All posts filed under: Blogs

Plantjes en gletsjerspleetklimmen

De gecoördineerde jacht op dwalers buiten hun gepermitteerde kilometerzone in Vallée de la Claréé is bijna voorbij. Maandag mogen we zonder papiertje naar buiten. Voorlopig. De ENSA heeft inmiddels een nieuwe datum voor het ski-examen opgegeven: Eind Juni, op een gletsjer, vlak voor de zomerexamens, wanneer geen van ons nog enig idee heeft van de globale vorm van een skistok. Sommigen worden er zenuwachtig van, anderen laconiek. Om ons op al die examens voor te bereiden begint de CRET komende dinsdag, met een week achterstand, een klein beetje halsoverkop. Thibault en de buurman zijn er niet persé blij mee, omdat ze daardoor maar één dag hebben om vrij door de natuur te dwalen (de opleiding is nogal tijdrovend en intensief), en dat is maandag: Een dag vol storm en regen. Maar ik, ik ben wel blij. Elk alternatief op papiertjes en patrouillerende politiewagens klinkt me als muziek in de oren. Ik zie eveneens tevreden aan hoe de tijd plotseling weer gespannen trekjes vertoont. Dagen lopen niet meer ongemerkt in elkaar over sinds ik plotseling mijn …

Bakker. 13:35.

De dag waarop we vergaten een briefje mee te nemen waarop stond dat we naar de bakker gingen toen we naar de bakker gingen en daarom een boete van totaal 270 euro ontvingen: 28-04-2020. Tijdstip: 13:35 De bakker ligt op vijf minuten rijden van huis. Ik zei huilend tegen de ene politieman: Meneer, dit is beangstigend. De meneer zag eruit als een gezellige beer. De andere meneer niet, die was lang en dun en het kon hem allemaal geen ruk schelen want hij deed zijn werk en ik was vast niet het eerste meisje dat zo in ene een paniekaanval kreeg. Toen we terugkwamen in huis, zonder brood maar toch 270 euro lichter, zei Thibault: Dat was wel dom, om dat briefje te vergeten. Op de keukentafel lagen er zo vijf, verkreukeld omdat ze altijd ergens in een broekzak of onderin een tas meereizen. We nemen altijd briefjes mee. Sindsdien koester ik de wens dat die lange, dunne politieman alle komende nachten niet in slaap valt, gewoon de hele nacht wakker ligt, zonder reden, dat …

De rondjes die ik ren

Het waarderend grommen van Tigrou als ik hem achter zijn oren krab is niet genoeg om met een lekker gevoel wakker te worden. De rondjes die ik ren in de cirkel van een kilometer evenmin. Thibault is inmiddels te veel aan me gewend om nog dagelijks te zeggen hoe verschrikkelijk mooi en leuk ik ben en Fieke maakt daar ook geen dagbesteding van, die heeft wel wat beters te doen. Dankzij de huidige crisis ben ik er nog maar eens een keertje achter gekomen dat mijn eigenwaarde geworteld ligt in de sociale interacties die ik heb en de dingen die ik doe. Natuurlijk had ik mijn eigenwaarde aanvankelijk nooit bij externe factoren moeten leggen, maar ik ben ook maar een mens, dwars gezeten door allerlei onproductieve, onzekere gedachten die ongetwijfeld het product zijn van een maatschappij waarin ik goed en leuk moet zijn. Goed en leuk zijn in quarantaine is misschien wel net zo’n grote uitdaging als werkelijk voelen dat ik intrinsiek van waarde ben. Zie hier het nut van het Coronamonster, terug naar mijn …

Thema Dier

Toen Tigrou als een lapje op de behandelbank van de dierenarts lag, kreeg de dierenarts een telefoontje van een dame. Ze was hoorbaar overstuur. Haar kat werd een half uur later binnengedragen en ik denk dat er niet veel van over was; de dame was ontroostbaar. Wij namen Tigrou stilletjes mee en zetten hem op de achterbank, hij keek versuft door de gaten van zijn plastic kooi. Tigrou doet er momenteel ongeveer dertig seconden over om op de bank te springen, want zijn achterpoten lijken zo’n vijftig procent van hun functionaliteit te hebben verloren en hij twijfelt zichtbaar over de mogelijkheid van zijn eigen lancering. Het keukenblad was voorheen zijn favoriete attractie, waar hij zich groot voelde als een mens en heen en weer paradeerde als een bewaker van zijn eigen verboden terrein, maar voorlopig moet hij zich voegen in de rol van bank-, bed- en vloerkat. Niets hogers. Hij mag dus nog steeds niet naar buiten. En dat is jammer voor hem, want het dierenrijk viert feest aan de zijlijn van het dal, waar …

Het arme beest

Parijs en Lyon zit in La Vachette. Zij met tweede huis zijn massaal naar de bergen getrokken. Parkeerplaatsen staan vol en luiken staan open, het leeft hier schijnbaar nog meer dan met kerst. Ik kan het ze niet kwalijk nemen. Quarantaine in La Vachette is onvergelijkbaar met quarantaine in een appartement in de stad. Ons dorp tjilpt en zoemt van lente, blote voeten kunnen ongehinderd door het eigen gras lopen. Schijnbaar zitten de wachtkamers van het ziekenhuis in Grenoble vol met stadse slachtoffers van tuingereedschap, een oproep aan onervaren tuiniers is al gedaan. Of ze wat voorzichtiger kunnen zijn met de heggenschaar, want het verplegende personeel heeft al genoeg te doen. Na een succesvolle start staat de kroeg van het dorp verlaten tegenover de kerk, het terras geveegd en naar binnen gehaald, kale tegels in de zon. Briançon’s slijterij staat echter op de lijst van services essentiels en blijft dus gewoon open. Je vraagt je af of zij daarboven hebben besloten dat alcoholconsumptie bijdraagt aan de vrede binnen het opgesloten gezin. Gisteravond maakte ik een …

