Latest Posts

De Schaduw van de Mont Blanc

Als je persé naast de hoogste berg van Europa wilt wonen, dan lever je onvermijdelijk in op zonlicht. Er zijn huizen in de vallei van Chamonix die zelfs in de zomer geen zon zien. De winter hier is nu eenmaal een donkere aangelegenheid, maar stel je eens voor dat de lente aanbreekt, de vogels fluiten, de ramen openzwaaien en geen zonnestraal de kamer verwarmd…!
Gelukkig bestaan er dorpen zoals Coupeau, gelegen tussen de bossen aan de overkant van het massief. Zelfs ’s winters ontsnappen die nog aan de schaduw van de Mont Blanc, al is het maar voor een uur of twee. Zonlicht is goed voor een mens. Daar bloeit ze van op. De chalets schieten hier dan ook uit de grond, ik ken de cijfers niet maar op basis van hun voorkomen schat ik in dat de helft ervan gedurende de laatste tien jaar gebouwd is. Grote, moderne chalets met zoveel raam dat je ’s avonds steevast een inkijkje krijgt in het leven van de rijke bergbewoner.

Twee bochten onder het appartement van Adria en mij staat een oranje hijskraan die overdag met veel lawaai zo’n gebouw in elkaar zet. Aan het einde van diezelfde weg hebben ze zojuist zo’n honderd vierkante meter aan bomen weggekapt, want volgens BIG MAT komt daar een appartementencomplex. Vlak ernaast liggen de bomen eveneens op de vlakte voor een terrain constructible dat nog verkocht moet worden, met een oerlelijke bouwsuggestie op een plastic bord dat achteloos in de bosjes lijkt te zijn gegooid. Gemeente Les Houches kan dadelijk wederom het dorpsplein renoveren, of een extra World Cup op de Kandahar organiseren, of misschien eindelijk die trein naar de top van de Mont Blanc realiseren.

Ik vraag me af of er iemand is die het overzicht houdt. Iemand die een stap achteruitzet, de vallei van Chamonix in zich opneemt en zegt: ‘Nu is het genoeg geweest’. Op een zeker moment zal er toch een nationaal park van gemaakt moeten worden, anders hebben de honden straks geen boom meer om tegen te pissen. Ze mogen mij er best uitgooien.
Als ik de Mont Blanc was geweest, dan zou ik mijn schaduw definitief over de hele vallei werpen en rustig wachten tot al het menselijke ongedierte rillend wegtrekt, hun smogprobleem inclusief. En dan, als ze het wel uit hun hoofd laten om terug te keren naar die kille, onwelkome dieptes van het massief, dan zou ik stiekem weer wat zon doorlaten. Voor de bladeren van de bomen die net als ons de warmte wel waarderen.

Herschrijven

Fieke heeft me het perfecte verjaardagscadeau gegeven en ik heb geen idee meer hoe ik erover kan schrijven. Het is namelijk een boek over schrijven: Het geheim van de schrijver van Renate Dorrestein. Ik ben op pagina 169 en realiseer me al vanaf pagina 1 dat ik, als beginnend schrijfster, het complete rijtje aan klassieke beginnersfouten maak. Waarom, lieve lezers, wijzen jullie me daar niet zo nu en dan op? Af en toe een opmerking zodat ik langzaamaan beter leer schrijven? Ik ben blij met het boek van Dorrestein, maar had liever elk jaar een hoofdstuk gelezen, in plaats van het hele boek in één keer. Marcel probeert me soms te leren skiën door vlak voor een afdaling alle verbeterpunten energiek richting mijn ski’s te schreeuwen: movement vertical dissociation regard planter les battons laissez glisser angulation face à la pente ! Op zo’n moment begrijp ik acuut niets meer van het skiën en sta ik als versteend bovenaan de piste. Zo hang ik nu ook boven mijn laptop.

