Hoog

Zelfs als ik in het dal ben, wil ik naar de hoogte.
Waarom, vraag ik mezelf af. Vanwaar deze gekte?
Ik schrijf in mijn boek: Ze zijn van mij, ze zijn van mij, ze zijn van mij.
Terwijl ik dondersgoed weet dat als er iemand van iemand is, dan ben ik van de bergen en niet andersom.
De dag daarna schrijf ik: Ik ben een rivier, ik ben een bloem, ik ben het gras en de marmot en de steenbok. Als ik loop over de paden loop dan ben ik niets anders dan mijn omgeving. Geen ik, geen cultuur, alleen misschien een lichaam dat ik voel door het leven dat er doorheen ruist. Ik ben thuis, schrijf ik. Hier hoor ik.

Ik donder naar beneden. De druk verdwijnt van mijn gordel en de wereld tolt in strepen om me heen. ‘Stop, stop, stop’, denk ik schreeuwend. Ik leg mijn ellebogen langs mijn hoofd en trek mijn benen in. De klappen blijven komen en ik vraag me kort af waar de volgende zal zijn, terwijl ik smeek, ik smeek de val om te stoppen.

De dag daarna schrijf ik, met het infuus aan mijn hand: Dan val ik en dan val ik door een falende rappel. Geen vallende stenen of gladde oppervlaktes, nee nee, een falende rappel. De berg heeft me er niet vanaf geflikkerd, ìk heb dat gedaan. Ik kan haar dus ook niets kwalijk nemen. Ik kan haar meedogenloosheid nog niet erkennen. Vooralsnog is haar donkere zijde een kwade mythe. En ikzelf heb mijn lesje geleerd, ikzelf heb mijn eigen incompetentie ingezien. Ik ben er nog niet.

Het is de eerste keer dat ik over de bergen spreek in hun relatie tot mij.
Ze zijn mijn goden geworden. Zelfs al straffen ze mijn fouten nog zo hard af, ik zal ze alleen maar nog meer gaan verheerlijken. Zo blijkt.
Want als ze me niet hadden willen hebben, was ik in de rimaye gevallen, en niet op die smalle sneeuwbrug.
Als ze geen potentieel in me zagen, hadden ze me ernstiger geblesseerd.
Als ze niets om me hadden gegeven, hadden ze me door laten wandelen en me niet opgezadeld met een kort herstel, waarin ik elke dag even herinnerd word aan hun beslissingen. Een tijdspanne waarin ik bij mezelf te rade moet gaan waarom ik mijn leven voor hen riskeer. Waarin ik gedwongen word om uit mijn wilskracht en zelfvertrouwen te putten, want zeker krijg ik dat niet van hen.

Tot ik thuis kom en de eerste vragen komen. Ruby, wil je nog wel blijven klimmen?

Ja, ik wil blijven klimmen. Had ik daaraan moeten twijfelen?
Is het werkelijk een optie om te stoppen?
Waardeconstructie, komt bij me op. Identiteit. Gedane investeringen, al die trainingen, sociale omgeving, structuur. Ik kom er wel overheen, niets van dat alles is onvervangbaar en niets van dat alles is mijn leven waard. En toch is er geen optie.

Ik kan de vraag niet beantwoorden en de gekte niet bepalen, ik weet niet waar het vandaan komt en ik weet ook niet voor hoelang het duurt. Maar ik kan niet zomaar een andere religie aannemen. De slotsom was altijd irrationeel en vallen was niet genoeg om het geloof te doorbreken. Wat dan wel, is de echte vraag.

PuurGenieten-1

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

w

Connecting to %s