Latest Posts

De Trol van Rodellar

De busjes op de parkeerplaats van Rodellar liggen vol met matrassen en dekens, maar niemand slaapt er. Want dat is verboden. Op het bord voor de ingang van het klimdorp staan afbeeldingen van poppetjes die poepen, koken, eten, wassen, roken, geluid maken, honden hebben, slapen in een caravan of tent of überhaupt slapen, lachen, ademen, bestaan. Door al die lugubere handelingen staan dikke rode kruizen. Dat mag niet.

Tenzij je betaalt voor een camping of ander soort onderdak. Dan mag alles.

Gisterochtend reed een dienstwagen van de Guarda Civil over de parkeerplaats. Fieke en ik spuigden het schuim van onze tandpasta vlug in de bosjes en liepen nonchalant weg van haar Jumpy. Angst voor een boete van 150 euro brengt schot in het ochtendritueel.

Van wie zijn de rotsen van Rodellar? Je zou eigenlijk willen dat Rodellar zelf een gigantische trol had die haar territorium beschermde tegen de aanwezigheid of rotzooi van klimmers en wandelaars. Het is moeilijk om regels te accepteren van onzichtbare mensen die er tegelijkertijd baat bij hebben om zo’n natuurlijke trekpleister te reguleren. Hostels en café’s verdienen niet slecht hier, als ik hun klandizie zo inschat. En dit is nog maar het begin van het hoogseizoen.

De Guarde Civil reed uiteindelijk weg zonder een enkele campingcar van ook maar een waarschuwing te voorzien. De waanzin is dat onze aanwezigheid – klimbums in busjes – onvermijdelijk én schijnbaar gedoogd is. Dus nu staan we in grote getalen op de parkeerplaats en zoeken we allemaal een boom om achter te poepen. Fieke’s suggestie: Laat iedereen twee euro betalen en open het toiletgebouw; stop er desnoods een douche in met een muntjesmachine voor warm water en loop af en toe langs om te zien of we de boel netjes houden.

En zij die zich misdragen? Die voer je in mootjes aan de trol van Rodellar.

Een Geluksvogel in Rodellar

Er zijn veel redenen om telkens weer te vallen voor de klimsport, maar alleen de natuur lijkt relevant wanneer je weer eens op een plek als Siurana, Sadernes of – dit keer – Rodellar naar rotsen zoekt. Het is vreemd dat je zoiets kunt vergeten. Een klimtrip plan je niet in eerste instantie vanwege het modderpad dat verdwijnt in helderblauw water, de oranje rotsen die in absurde bogen op de aarde rusten, de kniehoge struiken die glinsteren van de zojuist gevallen regen of de oeroude boom die zo onder de zwaartekracht zucht dat je kunt koprollen om een van haar gebogen stammen. Je klopt aan bij Rodellar met een minibus vol materiaal, armen vol spieren en een hoofd vol ambities, en staat dan overbeladen in het midden van natuur. Alleen je ziel was genoeg geweest.

Natuurlijk ga je over tot de orde van de dag, hang je setjes aan haken in rotsen en klim je omhoog, want dat is nu eenmaal wat je het liefste doet. Maar zolang de natuur zo stil en mooi en magisch om je heen ligt, weet je dat jouw liefde voor de klimsport een lot uit de loterij is geweest. Je bent een geluksvogel in Rodellar.

IMG-20180516-WA0010

De inspecteur

Tu vais bouffer le mur là! – zei de inspecteur terwijl hij mijn stuur agressief naar links duwde. Heus niet – dacht ik. Blijf met je vieze poten van mijn stuur af.

Ik kon de inspecteur niet uitstaan, hoe hij daar naast me zat, met zijn dikke bovenbenen in zijn strakke beige broek. Na de eerste bocht wilde ik hem al sommeren om uit te stappen, maar dat was tegen de regels van het spel. Binnen vijf minuten vond het muurincident plaats, waardoor we allemaal – de inspecteur, mijn rijinstructrice en ikzelf – nog dertig minuten lang moesten doen alsof dit een waardig examen was.

