Latest Posts

Studeren na de Watervallen

Iedereen heeft een laptop of collegeblok voor zich liggen. De professor spreekt en pennen krassen, toetsen tikken. Ik denk aan het gerammel van biners.

Het belang van de stof kan ik niet inschatten. Zelfs niet in het kader van de punten die het me oplevert wanneer ik haar beheers. Ik schrijf rijen zinnen als een geautomatiseerde notulist en bekijk het eelt op mijn linkerhand. De aderen. Kleine wondjes die dwars door dikke wanten heen zijn veroorzaakt door vallend ijs.

Het is druk voor het Spinhuis. Ik rijd door massa’s studenten heen, op de fiets, zonder uit te wijken of een spoortje ergernis. In mijn hoofd loop ik in andermans passen naar de waterval. Sneeuw torent boven mijn hoofd uit, niet alleen op de takken van bomen maar ook naast me, als twee metershoge dammen langs het spoor. We houden afstand van elkaar om niet tegelijkertijd door lawines geschept te worden. Dicht tegen mijn buik voel ik de piep zitten. Had ik niet op de fiets gezeten.

Thuis leg ik mijn collegeblok op mijn bureau. Ik maak boullion van blokjes die overbleven van het chalet, open mijn studieboeken en zet mijn laptop aan. In mijn ooghoeken zie ik de bijlen op het kleed. Hielden die drie dagen geleden mijn gewicht, toen de punten van mijn stijgijzer over het ijs schraapten en ik paniekerig aan beide armen hing? Ze zaten diep in het ijs, die bijlen, dat wel. Ik moest ze lostrekken toen ik doorklom.
Al snel verschijnen youtubefilmpjes met avonturiers op bevroren watervallen van Noorwegen, Schotland, Canada en Oostenrijk. Drie uur later zijn ze daar nog steeds.

En voor me ligt de stof. Onaangeroerd. Net als de bijlen.

IMG_4092(1)-wm

(Dorien klimmend met dezelfde bijlen)

De zomer ter sprake

Het is na de zomer. Ik kijk regelmatig naar mijn armen en buik om hun kleur te bepalen. Telkens zijn ze bruin en wacht ik het moment af dat ik rouw om hun verlies van tint. Maar wanneer ik constateer dat mijn armen zich als sneeuwwitte tentakels voor het toetsenbord bewegen, spreek ik van rouw noch diepere gedachtegang. Het zijn gewoon mijn armen, en mijn armen zijn wit. Alsof ze altijd zo geweest zijn.

De droomwereld van het alpenleven overleeft een tijd lang in Amsterdam. Bang loop ik door de collegezalen, door de winkels, door het café; bang voor de greep van routine. Maar op een dag constateer ik dat er allerlei tijden en zinnen in mijn agenda staan, en is er wederom sprake van rouw noch diepere gedachtegang. Ik knip de lichten uit en sluit de deur, trek mijn rits tot boven dicht voor ik mijn gezicht naar de winter keer, en ga waar ik moet gaan.

Op een onverwacht moment, ben ik het zelf of is het een ander, brengt iemand de zomer ter sprake. De nieuwe zomer, diegene die voor ons ligt. Handen tintelend en de ogen glinsterend, daar is plotseling een perspectief dat haast vergeten was. Al mijn handelingen en gedachten worden nu een klein beetje gekleurd door juli en augustus 2014. Mijn armen en buik zijn wit, alleen om bruin te worden.

IMG_3706(1)wm

Rome en Nepal

We liepen over een smal weggetje in Rome, kaarsrecht, ingeklemd tussen huizen zoals alleen een smal weggetje dat kan. Aan het eind passeerden we een Nepalese winkel. Een rij foto’s van de Himalaya hing dwars over de wand. ‘I’m going to climb those’. De Nepalezen lachten me uit. Sam ging geïnteresseerd het gesprek aan terwijl ik een souvenir voor Fieke uitzocht.

(Ik begrijp opeens mijn ergernis aan mijn studie en elke opdracht die ik ervoor heb moeten maken: De interesse in mensen is niet oorspronkelijk, maar heeft een doeleinde – ‘Antropologie’. Sam was werkelijk geïnteresseerd, zoals overeen komt met haar aard.)

We hoorden over het dorp, familie, bergen en het verblijf in Rome. Ik dacht aan de verhalen van Fieke over de periode, jaren terug, dat zij in Nepal was. Ik dacht aan het Italiaanse lesboek dat in mijn tas zat. Ik dacht aan de colleges over Latijns Amerika. Ik keek in de ogen van twee mannen die op een houten kruk overvallen werden door Sams interesse en werd geconfronteerd met een wereld die mij onbekend was, wezenlijk anders. Fieke kende er een klein deel van, Sam was nu op ontdekking.

Destijds was Fieke in Malawi. Wij waren in Rome. Sam zou snel naar Nicaragua gaan, ik naar Oostenrijk om watervallen te beklimmen.

