All posts filed under: Blogs

Proxi

Het lijkt op een supermarkt, maar het is iets anders. Werknemers zien eruit als klussers, en het gebouw als geklust, niet gebouwd. Je struikelt over producten en waggelende kinderen. Ijsjes en Snickers halen ze uit grootverpakkingen en verkopen ze per stuk (not for resale, luidt de tekst op de papiertjes). Vergeelde bergmarmotknuffels en opgekrulde ansichtkaarten verdringen elkaar binnen wankele stellages. Grote, foute klassiekers staan op repeat van ’s ochtends vroeg tot sluitingstijd. Overal hangen geplastificeerde aanbiedingen in dezelfde kleurrijke lettertypes die je op de basisschool voor werkstukken gebruikte. De deals zijn verleidelijk, lachwekkend en zorgwekkend, met halve kippetjes en friet voor vijf euro, en meloenen zowel voor twee euro als voor vier euro  (als ze hun eigen acties niet goed bijhouden). Voor de winkel ligt een plastic terras waar je als klant je boodschappen opeet en ondertussen bediend wordt door een lief en gestrest meisje met een laag decolleté. Het befaamde ontbijt (de ontbijtdeal, het Proxiontbijt) bestaat uit een donut, rozijnenbroodje, croissantje en/of chocoladecroissantje, en/of sinasappelsap of koffie (grand of espresso). Voor twee euro verzamel je …

Bloggen

Ik lees mijn eigen blog door en ik vraag me af in hoeverre ik het nog ben, die voorgaande teksten schreef. Ik twijfel of ik mijn eigen woorden interpreteer zoals ik ze toen bedoelde. Ik vraag me af of in die twijfel mijn ontwikkeling zit; als ik het verschil in interpretatie zou kunnen formuleren, dat ik zwart op wit zou hebben hoe ik ben veranderd in de afgelopen jaren. Ik schrijf veel. Ik heb een reeks dagboeken vanaf mijn tiende tot mijn twintigste en in elk afzonderlijk staan de gedachteconstructies van dat moment.  Letterlijk constructies, ik was altijd aan het timmeren, vastleggen, aanpassen, organiseren. Mijn brein was een bouwpakket.  Nu richt ik nooit meer woorden zo strikt naar mezelf, maar formuleer ze toegankelijk voor andere mensen. Misschien ben ik door het schrijven van mijn blog wel toegankelijker gaan denken. Misschien is mijn brein gedisciplineerd in de structuur van mijn schrijven aan de buitenwereld. Het kostte me moeite om mijn eerste paar blogs openbaar te maken. Ik was bang dat mensen mijn schrijfstijl niet zouden waarderen, …

Vuurwerkbanen

Voor het eerst ervaar ik mogelijkheden als een kwaad. Sinds ieder voor zijn eigen kiest, lopen onze paden als een vuurwerkbanen de ruimte in. In onze vriendschap ligt besloten dat we elkaar de vrijheid gunnen, en daaruit volgt de verplichting dat we iets met onze eigen vrijheid doen. Want zodra we zelf onze gang niet gaan omwille van de ander, zal de ander de verplichting voelen ook zijn of haar gang niet te gaan omwille van onszelf. Waar vriendschap de ander opdraagt ons juist onze vrijheid te gunnen, kan die nu onze vriend niet meer zijn. We moeten dus wel ons eigen pad volgen, mocht onze vriendschap ons iets waard zijn. Dus maken we vrijuit onze keuzes. We denken lang na en slaan links of rechtsaf. Tot we uitzoomen en slikken bij het zien van onze paden, die zich verder en verder uitstrekken. De ruimte in: Europa, Afrika, Zuid-Amerika, Australië. De ruimte in: verpleegkunde, politiek, alpinisme, pedagogiek. De ruimte in: Daar waar de mogelijkheden het toelaten. Dat blijkt het hele spectrum van de wereld te behelzen …

Geroezemoes

Een lange broek, een hemdje, een lang shirt, een trui, sokken en schoenen. Een jas. De zon mag best blijven, maar doe me ook een wind. Kou die langs mijn gezicht strijkt en een weg zoekt langs mijn sjaal. Gele en rode bomen, blaadjes die het grijs van de straten warmer maken. De hitte dwingt een korte broek af, maar ik zoek juist naar de bescherming van een lange broek. Naar iemand die over mijn rug wrijft om mijn rillen te stoppen. Geraas dat inbeukt op het huis, tijdens  lange, duistere nachten. Warme chocolademelk en kaarslicht, geroezemoes en dikke dekens. Het probleem is; de belofte van deze warmte is vals. Ik voel haar op mijn huid, maar ze kruipt niet in mijn hoofd. Ik ben niet verliefd. De bergen zijn ver. Er valt niets te beloven, niets dat niet al geweest  is en als een betoverend verhaal in mijn herinnering leeft. Dus nu zweet ik me rot, in kleding die niet past bij het weer, het weer dat niet past bij mijn gemoed. Ik wil …

Nazomer

De zon zakt achter de rechte lijnen van de flat van de buren. Kinderstemmen, altijd kinderstemmen. Gebrom van vliegtuigen en gekwetter van vogels. Soms zit er een duif in de dakgoot en krassen zijn poten met scherpe nagels over het metaal. Soms ruist een trein van of naar Muiderpoort. Soms suist de wind door één of meer van de negen bomen in het driehoekige plantsoen. Nooit zit een bewoner of kat op de bankjes, geen rat, muis of leven, en toch is het gras gemaaid en zijn de paden schoon. Vrouwen klinken door open ramen achter witte schotels. De lucht voelt zacht. Welkom in het raamkozijn van Siboga 23.