Ik was immers al gezakt.

Mijn rijinstructrice vond de inspecteur een lul. Ik weet vrij zeker dat ze specifiek die term had gebruikt als ze Nederlands was geweest. Mijn rijinstructrice zelf heeft een grote mond die ik vlak na mijn examen erg kon waarderen.

Met een andere inspecteur had ik me nooit rechtstreeks naar de muur gedirigeerd. Het was zijn schuld.

Mijn droom om begin mei met mijn eigen auto richting Spanje te rijden is enthousiast in duigen gevallen. Het rijbewijs valt zo’n duizend euro duurder uit dan op voorhand berekend en alleen al de autoverzekering voor ‘jonge conducteurs’ zou mijn gehele resterende budget beslaan. Geen auto dus.

En nog geen rijbewijs.

Metallic Lentekrokus

Het materiaal van mijn nieuwe laptop is grijs metallic en voelt zacht, de subtiele klik die de toetsen maken wanneer ik ze induw is verslavend, en de snelheid van het systeem is merkwaardig en futuristisch (dat zeg ik zonder me aan te stellen, ik ben onder de indruk). Tussen het breken van mijn oude laptop en het uitpakken van mijn ‘ gerefurbishde’ vervanger heeft de technologie een grote sprong vooruit gemaakt; zolang ik dit apparaat op mijn schoot heb, weet ik zeker dat auto’s vliegen en mensen in principe niet meer doodgaan. Ik kan de laptop met fatsoen openen in een café waar ze twintig soorten koffie aanbieden, en daar moet ik eigenlijk wel om lachen, want ik geloof dat ik eindelijk op een punt in mijn leven ben aangekomen waarop mijn eigenwaarde onafhankelijk van Apple of koffie opereert. Het snelle karakter van mijn laptop komt voort uit mijn vriendschap met een handige Britse computernerd en zijn verstandshouding met eBay; ik heb daar zelf verder niets mee te maken.

De zon heeft zich in de vallei genesteld en de vogels hebben elk een boom gekozen om van ’s ochtendsvroeg tot ’s avondslaat uit te fluiten. De lente zit in mijn hoofd, buik en zelfs mijn vingers, en het bestaan heeft zo’n licht karakter gekregen dat een flauw briesje me aan de andere kant van de wereld zou kunnen afzetten. Ik heb geen idee waar ik over een maand ben, hoe ik mijn geld zal verdienen en waarover ik zal dromen, maar ik heb houvast aan mijn nieuwe laptop. Er zit een belofte in de tijd die aanbreekt en ik geloof dat ze daarvan op de hoogte is (door haar timing lijkt ze een product van de lente, een mechanische krokus met metallic bloembladeren; haar energie is gelijk aan die van de zon waardoor ze straalt van vrolijk potentieel).

Mijn lieve Marcel spendeert zijn tijd in Zuid-Frankrijk, waar hij zich voorbereid op de klimexamens van de ENSA. Ik verheug me op het moment waarop ik mijn twee liefdes aan elkaar kan introduceren. ‘ Marcel, dit is Krokus, mijn nieuwe laptop’. Maar omdat ik zelf de belofte van deze tijd niet ken, heb ik geen idee wanneer ik hem weer zal zien. Ik haal momenteel mijn rijbewijs en speur het internet af naar een goedkope auto. Als ik niet wordt opgelicht, zou ik zomaar naar Zuid-Frankrijk kunnen rijden (en dan pik ik je op, Fiek).

Ik kom er overigens net via Wikipedia achter dat de Krokus niet perse een lentebloem is, maar mijn laptop is wel perse een lentekrokus.

