All posts filed under: Blogs

De camping

Tijdens de confinement gingen Thibault en ik af en toe stiekem de hort op. Niet ver, misschien een kilometer of drie verder dan we mochten gaan, in het gezelschap van de occasionele wolf, langs krakende boomstammen en smeltende sneeuwvelden van een winterseizoen dat met een flop ten einde liep. Vooral toen bevriende artsen en verpleegsters zeiden dat er in het ziekenhuis maar weinig te doen was omdat de epidemie zich (gelukkig) niet bijzonder interesseerde in onze kleine bergstad, werd het moeilijk om de verlaten paden van onze stille omgeving te weerstaan. Het meest dominante geluid kwam, zoals ik al een keer had geschreven, van politiewagens. Aanvankelijk plukten ze slechts immigranten uit de bosjes, nu zochten ze eveneens illegale wandelaars met frauduleuze papiertjes om boetes van 135 euro uit te schrijven. Het aantal politiewagens dat zich dagelijks door onze smalle dorpen wurmde was indrukwekkend, het leek wel alsof we op elk moment dreigden uit te breken. Onze geheime wandeling liep daarom voornamelijk uit het zicht, we leerden alle geitenpaatjes van de omgeving kennen. Een zo’n pad …

Zwemmen

Mijn badpak dateert uit de vijfde klas, gekocht omdat ik met een vriendinnetje op zomerkamp ging aan de oever van het Comomeer. Sindsdien heb ik niet meer echt een reden gehad om een nieuwe aan te schaffen, zelfs toen ik eruit kromp. Wanneer ik met mijn ex in de blauwe rivieren van de Catalaanse Pyreneeën dook was dat naakt of in ondergoed en bergmeren vind ik gewoon best wel koud.    Maar sinds Thibault op één of andere manier zijn energie moet kanaliseren en natuurlijk niet kan wachten op het herstelproces van zijn gebroken enkel, hebben we een abonnement op het zwembad genomen. Toen ik het toegangspasje in mijn handen hield, gehuld in mijn te grote badpak, met mondkapje, Crocs en spierwitte billen (een absoluut meesterwerk), bedacht ik me dat ik eigenlijk helemaal niet kon zwemmen. Ik kon misschien mijn kop bovenwater houden, maar de manier waarop ik van de ene naar de andere oever van het bad zou bewegen was ongetwijfeld verschrikkelijk. Het eerste wat ik leerde was hoeveel verschillende borsten, billen en buiken …

Xanax

Voor me zat een dokter die jonger was dan ik zelf. Die leeftijd heb ik inmiddels bereikt; de leeftijd waarop ik de deur niet meer uitga zonder zonnebrandcrème op mijn gezicht en mijn vrienden in staat blijken om huizen met tuinen te kopen (voor eventuele baby’s en een setje kippen). Ik zei tegen de dokter dat ik graag een verwijzing naar een psycholoog wilde en toen vroeg hij me om mijn symptomen te omschrijven. Dat hele omschrijven was misschien wel deel van het probleem, vooral als je opeens aan een onbekende jonge knaap moet uitleggen wat er precies aan de hand is. Ik vertelde hem dat ik graag berggids wilde worden en eindelijk redelijk dicht bij toelating tot de opleiding stond, maar dat ik in de praktijk soms dwars werd gezeten door een ongeluk van ruim een jaar terug. En dat ik over het algemeen nog steeds niet zo goed wist wat ik met dat ongeluk aan moest, het risico en de dood en zo, en dan nog die droom van het berggidsenbestaan. Ik moet …