Vleermuizig

Sinds gisteren heb ik zin om het virus een gestalte te geven. Ik denk aan een vleermuizige bezoeker van de vismarkt in Wuhan, een mysterieus mannetje met lange jas, hoed en grote bruine reiskoffer, dat daarna overal in de wereld opduikt (wat een vreemd figuur, denken mensen). Of ik denk aan een reislustig blubbermonster van bruine kleuren en veel te veel armen, aangetrokken door de ouderen en zwakken, dat zwabberend uit de kraan of het putje van de zorginstelling stroomt en zich naast hen in bed flaneert. In welke gestalte dan ook, ik vraag het vriendelijk om de (iets- ) ouderen waarvan ik veel houd met rust te laten en ook alle andere (iets-) ouderen en de (iets-) zwakkeren en om eigenlijk gewoon terug naar die vismarkt te gaan en dus naar die vleermuis en daar te blijven want al dat gereis is wel gewoon genoeg geweest.

Dinosaurustand

Ik heb een duur probleem. Het is een klein probleem, nog geen vierkante centimeter groot, maar het is duur. Het is een probleem van 1600 euro. Het probleem is niet alleen duur, maar ook ijdel. Het valt in de categorie van neuscorrecties, iPhone 11 en de aanschaf van een tweedelig Norrona-skipak voor een week op de pistes. Het heet als volgt: Het Tandimplantaat. Mijn benen zijn robuust en mijn schouders solide, maar mijn tanden hebben niets van die weerbaarheid meegekregen. Ze zijn zwak. Ik heb tevens een kleine (maar niet absurde) voorliefde voor zoet (chocola) en een diepe angst voor de tandarts, voor de pijnlijke maar vooral de financiële kant ervan. Toen een tweetal woedende tanden me na drie jaar uitstel toch naar de tandarts dwong, zei de beste man: ‘Uw mond verkeerd in slechte staat’.  Zo’n vijfentwintig afspraken volgden. Ik heb enorm geluk gehad met het Franse zorgsysteem, dat niet-rijke mensen van een zorgverzekering voorziet die veel tandproblematiek vergoed. Als dat niet het geval was geweest, dan had ik mijn berggidsidee zeker een jaar …

Ongelukje

Loca is een rashond. Madame Loca, zouden we haar op zijn minst moeten noemen. Ze volgt uit een zuivere lijn van Border Collies en heeft haar baasje nogal wat centen gekost, maar ze doet dan ook goed haar werk. Want Madame Loca is een echte herdershond. En haar baasje een echte herderin. Madame Loca en de herderin zijn op bezoek in La Vachette, tot mijn grote vreugde, want het is een gezellig duo met interessante verhalen over schapen en schapen en nog meer schapen (350 stuks), weidelandschappen in de Pyreneeën en het leven daarboven, waar… niet zo heel veel is. Behalve schapen. Laure heet ze, de herderin. Wanneer ze hier in skibroek door het huis loopt, kan ik me haar moeilijk voorstellen in een herdershut met alleen een rivier om zich in te wassen, 350 schapen om te melken en een stuk heidelandschap om mee te converseren. Herders los van de kudde ken ik eigenlijk niet, laat staan herders op ski’s of in zachtroze vestjes aan de keukentafel. Laure is zo mogelijk het coolste meisje …

Overdekking

Het is warm, buiten. Het is warm voor Februari en voor ons. Wat we ’s winters doen, waarvoor we zijn gekomen en gebleven, bestaat alleen wanneer het vriest. Maar het nulpunt ligt deze maand te laag voor ons soort winter. Het regent. Het lijkt wel op Nederland, zei Fieke vandaag nog, in opengeritste jas op 1353 meter hoogte. Op wat voor toekomst bereiden we ons eigenlijk voor, dat vraag ik me zo vaak af. Misschien wordt zomeralpinisme ons winteralpinisme en klimmen we ‘s zomers alleen nog op rots. Plooien waarvan we zeker zijn dat ze niet bij elkaar gehouden worden door permafrost, daar vinden we elkaar terug. Steeds iets hoger opzoek naar sneeuw en ijs, tot op een dag geen berg meer hoog genoeg is. En skiën, misschien kunnen we dat nog een jaar of twintig. Of tot in de eeuwigheid, op overdekte pistes. De vraag is dan hoelang die eeuwigheid het zelf uit zal houden. Misschien kunnen we haar ook overdekken.

Alfa Muis

Farid reed zondagochtend om half zes de markt van Briançon op. Zijn gedroogde vruchten, noten en thee lagen achterin de bestelbus en hijzelf was warm aangekleed. Maar zijn handelswaar verkopen zou hij die dag niet, want op zijn marktplek stond een Alfa Romeo. Bruno, olijvenverkoper en melancholisch man met een erg dikke buik en vier ex-vrouwen, staat al jaren met Farid op de markt. Vroege ochtenden in de kou scheppen een band, en nu was zijn marktmaatje geërgerd naar huis gekeerd. De eveneens afwezige eigenaar van de Alfa Romeo had daarom niet alleen een hoge boete in het verschiet, maar ook een probleem met Bruno. Zodra het stopte met sneeuwen veranderde Bruno de Alfa Romeo in een muis. En dat was nog niet genoeg: Hij vroeg om de linkerschoen van mijn collega, die hij over het dak liet lopen, en daarna om de rechterschoen. Farid ontbrak misschien, maar Bruno had het erg naar zijn zin.