Author: Ruby Elizabeth

Het arme beest

Parijs en Lyon zit in La Vachette. Zij met tweede huis zijn massaal naar de bergen getrokken. Parkeerplaatsen staan vol en luiken staan open, het leeft hier schijnbaar nog meer dan met kerst. Ik kan het ze niet kwalijk nemen. Quarantaine in La Vachette is onvergelijkbaar met quarantaine in een appartement in de stad. Ons dorp tjilpt en zoemt van lente, blote voeten kunnen ongehinderd door het eigen gras lopen. Schijnbaar zitten de wachtkamers van het ziekenhuis in Grenoble vol met stadse slachtoffers van tuingereedschap, een oproep aan onervaren tuiniers is al gedaan. Of ze wat voorzichtiger kunnen zijn met de heggenschaar, want het verplegende personeel heeft al genoeg te doen. Na een succesvolle start staat de kroeg van het dorp verlaten tegenover de kerk, het terras geveegd en naar binnen gehaald, kale tegels in de zon. Briançon’s slijterij staat echter op de lijst van services essentiels en blijft dus gewoon open. Je vraagt je af of zij daarboven hebben besloten dat alcoholconsumptie bijdraagt aan de vrede binnen het opgesloten gezin. Gisteravond maakte ik een …

Quarantaine

Dag 1. 17 maart. Als iemand me afgelopen herfst had gezegd dat mijn examens niet door zouden gaan wegens de bescherming van het territorium van een zojuist ontdekte sneeuwhellingkikker, of de inslag van een meteoriet op het ENSA-gebouw, of de verspreiding van een vleermuisvirus dat heel Europa plat zou leggen, dan had ik gezegd: ‘Grapjas.’ De grap is nogal indrukwekkend. Europa ligt plat en mijn leven ook. Ik zou bezig moeten zijn met een wereld in crisis, iedereen die ik liefheb overhoop of in gevaar, potentieel leed in mijn eigen stad tot zo ongeveer alle steden waarvan ik de naam ken, maar het lukt me nog even niet om over mijn eigen mesthopen heen te kijken. Dag 2. Het domein van onze quarantaine is buitengewoon mooi. Ik mag de deur niet uit zonder goede reden, maar nooit is het buiten zo stil geweest. De bergen zijn teruggegeven aan de natuur en ik beschouw mezelf eventjes, illegaal, als dier. Ik heb het nodig. Tussen de sporen van herten in de lentesneeuw, de verlaten paden en die …

Vleermuizig

Sinds gisteren heb ik zin om het virus een gestalte te geven. Ik denk aan een vleermuizige bezoeker van de vismarkt in Wuhan, een mysterieus mannetje met lange jas, hoed en grote bruine reiskoffer, dat daarna overal in de wereld opduikt (wat een vreemd figuur, denken mensen). Of ik denk aan een reislustig blubbermonster van bruine kleuren en veel te veel armen, aangetrokken door de ouderen en zwakken, dat zwabberend uit de kraan of het putje van de zorginstelling stroomt en zich naast hen in bed flaneert. In welke gestalte dan ook, ik vraag het vriendelijk om de (iets- ) ouderen waarvan ik veel houd met rust te laten en ook alle andere (iets-) ouderen en de (iets-) zwakkeren en om eigenlijk gewoon terug naar die vismarkt te gaan en dus naar die vleermuis en daar te blijven want al dat gereis is wel gewoon genoeg geweest.

Dinosaurustand

Ik heb een duur probleem. Het is een klein probleem, nog geen vierkante centimeter groot, maar het is duur. Het is een probleem van 1600 euro. Het probleem is niet alleen duur, maar ook ijdel. Het valt in de categorie van neuscorrecties, iPhone 11 en de aanschaf van een tweedelig Norrona-skipak voor een week op de pistes. Het heet als volgt: Het Tandimplantaat. Mijn benen zijn robuust en mijn schouders solide, maar mijn tanden hebben niets van die weerbaarheid meegekregen. Ze zijn zwak. Ik heb tevens een kleine (maar niet absurde) voorliefde voor zoet (chocola) en een diepe angst voor de tandarts, voor de pijnlijke maar vooral de financiële kant ervan. Toen een tweetal woedende tanden me na drie jaar uitstel toch naar de tandarts dwong, zei de beste man: ‘Uw mond verkeerd in slechte staat’.  Zo’n vijfentwintig afspraken volgden. Ik heb enorm geluk gehad met het Franse zorgsysteem, dat niet-rijke mensen van een zorgverzekering voorziet die veel tandproblematiek vergoed. Als dat niet het geval was geweest, dan had ik mijn berggidsidee zeker een jaar …

Ongelukje

Loca is een rashond. Madame Loca, zouden we haar op zijn minst moeten noemen. Ze volgt uit een zuivere lijn van Border Collies en heeft haar baasje nogal wat centen gekost, maar ze doet dan ook goed haar werk. Want Madame Loca is een echte herdershond. En haar baasje een echte herderin. Madame Loca en de herderin zijn op bezoek in La Vachette, tot mijn grote vreugde, want het is een gezellig duo met interessante verhalen over schapen en schapen en nog meer schapen (350 stuks), weidelandschappen in de Pyreneeën en het leven daarboven, waar… niet zo heel veel is. Behalve schapen. Laure heet ze, de herderin. Wanneer ze hier in skibroek door het huis loopt, kan ik me haar moeilijk voorstellen in een herdershut met alleen een rivier om zich in te wassen, 350 schapen om te melken en een stuk heidelandschap om mee te converseren. Herders los van de kudde ken ik eigenlijk niet, laat staan herders op ski’s of in zachtroze vestjes aan de keukentafel. Laure is zo mogelijk het coolste meisje …

