Had ik geld

Bivakkeren in gebergte is een bijzondere ervaring. In slaap vallen tussen je reuzenvrienden en wakker worden met het besef dat je met hen de donkere hemel hebt gedeeld, dat maakt om drie uur opstaan nauwelijks een opgave. De eerste drie keer.
Maar de zooi die in de tas omhoog moet om een bivak mogelijk te maken nestelt zich als een steek in je ruggengraat. De wolken laten je donsslaapzak bibberen van  angst en het voedsel raakt op nog voordat het weer omslaat.

Had ik geld, dan zou ik weken hoog blijven. Gedurende slechte dagen zou ik doorzakken op speciaalbier van de hut en me ’s ochtends het lager uit laten schoppen door  de venijnige huttendame. Nee, nee, ik zou geen vuile blikken meer krijgen van de waard omdat  ik teer op zijn voorzieningen; omdat ik stiekem warm zit in een hoekje van zijn eetzaal, stiekem kook onder zijn afdak, stiekem neem van zijn gletsjerwater of spiek van zijn weerbericht. De waard zou van mij houden zoals hij van zijn omzet houdt.
De gidsen zou ik paaien met Génépi en mijn vrienden met warme chocolademelk. Die giet ik over in thermosflessen en breng ik langs bij de bivakplek, in ruil voor hun vochtige touwen en handschoenen, die ik zorgvuldig uithang in het drooghok. Tenzij ik zó rijk ben dat ik hen allemaal onderdak kan verschaffen.
Als ik dan na al die weken terug ben in het dal, op een zonnige morgen, wanneer het ‘eentonige eten op de hut’ en de ‘slechte koffie’ me de strot uit komt, dan zou ik naar de bakker lopen en geen keuze maken. Ik neem alle soorten croissantjes.

Had ik geld, dan zou ik de lift nemen. Ik zou naar Chamonix rijden en een weekpas kopen en heen en weer naar de Aiguille de Midi gaan. Heen en weer, heen en weer, net zolang tot ik alle Japanners heb uitgespeeld en de laatste mensen terugkomen van hun tocht.
Bij gebrek aan een lift zou ik zulk licht materiaal aanschaffen dat ik alsnog naar boven vlieg, zelfs al vul ik mijn gevleugelde tas met dure Zwitserse chocolade.
Over Zwitserland gesproken, ik zou opeens een hele Alpenstreek bonus hebben, met bergen als de Matterhorn en Monta Rosa en Weisshorn. Omdat ik daar nog zo weinig bekend ben, zou ik meteen een gids betalen om me langs verschillende massieven te loodsen. Natuurlijk in stijl, gekleed als een toverbal van Norrona. Nomics op mijn tas en twee reserve in mijn tas. Een volledig rack bungelend aan mijn gordel, geselecteerd op kleur, al loop ik over de gletsjer.
Ik zou halverwege het couloir dutjes doen in de comfortabele binnenzijde van mijn Mammut Extreme pak. Ik zou halverwege de graat biologisch adventurefood en clifbarren wegwerken in mijn wegwerpdons van Arcteryx. Ik zou abseilen over cams.

Had ik geld, vooruit, dan zou er niet veel anders zijn. Dan had ik al mijn energie in tochten kunnen steken, misschien een aanloop minder. Tochten en tochten en nog meer tochten. Ik zou ‘s ochtends vroeg weggaan en na het middaguur nog over hebben. Tegen de avond zou ik onvermoeibaar langs de gletsjers dwalen, opzoek naar een nieuwe instap, totdat het donker me dwingt om de hemel te delen met mijn reuzenvrienden, ongeacht hoeveel hutten me warmte konden bieden.

Maar dan had ik de volgende dag wel een chocolademelk kunnen drinken.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s