzamen vonden elkaar in drie minuten. Hopelijk vindt de romantiek hen.

De Trein

Amsterdam Centraal. Op de borden staat Swiebodzin. Een man met avontuur in zijn geest krijgt de kriebels om stiekem de trein in te stappen en zich te verstoppen achter het deurtje van de conducteur. Maar hij loopt verder, met zijn aktetas in de hand.

De stoelen zijn nog warm als passagiers ‘s avonds wat vroeg de trein richting Dordrecht instappen. Het is spits. Ze zijn de eerste en kiezen allemaal een hok, leggen hun tassen naast zich neer en rommelen, bellen, kijken naar hun handen of hun hoofd in het raam. Als iemand tegenover hen gaat zitten leggen ze hun tas wat dichter tegen zich aan. Hun blikken schieten door de ruimte zonder elkaar te kruisen.
De situatie word langzaam onhoudbaar als meer en meer mensen langs komen lopen. De tas gaat op schoot of op de grond. Ze richten hun blik strak op het raam.

Op perron zeven vragen twee toeristen de conducteur waar de trein heen op weg is. Hij kijkt naar de klok op de borden, wijst naar de overkant van het perron, en ziet de twee het trapgat in snellen. Even later verschijnen ze uit het trapgat aan de overkant en werpen ze een blik naar de conducteur, voor ze naar binnen klimmen. Hij kijkt op zijn apparaatje en ziet het niet.

Een oud vrouwtje zit twee dagen later, op een zondag, in het eerste hok rechts boven in de dubbeldekker. Alhoewel achterin de trein plekken vrij zijn, neemt een jongen met een koptelefoon voor haar plaats. Hij is jong, wil niet praten en twijfelt erover om toch door te lopen. Wanneer ze begint te spreken heeft hij spijt van zijn keuze. Maar ze praten, tot aan het volgende perron; hij onderdrukt zijn gapen en zij heeft niets door. Ze verteld hem over de kleuren van de bollen, de wandelingen in dit weer en de ouderdom die haar parten speelt. De jongen luistert en excuseert zich wanneer hij uitstapt bij Delft.

In Rotterdam neemt een serieuze man met een serieuze krant in hetzelfde hokje plaats. Waar de jongen eerder had gezeten strijkt een vrouw neer. Zij knikt naar hem en hij naar haar en hij schrikt van de lagen make-up die ze opheeft. De hele reis liggen die lagen op een meter afstand. Na elk artikel denkt hij eraan en moet hij zich dwingen er niet naar te kijken. Godzijdank stapt ze uit.

Zo zal het zijn

Fieke staat voor de spiegel in een donkerblauwe jurk tot op haar enkels. De jurk heeft voldoende fatsoen om naar de kerk te dragen. Straks. In Afrika.

Ze verlaat ons voor maar tien weken. Ik heb mijn ouders wel eens langer niet gezien, terwijl die op twintig minuten treinen afstand wonen. Die tien weken zijn wel overkomelijk.
Toch was het gisteren een redelijk emotionele bedoeling in de klimhal, waar ze haar vriendjes en vriendinnetjes ter afscheid had uitgenodigd. Huilend vertrok ze in de overhang. ‘Maar Fiek, wat is er dan?’. ‘Niets, ik ben heel verdrietig. Maar ik ben heel blij.’

Even later zaten we bij elkaar op de banken en legde Fieke ons de volgende vraag voor: Is klimmen egoïstisch?
Fiek heeft een drang om goed te doen, specifiek in Afrika. Alles wat ze leest, ziet en oppikt in gesprekken over schrijnende situaties gaat haar direct aan het hart. Het wordt steeds duidelijker dat haar leven erop ingericht zal moeten worden. Bezoeken aan Afrika door de jaren heen vormden een eerste stap, verpleegkunde een tweede. Maar wat dan met klimmen, alpinisme, met die geld- en tijdrovende en – zo concludeerden we – egoïstische hobby?

Haar aanwezigheid in de hal met Afrika in het onmiddellijke vooruitzicht bracht haar midden in het conflict.

We zijn allemaal een beetje aan het uitkristalliseren. We zijn jong en genieten van onze duizend dromen, maar elk van onze handelingen forceert ons steeds meer een bepaalde kant op. Fiekes handelingen op het moment leiden haar naar Afrika.

