All posts filed under: Blogs

Tijdgebonden gedachtes

Zoals wel vaker, is er weer een nieuwe gewenning in mijn denken ontstaan. Wanneer ik buiten het alledaagse denk, kan ik het niet voorkomen hetgeen wat ik denk naast mijn leeftijd te leggen. Ik vraag constant af hoe typisch mijn gedachten zijn. Als ik ze dan als te typisch classificeer verliezen ze drastisch aan waarde, of ga ik grondig opzoek naar onderdelen van de gedachtegang die tijdloos zijn. ‘Jonge’ gedachten kunnen waardevol zijn en soms juist prettig tegendraads, ‘oude’ gedachten kunnen misplaatst en giftig zijn voor iemand van mijn leeftijd, en veel gedachten label ik waarschijnlijk onterecht. In discussies met mijn ouders heb ik geloof en vertrouwen, terwijl zij (voorspelbaar) reëel en cynisch zijn. Ik struikel soms over hun gebrek aan avontuur, alsof mogelijkheden zich werkelijk na een bepaalde leeftijd niet meer voordoen, terwijl ik mijn wereld alleen maar handelbaar kan maken aan de hand van mogelijkheden. Mijn nieuwe gewenning ondermijnt mijn geestelijke zelfvertrouwen. Alsof iedereen mijn specifieke gedachtes op een moment, vroeg of laat in de ontwikkeling van hun eigen denken, wel zal denken …

Frustratie

Als ik werkelijk naar mijn lichaam zou luisteren, zou ik niet meer mogen schrijven of afwassen. Ik zou een stalen constructie om mijn middel moeten bouwen waarop ik mijn onderarmen kan laten rusten. Ik begin te twijfelen of luisteren naar mijn lichaam wel zo’n goed idee is. Onze relatie gaat erop achteruit: wat een eigenwijs en traag stuk vlees is dat ding. Ik ben uitgeklommen, verzuurd, voor ik überhaupt mijn warming up voorbij ben. Misschien is het naïef om te denken dat ik mijn trainingswijsheden zelf kan verzinnen. Ik zie telkens de curve terug komen, die van 72 uur, met supercompensatie en golfjes die een stijgende oceaan vormen. Ik dobber in mijn bootje langs de dalende variant. Althans, dat is mijn angst, maar ik weet het niet. Als dit project slechts om de uitdaging was gegaan, had ik nu heel veel doorzettingsvermogen moeten tonen. Het niet weten of ik het goede doe is nog meer frustrerend dan die loden onderarmen. Gelukkig geniet ik van het klimmen en vermaak ik me dol in de hal. Het …

Oudbestuur

Het 87ste is niet meer. We horen bij de clan van oudbesturen. Nadat we waren gedechargeerd daalde een rust op me neer. Het waren niet de avonden die werden geofferd aan vergaderingen of activiteiten, die het gevoel van onrust teweeg brachten. Ik had nog ruim de tijd om te klimmen of mijn studie op de rails te houden. Het was echter de constante bezetting van de gedachten die me soms liet verzuchten dat het toch wel intens was, dat draaien van een bestuursjaar. Sommigen hebben nog wat moeite met loslaten van het één of ander. Een denkwijze leer je immers niet gemakkelijk af. Maar ik wel, ik bevind me in het Walhalla van vrijblijvendheid, sinds het moment dat we officieel zijn overgedragen. Het bestuur zien handelen en geen idee hebben waar het toe dient, rondlopen door de hal zonder ons aan iemand op te hoeven dringen, genieten van de lieve mensen om ons heen: dat zijn de geneugten van oudbestuur zijn. We kennen de vereniging tot in haar ziel (althans, de moderne variant ervan), maar hebben geen grote verantwoordelijkheid …

