Aan meneer Regen
Lieve regen, lieve lucht. Kap met het slopen van mijn boeken en het doen stinken van mijn tent. Geef me mijn bewegingsruimte terug, maak de camping weer mijn zorgeloze terrein. Mijn dons zit angstig in zijn hoes, teruggetrokken in de auto en nog even en ik kruip ernaast. Lieve regen, lieve lucht, nog niet ben ik een dier dat zich moeiteloos aanpast aan omstandigheden. Ik kan niet simpelweg onder een blad gaan zitten en zo wel, dan passen mijn boeken daar niet ook nog bij. Dankjewel. Dit schreef ik toen ik een tweede lange dag opgesloten zat in een donker Quechua tentje van ongeveer mijn grootte. Regen is een ramp. Regen is een genadeloze test voor ieder die is aangewezen op een tent en wat beperkte ruimte in een auto. Alles wordt nat. Is het niet van de regen zelf, dan doet de luchtvochtigheid genoeg. Kleren gaan stinken, zelfs de schone. Wassen is geen optie want de was droogt niet. Naaktslakken kruipen langs het tentdoek, het tentdoek plakt aan de binnentent en de donsslaapzak krijgt constant vocht te …
