Quarantaine

Dag 1.

17 maart. Als iemand me afgelopen herfst had gezegd dat mijn examens niet door zouden gaan wegens de bescherming van het territorium van een zojuist ontdekte sneeuwhellingkikker, of de inslag van een meteoriet op het ENSA-gebouw, of de verspreiding van een vleermuisvirus dat heel Europa plat zou leggen, dan had ik gezegd: ‘Grapjas.’

De grap is nogal indrukwekkend. Europa ligt plat en mijn leven ook.

Ik zou bezig moeten zijn met een wereld in crisis, iedereen die ik liefheb overhoop of in gevaar, potentieel leed in mijn eigen stad tot zo ongeveer alle steden waarvan ik de naam ken, maar het lukt me nog even niet om over mijn eigen mesthopen heen te kijken.

Dag 2.

Het domein van onze quarantaine is buitengewoon mooi. Ik mag de deur niet uit zonder goede reden, maar nooit is het buiten zo stil geweest. De bergen zijn teruggegeven aan de natuur en ik beschouw mezelf eventjes, illegaal, als dier.

Ik heb het nodig.

Tussen de sporen van herten in de lentesneeuw, de verlaten paden en die stilte, die onwennige, absolute stilte, kan ik de krankzinnige wending van mijn leven relativeren. Alleen daar kan ik omgaan met de spanning van de restricties die van hoog boven zijn gekomen, die ik snap, begrijp me goed, maar me toch angst inboezemen. Alleen daar kan ik de wonderlijke wereld aanschouwen die onbedoeld is ontsprongen uit dezelfde restricties, een wereld waarover ik zo vaak gedroomd heb.

Dag 3.

Het virus lijkt vooralsnog vooral op een nieuwsitem of het gesprek van de dag of een obsessie met het internet van mensen om me heen. Briançon wacht op een schrijnende situatie, maar we zijn er nog net niet. Het monster zwijgt in onze lichamen en wij zijn het die praten. Misschien zal het voor ons jonge mensen in quarantaine wel zo blijven; de rampspoed zal zich immers afspelen op een plek waar we niet mogen komen, al is het bij de buren.

Alleen Fieke (verpleegkundige) staat direct in contact met de crisis.

Het Italiëscenario weergalmd tussen onze bergen en de schermen van onze computers. Ik maak me zorgen om de escalatie. Fiek is het enige tastbare deel ervan en ik wil dat het meevalt voor haar. Ik wil ook dat het meevalt voor iedereen. Ik droom over mijn ouders en heb niet het gevoel dat het toevallig is.

Quarantaine komt met een overweldigend gevoel van nutteloosheid.

Dag 4.

Als ik drie thema’s aan de afgelopen dagen zou moeten geven, dan zou ik zeggen: Cijfers, stilte en tijd.

Cijfers. Ik weet niet hoeveel zin het heeft om ze op te blijven zoeken. Aantallen. Leeftijden. Besmettingen, doden, hypotheses. Het zijn cijfers die kuchen, aan de beademingsmachine liggen en worden begraven, cijfers die in andermans realiteit namen hebben. Wij hebben ook namen. Wij zijn ook cijfers. Cijfers in quarantaine, vooralsnog.

Stilte. De weg naar Italië is breed en maakte een hoop lawaai in de wereld van hiervoor. Ik haatte haar. Nu is ze stil tot in Italië, als een spookweg naar een spookland die ik ongezien moet oversteken om naar mijn bergen te kunnen. Als de politie patrouilleert, dan hoor ik ze aankomen. Maar ik hoor het gefluit van vogels en het suizen van de wind.

Tijd. Elke dag begint met tijd en eindigt met tijd. De teloorgang van mijn grootste project haalt de druk van mijn dagen. Ik kan de interactie tussen Tigrou en zijn nieuwe vriendin gadeslaan, waar heel veel humor en schoonheid in schuilt. Ik kan een boek schrijven in ochtenduren die een dag lang duren. Ik kan mezelf wederopbouwen op een rustige, fundamentele manier.

_DSC9967

7 Comments

  1. Je schrijft echt heel mooi. Doe dat boek maar!

    1. Dankjewel! Jij ook, en ik heb al gezien dat je een boek hebt geschreven. Zo goed.
      Ik moet zeggen dat ik er wel moeite mee heb, dat hele boekschrijfproces (voor een blog heb ik toch minder discipline nodig haha).
      En je woont in de Pyreneeen, wat moet het mooi zijn daar!

      1. Weet je, Ruby, de eerste versie van mijn boek heb ik in een reeks dagelijkse e-mails naar een vriendin gestuurd. En zo begreep ik de truc: elke dag 1 pagina, dan heb je na een jaar 356 pagina’s (waarvan je de helft schrapt, maar dan hou je er nog bijna tweehonderd over).
        Je hebt een heel aparte stijl en je leeft een bijzonder leven. Uitgevers wachten op jou!
        En ja, het is hier mooi. We hebben onverwacht zelfs een beetje sneeuw.

  2. Judith Jonker

    Hee Ruub,

    Wat kun je mooi schrijven zeg! Zo’n bizarre situatie waarin de wereld zich bevindt en daarmee ook ieders leven. Je kunt er goed woorden aan geven.
    En als het boek er komt, dan houd me aanbevolen!

  3. Prachtig Ruby, de wereld op z’n kop. Gelukkig zijn Fieke en jij daar samen. Veel sterkte en blijf schrijven en gitaarspelen. We hadden het gister over een online sing-along. Is natuurlijk nooit zo leuk als in het echt maar wie weet ;-). Ik ben gister pas uit Mexico geland dus mijn tweede dag quarantaine begint vandaag. Er heerst een enorme stilte op de Nieuwmarkt terwijl het een prachtig zonnige dag is. Gelukkig mogen we nog op pad. Gelukkig aan de ene kant, wandelend met 1,5 meter tussen elke persoon, elkaar ontwijkend in de parken waar de lente zich niets aantrekt van het feit dat mensen zich zo onnatuurlijk langs elkaar bewegen. Beangstigend ook, omdat hiermee verdere verspreiding de kans heeft zich in hoge aantallen richting zwakkere en oudere mensen te bewegen. Die tijd, die zich nu zo langzaam voortbeweegt, zal het leren. Een dikke knuffel en geef je er ook een aan Fieke?

  4. Ik ga je volgen!

    1. Scotty! Dankjewel! Ik heb ook met plezier over jullie drie gelezen (vrouwtje, baasje en scotty!)

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s