Vakkenverhalen
Na de nachtelijke, serene rit door Briançon tref ik het bijennest aan in TL-licht, volgeladen karretjes die alle directies op rollen, iedereen in het rood…
Na de nachtelijke, serene rit door Briançon tref ik het bijennest aan in TL-licht, volgeladen karretjes die alle directies op rollen, iedereen in het rood…
Het is half vijf’s ochtends wanneer ik het balkon opstap, zo donker dat ik tegen een paar ski’s oploop. De maan verlicht niets, de straatlantarens staan uit. Voorzichtig stap ik over de harde sneeuw van onze dorpspaden, langs de kerk, de verlaten bakker, de gesloten bar. Ergens daarachter staat mijn auto. Bij het opentrekken van het portier weet ik pas zeker dat het de mijne is, omdat een tiental enorme gedroogde zonnebloemstelen nog steeds op de achterbank wacht om weggegooid te worden en oplicht in het vage schijnsel van mijn telefoon. De dodekattenkippenweg leg ik in mijn eentje af, de enige wakkere ziel onder een sterrenhemel. Briançon staat pas over een uur of drie op. Ik moet denken aan die keer dat ik met Thomas de markt in Gap deed en we om zes uur ’s ochtends langs Guillestre reden. Vlak voor het opkomen van de zon liepen toen twee paarden over de rotonde naast het dorp. Zij namen rechtsaf, wij rechtdoor. Vroege ochtenden hebben iets dat andere dagdelen niet hebben; alsof er dingen gebeuren …
Gisteren heb ik een aantal hele mooie cadeaus gekregen, waaronder een vierkant schaap en een laag sneeuw van 40 centimeter diep. Maar het allermooiste cadeau is, zoals bij elke verjaardag, de verjaardagliefde die ik heb mogen ontvangen (dankje, Kim, voor het woord). De belletjes, berichtjes, kaarten en vooral die gekke Fieke die me wekt voor een enorme Red Velvet taart en me vervolgens verkleed de sneeuw in stuurt. Ik wist het niet van tevoren, maar skiën in bloemenrok was de enige juiste manier om 29 te worden. Nog steeds in de roes van vers gevallen sneeuw, een ongezonde hoeveelheid suiker en abnormale dosis aandacht, voel ik me vooral dankbaar; voor het feit dat ik ouder mag worden en boven alles, dat ik ouder mag worden mét Fieke aan mijn zijde.
In het centrum van Briançon kun je sinds een paar dagen weer bollen wol kopen. Omdat Macron pas elf december beslist over de opening van de skistations en de hellingen daarbij nog altijd groen zien als gras– ik heb sneeuw voor mijn verjaardag gevraagd – loop ik tussen de hoge schappen door op zoek naar mooie kleuren voor mijn nieuwe tijdsbesteding : Breien. Je zou je kunnen afvragen waar die nieuwe tijdbesteding vandaan komt. Het antwoord is simpel: Nederland. Mijn moeder had een tasje met breinaalden en bolletjes wol meegenomen. Sindsdien ligt het huis vol vierkante oefenlapjes met patronen die soms nog niet helemaal te onderscheiden zijn van breifoutjes (opeenvolgingen van breifoutjes, zou je ook wel kunnen zeggen). Nu, die wolwinkel is best wel interessant: het licht is er gedimd, de eigenaresse komt altijd direct uit een onverwachte hoek tevoorschijn, haar man verschijnt stilletjes iets later. Rechts van de ingang staat een donkerhouten bar die zich door de hele ruimte uitstrekt, daarop een ouderwetse kassa, een 19 jaar oude kat en een reeks aan siropen (aardbeisiroop, …
Er gebeurden afgelopen maand twee merkwaardige dingen op mijn site: Mijn moeder schreef toevallig de 500ste blog, en de link naar mijn site werd onder een artikel in de Hoogtelijn geplaatst, waardoor mijn statistieken zich plotseling erg goed voelden. Wat me echter opviel, was dat het gros van al die nieuwe, hoogstwaarschijnlijk eenmalige bezoekers vooral naar de ‘over mij’ pagina gingen, waarin ik veel over een zekere draak schrijf die hier in La Vachette op zolder zou zitten. Ze klikten eveneens massaal op mijn inmiddels flink verjaarde fotopagina waarin mijn ex nog steeds de hoofdrol speelt. Mijn blogs gaven ze echter nauwelijks aandacht. Weinig van die 500 verhalen waar ik afgelopen zeven jaar toch wel veel liefde in heb gestopt leek hun het klikken waard. En daar werd ik natuurlijk een beetje verdrietig van, om vervolgens vast te stellen dat mijn site misschien een nieuw jasje nodig heeft, waarin mijn blogs wat meer (verleidelijk) in het oog springen (een sexy jasje dus). En dat is niet de enige reden waarom ik komende week met …