Goed, dit snap ik wel: Gedachteloos schrijven is net zo fijn als gedachteloos skiën, maar in beide gevallen kun je maar beter vanaf het begin je kop erbij houden, zodat slechte gewoontes de kans niet krijgen om al te diep in te dalen. Tenzij… het eindproduct niet van belang is. Schrijven voor mij was bovenal een ontspannende bezigheid; uitvogelen van triviale levenskwesties op mijn blog, mee pruttelen met de fantasie in een word document. Als ik ‘een schrijver’ wil worden, zal ik op zijn minst moeten doorzetten zoals de auteurs van al die boeken die ik zo graag lees doen. Herschrijven, herschrijven, herschrijven. Worstelen met woorden, zinsconstructies, structuur, stijl, symboliek, indien nodig hele hoofdstukken elimineren, altijd met je gezicht naar het scherm, altijd in de kaders van je eigen gedachten. Schrijven is hard werken, en voor een schrijver die zichzelf serieus neemt is het eindproduct (logischerwijs) mega, mega, megabelangrijk.

Ik ben gemotiveerd om te leren, eindelijk, godzijdank, verlicht mij! Maar ik weet niet of ik ooit voldoende gewicht aan het eindproduct zal kunnen geven om mezelf uiteindelijk ‘schrijfster’ te noemen. Of ik daar de motivatie voor heb. Of ik uiteindelijk niet gewoon naar buiten wil om door de bergen te wandelen en fantasieën te generen, die hun mooiste vorm aannemen wanneer ik de scheiding tussen mijn eigen hoofd en de buitenwereld niet voel.

Korte verhalen, zegt mijn vader altijd. Begin met korte verhalen.

Dankzij het boek van Dorrestein (en dus dankzij mijn lieve Fiekje) heb ik in elk geval het gereedschap om verhalen te klussen die wat meer conform de literatuur zijn die men leesbaar acht. Schrijven doe ik toch wel (niet de eerste keer dat ik dat schrijf), en meer vaardigheid levert praktisch altijd wel meer plezier op. Nu moet ik alleen over dat moment van totale verwarring heen zien te komen en zo onbevangen mogelijk de afdaling inzetten.

Van Ski’s naar Wielen

Zoals jullie misschien wel gedacht hebben, heb ik dat examen dus niet gehaald, anders had ik het nieuws een week geleden in lettertype 72 diagonaal over de homepage van mijn blog geschreven (het format WordPress laat dat overigens niet toe, zo saai). Participeren aan het examen met mijn blessure was al pure winst – zo blijven mensen herhalen – en dus ben ik een tevreden verliezer. Sterk voor volgend jaar.

Het Catalaanse Monster is gelukkig wel door en gooit zich nu fulltime op de klimcarrière, want in juni begint de volgende reeks examens. Het is ergens wel een opluchting dat ik gewoon lekker kan gaan klimmen, zo technisch incorrect als me zelf gepast lijkt, zonder die ENSA die altijd een beetje mee koekeloert vanuit een onzeker gedeelte brein. De bergen zijn leuker zonder de ENSA.

De organisatie van het komende jaar is zodoende aan de orde van de dag, en ik denk aan Spanje, berghutten, Patagonia, timmervrouwsopleiding en een hond. Jammer genoeg prijkt ‘het rijbewijs’ bovenaan het lijstje. Van ski’s gaan we naar wielen.

Ik mis de dagen waarin het afdoende was om me gewoon te voet of desnoods met de fiets te verplaatsen.

Een kermis vol idioten met stokken

Hoe voelt het om weer te skiën? Precies een maand na de blessure? Volledig ingetaped op de groene piste? Bochten van een beginner, het recht op één enkele kijken-hoe-het-gaat afdaling?

Dit ga je belachelijk vinden, maar het was de meest geruststellende ervaring die ik geloof ik ooit heb gehad. Het licht aan het einde van de tunnel. Alles weer op z’n plek. Diepe zucht, oef, we hebben het overleefd.

