Wielrennen
Ik kan dus niet zomaar even gaan fietsen. Het wielerwereldje heeft alles wat ik verwacht van een nieuw wereldje, wat iedereen verwacht, en ik ga dan ook niet in herhaling treden over outfits, goeroes, jargon, sexy topmannen, bekende evenementen, bekende pijntjes en onuitgesproken regels. Pezige oude mannetjes zeggen geen Fietsheil, de vrouwenkleding is godsgruwelijk lelijk en dunne bandjes op grote keien is kut. Daarmee basta. Toch kan ik het niet laten twee dingen te noemen. Ik ga altijd met de trein, van mijn ouders in Heemstede naar Amsterdam, en kijk nooit onafgebroken naar de omgeving. Voor het eerst, sinds ik de afstand heb gefietst, zit er een volledige geografische connectie van de twee plekken in mijn hoofd. Ik kan als het ware voelen waar het ene ten opzichte van het andere ligt. De ligging van Amsterdam is een openbaring. Wat een water! Wat een weilanden, wat een schapen! Ik maak de kaart met elke tocht gedetailleerder, logischer en gekleurder. Wat blijkt, ik moet drastisch mijn begrip van de Nederlander aanpassen. Muiderberg en Naarden zijn dorpen …