Terwijl ik haar voor de spiegel zie staan, in de wolk van het besef van de onvermijdelijke keuze, knijpt mijn maag zich samen. Nu gaat ze voor even weg, maar het zal zo zijn dat ik haar een jaar of langer moet missen. Het zal zo zijn dat ze de blauwe jurk aantrekt voor onbepaalde tijd. Het zal zo zijn en dat zal goed zijn.

Maar wel een beetje moeilijk voor mij.

_DSC2276

Eigen Protectie

De nutjes en de cams hangen aan de gordel. Klimschoenen zitten tussen een warme buik en een vest. Het waait niet, het is alleen koud. Zo koud dat een paar uur geleden het vorst nog in de weilanden langs de wegen lag.

Ik loop langs de Große Wand en vermijd een blik op de scheuren. Nog even niet, alsjeblieft, nog even niet. De rammelende nutjes en cams gebruikte ik voorheen alleen ter oefening in één streng van het dubbeltouw, terwijl de andere streng via een reeks solide haken liep. Dit weekend vormen ze mijn gehele protectie. Mijn eigen protectie. AK.

Waarom, vraag ik me halverwege af, doen tenen en vingers pijn juist wanneer ze opwarmen? Was pijn geen waarschuwing, in plaats van een straf achteraf? Ik kan wel gillen, eerst om de ene groep uiterste ledematen, vervolgens om de andere. Mijn groene cam zit twijfelachtig in een smalle scheur, maar ik kan erin blokken. Boven me verbreedt de scheur zich in een inham van de rots en hult de overhang me in de duisternis van eigen protectie.

Ik besluit de cam te vervangen door een nut, die verschuift zodra ik erin ga hangen maar me toch een groter idee van veiligheid geeft. Ik schreeuw en ik vloek en ik deel de toeristen van Ettringen, allen bikkel en angstloos, mee dat ik het haat! En fantastisch vindt!

Bam, ik plaats mijn hand in de scheur, ik trotseer de overhang, ik hang eindelijk aan een grote rotspunt en mijn voeten glijden weg.

Een voorklimval in een nutje.

Je had me moeten horen. (Iedereen hoorde me. Iedereen in Ettringen Lay).

Adam spendeert het half uur daarna aan verschillende operaties om mijn nutje uit de wand te halen. Ik loop verdwaasd rond tot het donker invalt, en rouw om mijn nutje.

Het kampvuur brengt ons bij benadering de beloofde zon en verbrandt het rubber van onze zolen. Ik wordt belachelijk gemaakt om mijn filosofische mijmeringen. Hoe kan ik anders, starende in zoiets fundamenteels als vuur en voelende, dankzij de val in het nutje, meer levend dan ooit? (Ware het niet dat tegenwicht kwam in alle mogelijke kots en roddelverhalen die net zo inherent zijn aan kampvuren als mijn mijmeringen, en net zo verleidelijk zijn om in mee te gaan).

De morgen brengt ons weer een koud Ettringen. We komen langzaam op gang. De nutjes en de cams hangen aan de gordel. Klimschoenen zitten tussen een warme buik en een vest.
Ik begin langzaam gevoel te krijgen voor de grootte van spleten en de maten van cams die zullen passen. De rots brengt me ideeën voor plaatsingen voor ik oncomfortabel naar willekeurige nutjes grijp. Lang niet ben ik zo heldhaftig als Roel, die een imposante scheur uitkiest en onverschrokken zijn voeten en handen tussen cams en hexen ramt, maar ik klim op eigen protectie, hoe dan ook.

Regien is het weekend lang getuige van mijn ontwikkelingen, brengt een eindeloos geduld op, en gunt me na afloop de status van AK. Jeroen en haar bedank ik voor het begeleiden van deze heftige bevalling.
Mocht iemand een groen nutje vinden in Geierwally: Dat ding heeft mijn leven gered.

Superwoman

Ik sprong naar twee onderste grepen, blokte op en maakte met mijn arm een overtuigende beweging richting een greep daarboven, waar ik bij aankomst, als een ballontje, alles dat zich in die arm bevond liet knappen. Dat was mijn linkerhelft.

Vervolgens zeulde ik mezelf statisch dynamisch door een campusachtige training en gaf de connectie tussen mijn borstspier en iets in mijn rechterarm het op, wat daar ook moge zitten. Dat was mijn rechterhelft.