Wàt was dit een avontuur en wat ben ik dankbaar, dankbaar, maan-en-terug dankbaar voor de goede afloop. Ik was bijna in staat om online een nieuwe identiteit te bestellen en meteen maar een ticket naar een alternatief levenspad in het mandje te gooien

Het gat waarin ik na mijn blessure viel was zo diep als de vallei van Chamonix. Ik voelde me shit. Verloren bijna. Hoe, vroeg ik me telkens af, kon een abrupte stilstand van een hotseflots on the go skicarrière zoveel ellende genereren? Sinds wanneer identificeerde ik mezelf als skiër en als skiër alleen? Wanneer was ik dermate van de bergen vervreemd dat zij niet meer konden fungeren als de basis van mijn geluk zonder ski’s? Hoe was ik zo afhankelijk geworden van het functioneren van mijn lichaam, een lichaam, een paar knieën dat onder deze druk gedoemd was om een keer te knappen? Waar was ik eigenlijk mee bezig? Waarom leefde ik in een hut in Coupeau ver van kleur, warmte, cultuur? Hoe zag ik mijn toekomst precies voor me? Op ski’s, serieus, Ruby? Lag (of gleed) daar de fundering van mijn lange termijn welzijn? Zo… zo… waanzinnig zinloos? Wie was ik eigenlijk? Wie was de wereld? Wat wilde ik?

En dat allemaal vanwege een blessure.

Soms correspondeert de ernst van een gebeurtenis niet met de emotionele impact ervan. Denk ik dan. Heb ik misschien geleerd.

Ik was eventjes vergeten dat ik skiën leuk vond. Dat het überhaupt iets was dat ik deed, iets dat ik kon. Ski’s waren stuk voor stuk veranderd in de houten planken die het nu eenmaal zijn, die het waren voordat ik begon met skiën. Ik keek om me heen en zag een wereld waar ik niets mee kon. Winter in Chamonix was een kermis vol idioten met stokken en op de een of andere manier was mijn hele leven daarop ingericht. Mijn obsessie van de afgelopen tijd leek ridicuul. Het ski-examen van de ENSA was de grap van het jaar. Ik had plotseling een heel bestaan om van betekenis te voorzien en alhoewel de opties me wel aanstonden, kon ik toch niet helemaal loskomen van het gevoel dat er ergens een bodem onder me uit was gevallen.

Toen ik vanmorgen voor het eerst weer op ski’s stond, schoot alles in mijn belevingswereld terug op z’n plek en gleed ik door een wereld waar weer logica in zat. Ik houd van skiën. God wat houd ik veel van skiën.

Ik denk dat een identiteitscrisis (bestaanscrisis) nu en dan wel goed is, zodat je weer even kunt vaststellen waar je nu eigenlijk mee bezig bent. Van een afstandje. Herwaardering van dat pad waar je dagelijks overheen kachelt. De frustratie die mijn blessure genegeerde was niet gezond, de deceptie te groot, daar valt genoeg uit op te maken. Ik moet (moest) weer even terug naar de basis: de liefde voor de dingen die ik deed, de vrijheid die de bergen me brachten, het simpele geluk van een afdaling op ski’s.

Ik had niet gedacht dat ik dit ooit zou zeggen, maar ik denk dat die blessure nog niet eens zo’n slecht idee was.

Moguls vs. Knieband

Het ging ongeveer als volgt: Marcel en ik deden mogultraining op pistes die fanatiek voor ons waren voorbereid door honderden voorgangers (voor zij die Chamonix kennen: Grands Montets, La Herse). De heuvels waren minstens van heuphoogte en als een virus verspreid over elke begaanbare flank van Lognan. Je moet er even bij stilstaan hoe vreemd dat eigenlijk is. Hectares aan kleine heuvels in het ondergesneeuwde territorium van de mens, ik kan me voorstellen dat de Chamois zich afvraagt waar ons soort zich mee amuseert. Als je mij drie jaar geleden op zulk terrein had gedropt, de skiliften buiten zicht, dan had ik rondgekeken of er niet ergens een groep aliens rondliep.

Hoe dan ook, het was belangrijk dat we de afdaling over die heuvels onder de knie kregen. En ik ging eindelijk vooruit, wist mijn lijf stil te houden terwijl mijn benen zich lieten meevoeren door de sluizen van het maanlandschap. Nog een petit peu d’engagement en ik zou op niveau zitten.