Zonnebloem

  De zonnebloemen in de tuin zijn gek gemotiveerd om te groeien. Onze grootste torent inmiddels tien centimeter boven mijn hoofd uit. Het is haast een ervaring om zo naast een grote zonnebloem te staan. Ik hoop dat de stengel ook Bertrand ontgroeit, mijn buurman van twee meter die zich samen met ons over de groenten ontfermd en rondrijdt in een piepklein autootje waaruit zijn benen en hoofd steken (bijna). Thuis is het beste stekje. Want Fieke is mooi en ’s zomers, met haar bruine snoet in bloemenjurken, een klein Hollands sprookje in Frankrijk. Tigrou heeft tegen zijn wil een hond op bezoek gehad en circuleert sinds twee dagen alleen nog maar op hoogte, van de bank naar de kast naar de tafel naar het aanrecht en trekt daarbij een verongelijkt gezicht. Ik heb hem nog niet gezegd dat de hond vanavond weer op visite komt. Thibault heeft een soort plastic vervangbeen gekocht en wandelt daarmee over de zandpaden als een marsmannetje met uitsteeksels, alle wandelaars kijken hem na. Ikzelf loop af en toe door …

De investering moet meetellen

Als een grote, Italiaanse dinosaurussenfamilie Chamonix tijdens de examens als nest had gebruikt, dan was me dat niet persé opgevallen. De fysieke testen vormden het begin en einde van mijn wereld, de bergen waren eventueel ergens op de achtergrond aanwezig en ik was zelf slechts een lichaam dat moest presteren. Het lichaam heeft min of meer de prestatie geleverd, maar de euforie komt slechts af en toe bovendrijven, onverwacht wanneer ik bijvoorbeeld voor de toonbank bij de bakker sta en het roomtaartje met frambozen wel denk te verdienen. Misschien omdat er nog een groot examen te wachten staat en ik niet te vroeg wil juichen, misschien omdat het leven geenszins verandert blijkt nadat ik thuis ben gekomen (ik had eventueel andere kleuren en dimensies verwacht, Tigrou als giraffe en een droombaan in een strikje op de deurmat). Wat mijn blijdschap echter vooral de kop indrukt zijn de herinneringen aan het verschijnen van de beruchte lijst in de aula waarna we ons realiseerden wiens naam erop ontbrak. Natuurlijk was het geen lijst van leven of dood, …

Een klein feestje voor nummer 47

Maandagochtend zaten we met 106 bloednerveuze kandidaten in het amfitheater van de ENSA. Ze gaven ons hesjes met een rugnummer en uitleg over het eerste examen van de week: Oriëntatie. Die avond zaten we er nog maar met 71. De balises die we moesten vinden hadden in nestjes dicht bij elkaar gelegen en veel kandidaten hadden zich vergist. De volgende dag reisden alle 71 af naar Ablon, een prachtig klimgebied richting Annecy waar onze harten een voor een explodeerden van zenuwen. Met trillende armen en benen klommen we onze examenroutes, soms klonk er een schreeuw van een vallende ziel. De gevallen zielen stonden die avond niet op de lijst. Woensdagochtend renden 49 kandidaten door de granieten blokken van Plein Joux. Op bergschoenen klommen we gemene plaatroutes en eventjes dacht ik zelf weg te glijden, maar nee, ’s avonds hing mijn naam nog steeds in de hal van de ENSA. En toen was ik moe. Met de overgebleven horde liepen we donderdag naar Glacier du Tour om de juryleden onze kunsten in het ijs te tonen. …

Week 5: Chamonix I (Essay de Thibault)

Omdat ik zelf een klein beetje moe ben dit weekend, heb ik mijn (Franse) vriendje gevraagd om het verslag van de eerste week in Chamonix te schrijven. Die is geschreven in het… Frans. Voor mijn Franstalige lezers zal het dit keer makkelijker zijn om mijn blog te ontcijferen (onze Donald Duck taal valt niet mee), mijn Nederlandse lezers verwijs ik voorlopig naar Google Translate – tot ik zelf de energie vind om de tekst van Thibault te vertalen. Nog een extra kijkje in de gekte van de CRET kunnen jullie vinden op de blog van Theo, mijn cursusgenootje. Klik vooral even op de video, die geeft de uitdaging van afgelopen week goed weer: Ijs. Semaine 5: Chamonix I Treize jours, douze heures et 127 minutes. Il pourrait s’agir d’un nouveau titre de ces livres français rouges, ceux de la littérature alpine. Rangé à côtés de celui de Desmaison, de la trace de l’ange, et du bouquin alpino-romantique d’Isabelle Bonnet. Les héros sont ici une GoreTex trouée, une paire de chaussette et de moi-même, c’est l’histoire …