De Volgende Broek

Hij moet rood zijn. Ik weet het al voor langere tijd, en toch heb ik me laten verleiden door andere broeken. Andere kleuren. De eerste alpine broek was een Fjällräven van stevige, donkergrijze stof. Niet rood nee, maar vooruit. Erg kleurengevoelig was ik in die tijd nog niet, dat kwam pas later, toen ik enigszins grip kreeg op de modestandaard binnen de bergketens. Gepusht door een verkoopster koos ik deze uit honderd anderen, want ze vond ’t wel een goeie voor alpine. Mwaah. Ik kocht hem groot en hij was al vrij wijd bij de pijpen. Ik viel af in de bergen en werd een hiphopper met een kruis tot bij mijn knieën en schoenen die verdwenen onder lagen G1000. Het wandelkarakter van de stof maakte de broek weinig soepel, en wijdbeense passen waren eigenlijk uitgesloten. Maar, ik was in de bergen. Dus ik scheurde eruit, erg flatteus bij de bilnaad. Tot op de dag van vandaag vraag ik me af hoelang ik precies in mijn blote arie over de gletsjers én door de hut heb gestruind, en met name wie precies een blik heeft kunnen werpen …

Barre Noire met Franjes

De drukte in de Glacier Blanc hut was niet te overzien. Een lawaaiige roes in een verhit vertrek. Het verbaasde me dat niemand bezweek aan de overgang van de koele stilte van buiten naar deze ruimte. We zaten met de kaart op de grond, uitgelegd midden in het gangpad, gidsjes eromheen. Als kinderen met blokken en treinstellen verzonken we in mogelijkheden, afgesloten van het rumoer. Ik denk dat toen het plan is ontstaan. Plan Barre Noire. Achter het toilethok in secteur G van Ailefroide lag een klein veldje. Ondanks de incidentele geuren van ontlasting, vormden we daar onze enclave. In het midden stond een constructie van aan elkaar geknoopte tarps en zeiltjes, daaromheen dertig, veertig gekleurde bolletjes en driehoekjes, scheerlijnen in alle richtingen. Een aantal alpinisten zat op plastic campingstoeltjes en kartonnetjes onder het centrale dak, terwijl Menno en ik overal spullen vandaan trokken. We draalden en waren laat – natuurlijk waren we laat. ’s Middags zouden we avondeten, maar we aten onze warme maaltijd met de rest. Terloops deden we onze plannen uit de …

Als een vliegmachine

Ik ga zo snel! Ik ga zó snel!! Op welke leeftijd word je op een fiets gezet? Is dat een jaar of drie, op iets roze’s met zijwieltjes en een grote toeter? Ik kan me mijn eerste meters op een echte fiets nog herinneren. Het was met mijn buurmeisje. Samen pionierden wij  alles in onze kinderwereld, zoals dikke witte besjes schieten door smalle pvcbuizen en weggetjes krijten op de straat. Leren fietsen deden we als vanzelfsprekend naast elkaar, met onze vaders die ons aan onze bagagedragers in balans hielden tot ze dachten dat we zelf voort konden. Ga ik zelf? Pap!? Je gaat!! Je gaat!! Ik ga! Er zijn niet zoveel dingen die je (onbewust) iedere dag  vanaf je derde doet en óók haast ongemerkt voor lange tijd uit je latere leven kunt schrappen. Ademen, poepen en eten kun je niet drie maanden laten en zeker niet ongemerkt. Douchen wel, maar dat wordt snel vervelend, met onze culturele achtergrond. Misschien een reis door een land zonder deuren of lampen om aan of uit te knippen, terrein dat om schoenen vraagt, of …

Hoog

Zelfs als ik in het dal ben, wil ik naar de hoogte. Waarom, vraag ik mezelf af. Vanwaar deze gekte? Ik schrijf in mijn boek: Ze zijn van mij, ze zijn van mij, ze zijn van mij. Terwijl ik dondersgoed weet dat als er iemand van iemand is, dan ben ik van de bergen en niet andersom. De dag daarna schrijf ik: Ik ben een rivier, ik ben een bloem, ik ben het gras en de marmot en de steenbok. Als ik loop over de paden loop dan ben ik niets anders dan mijn omgeving. Geen ik, geen cultuur, alleen misschien een lichaam dat ik voel door het leven dat er doorheen ruist. Ik ben thuis, schrijf ik. Hier hoor ik. Ik donder naar beneden. De druk verdwijnt van mijn gordel en de wereld tolt in strepen om me heen. ‘Stop, stop, stop’, denk ik schreeuwend. Ik leg mijn ellebogen langs mijn hoofd en trek mijn benen in. De klappen blijven komen en ik vraag me kort af waar de volgende zal zijn, terwijl ik …

Beaucoup de Papillons

Menno en ik zijn niet in staat om rond het middaguur aan te lopen. Bij de hut zijn ze weinig gecharmeerd van een fashionably late arrival, dus onze redding lag bij onze avontuurlijke drift om de slaapzak mee te dragen. Het was de regen die ons ophield op de vooravond van Arête des Papillons. We zaten onder de achterklep van Menno’s kleine rode wagen, leunend tegen onze gepakte tassen, en waren beide verbaasd over het aanhouden van de neerslag, alsof er water uit een lege emmer kwam gekletterd. Wat dan met die voorspellingen? Het duurde even voor we het lef hadden om aan te lopen. In de mist zigzagden we parallel aan de lift naar Plan des Aiguilles, een bunker met twee droevige schuilende ezels en een houten kroeg zonder volk. De enige kleur kwam van een kolonie bivakkers en kampeerders. We liepen door naar Lac Bleu, een felblauw ingeklemd meertje op tien minuten van onze graat, door een heuvelig grasland dat zich uitstrekte tot serieuze rotsen, slingerend door moerasjes en grote versleten rotsblokken. Hard gelach …