Hoog in La Herse zagen we ons menssoort ploeteren door het terrein. Hé, kijk, die doet het goed! – zei ik tegen Marcel. Een fluorescerende adolescent vloeide tussen de heuvels door. Tjak, tjak, tjak, een ritme, tempo, ogenschijnlijk zo eenvoudig. Il s’engage! – riep Marcel uit. We volgden hem tot hij onverwacht onderuitging en drie heuvels verder gleed dan zijn ski’s. De jongen stond op en liep terug naar zijn ski’s, ongedeerd en lachend.

Oh, maar dat kan dus prima – dacht ik. Je kan prima vallen, ook tussen de moguls, zelfs als je vaart maakt. Engagement, Ruby! Kom op!

Als je veel skiet, dan kan je er min of meer op gaan zitten wachten. Ik was er op momenten zo bang voor dat ik hoopte dat een skisessie ten einde liep, met name als de dag feilloos leek, de zon had geschenen en alles net iets te perfect was geweest. Ik wist het meteen. Mijn gekrijs kwam maar deels voort uit de pijn in mijn zojuist verdraaide knieband. Zodra ik op de grond lag, tussen de heuvels in, wist ik dat ik de volgende was die met zo’n brace door Chamonix zou hinken, de volgende in de rij bij de fysio, de volgende die gestrekt op de bank verzuchtte dat het er nu eenmaal bij hoorde.

Met een tweedegraads knieblessure mag ik me nog bij de gelukkigen scharen, zij die er zonder operatie en lange revalidatie vanaf komen. Gisteren kreeg ik groen licht voor een praktisch vlakke beklimming naar de top van een skilift, op skins met couteaux zonder kickturns. Dat is niet precies wat ik in gedachten had voor dit stadium van het seizoen, maar het feit dat ik weer met mijn ski’s in de weer mag maakt me erg gelukkig.

Ik vraag me af of de scheur in mijn knieband het gevolg is van mijn engagement in de moguls of simpelweg in het verlengde ligt van het zoveelste skiseizoen waar ik ongedeerd uit dacht te komen. Beide zal een beetje waar zijn. Schijnbaar zijn die heuvelvelden notoir voor het genereren van knieblessures, maar zelfs al had ik dat op voorhand geweten, je skiet ze nu eenmaal niet op halve kracht. De tussenstand? 1-0 voor de moguls. Een reeks aan malle oefeningen van de fysio bereiden mijn benen voor op het vervolg van de competitie. Mijn knieband komt sterker terug.

En dan maar hopen dat ik de komende tien seizoenen gespaard blijf.

_DSC3741Egzon

Bij gebrek aan mogulfoto’s: Verkies dit vooral boven moguls, Les Houches, Fotograaf Sam de Goede

Plan B

Een week geleden ontving ik de convocation van de ENSA waarin ze me uitnodigen voor de examens. Bij het zien van die van Marcel vorig jaar werd ik plaatsvervangend nerveus; bij het zien van mijn eigen ben ik naar La Panière gestrompeld voor een maxi-croissant en een muffin en heb ik een uur lang voor me uitgestaard.

Wat is je plan B? – vroeg mijn vader me gisteren over de telefoon. Plan B was nog lang niet ouderproof, hing ergens tussen mijn schaapachtige fantasieën over de toekomst en zat vol glitter en glinstering van dromen die nog niet in contact waren geweest met de realiteit. Een waardige concurrent van Plan A, maar allerminst concreet.

Ik dacht aan alle plekken die ik wilde bezoeken: Parijs, Granada, New York en Rio de Janeiro, Argentinië en Chili, de bergen van Patagonia en wederom Siurana.

Ik dacht aan de dingen die ik wilde doen: Schrijven, klimmen, muziek maken, fotograferen, nieuwe mensen leren kennen en nieuwe dingen leren.

Ik dacht aan de dingen die moesten: Geld verdienen en mijn rijbewijs halen.

Ik dacht aan de lange termijn: Een stekje vinden, gids worden, restaurant openen en mama worden.

Mijn plan B? Ik hing de telefoon op en moest lachen.