De Schaduw van de Mont Blanc

Als je persé naast de hoogste berg van Europa wilt wonen, dan lever je onvermijdelijk in op zonlicht. Er zijn huizen in de vallei van Chamonix die zelfs in de zomer geen zon zien. De winter hier is nu eenmaal een donkere aangelegenheid, maar stel je eens voor dat de lente aanbreekt, de vogels fluiten, de ramen openzwaaien en geen zonnestraal de kamer verwarmd…!
Gelukkig bestaan er dorpen zoals Coupeau, gelegen tussen de bossen aan de overkant van het massief. Zelfs ’s winters ontsnappen die nog aan de schaduw van de Mont Blanc, al is het maar voor een uur of twee. Zonlicht is goed voor een mens. Daar bloeit ze van op. De chalets schieten hier dan ook uit de grond, ik ken de cijfers niet maar op basis van hun voorkomen schat ik in dat de helft ervan gedurende de laatste tien jaar gebouwd is. Grote, moderne chalets met zoveel raam dat je ’s avonds steevast een inkijkje krijgt in het leven van de rijke bergbewoner.

Twee bochten onder het appartement van Adria en mij staat een oranje hijskraan die overdag met veel lawaai zo’n gebouw in elkaar zet. Aan het einde van diezelfde weg hebben ze zojuist zo’n honderd vierkante meter aan bomen weggekapt, want volgens BIG MAT komt daar een appartementencomplex. Vlak ernaast liggen de bomen eveneens op de vlakte voor een terrain constructible dat nog verkocht moet worden, met een oerlelijke bouwsuggestie op een plastic bord dat achteloos in de bosjes lijkt te zijn gegooid. Gemeente Les Houches kan dadelijk wederom het dorpsplein renoveren, of een extra World Cup op de Kandahar organiseren, of misschien eindelijk die trein naar de top van de Mont Blanc realiseren.

Ik vraag me af of er iemand is die het overzicht houdt. Iemand die een stap achteruitzet, de vallei van Chamonix in zich opneemt en zegt: ‘Nu is het genoeg geweest’. Op een zeker moment zal er toch een nationaal park van gemaakt moeten worden, anders hebben de honden straks geen boom meer om tegen te pissen. Ze mogen mij er best uitgooien.
Als ik de Mont Blanc was geweest, dan zou ik mijn schaduw definitief over de hele vallei werpen en rustig wachten tot al het menselijke ongedierte rillend wegtrekt, hun smogprobleem inclusief. En dan, als ze het wel uit hun hoofd laten om terug te keren naar die kille, onwelkome dieptes van het massief, dan zou ik stiekem weer wat zon doorlaten. Voor de bladeren van de bomen die net als ons de warmte wel waarderen.

Herschrijven

Fieke heeft me het perfecte verjaardagscadeau gegeven en ik heb geen idee meer hoe ik erover kan schrijven. Het is namelijk een boek over schrijven: Het geheim van de schrijver van Renate Dorrestein. Ik ben op pagina 169 en realiseer me al vanaf pagina 1 dat ik, als beginnend schrijfster, het complete rijtje aan klassieke beginnersfouten maak. Waarom, lieve lezers, wijzen jullie me daar niet zo nu en dan op? Af en toe een opmerking zodat ik langzaamaan beter leer schrijven? Ik ben blij met het boek van Dorrestein, maar had liever elk jaar een hoofdstuk gelezen, in plaats van het hele boek in één keer. Marcel probeert me soms te leren skiën door vlak voor een afdaling alle verbeterpunten energiek richting mijn ski’s te schreeuwen: movement vertical dissociation regard planter les battons laissez glisser angulation face à la pente ! Op zo’n moment begrijp ik acuut niets meer van het skiën en sta ik als versteend bovenaan de piste. Zo hang ik nu ook boven mijn laptop.

