All posts filed under: Blogs

Trop de Temps

Hij is er altijd. We hebben huissleutels, maar niemand gebruikt ze omdat, zelfs als alle negen anderen de hort op zijn, hij nog altijd thuis is. Vanaf de eerste dag van het seizoen is hij thuis. Voor ik mijn gewicht ooit op een ski had gezet en de tien huisgenoten elkaar fatsoenlijk kenden, op een mooie dag met weinig sneeuw maar mogelijkheden om een beetje off-piste te spelen, gingen Millan en Andrés de berg in de achtertuin af. Twee uur later lag Millan in het ziekenhuis met gescheurde kruisbanden. Ik kan me het moment dat ik hem voor het eerst ontmoette nog heel goed herinneren. Hij is namelijk fascinerend mooi, met een glimlach die de hele breedte van zijn hoofd beslaat, grote groene ogen en donkere dreads die in een magische knot op zijn hoofd rusten. Omdat ik geen Spaans spreek en hij alleen maar Spaans spreekt kon ik nauwelijks met hem communiceren, maar hij had geen woorden nodig om sympathiek over te komen. Hij verdeelde zijn manderijnpartjes onder ons allen, negen huisgenoten, iedere keer als …

Hangbordtraining en het Zonnetje Buiten

Ik woon in een achterlijk veelbelovende omgeving. Als de zon hier schijnt, wil je ergens opklimmen of vanaf skiën. Sinds drie dagen loopt het gros van Chamonix rond met bruine wangen en een nog bleek voorhoofd, mijn ijdele vriendinnetjes gebruiken gretig de minuten in de skilift om de goggle weg te branden. We spelen allemaal buiten. Daarom zijn we hier. Maar ik speel nu en dan verplicht wat uurtjes binnen, want ik ben een trainingsschema begonnen. Het voelt belachelijk om op dagen als deze een hal binnen te gaan. Zelfs de hardcore trainingshal waar ik een abonnement heb genomen, waar mensen net zoveel aan het campusbord hangen als aan de grepen en ik beter naar ze kan verwijzen als gorilla’s – de gorilla’s, de gorillahal -, is leeg rond het middaguur. Op Ruby na. Ruby hangt aan het hangbord. 1…2…3…4…5… Ik volg de climbing training manual, een heel heftig trainingsboek dat zelfs durft te zeggen dat we wat minder moeten gaan hardlopen, want daar worden de benen te gespierd van (je hebt geen fuck aan …

Lief Lijfje van me

Ik heb een gesprek met mijn lichaam gehad. Er was op voorhand sprake van miscommunicatie; zij ging er vanuit dat ik bepaalde subtiele signalen wel op zou vangen, ik heb gezegd dat ze sommige dingen nu eenmaal helder moet uitspreken zodat ik kan weten waar ik aan toe ben. Ik zei haar vrij bot dat het wel mooi was geweest met de malaise en dat ze zich wat weerbaarder moest maken tegen de Chamoniaanse ontberingen. Toen zei ze: Als jij slaapt en gezond eet, dan heb ik geen reden om moeilijk te doen. We raakten in een ingewikkelde discussie over wat dan slapen (ik zei, 7 uur per nacht, zij zei, als je moe bent) en gezond eten (hier was ze onuitstaanbaar onduidelijk) was. Uiteindelijk beloofde ik haar op zijn minst mijn best te doen om zoveel mogelijk slaap, groente en fruit tot me te nemen, zoveel als dat mijn bestaansritme hier toe zou laten, en met die laatste opmerking barste de bom. Jij verkiest altijd het bestaansritme boven mij, zei ze. Dat is dom, …

Cheapshots en het Spaceship

Ik heb een nieuwe collega. Hij is aangenomen om ieders gemoed wat vrolijker te maken. Hij lacht namelijk. Heel hard als het heel grappig is en hard als het grappig is. Ik kende hem van het zomerseizoen. Voornamelijk als de trailrunner en het voedselbeest dat bij de receptie werkte. Gebruikte borden van het terras of restaurant moeten naar de plonge (het afwashok) gebracht worden en de looproute loopt precies langs het bureau van de receptie. Je voelde altijd zijn blik gericht op de mogelijke resten, op de stukken brownie of vlees of brood die hij vervolgens stiekem in de plonge naar binnen werkte. Ik kon eerst niet geloven dat hij werkelijk aan de haal ging met andermans overblijfselen, maar hij koos ze zorgvuldig en na verloop van tijd vond ik het groteske verspilling dat niemand dat nog goede eten at behalve hij. Ik begon in die periode ook met trailrunnen en had altijd honger. Dus het was een feestje in de plonge. Hij heeft met twee vrienden een hut in Argentière gevonden en woont daar …

Fortuinlijke Landing

Ik had bezoek hier. Zij heeft over de amandelcroissantjes geschreven. Nu ga ik over haar schrijven. Zo’n 22 jaar geleden werd ik bij haar in de wieg gedumpt, dat scheelde mijn ouders een oppas en betekende voor mij een fortuinlijke landing. Rond ons achtste levensjaar beschoten we elkaar met witte, schuimige besjes door ze in plastic pijpen te stoppen en heel hard richting de ander te blazen. We maakten hutten van doeken en tekenden honderden kleine krijten weggetjes op de straat. Met twaalf fietsen we samen naar het hockeyveld. In de zesde rende ik vijf minuten voor het scheikunde tentamen door de gangen van het college om haar te vinden voor de uitleg van die ene opgave welk trucje zeker getest zou worden. Ze is intelligent. Doet de moeilijkste studie in Delft. En met name, ze doet wat ze zelf wil. Dat heeft ze altijd al gedaan en dat heb ik altijd met eindeloze bewondering gade geslagen. Iedereen ontpopt zich uiteindelijk toch in zekere zin als speelbal van alle anderen, maar zij lijkt daar al sinds …

