All posts filed under: Blogs

Aan meneer Regen

Lieve regen, lieve lucht. Kap met het slopen van mijn boeken en het doen stinken van mijn tent. Geef me mijn bewegingsruimte terug, maak de camping weer mijn zorgeloze terrein. Mijn dons zit angstig in zijn hoes, teruggetrokken in de auto en nog even en ik kruip ernaast. Lieve regen, lieve lucht, nog niet ben ik een dier dat zich moeiteloos aanpast aan omstandigheden. Ik kan niet simpelweg onder een blad gaan zitten en zo wel, dan passen mijn boeken daar niet ook nog bij. Dankjewel. Dit schreef ik toen ik een tweede lange dag opgesloten zat in een donker Quechua tentje van ongeveer mijn grootte. Regen is een ramp. Regen is een genadeloze test voor ieder die is aangewezen op een tent en wat beperkte ruimte in een auto. Alles wordt nat. Is het niet van de regen zelf, dan doet de luchtvochtigheid genoeg. Kleren gaan stinken, zelfs de schone. Wassen is geen optie want de was droogt niet. Naaktslakken kruipen langs het tentdoek, het tentdoek plakt aan de binnentent en de donsslaapzak krijgt constant vocht te …

Nasleep

Mijn bil is explosief. Een of twee keer per dag zwelt ze tot twee keer haar omvang, als een razendsnelle zwangerschap, gepaart met de pijn van een lichte wee (in zoverre ik dat kan inschatten) zonder dat een derde bil ooit het daglicht ziet. Na een uur of twee keert ze terug tot haar oorspronkelijke vorm. Het leven met een explosieve bil is significant anders. Ik kan gaan en staan waar ik wil, tot ze besluit te zwellen en ik mijn werk moet neerleggen om de pijn te verbijten. Twee uur later kan ik alles weer oppakken. Mijn hoofd mist juist een lontje. Vooralsnog ben ik een oude vrouw die slechts een enkele activiteit op een dag aankan. Is dat net het moment waarop mijn bil besluit te exploderen, dan is mijn dag zwaar de sjaak. Toen ik uit het ziekenhuis mocht, een dag na de val, kon ik bijna niet geloven dat ik er fysiek zo wonderbaarlijk goed aan toe was. Ik ben die middag nog naar Maison de Montagne in Chamonix geweest om de dons van de gids terug te brengen. Nu …

Een hele brede lucht

Ik kom aan in Nederland en wat ik vind is een hele brede lucht waarin je heel veel verschillende wolken kunt onderscheiden. Een televisiescherm met dreigende oorlogen. Briefjes met dringende notities die me niets meer zeggen. Ontzettend grijze Amsterdamse straten met een bevolking die me opeens in het oog springt. Facebook met een IceBuckettChallenge. Ik vind gewoontes en een dwang erop te reflecteren, want ik ben niet meer diegene die hier wegging en ik zou niet weten hoe ik mijn dagelijks leven wil draaien. Terwijl ik voor de glazen deur van het koelvak bij de Albert Heijn sta voel ik de druk om te beslissen of ik biologisch eet of niet. Of ik soyamelk drink of niet. Of ik vlees eet of niet. Of ik suiker eet of niet. Of ik alcohol drink of niet. Of ik rook of niet.  Hoe, denk ik, heb ik in godsnaam kwaad kunnen zien in melk en suiker? Of eigenlijk: hoe heb ik het ooit interessant genoeg kunnen vinden? Ik voel de bergen in mijn lichaam en bewegingen. Het …

Overgave

‘Ga zitten, Ruby, ga zitten.’ ‘Ruby, you want to sit down? Go, sit down.’ Met mijn elleboog leun ik op de schouder van Menno. Ik ben wankel en windvlagen krijgen me bijna tegen de grond. Maar ik wil niet zitten, ik wil staan. Mijn bil doet pijn. Er gebeuren dingen achter me, ik zie een portofoon in en uit beeld verschijnen. De gids vraagt om een helikopter zonder aan mij te vragen of ik een helikopter wil. Mijn helm spreekt duidelijke taal. Alles wat ik zeg is dat ik misselijk ben, en ik ben nog misselijker dan ik kan verwoorden. Ik sta daar en mijn tijd gaat langzamer dan die van de anderen. Ik trek me terug in mijn eigen tijd. Af en toe voel ik een ontspanning door mijn lichaam trekken en leun ik zwaarder tegen Menno. Het idee om te gaan zitten verafschuwt me, die bil, die bil. Maar dan dwingt mijn lichaam me. Meteen ben ik weer bij. De misselijkheid verdwijnt zodra mijn blik op de blauwe lucht gericht is. Rechts zie ik de …

Had ik geld

Bivakkeren in gebergte is een bijzondere ervaring. In slaap vallen tussen je reuzenvrienden en wakker worden met het besef dat je met hen de donkere hemel hebt gedeeld, dat maakt om drie uur opstaan nauwelijks een opgave. De eerste drie keer. Maar de zooi die in de tas omhoog moet om een bivak mogelijk te maken nestelt zich als een steek in je ruggengraat. De wolken laten je donsslaapzak bibberen van  angst en het voedsel raakt op nog voordat het weer omslaat. Had ik geld, dan zou ik weken hoog blijven. Gedurende slechte dagen zou ik doorzakken op speciaalbier van de hut en me ’s ochtends het lager uit laten schoppen door  de venijnige huttendame. Nee, nee, ik zou geen vuile blikken meer krijgen van de waard omdat  ik teer op zijn voorzieningen; omdat ik stiekem warm zit in een hoekje van zijn eetzaal, stiekem kook onder zijn afdak, stiekem neem van zijn gletsjerwater of spiek van zijn weerbericht. De waard zou van mij houden zoals hij van zijn omzet houdt. De gidsen zou ik …