Goed, dit snap ik wel: Gedachteloos schrijven is net zo fijn als gedachteloos skiën, maar in beide gevallen kun je maar beter vanaf het begin je kop erbij houden, zodat slechte gewoontes de kans niet krijgen om al te diep in te dalen. Tenzij… het eindproduct niet van belang is. Schrijven voor mij was bovenal een ontspannende bezigheid; uitvogelen van triviale levenskwesties op mijn blog, mee pruttelen met de fantasie in een word document. Als ik ‘een schrijver’ wil worden, zal ik op zijn minst moeten doorzetten zoals de auteurs van al die boeken die ik zo graag lees doen. Herschrijven, herschrijven, herschrijven. Worstelen met woorden, zinsconstructies, structuur, stijl, symboliek, indien nodig hele hoofdstukken elimineren, altijd met je gezicht naar het scherm, altijd in de kaders van je eigen gedachten. Schrijven is hard werken, en voor een schrijver die zichzelf serieus neemt is het eindproduct (logischerwijs) mega, mega, megabelangrijk.

Ik ben gemotiveerd om te leren, eindelijk, godzijdank, verlicht mij! Maar ik weet niet of ik ooit voldoende gewicht aan het eindproduct zal kunnen geven om mezelf uiteindelijk ‘schrijfster’ te noemen. Of ik daar de motivatie voor heb. Of ik uiteindelijk niet gewoon naar buiten wil om door de bergen te wandelen en fantasieën te generen, die hun mooiste vorm aannemen wanneer ik de scheiding tussen mijn eigen hoofd en de buitenwereld niet voel.

Korte verhalen, zegt mijn vader altijd. Begin met korte verhalen.

Dankzij het boek van Dorrestein (en dus dankzij mijn lieve Fiekje) heb ik in elk geval het gereedschap om verhalen te klussen die wat meer conform de literatuur zijn die men leesbaar acht. Schrijven doe ik toch wel (niet de eerste keer dat ik dat schrijf), en meer vaardigheid levert praktisch altijd wel meer plezier op. Nu moet ik alleen over dat moment van totale verwarring heen zien te komen en zo onbevangen mogelijk de afdaling inzetten.

Van Ski’s naar Wielen

Zoals jullie misschien wel gedacht hebben, heb ik dat examen dus niet gehaald, anders had ik het nieuws een week geleden in lettertype 72 diagonaal over de homepage van mijn blog geschreven (het format WordPress laat dat overigens niet toe, zo saai). Participeren aan het examen met mijn blessure was al pure winst – zo blijven mensen herhalen – en dus ben ik een tevreden verliezer. Sterk voor volgend jaar.

Het Catalaanse Monster is gelukkig wel door en gooit zich nu fulltime op de klimcarrière, want in juni begint de volgende reeks examens. Het is ergens wel een opluchting dat ik gewoon lekker kan gaan klimmen, zo technisch incorrect als me zelf gepast lijkt, zonder die ENSA die altijd een beetje mee koekeloert vanuit een onzeker gedeelte brein. De bergen zijn leuker zonder de ENSA.

De organisatie van het komende jaar is zodoende aan de orde van de dag, en ik denk aan Spanje, berghutten, Patagonia, timmervrouwsopleiding en een hond. Jammer genoeg prijkt ‘het rijbewijs’ bovenaan het lijstje. Van ski’s gaan we naar wielen.

Ik mis de dagen waarin het afdoende was om me gewoon te voet of desnoods met de fiets te verplaatsen.

Een kermis vol idioten met stokken

Hoe voelt het om weer te skiën? Precies een maand na de blessure? Volledig ingetaped op de groene piste? Bochten van een beginner, het recht op één enkele kijken-hoe-het-gaat afdaling?

Dit ga je belachelijk vinden, maar het was de meest geruststellende ervaring die ik geloof ik ooit heb gehad. Het licht aan het einde van de tunnel. Alles weer op z’n plek. Diepe zucht, oef, we hebben het overleefd.