Kracht is intens. Het geeft me het gevoel op het juiste pad richting de wording van Superwoman te zijn, maar laat me ’s ochtends kreupel als oudtante Betty mijn bed uit steunen en kreunen. Blessures liggen in het verschiet. Gisteren wees iemand me op het belang van goede uitvoering van oefeningen, en alhoewel dat redelijk fundamenteel klinkt, blijkt het leuker om roekeloos tussen grepen door te vliegen.

Ik heb mijn lesje geleerd. Na een week ‘kracht’ ben ik al beperkt in de oefeningen die ik kan uitvoeren, omdat bepaalde bewegingen simpelweg teveel zeer doen. Om het maar weer over de taal van mijn lichaam te hebben: Ze schreeuwt het uit.
Herstellen is deze drie weken dus beduidend meer dan wat verzuring uit mijn onderarmen kloppen. Ik zal de oefeningen netjes uitvoeren en mijn lichaam de tijd geven om mijn eerdere roekeloosheid te boven te komen . Liever dat ik pas over een jaartje Superwoman ben, dan dat ik morgen bij de fysio aan moet kloppen.

Haar Wijze Wereld

Ze zoekt in de wijsheid van de wereld naar oplossingen. Culturen zijn bronnen van mogelijkheden en geven haar opties, die uiteindelijk wel of niet bij haar blijken te passen. Geen angst voor het vreemde, of arrogantie vanuit het bekende. Ze vindt en ze probeert en wordt vaardiger naar gelang ze ouder wordt. Waar anderen zich beperken tot de opvattingen en constructies om hen heen, gebruikt zij de levenservaring van de hele wereld. Ze heeft alle mogelijkheden die er zijn.

Een wijze les die ik van haar, en zo van Boeddha of Allah of Anna of anders leerde, was om simpelweg verantwoordelijkheid te nemen over hetgeen ik op dat moment aan het doen was. Sindsdien is het de bron van mijn discipline. Ik leef met verantwoordelijkheid als dwingende kracht naast me, die me simpelweg mijn ratio laat gebruiken wanneer ik even geen zin heb, of te gemakkelijk het makkelijke verkies. Het laat me al mijn stille klagen naast het doel van, of de gedachten achter mijn handelingen leggen.
Wanneer zal ooit een bachelor, vriendschap, of een avondwandeling langs de kades van het Ij, het afleggen tegen ‘geen zin hebben’  of ‘moe zijn’? Het lijkt het simpelste principe, maar in gezelschap van verantwoordelijkheid is iets als gemakzucht niet alleen stompzinnig, maar doet het afbreuk aan mijn gehele vermogen tot verlangen of doelen stellen. Ik ben verantwoordelijk voor mijn verlangens en ik heb de grote luxe ze te verzinnen en uit te kiezen; wat doe ik mezelf aan door daar vervolgens niet naar te handelen?
Of ik moet mijn verantwoordelijkheid nemen, of ik moet mijn verlangens beter kiezen.

Dit is wat ik van haar leerde. Mijn invulling zal niet gelijk aan het hare zijn, en de hare vast niet gelijk aan die van de cultuur waarin zij heeft lopen dwalen, maar wijsheid in deze geeft ons slechts materiaal om uitbundig mee te experimenteren, en om ons gelukkiger te maken wanneer het succesvol blijkt.

Het is slechts een mogelijkheid. Ze geeft me alle mogelijkheden die er zijn.

Annaa!!

Globale training

Ik luister naar mijn lichaam en mijn lichaam praat graag. Ze babbelt en ik denk dat ze vaak babbelt om het babbelen en soms, om iets te zeggen te hebben, onwaarheden verzint.
Het kan ook zijn dat ik haar niet versta. Ik spreek haar taal niet: een gevoelstaal, uitdrukkingen in pijn en stijfheid, in kracht en lenigheid.

Ik heb inmiddels met veel mensen gesproken. Periodisering komt veel terug: de ballen heb ik er verstand van. Waarom immers moet ik anders gaan trainen na x aantal dagen, raakt ze anders verveelt?  Het klinkt echter haalbaar en overzichtelijk en bied enigszins structuur in de warboel van adviezen. Nu ga ik drie weken werken aan mijn kracht en dat houdt in, naar mijn interpretatie, dat ik zoveel mag gaan boulderen als ik wil.
Ik heb een knalgroen boekje gekocht, Gimme Kraft, waarin een verzameling oefeningen staat weergegeven die te sorteren zijn op Power, Power Endurence, Bodytension en andere foute anabolensportcentrumtermen. Ik zal een aantal selecteren die in mijn periode passen (op de gok, weet-ik-veel) en in de kelder op zoek gaan naar grote fitnessballen, rekstokken, ringen en boulderwanden.

