All posts filed under: Blogs

Begaan

De rots ziet er onbegaanbaar uit. Ik lees veel over rotsen die er onbegaanbaar uitzien, rotsen waar ik over lees zijn altijd deel van de onbegaanbare selectie. Zou er anders over geschreven zijn? Rotsen die ik eerder beklom ontleenden hun begaanbaarheid aan hakenreeksen of zichtbare eenvoud. Maar deze rots is anders. Glad, treeloos,  een kleine crack in het midden waar misschien net een hand in past. Geen haak.  Als de rots geen route rijk was, uitgetekend en gewaardeerd in de topo, zou ik nooit de gedachte hebben gehad hem te beklimmen. Nu sta ik eronder, zwaar van materiaal en donkere, onbegrijpelijke keuzes. En vervolgens bega ik de rots. Eerst boulder ik naar een bandje, daarna plaats ik een cam zo hoog als mijn uitgestrekte tenen me brengen, en dan klim ik omhoog. Hop, hop, hop. ‘Als je zoiets kan beklimmen’, denk ik beneden… Als zoiets onbegaanbaars beklimbaar blijkt, hoe begaanbaar zijn dan al die bergen? (Kleine kanttekening: De rots was relatief onbegaanbaar, in de context van mijn klimvaardigheid, maar in vergelijking met ’t kaliber rotsen van …

Rennen

De tijd vliegt en ik ben nog nauwelijks door de naamvallen heen. Ik nodig vreemde mensen uit om mijn kamer te bekijken, mijn spullen en veiligheid potentieel het hunne,  terwijl ik de taal van mijn nieuwe onderkomen nog amper beheers. Ik maak paklijstjes en ik gooi ze weer weg, want weet-ik-veel wat ik nodig zal hebben, drie maanden lang, overal. Ik fantaseer en ook mijn fantasieën loos ik, de toekomst ontzien van gewoon geworden verwachtingen. Het enige dat aanhoudt is mijn rennen. Rennen door de Molukkenstraat, parallel aan de sloot, door het Flevopark en over de kade langs het Nieuwe Diep, onder het geroffel van bouwvakkers en tollende kisten, rennen over de smalle brug en een vreemde verlaten kaarsrechte weg langs voetbalvelden en clubhuizen, rennen door het bakstenen en smetteloze Ijburg, rennen over de brede brug langs het rumoer van een café, en weer de smalle brug, rennen langs het USC, voor en achter tientallen anderen, rennen tot aan huis. Mochten Oostenrijkers hele nare mensen zijn die gekrenkt worden door Duits gemurmel, en mochten Fransen me toegang …

Oberwalderhütte

Gedurende juli en augustus plunder ik vakkundig mijn rekening. Het hele jaar spaar ik grote bedragen (een soort van) en vervolgens verkwist ik ‘t in absurd korte tijd aan milkataarten, treintickets en campingplaatsen. Spontane BBQ’s, mountainbikehuur en warme chocolademelk. Nu heb ik het voor elkaar gekregen juni vakkenvrij te houden en moet ik mijn spaarrekening over drie maanden verdelen. Ik kan bivakkeren wat ik wil, maar als ik enigszins ruimte voor spontaniteit wil inbouwen ga ik het van de zomer simpelweg  niet redden. Dus ben ik opzoek gegaan naar werkgelegenheid in de Alpen: De berghut. Het Vielen Danke en Gutte Morgen Liebe Leute van de Wiesbadenerhütte klinkt nog vers in mijn geheugen en toont me dat je schijnbaar heel vrolijk op hoogte geld kunt verdienen. Maar dan wel, liever, mooier, in het Frans. Ik vertoefde me op het internet en kwam er weinig optimistisch vandaan: de combinatie van mijn Frans en Google Translate was slechts toereikend om  de populariteit van de hutten en de eis van volledige taalbeheersing aan me duidelijk te maken; de rest van de …

Mooi Plaatje

Laten we even stilstaan bij de wereld. Niet bij de lelijke wereld, want we beseffen ons allen dat onze confrontatie daarmee geen stilstand benodigd. We kunnen bewegen en dan botsen we er vanzelf tegenaan. Laten we stilstaan bij de mooie wereld. Die van de zon die over grijze daken piept en kleine Chiwawa’s die over straat hobbelen alsof ze nooit misplaatst zijn. Die van denkende mensen die plotseling moeten lachen en lelijke stelletjes die de allermooiste plaatjes maken. En nu kunnen we weer verder.