Valentijn

Ik heb zojuist ‘Valentijn’ gegoogeld om te verifiëren dat de ‘dag der geliefden’ vandaag is, veertien februari, want mijn opgesloten bestaan in Coupeau maakt me wereldvreemd en vergeetachtig. Het meest prominente zoekresultaat in beeld was een advertentie van de HEMA, en ik ben groot fan van HEMA, waardoor ik nu met spijt in het buitenland zit, want ik had Marcel graag een USB-stick roos van 8GB en een hartvormig thee-ei cadeau gedaan.

De ‘dag der geliefden’ is volgens mijn vriendje 23 april, Sant Jordi, wanneer Catalaanse mannen een roos aan Catalaanse vrouwen geven en Catalaanse vrouwen een boek aan Catalaanse mannen. Valentijn heeft geen betekenis voor hem, nog minder dan voor iemand die de traditie afschrijft als commerciële onzin. Hoe overtuig ik deze Catalaan van de noodzaak om een puntzak met zachte hartjessnoepjes voor mij te kopen?

Dit is mijn zesentwintigste Valentijn zonder puntzak met zachte hartjessnoepjes.

Gelukkig heb ik Marcel niet nodig om me te verkneukelen over onze liefde. Sterker nog, Marcel is vanmorgen vroeg vertrokken om te skiën, samen met de hele vallei omdat de lucht helderblauw zag en de poeder nog fris op de flanken lag. Alleen al een blik op de bergen maakt me momenteel diepongelukkig, waardoor ik totaal afhankelijk ben van triviale dingen zoals Valentijn om mijn goede humeur in stand te houden.

Er is een verhaal dat altijd in me opkomt wanneer ik denk aan Marcel en mij als echtpaar (grapje), dat ik eigenlijk nooit zo aan mensen vertel omdat er niet echt een climax in zit en ik überhaupt slecht ben in het vertellen van dit soort anekdotes.

Het was de zomer van 2016 en ik woonde nog niet zo lang bij Marcel in de ambulance. We stonden geparkeerd naast een veldje bovenin Argentière, waar veel klimmers in busjes kampeerden omdat de bomen schaduw gaven en de gemeente ’s zomers een klein toilethok neerzette. Ik kwam zojuist van het centrum en zag dat de deur van de ambulance open stond. Het was avond. In plaats van Marcel achter zijn accordeon, trof ik een pan linzen op het vuur. Voordat ik het gas dichtdraaide, liep ik een rondje over het parkeerterrein en riep Marcel, die zich zo goed verschool dat ik me zorgen begon te maken. Een derde van de linzen plakte verbrand aan de bodem van de pan. Ik kende Marcel misschien nog niet zoals nu, maar wist wel dat hij niet het type was om een pan op het vuur te vergeten.

Toen ben ik naar de prullenbakken gelopen en heb ik mijn vriendje gezocht tussen de vuilniszakken van Argentière. Niet omdat ik dacht dat ik zijn lijk daar zou vinden, maar omdat ik wist dat Marcel een fervent dumpsterdiver was en dat die prullenbakken drie meter diep konden zijn.

Uiteindelijk trof ik Marcel achter het houten huisje op het veld, in het gezelschap van twee uitbundige Basken die dermate amusant bleken dat hij de linzen was vergeten. Voor het eerst in onze relatie had ik me zorgen om hem gemaakt, écht zorgen, richting paniek zelfs. Maar dat is niet de reden waarom ik het incident zo helder in mijn herinnering heb staan. Van alle plekken waar je je vriendje zou kunnen gaan zoeken, ben ik als eerste naar de prullenbakken gelopen. Wie zoekt haar vriendje nou in de prullenbak?

Als ik één ding zou moeten noemen waarom ik zo veel van Marcel houdt, dan is het dit: Hij verbaasd me. Hij heeft me altijd verbaasd. Na onze hereniging realiseerde ik me hoe absurd het was dat ik naar hem had gezocht in de prullenbak, terwijl het op dat moment zo logisch had geleken. En dit was nog maar de prullenbak. Met Marcel weet je het nooit. Hij zou overal kunnen zijn. Zijn creativiteit en daadkracht maken de mogelijkheden grenzeloos. Met zijn manier van denken en handelen heeft hij mijn blik op de wereld geopend, en schijnbaar resulteert dat erin dat ik hem op de gekste plekken moet zoeken wanneer hij kwijt is. Dit is precies wat ik wil, een onvoorspelbare Marcel, zelfs al brengt dat het risico met zich mee dat ik ook onze kinderen op een dag in de prullenbak moet gaan zoeken.