Week 4: Verdon

Een paar schapen zou ik wel in mijn tuin willen hebben. Een atelier in huis, een houten tafel en rozen op het terras. Meer hoeft eigenlijk niet. Tigrou die zich uitstrekt op een witstenen muur misschien, een gitaar en een piano zonder publiek. Waarom ik me terug zou moeten vinden middenin het onweer op 300 meter hoogte bungelend aan een touw, weet ik niet. Ze zeggen dat je soms dingen moet doen die je niet leuk vindt om een groter doel te bereiken, maar daarboven aan de muur geplakt met die afschuwelijke diepte onder me en het flitsen en donderen boven me vervloek ik mezelf en elke beslissing die ik eens heb genomen. De week in Verdon zou niet gemakkelijk zijn. Als ik er had mogen rondlopen en filosoferen, dan was ik er misschien nooit meer weggegaan, want de witte, 400 meter hoge wanden die aan beide kanten boven een felblauwe rivier uittorenen zijn niet helemaal van deze orde; de Verdon heeft ongetwijfeld hulp gehad van een klein gezelschap goden om zulke kliffen uit te …

Week 2: Bergvoet (Plattelandsvoet. Stadsvoet.)

Op een paar Hollandse voeten ren ik over enorme granieten rotsblokken. Ik volg een parcours tussen twee rode linten en wordt getimed door mijn opleider. Mijn bergschoenen zijn er speciaal voor gemaakt, soepel en licht maar stevig, ik vind ze nog mooi ook. Soms moet ik springen, soms afklimmen. Maar dan. Plotseling loopt het parcours steil naar beneden, zo steil dat ik keihard op de rem trap en voor de passage tot stilstand kom. Ik durf niet. Onderaan de passage gaapt een gat waarin ik van alles zou kunnen breken: Mijn enkels, mijn benen, mijn nek. Het ziet er ongeveer zo uit: ‘Ga er maar buitenom’, zegt mijn opleider, die meekijkt vanaf het midden van het parcours. Ik vind mijn snelheid en ritme terug en voel me heel even een Chamois, tot de volgende passage: (Later werd me uitgelegd dat ik met een aanloop op frictie naar de top had moeten rennen. Ik heb dat toen geprobeerd; het probleem is echter dat je ofwel met volle overtuiging naar boven rent, of halverwege tot stilstand komt …

Week 1: Balise (juf Marie in kippenpak)

Als een doldwaze vocht ik me een weg door een muur van takken met doornen, ik voelde me een beest met een missie, over een modderhelling waar ik een meter naar beneden gleed voordat ik grip onder mijn voeten vond, naar een graat, het regende, het donderde, het was donker voor de dag en waar was mijn balise? Niet op de graat, ik vloekte en gleed weer naar beneden. Daar zag ik haar bungelen aan een tak. Toen ik terugkwam bij het startpunt op de parkeerplaats onderin het dal moesten mijn opleiders lachen. Ze wezen naar mijn neus. Ik keek in een autospiegel en zag dat ik het topje ervan had opengehaald, waardoor erop een perfect rood bolletje plakte. Dat was een doorn op weg naar mijn graat geweest. Met een kompas, hoogtemeter en kaart stuurden ze ons afgelopen week de heuvels in, waar we vijf balises moesten vinden die op onze kaart stonden omcirkelt, in beperkte tijd en uiteraard niet allemaal naast elkaar, met een flink aantal hoogtemeter ertussen. Het regende zo hard dat …