Stil op een matje

Ik kan me het moment nog precies herinneren dat ik me voor het eerst bewust werd van mijn eigen denken. Mijn moeder en ik fietsten over de Wagenweg, weg van Haarlem, en ik was een jaar of tien. Fanatiek dagboekschrijver. En opeens, daar, tussen het trottoir en mijn moeder in, op een snelheid van zo’n vijf kilometer per uur, realiseerde ik me dat ik aan het denken was. Dat denken een soort activiteit was, in plaats van iets dat maar gewoon gebeurde. Ik kroop als het ware voor het eerst in mijn eigen hoofd en kan me eigenlijk niet meer herinneren of ik mijn ontdekking meteen naar mijn moeder heb gecommuniceerd of er pas later, in mijn dagboek, met verbazing over heb gesproken. Hoe dan ook, het was een merkwaardig moment.

Sindsdien was ik dus een denker. Een uitpluizer van mijn gedachten. Mijn brein werd de leverancier van het geheime gereedschap dat me hielp om met het leven om te gaan (oh die puberjaren). Ik schreef alles uit, was er van overtuigd dat er geen probleem was dat niet al denkend – schrijvend – opgelost kon worden, zelfs toen ik erachter kwam dat mijn eigen denken vaak het probleem was. Of juist toen ik erachter kwam dat mijn eigen denken vaak het probleem was. Dan kon het dus ook door mijn eigen hoofd opgelost worden.

Vanwege mijn denken heb ik mezelf altijd sterk geacht. Ik vond mezelf niet geniaal, niet eens zo filosofisch, maar ik had altijd de middelen om met emoties of situaties om te gaan. Alles viel direct ten prooi aan mijn ratiomonsters (ratiomonsters: bewoners van mijn brein die specifiek zijn getraind op hun relativerend vermogen). Met hen aan mijn zijde was ik tegen de wereld opgewassen.

Maar. Maar, maar, maar. De laatste tijd ben ik niet zo’n groot fan van mijn eigen denken meer. Het is een hardnekkig stuk vreten, als ik heel eerlijk ben. Het gaat namelijk in cirkels. Het produceert onzin. Het leert maar moeizaam. Het is conservatief; wil niet veranderen, niet écht, liever niet. Het is een gewoontedier. Het luistert beter naar de samenleving dan naar mij. De ratiomonsters doen hun werk wel, maar het systeem waarin ze functioneren is veel te chaotisch. Het creëert of houdt in stand de shit die het zelf moet oplossen. Ik ben 26 jaar, en denk dus al 16 jaar lang. Je zou zeggen dat ik inmiddels een meester ben in het beheren van mijn gedachtenprocessen. Maar nee, ik ben er de slaaf van. Mijn denken legt zich aan me op, verspilt mijn tijd en energie. Er is geen ontsnappen aan.

Het is tijd voor de volgende stap. Toen ik tien jaar oud was en met mijn moeder over de Wagenweg fietste, kroop ik onverwacht in mijn eigen hoofd (geen idee waar ik daarvoor precies was) en leerde vervolgens de kracht van mijn denken kennen. Nu wil ik eruit. Of op zijn minst de mogelijkheid hebben om de wereld te ervaren zonder dat mijn hoofd er eerst mee aan de haal gaat. Om af en toe niet te denken. En dat is moeilijk. Dat is iets dat ik eigenlijk al jaren wil, maar waar ik nu pas klaar voor ben.

Gelukkig ben ik niet de eerste die is begonnen met denken en er inmiddels klaar mee is. We hebben Christophe André, Suzuki, Ilgner (voor de klimpraktijk), Vipassana kampen, eeuwenoude wijsheid en een grote achtertuin waar ik in alle stilte naar de vogeltjes kan luisteren. Er is genoeg hulp, fantastische boeken en een buitenwereld met bergen. Ik ben gemotiveerd en ik doe mijn best; het voelt als het volgende grote avontuur van mijn leven. Maar dan stil op een matje. Ademen. Gedachteloos.

_DSC0223
Ik mag op het hoekje.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s