All posts filed under: Blogs

Dakloos in Spanje

De natuur. Het dorp. De stad. Ik schiet als een sneltrein door het landschap en kan de velden niet meer van de bomen onderscheiden. De concepten zijn door elkaar gaan lopen, een wereld aan fimokleipoppetjes gekneed tot een grote bal. Wat ik bedoel, is dat ik op een morgen wakker wordt in een Spaans hostel waar vrije stadsgeesten hun ontbijteitje omdraaien met een stijlvol getatoeëerde arm, boter dat in stoomwolkjes tussen hun glanzende bruine lokken doorglipt, en ik niet helemaal meer kan plaatsen wat ik zie. Ik kan ook niet zo goed vatten dat in de hoek een gigantische tas uitgeput tegen de muur aanleunt, met een roze touw en rode klimschoentjes, die garant staat voor een ‘life on the road’ en in vol ornaat de huissleutel ontbreekt van elk onderkomen in de wereld. Ik ben dakloos en ik ben in Spanje. En ze noemen het avontuur.

Herfstzonnetje

Lac de Gailland is een meertje net binnen het dorp. ‘s Zomers zou de Mont Blanc erin weerspiegelen, maar nu drijven er rode en oranje blaadjes op. De herfst heeft de bergen een warm jasje gegeven. Dat gaat heel goed met bergen, omdat ze steil de hoogte in schieten en gemakkelijk iets als een jasje kunnen omslaan. De gletsjers zijn glinsterend wit boven alle kleuren, wit en ver weg, verstopt achter windvlagen, warme huiskamers en ingepakte kindertjes. Kastanjes, kabouters en… Fieke. Ik neem haar mee naar de rotsen van Gailland. We lopen langs echtparen in dikke jassen en dichte cafés, voorbij plekken waar het rumoer twee maanden geleden tot diep in de nacht klonk. Er zijn minder auto´s op de weg en minder klimmers in het klimgebiedje. Maar wij zijn er. De lucht ruikt koud, of naar winter, ik weet niet precies hoe. De huid van mijn gezicht trekt zoals dat alleen in de kou gebeurt en ik weet bijna zeker dat mijn neus rood is. Mijn vingers verstop ik in mijn zakken als ik niet …

Dropjes, Spanje en Japan

Ik eet dropjes. Voor ik ga slapen en gelijk als ik wakker word. Mijn lichaam heeft de nare gewoonte om mijn keel naar voren te schuiven als het eerste en meest hardnekkige slachtoffer van een lage weerstand. Mijn weerstand ligt sinds twee dagen op een kerkhof begraven, ergens diep in de grond, en daarom eet ik dropjes. Voor mijn vertrek naar Frankrijk afgelopen mei reden we nog even langs het ouderlijk huis om wat vergeten spul op te halen. Ik knuffelde mijn moeder een laatste keer en zij gaf ons een grote zak drop mee voor op de lange autoreis. Twee kilo. Ik heb een derde ervan opgegeten in juni, toen ik ziek werd tijdens de aller heetste en aller drukste werkdagen van het seizoen. Nu eet ik weer een derde. Ik ben bijna benieuwd wanneer ik het laatste deel opeet. Het zijn twee haast gemoedelijke dagen. Ik heb het kippenhok al een week voor me alleen en kan gedurende de strijd met de ziektekiemen ongestoord in mijn bed blijven liggen. Het andere bed ligt …

Het Hutje van Sprookjes en Dansende Spookjes

Vier jaar geleden liepen Fieke en ik voor het eerst over de lange morenen van Glacier du Tour naar de Albert Premier, een hut in het noorden van het Mont Blanc massief. We hadden net op cursus geleerd hoe we over sneeuw moesten lopen. Onze maatjes konden we uit gletsjerspleten takelen en het kompas wees ons de weg. Een paar ervaren klimmers namen ons vervolgens mee op tocht in de wilde bergen die zich rondom de Albert Premier bevonden. Om twee uur ’s nachts werden we gewekt en een uur later joegen ze ons over de gletsjer. Op de top van de Petite Fourche benoemden ze alle bergen om ons heen. Het was een sprookje.  Herfst 2015. Fieke en ik banjeren door de sneeuw. In de verte zien we de Albert Premier, en daarnaast het bivakhutje. Eind september sluiten de meeste grote hutten en zijn klimmers aangewezen op hun kleine bivak broertjes en zusjes. Hutten zonder waard en zonder biertjes. De aanwezige voorzieningen kun je op voorhand opzoeken, en dat hebben we gedaan, maar ik …