De mode van outdoor

Voor  mijn eerste C1 kreeg ik spullen toegeworpen. Van belang was alleen de zonnebril, rood en snel. En een oranje notitieboekje, dat ik vlak voor de cursus met aandacht uitzocht. Een week lang reisde het mee in de flap van mijn kleine rugzak en richtte ik eindeloos woorden aan mijn moeder. ‘Vandaag was heel leuk en morgen gaan we naar de volgende hut. Papa en Suus vinden het ook heel leuk. Vandaag hebben we soep met een bal gegeten.’ Op mijn eerste Asacweekend werd ‘materiaal’ voor het eerst relevant, maar wist het zich nog niet als concept te onderscheiden van alle andere dingen in de wereld. Ik had mijn oude Uggs, een grijze joggingsbroek en een groot vest van mijn broer aangetrokken. In mijn tas zaten Haribo, Redbull, muziekboxen en een slaapzak van de Decathlon. Het was koud in Ith. Anna had een expeditievader en zweette zich dood in haar geleende slaapzak, terwijl ik met wijd open ogen de nacht ervoer. Overdag kroop water door de gaten van mijn schoenen. Kou nestelde zich in elke …

Voorklimcursus

USC. De twaalf deelnemers van de voorklimcursus vallen bij bosjes uit de wand en ik ben hun instructeur (in opleiding). Ik zet alles op alles om me als zodanig op te stellen, maar ik moet mijn houding bewust blijven corrigeren. Wanneer een cursist naar me toekomt en vraagt waar setjes liggen, denk ik in eerste instantie: ‘Weet ik veel, vraag een instructeur.’ USC gaf gelegenheid aan mijn eerste sportklim in ASAC-context, wat zich manifesteerde als esthetisch onverantwoord omhoog trekken en de vraag wat de lol hier dan weer van was. Gedurende mijn opleiding tot zelfstandige klimmer kon ik grenzeloos ontspannen als de recalcitrante consumerende weet-niets en ziet-wel. Veiligheid werd bepaald en in de gaten gehouden. Touwen en setjes kwamen op pootjes aangelopen. Grepen groeiden uit de wand in hun van nature logische sequentie. Nu de groep cursisten zich leergierig voor me opstelt voel ik het conflict als een duiveltje op mijn schouder. USC als gebouw neemt gevoelsmatig elke grote verantwoordelijkheid weg, omdat ik er op significante momenten altijd onder anderen functioneerde. Een Jesper of Bas …

Ik heb een nieuwe droom

Ik sluit mijn ogen en ik waan me ergens, op een plek, op het juiste moment en het liefst voor eeuwig. Mijn dromen zijn meestal niet vluchtig van karakter. Zolang ik veilig studeer kan ik mijn dromen tot de essentie van mijn wezen uitroepen (studeren ontneemt me namelijk elke mogelijkheid tot het realiseren van dromen en dat is gunstig, want dan kan ik ze aanhouden), en dus moeten mijn dromen, in het kader van mijn eigen gemoedsrust, vrij solide zijn. Alhoewel mijn nieuwe droom niet indiceert dat ik al mijn oude laat varen, ben ik toch verontrust. Stel, je wordt op een ochtend wakker in kamp 2 van K2, gevangen in een felgekleurde slaapzak, en het eerste dat je constateert (ondanks storm en verdwenen expeditiegenoten) is de aanwezigheid van de droom om barista te worden: vindt dan maar eens een koffiemolen. Misschien moet ik dromen onderscheiden van fantasieën, op basis van hun duur, intensiteit en zelfs realisatiepotentieel. Maar dat ontdoet een droom van zijn charme, immers een droom is een droom omdat het een droom is! …