Sindsdien weet ik dat de wereld oneindig interessant is en dat haar ontdekken binnen de mogelijkheden ligt. Ik wist al dat ze oneindig avontuurlijk was. Nu weet ik nog beter hoe ik mijn leven in zal vullen.

Plastic Kerstboom

Jep is een klimmer. Hij stevent op een verticaal stuk bank af, loopt omhoog en zoekt grip met alle vier zijn pootjes. Halverwege mindert hij vaart en glijdt hij ongecontroleerd naar beneden. Het doet me denken aan de laatste remoefeningen langs de rand van een windkolf, op het eind van de dag, wanneer de serieuze toon verloren is en we in hilariteit overtreffen.

Ik red Jep van zijn eigen capriolen en stop hem terug in zijn kooi. Mails van Fieke forceren me van de bank in Oost naar Malawi, en Jep is te jong om uit zicht te laten.

Ze zit op rotsen langs het water, met haar blonde haar in een band, en een glimlach wanneer ze denkt aan haar eigen gedachtes. Ze flirt met jongens zoals ze dat hier zou doen, ze is lief zoals ze dat hier zou zijn en vlamt van passie voor betere wereld, meer dan ze hier ooit zou kunnen.
Uit haar woorden blijkt zoveel conflict dat ik haar onmogelijk verlichting kan terugsturen. De onverenigbare verlangens en twijfels over goed en kwaad misstaan in Gmail, misstaan op een laptop naast een hamsterkooi. Gmail stuurt ze gewoon terug in de gekopieerde mail onder de reply, als koele blijk van desinteresse, bijna als heiligschennis van haar gedachten. Het spijt me, Fiek, maar we hebben bergen en drank nodig om tot conclusies te komen.

Op het hok van Jep staat een knalroze plastic kerstboom met een gouden slinger en zilveren ballen. Als ik zijn idee niet corrigeer zal dit zijn kerstfeest blijven. Ik zal immens veel houden van mijn vader, moeder, broer en zus, en hij zal kijken naar de voet van een knalroze plastic kerstboom.

Kim schenkt haar wijsheden aan Zurich. Suus zoekt ze in Marokko. Doo laat ze achter in Lissabon. Ik leg ze ten ruste op het raakvlak tussen Jep, een plastic kerstboom en de Alpen en trek even, voor een moment, geen willekeurige conclusie.

Grote Jep

Over La Grande Bellezza schrijven is eng. Jep zegt nogal wat, waardoor de film nogal wat zegt, en als je dan wat terugzegt wil je dat ’t toch op eenzelfde niveau is.
Ik weet alleen niet of ik helemaal begrepen heb wat Jep zegt, en zelfs in die situatie heeft hij me uit ’t veld geslagen. Zijn ‘bla bla’ is het meest wijze dat ik ooit heb gehoord. Zijn Italiaans is het mooiste dat ik ooit heb gehoord, een ticket naar Rome is onvermijdelijk, onlangs toegevoegd is gevuld met klassieke opera en ik kan niemand meer serieus nemen. Behalve Jep. En zij die wel wat over La Grande Bellezza durven te schrijven. En de wortels die ik moet eten, omdat die belangrijk zijn.

Jep de Hamster

Op de avond van 23 november lag een dikke moederhamster puffend in het hooi. Begeleid door flets TL licht wurmde baby na baby zich een uitweg en zette poot in een kooi, diep, diep in Amsterdam West. In gevangenschap geboren.

Nog voor Jep naam of zicht had werd hij al geprofileerd op Marktplaats. Een worm met potentie. Samen met zijn broertjes en zusjes stond hij gefotografeerd en gewaardeerd op vier euro binnen het bleekgele kader.

Om de zoveel dagen verschenen nieuwsgierige mensenhoofden achter de tralies. Luide stemmen braken zijn dagrust, grote handen tilden hem op en zetten hem weer neer, grote ogen zochten de schattigste onder hem en zijn broertjes en zusjes.
7 december verkozen twee dames hem. Het waren de witte vacht met de bruine en grijze stippen, en zijn rustige houding (al op zo’n jonge leeftijd) die hem positief onderscheidde van de rest.

Zondag 15 december zal Jep bevrijdt worden. Mits hij tegen die tijd de lading van zijn naam begrijpt en zich ten gevolge niet al te pretentieus opstelt.

Geen Theorie

De periodisering pakt anders uit dan verwacht. Ik wilde eerst drie weken kracht doen, daarna drie weken uithouding. Kracht ging al snel synoniem staan voor boulderen in Monk, specifiek een aantal groene projectjes in de overgang die ik niet los kon laten. Inmiddels zijn er nieuwe voor in de plaats en weer word ik als een magneet tot ze aangetrokken. Mijn huidige drie weken uithouding zijn dan ook bijzonder krachtig. Ik ben bijna zover mezelf boulderaar te noemen.

Het is duidelijk dat ik de periodisering verwaarloos, net als andere ideeën die ik afgelopen weken heb opgedaan. Ik doe waar ik zin in heb. Zoals een kind in de speeltuin van klimrek naar glijbaan rent en halverwege besluit toch op de wipkip te gaan, onderwijl verlangend naar de schommel en de touwbrug, ren ik door een hal. Ik was de overhang even vergeten, maar voorklimmen in Thea en Centraal is zó leuk. De oefeningen van Gimme Craft zijn leuk, rekken is leuk. Sterker worden is leuk.