Wàt was dit een avontuur en wat ben ik dankbaar, dankbaar, maan-en-terug dankbaar voor de goede afloop. Ik was bijna in staat om online een nieuwe identiteit te bestellen en meteen maar een ticket naar een alternatief levenspad in het mandje te gooien

Het gat waarin ik na mijn blessure viel was zo diep als de vallei van Chamonix. Ik voelde me shit. Verloren bijna. Hoe, vroeg ik me telkens af, kon een abrupte stilstand van een hotseflots on the go skicarrière zoveel ellende genereren? Sinds wanneer identificeerde ik mezelf als skiër en als skiër alleen? Wanneer was ik dermate van de bergen vervreemd dat zij niet meer konden fungeren als de basis van mijn geluk zonder ski’s? Hoe was ik zo afhankelijk geworden van het functioneren van mijn lichaam, een lichaam, een paar knieën dat onder deze druk gedoemd was om een keer te knappen? Waar was ik eigenlijk mee bezig? Waarom leefde ik in een hut in Coupeau ver van kleur, warmte, cultuur? Hoe zag ik mijn toekomst precies voor me? Op ski’s, serieus, Ruby? Lag (of gleed) daar de fundering van mijn lange termijn welzijn? Zo… zo… waanzinnig zinloos? Wie was ik eigenlijk? Wie was de wereld? Wat wilde ik?

En dat allemaal vanwege een blessure.

Soms correspondeert de ernst van een gebeurtenis niet met de emotionele impact ervan. Denk ik dan. Heb ik misschien geleerd.

Ik was eventjes vergeten dat ik skiën leuk vond. Dat het überhaupt iets was dat ik deed, iets dat ik kon. Ski’s waren stuk voor stuk veranderd in de houten planken die het nu eenmaal zijn, die het waren voordat ik begon met skiën. Ik keek om me heen en zag een wereld waar ik niets mee kon. Winter in Chamonix was een kermis vol idioten met stokken en op de een of andere manier was mijn hele leven daarop ingericht. Mijn obsessie van de afgelopen tijd leek ridicuul. Het ski-examen van de ENSA was de grap van het jaar. Ik had plotseling een heel bestaan om van betekenis te voorzien en alhoewel de opties me wel aanstonden, kon ik toch niet helemaal loskomen van het gevoel dat er ergens een bodem onder me uit was gevallen.

Toen ik vanmorgen voor het eerst weer op ski’s stond, schoot alles in mijn belevingswereld terug op z’n plek en gleed ik door een wereld waar weer logica in zat. Ik houd van skiën. God wat houd ik veel van skiën.

Ik denk dat een identiteitscrisis (bestaanscrisis) nu en dan wel goed is, zodat je weer even kunt vaststellen waar je nu eigenlijk mee bezig bent. Van een afstandje. Herwaardering van dat pad waar je dagelijks overheen kachelt. De frustratie die mijn blessure genegeerde was niet gezond, de deceptie te groot, daar valt genoeg uit op te maken. Ik moet (moest) weer even terug naar de basis: de liefde voor de dingen die ik deed, de vrijheid die de bergen me brachten, het simpele geluk van een afdaling op ski’s.

Ik had niet gedacht dat ik dit ooit zou zeggen, maar ik denk dat die blessure nog niet eens zo’n slecht idee was.

Moguls vs. Knieband

Het ging ongeveer als volgt: Marcel en ik deden mogultraining op pistes die fanatiek voor ons waren voorbereid door honderden voorgangers (voor zij die Chamonix kennen: Grands Montets, La Herse). De heuvels waren minstens van heuphoogte en als een virus verspreid over elke begaanbare flank van Lognan. Je moet er even bij stilstaan hoe vreemd dat eigenlijk is. Hectares aan kleine heuvels in het ondergesneeuwde territorium van de mens, ik kan me voorstellen dat de Chamois zich afvraagt waar ons soort zich mee amuseert. Als je mij drie jaar geleden op zulk terrein had gedropt, de skiliften buiten zicht, dan had ik rondgekeken of er niet ergens een groep aliens rondliep.

Hoe dan ook, het was belangrijk dat we de afdaling over die heuvels onder de knie kregen. En ik ging eindelijk vooruit, wist mijn lijf stil te houden terwijl mijn benen zich lieten meevoeren door de sluizen van het maanlandschap. Nog een petit peu d’engagement en ik zou op niveau zitten.

