La Gravaan

Een jongetje van nog geen acht heeft besloten dat ik interessant ben en fiets me met grote vaart achterna op zijn minimountainbike. Hij schiet langs me en bedenkt dan pas dat hij te verlegen is om iets te zeggen. Zo gaat dat elk bezoek aan het toiletgebouw.

De campingdame vraagt naar mijn plannen en is grootmeester in de bezorgde blik (meisje alleen). Ze probeert me aan de bakker te koppelen.

De bakker is de vrolijkste man die ik ken, althans, zolang hij bakker is, want ik ken hem alleen als bakker. De chocolademuffins van zijn zaak zijn goed, met zo’n zacht hart en stukjes chocola bovenop. Maar ik weet niet meer of ik aanklop voor de muffin of voor de vrolijkheid van zijn bakker.

De dame van de buurtsuper vindt mij niet aardig, of haalt haar vreugde ergens anders dan uit mijn geld, of heeft gewoon nog niet de kans gegrepen om een glimlach op te zetten. Mijn glimlach wordt zoeter met elk bezoek, ik denk dat zij gaat denken dat me iets mankeert, maar alles dat mankeert is een glimlach van haar.

Mijn campingburen vinden mij wel aardig, burgers, allemaal. Waar de vriendelijkheid van de stadsburger zich naar mijn ervaring beperkt tot de partner en het kroost en een select groepje vrienden, komt de burger op de camping waanzinnig uit de verf. Allemaal twee-eenheden die hand in hand de wereld hun open armen tonen. Ik heb inmiddels zes caravans die me zouden adopteren, en dat is niet omdat mijn glimlach in tegenstelling tot bij de dame van de buurtsuper hier wèl vat heeft, maar omdat ik de uitgesproken kans ben om campingburgervriendelijkheid mee aan te tonen, wat schijnbaar deel uitmaakt van het burgerschap.

Door het dorp fietsen gladde mannen in gladde pakken op weg naar L’Alpe d’Huez of Col du Calibier.

Onder het dorp fietsen modderige mannen op megamountainbikes met dikke lagen bescherming, op weg naar parcours die als rivieren door het dal stromen.

Boven het dorp ligt de plek waar alle oude mensen naar opstijgen met stokbroden en groentes, grasland met een reeks dorpen, Chazelet, Ventelon, Terrasses, Hières. Kippen waggelen uit de deuropening, straten zijn te smal en stijl en gevormd naar de groei van de huizen, buren zijn ruïnes, honden zien je aankomen vanaf het andere dorp, kerken, kerken, kerken.

La Grave heeft één hightechstraat, en daar doorheen loopt een hoge dosis mannen wiens gezicht al jarenlang is bewerkt door reflecterend zonlicht van de gletsjer, wiens broeken immer alpien zijn en wiens zelfvertrouwen net zo groot oogt als de bergen die ze dag in dag uit opkaggelen, onmiskenbaar gidsen, of ex-gidsen, of bergrotten, of fenomenen. Mannen die routes op hun naam hebben, geboren in berghutten, opgevoed in het couloir en getrouwd op de bergtop (-pen, hoe loyaal is dat type?).

Daartussendoor loopt een groeiend aantal toeristen, en dus een groeiend aantal Hollanders. Hoe meer Hollanders, hoe meer ik me hier thuis voel. Niet omdat ik me bij hun wil scharen, juist niet. Ik ben geen Gravaan, maar ik ken de straatjes al. Ik ken de stem van het dorp en de openingstijden die de glimlachloze dame hanteert. Ik ken het volk van de camping, ik bèn het volk van de camping. Ik heb al een keuze gemaakt voor ik de bakker inloop, ik weet hoe koud het water van het zwembad is, ik ben niet meer verward als ik wakker word door het gesjees van de rivier en ik weet dat het uitzicht me zal blijven betoveren. Want La Meije is uiteindelijk diegene die de dienst uitmaakt, door haar gigantische en onvermijdelijke aanwezigheid en nog grotere schoonheid, diegene waar uiteindelijk alle blikken op gericht zijn. Een Gravaan weet dat. Ik inmiddels ook.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s