Kortom, ik laat alle theorieën even voor wat ze zijn en ga gewoon mijn gang zodra ik een hal in stap. Dat hele beter worden komt wel, of niet. Maar klimmen is leuk.

Alpenbezoek

IMG_5802(1)wm

Het café ligt aan een groot kruispunt, waar rond zessen auto’s en fietsers samenklonteren op het ritme van de stoplichten. De voetgangers hebben de Amsterdamse gewoonte tussen het verkeer door te glippen, de trams hebben de autoriteit. Het is een kruising van beweging, zoals elk kruispunt, maar ik ken de gang van deze. Ik weet in welke richtingen mensen kijken wanneer ze oversteken en waar het gevaar schuilt. Ik ken het lied dat de hobbels van de weg voertuigen dwingen te zingen.

Gisteren kwam de storm. Geen ritme, geen voetgangers of trams, geen gevaar en voertuigenlied klonk nog. Een paar mensen toonde zich op straat, met hun capuchons op, halfgebukt op halve snelheid. Maar ze verdwenen naast het geweld dat overal om hun heen aan gebouwen, schuttingen, verkeersborden en straatstenen trok.
Ik stond achter de ruiten en keek met open mond naar buiten, naar het kruispunt dat voorgoed van haar karakter beroofd leek. De beweging van de wind en hagel toonde zo’n kracht dat ze voor een half uur het enige was dat ooit geweest is. Terwijl ik naar haar staarde voelde ik me kwetsbaar en irrelevant, als de reclameboorden onder haar sleurende dominantie. Als een nietige aanwezigheid. Als een mens in de Alpen.

Voor eens, deze avond, kwamen ze mij opzoeken.

 

22

Al vanaf mijn veertiende brengen verjaardagen de crisis van het ouder worden. Sinds mijn denken enigszins op gang is, ben ik me tergend bewust van de voordelen van onwetendheid, roekeloosheid en onverantwoordelijkheid. Ik wil niet terug, maar alles dat me dichter bij het drama van de dertigjarige vrouw brengt maakt me dieptreurig. Ik ga mijn creativiteit vastbinden met ductape. Eenieder die zich waagt aan mijn vertrouwen en optimisme stuur ik mee naar Spanje. Ik heb back-up van honderd zwarte pieten, elke verjaardag, hoe oud ik ook word.

Ik vind het mooi om te zien hoe mijn vrienden steeds noemenswaardiger worden. De tijd brengt ons persoonlijkheden. Toch, vanuit een duistere invalshoek, brengt de tijd me dit jaar eenentwintig niet uitgevonden eieren. Een ei per jaar. Ik had een tophockeyende soulartiest met Braziliaanse kinderen, bestsellers en een grote gekleurde pappagaai kunnen zijn.

De eerste pepernoten herinneren me eraan, maanden voordat ik jarig ben. Wanneer de Albert Heijn vol kinderschoenen staat weet ik dat Sinterklaas is gearriveerd, met de crisis van het ouder worden in de juten zak van zijn zwarte pieten.

Maar dit jaar heb ik wél een ei uitgevonden.

En dat is het ei der besef van daadkracht. Ik word geen treurige dertiger wanneer ik geen treurige dertiger wil worden. Ik wordt gewoon heel blij, altijd, ongeacht hoe vaak ik Sinterklaas al aan wal heb zien stappen. Dus nu ga ik pepernoten eten en een feestje vieren op de beat van de zwarte pietenrap.

Vaste Gasten

Een vrouw loopt een zoveelste keer binnen en ik herken haar. Wat ze besteld is wat ik al vaag verwachtte. De keer daarna associeer ik haar meteen met haar bestelling. Ik blijf vragen wat ze wilt, weken lang, terwijl ik het kopje al onder de machine heb staan. Geen van beiden geeft een kick wanneer het bekende gezegd wordt. Tot ik haar de status van vaste gast gun en geen vraag meer stel. ‘Ik denk dat ik het wel weet…’. En ze lacht vriendelijk.

De klant is koning, maar de bediening heeft de macht. Vaste gasten verwerven hun status in conversaties tussen bedieningsleden, of bij het ontstaan van een bepaalde vertrouwelijkheid tussen bediening en gasten. Gasten kunnen niet hun eigen status bewerkstelligen door slechts een ‘je weet het wel’ knikje te geven wanneer de bediening langsloopt. Het is een proces dat meer temaken heeft met uitzonderlijkheden en een bepaald soort bescheidenheid, dan met de routine van de bestelling.
Het is het vrolijke gekwetter van een ouderwets stelletje, de enthousiaste hond van een man met krullen of het beeldschone gezicht van een Aziatische vrouw, dat hen karakter geeft in gesprekken en doet uitstijgen boven het kleine schakeltje dat de anderen vormen.