Stil op een matje
Ik kan me het moment nog precies herinneren dat ik me voor het eerst bewust werd van mijn eigen denken. Mijn moeder en ik fietsten over de Wagenweg, weg van Haarlem, en ik was een jaar of tien. Fanatiek dagboekschrijver. En opeens, daar, tussen het trottoir en mijn moeder in, op een snelheid van zo’n vijf kilometer per uur, realiseerde ik me dat ik aan het denken was. Dat denken een soort activiteit was, in plaats van iets dat maar gewoon gebeurde. Ik kroop als het ware voor het eerst in mijn eigen hoofd en kan me eigenlijk niet meer herinneren of ik mijn ontdekking meteen naar mijn moeder heb gecommuniceerd of er pas later, in mijn dagboek, met verbazing over heb gesproken. Hoe dan ook, het was een merkwaardig moment. Sindsdien was ik dus een denker. Een uitpluizer van mijn gedachten. Mijn brein werd de leverancier van het geheime gereedschap dat me hielp om met het leven om te gaan (oh die puberjaren). Ik schreef alles uit, was er van overtuigd dat er geen …