Mis je graag

Emigreren is weg zijn. Ver weg zijn. Emigreren is je vrienden en familie niet in je dagelijks leven hebben. Misschien digitaal, maar dat is anders. Dat telt niet, want dat voel ik niet. Het is niet erg. Missen heeft iets goeds want het zegt dat er iets van waarde is. Er is een succesverhaal in je leven. Die mensen, als alles misgaat zijn de mensen die je mist nog altijd het succesverhaal van de tijd waarin je bij ze was. Het is je historie die zegt: Hé, je bent niet alleen (want je bent alleen en je voelt dat). Missen, missen, ik heb er nu al te veel over nagedacht, twijfel al aan de betekenis ervan. Missen wordt zo erg bepaald door diegene die je mist dat missen als woord alleen bijna leeg is. Het heeft het gezicht en de handen en de lach van diegene die je mist. Je mist niet in het algemeen. Missen zonder iets of iemand, ik weet niet of dat bestaat. Missen is zo iets charmants en kleins, het is de …

Tromgeroffel

Ik sta bij het busstation en de wind trekt aan mijn haren en kleren, de rafels van mijn broek, mijn schoenveters. We eindigen bijna twee haltes verder zonder in de bus te stappen. Het is bitterkoud. Ondanks de zaterdag, de dag waarop mensen komen en gaan en de pistes relatief verlaten zijn, is het druk op straat. Mijn bus laat lang op zich wachten en ik spring en loop heen en weer om warm te blijven. Een groep bezopen toeristen komt het café uit. Ik laat ze passeren, volg ze met mijn ogen en zie een meisje inzakken. Languit op de stoep totdat mijn bus komt, omringt door iedereen behalve zij met wie ze was, want die plassen tegen de schutting of leunen tegen de lantaarnpaal. De bussen van de vallei komen te laat als het veel gesneeuwd heeft of er reden is om massaal van de piste af te komen – de sluittijd van het liftstation. Grote groepen dronken toeristen zijn het dit keer. Ik stap in en manoeuvreer me tussen de Engelse skiërs en anekdotes. …

Iglo’s, bacillen, vliegende honden, honderden euro’s en een diploma

Soms leef je dagen waarvan je weet dat ze groots je eigen historie ingaan. Deze weken zijn zo geladen dat ik er altijd een sterk gevoel aan over zal houden. I got my ass wipped, ik ben op mijn bek gegaan, ik ben verslagen. Ik had het idee dat ik wel kon blijven aanmodderen met de bacillen en ik verbaas me bijna over de feitelijkheid van hun overwinning. Als zij werkelijk sterker zijn, dan doe je daar dus niets aan. Mijn leven is er desondanks niet vervelender op geworden. Gebonden aan mijn bed sla ik de komst van ladingen sneeuw en een achttal extra Fransozen in mijn huis gade. Fieke klopt aan en mengt zich in de huiselijke chaos, zo natuurlijk dat ik me haar naderende afwezigheid onmogelijk kan invoelen. De Fransen maken een iglo in de achtertuin, een gigantische, ze bouwen er een tweede iglo naast en verbinden ze met een gang. En dat alles houdt het voldoende om er op een avond met het hele huis in te kaasfonduen. Ik ben daar niet …

Voor Pampus

Het is vier uur. Om half vijf sta ik op het rooster. Ik zit aan de grote houten tafel in de hoek van het café en ben plotseling zo moe dat ik mijn hoofd nauwelijks meer zelf kan dragen. De helft van mijn collega´s wandelt ziek om me heen. Het heerst niet eventjes, het heerst al sinds de start van het seizoen. De hele bus kucht. Ik weet nog dat mijn oud huisgenootje zei dat ze niet wilde blijven voor de winter omdat ze wist dat ze van november tot april ziek zou zijn. Nee joh, dacht ik, dan doe je gewoon een dikke jas aan. Zes dikke jassen zouden deze beesten nog niet buiten kunnen houden. Ik verklaar in het wilde weg dat ik ermee ga kappen. Ik trek het niet meer. De baan is teveel en te intens en de vlijmscherpe conflicten die ook al vanaf het begin van het seizoen spelen kruipen als weerzin door mijn hele lichaam. Ik breng mezelf naar beneden, trek mijn werkkleding aan, draai het bolletje van mijn …

Roze bril

Sinds dat stuk van Bas vertrouw ik mijn eigen schrijven niet meer. Ik ben inderdaad een beetje een romanticus, beweeg mezelf door Chamonix met een roze bril, of in elk geval lichtroze. Haren in een afvoerputje, hasjlucht of gevaarlijke wc-potten dringen niet echt tot me door als hinderlijke aspecten van het zojuist geëmigreerde bestaan, omdat ik heel gemakkelijk high word van dat bestaan zelf. Ik schrijf zo stoned als een garnaal en ben misschien zo stoned als een garnaal zolang het dagelijks leven me niet afleidt. Ik heb daar ooit hard aan gewerkt, ik heb die bril zelf roze geverfd, misschien zag ik de haren in het afvoerputje al aankomen en ben ik preventief gemakkelijk geworden. Hoe dan ook, ik moet tegenwoordig een beetje lachen om mezelf en mijn woorden omdat ik me er bewust van ben geworden dat ik een hele gestileerde versie van mijn bestaan op deze blog naar voren breng – wat logisch is, maar wel geinig. Ik vind het geinig. Ik ben nu eigenlijk wel getriggerd om over niet romantische dingen te …