Awakenings

De wijn stond op tafel en de gitaar wisselde van speler. Al het licht kwam van twee kaarsen. We spraken over niets in het bijzonder en lachten veel om nog minder. De tijd ging voorbij zonder er deel van uit te maken. Tot Awakenings ons erbij betrok. Alle zes sloegen met lichte tegenzin de jas om en stapten op de fiets. Wat, immers, is bij machte zo’n rustige, mooie avond te overtreffen? We liepen het terrein van de Gashouder op en hoorden de techno. Mensen waren goed zichtbaar in het felle licht van de hal. Ze vormden kleine groepjes van overeenkomstige kledingstijlen en gedroegen zich uitgelaten. Zodra ze de zaal inliepen waren ze voorgoed verdwenen. Sceptisch lieten wij ons naar binnen lokken. Meteen kreeg het geluid vat op ons, het dreunen, het volume, de sporadische melodietjes. Flirten bestond niet. We hoefden ons niet van ons voortbestaan te verzekeren, want de toekomst lag niet verder dan de duur van een beat. We waren op een vreemde manier egoïstisch. Niet omdat we, zoals op andere feestjes, onze …

Tentamens

Na vijf minuten verloor ik elk vermogen me te concentreren. Ik zag de zinnen maar ik las ze niet. Ik wist waar ik de informatie in mijn brein had opgeslagen, maar ik kon er niet bij. Ik verdwaalde kansloos op bergpaden. Mijn gedachten vlogen van Nietzsche naar flanken, van topkruizen naar mijn eigen filosofieën, en van strakke blauwe hemels naar dit groteske falen. Het besef mondde uit in grote frustratie. Ik had de vragen kunnen beantwoorden, maar ik kon het niet. Het tentamen was geen herkansing. Nooit heb ik een toets niet in de herkansing gehaald. Nooit heb ik een essay kunnen verbeteren, omdat ik ze nooit heb opgestuurd of ingeleverd voor de deadline. Nooit heb ik alle stof voor een toets geleerd. Nooit heb ik me niet geschaamd voor de kwaliteit van mijn antwoorden, essays of mijn gedrag tegenover werkgroepdocenten. Dit tentamen ging over stof die ik interessant vond. Maar dat is tot dusver geen reden geweest om stof te beheersen: Zodra kennis de sfeer van verplichting ademt verlies ik mijn vermogen me te …

Eat less, do more

Het klinkt als de lijfspreuk van een anorexiapatiënt. Eat less, do more. We hoorden hem langskomen in een kleine documentaire over een ijsklimmer, als deel van een lange zin met een reeks geboden. De man zocht in elk opzicht het uiterste op, als gevaarlijk middel om de essentie van zijn bestaan uit te breiden. Deze woorden bleven hangen. Eet minder, maar doe meer. De boodschap behoeft weinig uitleg en is magisch aantrekkelijk. Het doet me denken aan het lichaam van een sporter, als zijn project, als een beeldhouwwerk en een machine. Het aannemen van deze lijfspreuk zou leiden tot een bijzonder efficiënte machine, en dat op zich voelt al nastrevenswaardig. Alsof het lichaam er volmaakter van zou worden, los van uiterlijke kenmerken. Alsof het zich onafhankelijk en vrij over de aarde zou kunnen voortbewegen, in de meest optimale situatie. Alhoewel we de spreuk voor de zomer als mantra hadden aangenomen, ging het er in de bergen significant anders aan toe. Eten moesten we zelf omhoog zeulen. We aten vaak uit één pan en hielden scherp …

Totale Destructie

Ik wist niet dat mijn rug en armen uit zoveel afzonderlijke spiertjes bestonden, en zeker niet dat ze zich zo konden uitspreken. Ik heb het internet afgespeurd naar wijze adviezen omtrent klimmen en trainingsleer, maar hun overvloed deed hen teniet. Klimmers om me heen zijn weinig eenduidig. Intuïtief denk ik nog steeds: Hoe meer, hoe beter, maar nu mijn lichaam dat gaat tegenspreken moet ik wel een ander geloof aannemen. Gezien haar schreeuw het meest dwingend is zal ik mijn lichaam tot mijn raadgever maken. Deze week heeft me verbijsterd. Na een sessie projecten in Thea lag ik er twee dagen af en een avond Monk was desastreus voor de overgebleven dagen. Ik heb mezelf haast moeten vastbinden om die dagen waarop mijn brandende spieren me met klem aanraadden te herstellen, niet toch mooie routes in te stappen. Ik heb drie avonden gespendeerd aan de grepen van viertjes en vijfjes. Wat tergend irritant om anderen dan je projectjes te zien klimmen. Wat tergend irritant om op spierkracht te moeten wachten. Dit was totale destructie. Ligt …