Mijn Valentijn. Hij komt straks thuis. Ondanks zijn onvoorspelbaarheid weet ik vrij zeker dat hij me niet zal verassen met een puntzak vol zachte hartjessnoepjes en dat is dan wel jammer.

(Je kunt bij de HEMA ook gouden heliumballonnen kopen in de letters L,O,V en E. Als je wilt kun je dus ook VOL spellen, of LEO, of VOLLE LEO).

_DSC0780

Het Restaurant: Een Fancy Berghut in de vallei

Waar moet je heen om mensen te ontmoeten als je nieuw bent in de stad? Naar het restaurant van Ruby. Want daar eet iedereen hetzelfde om dezelfde tijd aan dezelfde tafel. Zoals in een berghut, maar dan in de vallei.

Een van mijn favoriete onderdelen van het alpinisme is het diner in de berghut, al kan ik me het zelden veroorloven en zit ik er vaak met een zakje noedels naast. Ingevlogen knoflook kost immers een fortuin, net als de liftpas van de wijn.

Hoe dan ook, in een berghut raak je bijna altijd in gesprek met je tafelgenoten, zij het omdat het zout aan de andere kant van de tafel staat. Natuurlijk geeft het alpinisme een gemeenschappelijke hobby waar gemakkelijk over gesproken wordt, maar het gemeenschapsgevoel komt volgens mij grotendeels voort uit het feit dat je aan dezelfde tafel zit en het eten deelt.

Dat is nu precies wat ik wil: De perikelen van een eetzaal in een berghut, in de vallei. En goedkoop.

Hoeveel ik echter ook houd van het oude, houten, geleefde karakter van berghutten, het is niet het idee dat mijn restaurant lijkt op een berghut. Sterker nog, ik wil juist dat het modern en hip genoeg oogt om mensen te trekken die in eerste instantie af geschrokken worden door het concept. Het mag geen ontmoetingsplaats worden voor de vagebonden. Maar ook weer geen hipsterinitiatief, want dan komen de vagebonden niet meer binnen. Om mijn doel te bereiken (wat is: verschillende mensen bij elkaar brengen) moet ik ergens in het midden gaan zitten.

Het enige wat ik me kan bedenken is dat het er waanzinnig aantrekkelijk uit zal moeten zien. Sfeervol, kleurrijk, mooi, dat je binnenkomt en denkt: Wouw. Woouuuw.

Maar mét de grote houten tafels die je in berghutten vindt.

Ik wil een mogelijkheid creëren die ik zelf graag had willen hebben toen ik nieuw was in Chamonix. Een ontmoetingsplek zonder het karakter van een eng, sociaal initiatief, zonder de intentie om elkaar eens even heel heftig te gaan zitten ontmoeten. Een plek waar je heengaat met een groep vrienden of zonder angst alleen. Het moet aanvoelen alsof dit nu eenmaal de manier is waarop de samenleving in elkaar zit: Als je uiteten gaat, dan eet je goed en dan eet je samen.

Ligamenten houden van groenten en fruit

Ik was ervan overtuigd dat ik goed was in het omgaan met tegenslag, maar na twee weken wil ik nog steeds skiërs pootjehaken en sneeuwvlokken terug de hemel in sturen. Marcels verhalen over de afgelopen CRET-week maken me jaloers. Hoe meer zij trainen, hoe kanslozer ik me voel.

Ik was wel de laatste die zich een maandlange siësta voor het examen kon veroorloven. Mijn zelfvertrouwen is in zijn geheel blijven hangen achter de mogul die mijn ondergang inzette. Het voelt als een grap om in dit stadium nog hoop op succes te cultiveren.