Hoog in La Herse zagen we ons menssoort ploeteren door het terrein. Hé, kijk, die doet het goed! – zei ik tegen Marcel. Een fluorescerende adolescent vloeide tussen de heuvels door. Tjak, tjak, tjak, een ritme, tempo, ogenschijnlijk zo eenvoudig. Il s’engage! – riep Marcel uit. We volgden hem tot hij onverwacht onderuitging en drie heuvels verder gleed dan zijn ski’s. De jongen stond op en liep terug naar zijn ski’s, ongedeerd en lachend.

Oh, maar dat kan dus prima – dacht ik. Je kan prima vallen, ook tussen de moguls, zelfs als je vaart maakt. Engagement, Ruby! Kom op!

Als je veel skiet, dan kan je er min of meer op gaan zitten wachten. Ik was er op momenten zo bang voor dat ik hoopte dat een skisessie ten einde liep, met name als de dag feilloos leek, de zon had geschenen en alles net iets te perfect was geweest. Ik wist het meteen. Mijn gekrijs kwam maar deels voort uit de pijn in mijn zojuist verdraaide knieband. Zodra ik op de grond lag, tussen de heuvels in, wist ik dat ik de volgende was die met zo’n brace door Chamonix zou hinken, de volgende in de rij bij de fysio, de volgende die gestrekt op de bank verzuchtte dat het er nu eenmaal bij hoorde.

Met een tweedegraads knieblessure mag ik me nog bij de gelukkigen scharen, zij die er zonder operatie en lange revalidatie vanaf komen. Gisteren kreeg ik groen licht voor een praktisch vlakke beklimming naar de top van een skilift, op skins met couteaux zonder kickturns. Dat is niet precies wat ik in gedachten had voor dit stadium van het seizoen, maar het feit dat ik weer met mijn ski’s in de weer mag maakt me erg gelukkig.

Ik vraag me af of de scheur in mijn knieband het gevolg is van mijn engagement in de moguls of simpelweg in het verlengde ligt van het zoveelste skiseizoen waar ik ongedeerd uit dacht te komen. Beide zal een beetje waar zijn. Schijnbaar zijn die heuvelvelden notoir voor het genereren van knieblessures, maar zelfs al had ik dat op voorhand geweten, je skiet ze nu eenmaal niet op halve kracht. De tussenstand? 1-0 voor de moguls. Een reeks aan malle oefeningen van de fysio bereiden mijn benen voor op het vervolg van de competitie. Mijn knieband komt sterker terug.

En dan maar hopen dat ik de komende tien seizoenen gespaard blijf.

_DSC3741Egzon

Bij gebrek aan mogulfoto’s: Verkies dit vooral boven moguls, Les Houches, Fotograaf Sam de Goede

Plan B

Een week geleden ontving ik de convocation van de ENSA waarin ze me uitnodigen voor de examens. Bij het zien van die van Marcel vorig jaar werd ik plaatsvervangend nerveus; bij het zien van mijn eigen ben ik naar La Panière gestrompeld voor een maxi-croissant en een muffin en heb ik een uur lang voor me uitgestaard.

Wat is je plan B? – vroeg mijn vader me gisteren over de telefoon. Plan B was nog lang niet ouderproof, hing ergens tussen mijn schaapachtige fantasieën over de toekomst en zat vol glitter en glinstering van dromen die nog niet in contact waren geweest met de realiteit. Een waardige concurrent van Plan A, maar allerminst concreet.

Ik dacht aan alle plekken die ik wilde bezoeken: Parijs, Granada, New York en Rio de Janeiro, Argentinië en Chili, de bergen van Patagonia en wederom Siurana.

Ik dacht aan de dingen die ik wilde doen: Schrijven, klimmen, muziek maken, fotograferen, nieuwe mensen leren kennen en nieuwe dingen leren.

Ik dacht aan de dingen die moesten: Geld verdienen en mijn rijbewijs halen.

Ik dacht aan de lange termijn: Een stekje vinden, gids worden, restaurant openen en mama worden.

Mijn plan B? Ik hing de telefoon op en moest lachen.