De Billen van een Klimmer

Ik betrap mezelf erop dat ik een haast technische visie loslaat op lichamen, zowel dat van vrouwen als van mannen. Mijn esthetische waardeoordeel gaat gepaard met een inschatting van klimvermogen, zelfs van het onbestemde lijf van mijn werkgroepdocent of van de kassamedewerkster van de Albert Heijn. Niet alleen gaat mijn oordeel gepaard met aan klimmen verwant gedachtegoed, het wordt er ook door beïnvloed. Waar ik eerst jaloers was op lange dunne benen, kijk ik nu venijnig naar dunne middeltjes die contrasteren met buiten proportie grote schouderbreedtes. Ik weet welke capaciteit daaraan kleeft. En mijn spiegelbeeld reflecteert eerder de welvingen van spieren, dan de hoekige structuren van botten, alhoewel niets aan verhoudingen is verandert. Verbazingwekkend is het geenszins. Al die zekeraars kijken naar al die klimmende lichamen – want wat is er meer te doen wanneer vrienden aan de andere kant van de hal klimmen – en wie niet bewust verbanden legt tussen hetgeen die ziet (lichaam) en hetgeen die ziet klimmen (klimniveau), zal dat onbewust wel doen. Het is er klimmers ook wel om te doen. Die shirtjes …

Strevens

Het oude Thea en Centraal verleidden ons dik twee jaar geleden om klimmen in ons dagelijks leven op te nemen. Zonder gegronde motivatie bevond ik me met een groep meisjes wekelijks tussen routes, tot ook de activiteit van de sport zelf aansloeg. Elk half jaar stegen we een niveau, met als grote doorbraak de stap naar de 6jes. De ambities op de grote klimmersschaal werkten motiverend en verslavend, omdat de beloning aanbleef. Inmiddels is de wand een stuk stugger en moet ik harder werken. Desondanks ligt de nadruk minder dan ooit op het bereiken van het volgende niveau. Mijn motivatie is vrijwel gereduceerd tot het meest intense van het klimmen: klimmen zelf. Controle. Begrijpen, verdwijnen en overwinnen, daar gelaten wat het precies is dat ik wil overwinnen. Natuurlijk ben ik zo menselijk om blij te zijn als ik een voor mij uitdagende route onsight, presteren is me lang niet vreemd en ook mijn ego is nog geen zwijgen opgelegd. Daarbij blijft de klimmersschaal een mooie graatmeter van techniek en kracht en enzovoort, en geeft het …

Het niet in de nacht

Na een verjaardag op de camping lieten we ons afzetten in de buurt bij Obergurgel. De twee jongens en ik waren onzeker over de aanlooproute, die zich bevond aan de andere zijde van de rivier en begon bij het dorp. Het was donker. We wisten en zagen niet waar het dorp begon of eindigde en haalde ons een extra uur aanloop op de hals. Aanvankelijk waren we van plan bij de hut te bivakkeren. Ik was nog vermoeid van een eerdere tocht en moest wennen aan het idee dat het donker was opdat het nacht zou worden, en niet vanwege het vroege opstaan. Mijn zaklamp liet me slechts een paar meter van het pad zien, en wat daarbuiten viel kon variëren van bossen tot verlaten pretparken, dodelijke dieptes tot dorpspleinen bij nacht. Soms passeerden we een waterval. Ongeacht hoe klein die was, was het geluid indrukwekkend, en zo werd alles dat buiten het zicht de zintuigen prikkelde een indruk op zich. We wisten dat de hut te ver was om die nacht te bereiken. Ik …