Wat is er gebeurt met de weg ernaartoe? Het is moeilijk om die te waarderen vanuit horizontale positie. Hoe langer ik op de bank lig, hoe meer ik geneigd ben om mezelf te distantiëren van het traject. Ik zou het graag opgeven om te voorkomen dat ik nog een maand lang dobber in frustratie en daarna in lijn der verwachting het examen faal. Het vereist nogal wat optimistisch vermogen om deze tegenslag te zien als een leermoment of gelegenheid om door te zetten. Diep (of eigenlijk niet zo diep) in mijn hart neem ik liever mijn verlies, zodat ik me vast kan oriënteren op wat erna komt. De wereld heeft zoveel meer te bieden dan poedersneeuw.

Maar ja, hè, op die manier leven we het leven niet. We staan ver boven opgeven. We moeten na afloop kunnen zeggen  dat we ‘alles hebben gegeven’, anders is het niet leuk. Anders verkopen we onze ziel aan het voortkabbelende bestaan.

Mijn vriendje is doodvermoeiend, maar ik ben het wel met hem eens.

Hoezeer ik deze tegenslag ook vervloek en hoe graag ik andere skiërs ook wil pootjehaken, in naam van de weg ernaartoe wil ik er toch iets van maken. Training in de meest optimale zin van het woord is niet mogelijk, maar er zijn dingen om te doen. Ligamenten houden schijnbaar van groente en fruit, dus ik kan op zijn minst gezond eten. Aandacht voor de blessure in het algemeen helpt herstel, zeggen ze, dus ik doe de massages en het ijs en de oefeningen. Ik kan mijn lichaamsspanning trainen en schijn zelfs de juiste neuronen te kunnen koppelen door in gedachte over de piste af te dalen.

Echter, waar het uiteindelijk op neerkomt is niet het tempo van herstel van mijn knie of de juiste connecties in mijn brein, maar de vraag of ik, wanneer ik weer op ski’s sta, mijn zelfvertrouwen achter die mogul kan terugvinden.

Nu, hoe doe ik dat?

Frida

Terugvallen op Netflix is perfect voor een dag of twee, maar daarna beginnen alle series en films op elkaar te lijken. Ik was verdrietig toen Marcel in de bus stapte en zonder mij naar Briançon reed, en zocht afleiding. Maar de dag dat hij aan de CRET begon, vond ik mijn schilderspullen terug in de lade.

De winter van Chamonix staart me betekenisloos aan door het balkonraam. Zonder ski’s is de laag sneeuw beduidend minder inspirerend. Ik ben uit de ENSA-trein geschopt terwijl de aspirant gidsen nog op weg zijn naar het examen. Wat in godsnaam doet een gestrande ziel zonder ski’s in deze vallei?

Schilderen.

Misschien valt er inderdaad winst te behalen uit mijn blessure, zoals de fysio zei. Zij had het over spiergroepen die ik tijdens mijn revalidatie kon trainen, ik dacht meer aan een soort geestverruimend avontuur. Sorry voor dat paard dat constant terugkomt, maar dat stond hier werkelijk in de woonkamer. Ik was zo gefocust als het niveau van de ENSA van me vroeg en dat was all-in. Alles buiten skiën was secundair.

Welke gek gaat er nu dag in dag uit van een helling met sneeuw glijden?

De laatste Netflixfilm die ik keek was Frida, over de beroemde Mexicaanse schilderes Frida Kahlo, begin jaren negentig. Alleen al de kleuren. Dat is nog eens iets anders dan het wit-zwart schema van de Alpen in winter. Ik klaag niet over mijn bestaan hier, maar de bergen staan pal bovenop de culturele diepgang van de vallei. Sfeer? Muziek? Hartstocht?

Hartstocht voor ski’s.

Mijn blessure lijkt mee te vallen, maar het duurt nog wel even voordat de fysio me loslaat. Daarom zit Frida hier naast me op de sofa. Ze vraagt me wie ik ben wanneer het paard op stal staat, wat ik doe en waarom, ze vraagt om schilderijen en zo niet om gedichten of liederen, sensuele dansen in kleurrijke jurken en gitaren en apen en nog meer schilderijen. Het werkt bevrijdend, zo’n blessure.