Vanuit mijn raam zie ik ze draaien. De liften van Monetier, alle zitjes gaan in rondjes, boven, beneden, boven, beneden. Ik geef een kus aan mijn vriendje en hijs mijn ski’s op mijn schouder, loop de straat over naar het café waar mijn trainers op me wachten. Drie, twee, één, klinkt het voordat ik vaart maak richting het eerste poortje. Ik duik in elkaar en druk de randen van mijn ski’s in de sneeuw. Vijf minuten later takelt de lift me terug naar boven terwijl ik gespannen mijn bochten doorneem. Drie, twee, één, klinkt het weer. De eerste competitie van het seizoen loopt niet zoals gehoopt. Het lijkt wel alsof mijn timing heeft gezopen die nacht. ‘Denk niet te veel na’, zegt mijn trainer na afloop. Ik krijg een berichtje van mijn moeder: ‘Heb je gewonnen?’ ‘Nee’, antwoord ik. De training erna probeer ik niet na te denken, maar vlak voor elke afdaling zwelt de tornado aan gedachten ongehinderd aan. Drie, twee, één, klinkt het. ‘Je bent toch niet in vorm’, klinkt het in mijn …
Ja de moeder is weer aan boord in La Vachette en niet bepaald voor even. Ze heeft voor twee maanden beslag weten te leggen op het appartement onder dat van Ruby. Echt een wonder. Dat het later een minder groot wonder bleek, dan ik met Nederlandse naïviteit dacht, deed aan het buitenkansgehalte niets af. Het is deze laagseizoen-maanden gewoon nog lekker weer in Spanje, dat lokt inwoners uit het dorp weg. En trekt dus een ander soort inwoners aan. Pensionado’s bijvoorbeeld. Hoewel meervoud zwaar overdreven is. Het gaat in dit geval om Nederlandse pensionado’s met een kind in la Vachette en voor zover ik kan nagaan is dat er maar één. Met bovenstaande is het dus al geïntroduceerd, het pensioen. Zo’n onschuldig klinkend woordje, maar ondertussen gooit het levens overhoop, in ieder geval het mijne.Ik ga het er verder ook niet over hebben, want dat varkentje heb ik straks thuis nog te wassen. Alleen nog even dit, het ging zo.Ik zat dus thuis op de bank enorm met pensioen te zijn en had dringend behoefte aan …
Tijdens de vorige confinement, toen de politie zo’n beetje achter elk bosje school en we als schimmen door de vallei slopen, nam Thibault een boor mee naar een verborgen stuk rots in de bergen en opende daar vier sportklimroutes. Hij noemde het geheime klimgebiedje ‘Wuhan’. We spraken er niet al te veel over omdat het virus voor geen meter te vertrouwen viel, noch het beleid van de Franse regering, en profiteren nu dagelijks van ons vrije verticale territorium, waar we rustig kunnen blijven trainen zonder constant om ons heen te kijken of onze oren te spitsen uit angst voor de spontane opkomst van de politie (en de 135 euro boete maal twee). Professionele sporters, en dus ook berggidsen en sportklimgidsen (in opleiding), hebben allemaal het recht behouden om te trainen, maar wij (examenkandidaten) zitten als vanouds gebonden aan de kilometerzone. Daarom hang ik zonder al te veel gewetensbezwaren aan onze verborgen rots. We hebben onze training misschien nog wel harder nodig dan zij die reeds professioneel zijn. Jammer is echter dat Wuhan in de schaduw …
Eerst was er een harde wind, die onze smalle stegen en zware huizen in bezitnam en knabbelde aan alles wat iets minder vast stond, zoals de dode zonnebloemen in de tuin en de verlaten schildersezel op het balkon. Een wind die floot en zong in zijn eentje, ongetwijfeld van plezier, want hij voelde zich verschrikkelijk dominant en aanwezig. Daarna regende het. Twee dagen met een grijze lucht. Achter de bleke waas van het gemiezer kleurden de bomen misschien nog wel iets mooier dan daarvoor. De kamers in huis zijn daarom donker en de verwarming staat aan. De kat ziet ons sinds een paar weken als drie kacheltjes op lange benen die soms voor zijn welzijn of nachtrust horizontaal gaan liggen, dan kruipt hij bovenop ons en krabben we hem ook nog eens achter zijn oren. Wanneer ik hem zo zie liggen vraag ik me vaak af welke goede daden ik moet doen om ook als huiskat te reïncarneren of wie hij wel niet was in zijn vorige leven. In huis is het gezellig en verheug …
Toen het leven opeens even moeilijk werd, op 27 februari 2019, doordat Céline en Elise ervandoor gingen en ik grip moest krijgen op de dood, stond er plotseling een pakketje bij de post. Het verborg een grote, lichtroze knuffeloctopus. De acht tentakels van het beest representeerden de armen van mijn moeder, vader, broer en zus, want die zaten in Nederland en gaven me zodoende een knuffel die nog altijd voortduurt, want het zeedier wijkt ’s nachts niet van mijn zijde. Een week daarna kwam mijn Zwitserse vriendinnetje Kim bij me op bezoek met onder andere een doos aquarelpotloden. Alles wat ik in de maanden die volgden niet via woorden kon uitdrukken of oplossen, kwam terecht in tekeningen die ik nooit verwacht had te maken. Tekenen deed ik al een tijd niet meer en had ik überhaupt nooit als methode gebruikt om helderheid in mijn hoofd te krijgen. Maar het bleek nogal krachtig. Als ik terugkijk naar die periode en de tekeningen weer voor de geest haal, weet ik hoezeer die hebben bijgedragen aan het grote …