Moerasnamen

Lac du Goléon ligt aan het einde van het dal schuin achter la Grave. Riviertjes uit de bergen van Goléon splitsen en voegen zich samen, zo eindeloos dat een zompig stuk aarde voorafgaat aan het meer dat ze voeden. Ik steek eerst door het oude la Grave, door Ventelon en Hières, en volg een breed karrenspoor steeds verder van de dorpen. Dan slinger ik langs lichtgroen gras en donkere toppen, tussen lichtgrijze rotsblokken en donkergrijze echtparen, hoger en hoger tot ik de 600 hoogtemeter overbrug. Slecht weer in de morgen maakt dat het al tegen vieren loopt. Een kleine stoet klimmers trekt voorbij me, met matjes, touwen en helmen op de tas gebonden. Maar Goléon blijkt alleen en dus ik ben alleen. Ik loop langs de oever van het meer en volg over een kleine grasrug. Ik ontdek het moeras. Een klein dal zo plat en nat als Nederland, begrenst door bergen in plaats van door zee. Op de helling naast het pad zie ik een naam, geschreven met stokachtige stenen, en ik denk aan de schrijver. Omdat ik alleen …

La Gravaan

Een jongetje van nog geen acht heeft besloten dat ik interessant ben en fiets me met grote vaart achterna op zijn minimountainbike. Hij schiet langs me en bedenkt dan pas dat hij te verlegen is om iets te zeggen. Zo gaat dat elk bezoek aan het toiletgebouw. De campingdame vraagt naar mijn plannen en is grootmeester in de bezorgde blik (meisje alleen). Ze probeert me aan de bakker te koppelen. De bakker is de vrolijkste man die ik ken, althans, zolang hij bakker is, want ik ken hem alleen als bakker. De chocolademuffins van zijn zaak zijn goed, met zo’n zacht hart en stukjes chocola bovenop. Maar ik weet niet meer of ik aanklop voor de muffin of voor de vrolijkheid van zijn bakker. De dame van de buurtsuper vindt mij niet aardig, of haalt haar vreugde ergens anders dan uit mijn geld, of heeft gewoon nog niet de kans gegrepen om een glimlach op te zetten. Mijn glimlach wordt zoeter met elk bezoek, ik denk dat zij gaat denken dat me iets mankeert, maar …

Compagnon Goethe

Ik droom over Kimberley. Ze wekte me elke morgen met een zangerig moooorning, maar nu loopt ze aan mijn tent te sjorren en voel ik dat het grootst mogelijke onheil buiten de tent wacht. Opdat ik mijn intrede doe. Pas na een trits waarschijnlijk hoorbare verwensingen word ik wakker. Geen Kim. Ik lig op de camping van la Grave, en het openritsen van mijn tent geeft me zicht op de Tabuchet gletsjer. Ik heb tien dagen voor mijzelf, en ik moet bekennen dat ik nog nooit tien dagen alleen ben geweest. Alleen zonder context van een kamp, stad of ander soort geruststelling. Ik lig en denk en bedenk als eerst dat ik me nu kan verwaarlozen totdat ik naar mijn eigen mening in het onwenselijke beland, ver nadat ik wegens conventies of bezorgde ondertonen doperwten in mijn mik zou hebben gegooid of zonnebrand zou hebben opgesmeerd. Ik kan elke maaltijd baseren op chocola of te lui zijn om naar de winkel te gaan, zodat ik überhaupt geen maaltijd heb. Ik kan te laat op pad …

Ijzersterk

Ik doe geen concessies aan de kwaliteit van mijn leven Niet door de zwakte van mijn geest Niet voor kwantiteit Niet voor anderen Zolang ik vrij ben Ik produceer waarde Ik heb de wereld en ik heb de mensen als voorwaarde, als bron, als doel Maar ik alleen, ben de waardeproducent Ik ben vrij Ik ben het meest bijzondere dat ik heb Ik ben mijn enige belangrijke prestatie Ik doe geen concessies aan de kwaliteit van mijn leven Niet door het idee van de maatschappij Niet door de zwakte van mijn geest Niet voor jou

Voorbereidingen en voorspellingen

De paklijst. Ik kan een hele vakantie in mijn alpienbroek rondlopen, maar ik wil het niet. Ik wil een spijkerbroek mee. Een normale BH. Sneakers. Ik wil conditioner omdat ik anders mijn haren molesteer, en een grote en een kleine bikini omdat ik krimp in de bergen. Ik wil mascara mee. Een zonnebril die eerder hip dan effectief is. Deodorant. Een fles factor 20 en niet alleen factor 50+, zodat ik nog een beetje kleur krijg. Een retrolegging. Twee Buffs. Verschillende kleuren stiften. Een klein olifantje dat me aan het thuisfront herinnert. Ik ben meer dan bereid om ijdelheid, gewoonte of luxe mee te zeulen. Zo blijkt, ik ben nog niet volledig barbaar geworden. Het financiële overzicht. Ik heb 100 tot 150 euro om per week uit te geven. Dat is voor verblijf, vervoer, eten en loltrappen. Een slecht getroffen hut met helikopterchocolademelk kan me zo drie dagen eerder naar huis dwingen. Hoeveel eten heb ik werkelijk nodig? Wat zijn toegestane uitspattingen? Ik moet bivakkeren en mezelf de verleiding van gemakken of groepsprocessen verbieden om …