Een groot goed is dat ik een beginnend klimmer ben en men op basis daarvan vooral zegt dat ik meters moet maken.

Ik zal niet meer alleen maar naar mijn lichaam luisteren. Soms schreeuwt ze en dan zal ik gehoor geven. Ik zal proberen haar taal te spreken en globaal haar advies op te volgen.
Even globaal zal ik adviezen van andere mensen opvolgen, want concreet valt niets te beginnen. Globaal zal ik trainingen volgen, globaal mijn weken in periodes verdelen, en globaal, toch, een beetje gallen in de hal. Want sorry, dat is gewoon het leukste.

Ovenvisje

Ik eet geen vlees. Twee jaar geleden ging ik de uitdaging aan om een maand vegetarisch te eten. Na het verstrijken van de dertig dagen miste ik koe noch kip. Ik besloot onderbouwingen te zoeken voor het halfvegetarische dieet -een visje glipt soms nog mijn oven door – en vond ze, in overvloed zelfs. De tijd leerde me dat mensen verantwoording verwachtten zodra ik mijn restricties bekend maakte en tevens, snel, deze in vorm van een vlotte babbel bij de hand te houden. Meerdere vlotte babbels: van de zielige kippen en het complexe woord vervreemding, tot grote hoeveelheden voeder die elitaire koeieneters in hun koeien stoppen, zodat zij koe kunnen eten, en anderen helemaal niets.

Soms, echter, val ik stil wanneer iemand bruut vraagt: Hoezo niet?

Hoezo inderdaad niet? Heb ik wel een motivatie, of heb ik gewoon de uitdaging doorgetrokken?

Het vreemde is dat ik een oprechte afschuw heb gekregen van vlees. Ik gruwel van het idee een salamiplakje in mijn mond te stoppen. Met alle andere strenge dieetregels van tegenwoordig zou een stukje vlees op zijn tijd verstandig zijn, maar ik pas.
Het is nu eenmaal gemakkelijker om vlees radicaal te bannen. Mijn afschuw voor salamiplakjes zou voort kunnen komen uit de angst voor de verleiding van beetjes, en ietsje meer, tot hele biggengezinnen mijn borden breken. Ik zie best in dat (mits iedereen het zou doen) af en toe een stukje blij vlees van een bevriende kip, wiens voeder maandelijks in drievoud naar Afrika gestuurd is, geen kwaad kan, en toch zie ik geen vlezige vooruitzichten. Ik eet geen vlees. Ik ben Ruby, ik ben 21 jaar oud, en ik eet geen vlees.

Prettige dag nog

‘Goedemorgen mevrouw. Wat wilt u drinken?’…miep…
‘Een kopje koffie?’…miepmiep… ‘Dat kan! Ik kom het brengen.’

‘Wilt u misschien nog wat drinken?’…miep… ‘Ja, ik zal u even de rekening
geven.’

‘U wilt graag pinnen? 2,20 alstublieft. Nee, excuus, die daar.’…miepmiep… ‘Oh, dankuwel!
Yes, hij is oké. En een prettige dag nog verder.’…miep… ‘Dankuwel!’

Hysterische geest

Ik wil loskomen van mijn eigen denken. Ik wil doorkrijgen wat ik als vanzelfsprekend
houd in elk pietlullig ding van mijn leven. Ik wil alle gewoontes doorbreken, een bikkelharde strijd aan gaan met mijn aannames, tot mijn geest hysterisch rondrent in een leegte; boven een vreemd fundamentele wereld, waarin de zon is naast de aarde, mensen kriskras door elkaar lopen, een geschiedenis in boeken bestaat en de bergen onveranderd blijven.

En als dat niet meer leuk is bezoek ik de ruïnes van mijn aannames en bouw ik met
hun zware, grauwe blokken het allermooiste levensverhaal dat ik kan verzinnen. Een
sprookje. Een vertelling waar ik met hart en ziel in kies te geloven. Een van liefde en kracht en nog honderd mooie woorden.