Ski Ellende

Mijn vriendje kan erg goed skiën. Zijn favoriete bezigheid is ski galère (‘ski ellende’), wat ongeveer zo gaat: Hij ziet een bos, duikt erin, en ongeacht wat hij tegenkomt, zij het gevallen bomen, rivieren, ijzige wanden, heuphoge hobbels of een absoluut gebrek aan sneeuw, hij vindt altijd zijn weg. Zonder een seconde te aarzelen. Zodoende brengt hij me langs de meest verschrikkelijke afdalingen, afdalingen waarvan de gemiddelde skiliefhebber ‘s nachts gillend wakker wordt, waarvan je zegt ‘ja maar dit kan toch niet?’, en dan kan het dus wel, met eventueel een schram op de neus vanwege een onverwachte confrontatie met een laaghangende tak. Tijdens die afdalingen moet ik al mijn twijfel overboord gooien en in beweging blijven. Ademhalen en doorgaan, ademhalen en doorgaan. Dat is niet mijn sterkste punt: aanvankelijk stopte ik, viel ik, huilde ik of schold ik tot mijn geliefde zin had om me in het bos achter te laten (bonuspunten voor hem: Hij heeft altijd gewacht.). Maar steeds vaker blijf ik overeind en zet ik zonder aarzelen de volgende bocht in. Soms …

Overdekking

Het is warm, buiten. Het is warm voor Februari en voor ons. Wat we ’s winters doen, waarvoor we zijn gekomen en gebleven, bestaat alleen wanneer het vriest. Maar het nulpunt ligt deze maand te laag voor ons soort winter. Het regent. Het lijkt wel op Nederland, zei Fieke vandaag nog, in opengeritste jas op 1353 meter hoogte. Op wat voor toekomst bereiden we ons eigenlijk voor, dat vraag ik me zo vaak af. Misschien wordt zomeralpinisme ons winteralpinisme en klimmen we ‘s zomers alleen nog op rots. Plooien waarvan we zeker zijn dat ze niet bij elkaar gehouden worden door permafrost, daar vinden we elkaar terug. Steeds iets hoger opzoek naar sneeuw en ijs, tot op een dag geen berg meer hoog genoeg is. En skiën, misschien kunnen we dat nog een jaar of twintig. Of tot in de eeuwigheid, op overdekte pistes. De vraag is dan hoelang die eeuwigheid het zelf uit zal houden. Misschien kunnen we haar ook overdekken.

Alfa Muis

Farid reed zondagochtend om half zes de markt van Briançon op. Zijn gedroogde vruchten, noten en thee lagen achterin de bestelbus en hijzelf was warm aangekleed. Maar zijn handelswaar verkopen zou hij die dag niet, want op zijn marktplek stond een Alfa Romeo. Bruno, olijvenverkoper en melancholisch man met een erg dikke buik en vier ex-vrouwen, staat al jaren met Farid op de markt. Vroege ochtenden in de kou scheppen een band, en nu was zijn marktmaatje geërgerd naar huis gekeerd. De eveneens afwezige eigenaar van de Alfa Romeo had daarom niet alleen een hoge boete in het verschiet, maar ook een probleem met Bruno. Zodra het stopte met sneeuwen veranderde Bruno de Alfa Romeo in een muis. En dat was nog niet genoeg: Hij vroeg om de linkerschoen van mijn collega, die hij over het dak liet lopen, en daarna om de rechterschoen. Farid ontbrak misschien, maar Bruno had het erg naar zijn zin.

Het essay van Thibault

Mijn vriendje had geschreven : « Il était une fois, dans un monde, dans un monde simple, sans méchant ou rien n’était droit, la symétrie n’avait jamais été inventé, dieu l’avait laissé pour un autre monde. Si bien que toutes les choses qui existaient, n’existait que par elle-même, les formes n’avaient pas de cohérence et les objets pas de place. L’harmonie était naturelle, primaire mais naturel si bien que personne n’avait rien à ranger, le mot n’existait d’ailleurs pas dans ce monde. » « Er was eens een wereld, een simpele wereld, een wereld zonder kwade bedoelingen, waar niets recht was en symmetrie nooit was uitgevonden, want God had die voor een andere wereld in gedachten gehad. Alle dingen die bestonden, bestonden alleen voor zichzelf, de vormen hadden geen coherentie en de objecten geen plaats. Harmonie was natuurlijk, primair maar zo natuurlijk dat niemand iets op te ruimen had, in deze wereld bestond het woord niet eens. » Zie hier de diepgaande gedachten die ik tegen kwam in een open document op mijn rondslingerende laptop, vlak nadat …

Het Nest

Mijn fijnste herinneringen van Nederland zijn die waarin mijn ouders een boek lezen. Met een kop koffie of thee naast hen op de bijzettafel, mijn vader iets onderuitgezakt met zijn bril wat lager op de neus en mijn moeder kaarsrecht met de benen over elkaar geslagen, klassieke muziek van de radio, een kat in de vensterbank en achter de ramen onze kalme buurt, vaak in regen, want het is Nederland. Soms heb ik het gevoel dat ik allerlei omwegen maak om uiteindelijk weer hetzelfde terug te krijgen. Alsof die scene in mijn hart is gegrift als beste uitkomst van mijn leven. De variabelen mogen echter verschillen; uitzicht op een bergachtig Frankrijk in plaats van regenachtig Nederland, een kat in de vensterbank maar die knabbelt aan de kamerplanten (default van Tigrou), mijn ouders als boeklezers maar ook mijn vriendje, languit op een bank met één hand onder het hoofd, en eventuele andere bewoners met andere brillen op andere neuzen. En wie weet, een volgende generatie aan kroost die opgroeit in een nest net zo warm als …