Oninteressant

Ik kan niets meer posten, omdat ik alleen nog over de bergen schrijf. Voor niemand is dat interessant, zelfs ik verlies interesse. Acht keer op poëtische wijze de vreemde magie van bergen formuleren maakt het ene woord nog krachtelozer dan het andere. Het hele ‘waarom’ of ‘hoezo dan’ is zo uitgemolken dat ik bereid ben de bergen en hun consequente impact als een feit aan te nemen. Vriendschap, liefde, vrijheid… bergen. Toch blijft schrijven een aantrekkelijke aangelegenheid: het herhaaldelijk uitspreken en opschrijven van verlangens geeft een beetje bestaansrecht aan dat willekeurige feit dat de bergen nu eenmaal vormen. Kon ik maar mijn studie uitwissen. De schuld, de verplichtingen: het hele traject als van de aardbodem verdwenen, met alleen een grote stapel boeken die achterblijft. Hoe sneller het einde nadert, hoe ongeduldiger ik word. De verleiding van de Alpen, andere landen en avontuur stijgt exponentieel, en zelfs al kan ik vaak de hort gaan: geen enkele trip die een einde in zich draagt is bevredigend. Nu lijkt het alsof ik mijn leven radicaal zou willen veranderen om …

Studeren na de Watervallen

Iedereen heeft een laptop of collegeblok voor zich liggen. De professor spreekt en pennen krassen, toetsen tikken. Ik denk aan het gerammel van biners. Het belang van de stof kan ik niet inschatten. Zelfs niet in het kader van de punten die het me oplevert wanneer ik haar beheers. Ik schrijf rijen zinnen als een geautomatiseerde notulist en bekijk het eelt op mijn linkerhand. De aderen. Kleine wondjes die dwars door dikke wanten heen zijn veroorzaakt door vallend ijs. Het is druk voor het Spinhuis. Ik rijd door massa’s studenten heen, op de fiets, zonder uit te wijken of een spoortje ergernis. In mijn hoofd loop ik in andermans passen naar de waterval. Sneeuw torent boven mijn hoofd uit, niet alleen op de takken van bomen maar ook naast me, als twee metershoge dammen langs het spoor. We houden afstand van elkaar om niet tegelijkertijd door lawines geschept te worden. Dicht tegen mijn buik voel ik de piep zitten. Had ik niet op de fiets gezeten. Thuis leg ik mijn collegeblok op mijn bureau. Ik …

De zomer ter sprake

Het is na de zomer. Ik kijk regelmatig naar mijn armen en buik om hun kleur te bepalen. Telkens zijn ze bruin en wacht ik het moment af dat ik rouw om hun verlies van tint. Maar wanneer ik constateer dat mijn armen zich als sneeuwwitte tentakels voor het toetsenbord bewegen, spreek ik van rouw noch diepere gedachtegang. Het zijn gewoon mijn armen, en mijn armen zijn wit. Alsof ze altijd zo geweest zijn. De droomwereld van het alpenleven overleeft een tijd lang in Amsterdam. Bang loop ik door de collegezalen, door de winkels, door het café; bang voor de greep van routine. Maar op een dag constateer ik dat er allerlei tijden en zinnen in mijn agenda staan, en is er wederom sprake van rouw noch diepere gedachtegang. Ik knip de lichten uit en sluit de deur, trek mijn rits tot boven dicht voor ik mijn gezicht naar de winter keer, en ga waar ik moet gaan. Op een onverwacht moment, ben ik het zelf of is het een ander, brengt iemand de zomer …