Alpenvlinders

Wat gebeurt er met me. Ik kom niet in slaap ondanks dat ik nog steeds uitgeput ben. Ik ben overal in Chamonix maar mijn gedachten zijn ergens anders. Mijn hart schiet omhoog en omlaag en mijn glimlach probeert de hele dag de breedte van mijn hoofd te beslaan. Ik leef in een roes. Ik ben weer hoog, hoog in de bergen geweest. Fiek kwam een week op bezoek om te alpineren. Elke morgen keken we aan tegen bizarre zonopgangen en elke avond tegen bizarre zonsondergangen. Overal gebroken gletsjers en verre toppen. Stilte. Of wind. Onze adem. Het was een bevalling. Ik was vergeten dat tochten zo zwaar waren. We bewogen ons in een dikke laag sneeuw en namen elke stap met grote moeite. Mijn tenen waren bevroren of kwamen heel erg pijnlijk weer tot leven. Ik zakte tot op mijn kin in een gletsjerspleet en zag mijn voeten bungelen boven een duisternis die ik sindsdien probeer te vergeten. Fiek liep over een sneeuwbrug waarvan we beide niet wisten of die zou houden. Ze gleed weg tijdens de afdaling …

Piratenboot

Ik ga. Fack it, ik ga gewoon. Ik stap in de auto en ik emigreer naar Frankrijk. En de rest zoek ik daar wel uit. Je hebt van die punctuele mensen die zelfs iets wilds als een emigratie tot in detail regelen. Een stel dat op een gefixeerd tijdstip in de toekomst uit hun zes maanden geleden opgevraagde taxi stapt, met een passende sleutel het nieuw ingerichte appartement betreedt en struikelt over de zes ansichtkaarten op de vloer, gestuurd door al de mensen die het nieuwe adres al hebben opgeschreven. Dat zijn twee hele verstandige mensen. Ik was niet zo verstandig, want ik was een avonturier. Ik was de kapitein op mijn piratenboot en ik zeilde, zong en zigzagde me een weg door het ruige terrein van mijn nieuwe land. Maar mijn zorgeloze vaart kwam abrupt ten einde toen mijn Nederlandse zorgverzekeraar mijn verzekering stopzette vanwege mijn werkcontract in Frankrijk. Ok, dacht ik. Dat is hun goedrecht. Dan maar op zoek naar een Franse verzekering. Niemandsland Nu, Frankrijk is…interessant. Het is niet gemakkelijk om hier …

Wit

Het sneeuwt hier. Dikke vlokken sneeuw in oktober. Het blijft niet liggen op de straten, maar wel op de daken van de auto’s en de bladeren van de bomen. Het sneeuwt hier en facebook explodeert. De overgebleven seizoenarbeiders plaatsen foto’s van zichzelf omringt door dwarrelende vlokken en schrijven die ene wens eronder die ik al de zomer lang hoor: Skiën. We kunnen bijna skiën. Dit is Chamonix. Dit is het dorp in haar beste outfit, haar grootste belofte. Het was leuk, van de zomer, de zon was bloedheet en de ijsjes ijskoud, maar op een grashelling maak je geen vaart. De klimtouwen en wandelstokken verdwijnen uit de etalages, weg van de begaande grond naar de kelder. De paspoppen worden warm aangekleed. De huurprijzen schieten omhoog en de après-ski bars rekruteren. Straks gaat er pas écht geld verdiend worden. Straks stromen de straten weer vol met toeristen, en de nachten met bezopen feestgangers. Straks is het wederom een gekkenhuis. Maar nu is de serene schoonheid van de witte berghellingen voor de achterblijvers. Het is stil en het …

Cacao Girls – Châtelard

Fantastische route, niet waar Wous? Geen idee waar die begon. Ergens onderaan het massief, tussen bossen en mossige rotsblokken, het plukje gras hier of het paadje daar. Ergens… rechts van de ene route en links van de andere, die routes die ook ergens begonnen. Geen idee waar. De route begon in elk geval niet waar wij zijn begonnen. Er stond Cacao Girls op de rots geschreven; het bewijs dat we in elk geval in de juiste verticale lijn zaten. De zon scheen en het leven was goed, wat maakte het ons nog uit waar we ons op papier begaven? Eerste, tweede, derde lengte…Vierde? Geen idee. Het was wel vreemd dat opeens de hele wand vol met haken geboord was. Had jij het gezien, Wous, dat ergens halverwege onze route was vermenigvuldigd? In drievoud! Het boekje had er in elk geval geen oog voor. Wat was onze route…die linker? Of toch die rechter? Of…de middelste? Kregen we nu de verrassings-zevenB? Ik weet niet meer hoeveel lengtes we geklommen hebben, Wous, maar het waren niet de voorgeschreven twaalf …

Twee Puddinkjes

Voorklimangst. Één keer goed naar beneden donderen en je bent erover heen. Of, zo leer ik nu, één keer fout naar beneden donderen en je hebt een gloednieuw mentaal traject te pakken. Bonus, zou ik bijna zeggen, bonus want nu heb ik weer een drijfveer om me de kunst van het mediteren toe te eigenen. In Mont Blanc Escalade, de klimhal van Les Houches, hangen vijf touwen boven routes tot een graad of vier. De rest van de touwen moet je er zelf inhangen. Logisch, misschien, binnen een gebied waar aan alle kanten touwloze rotswanden uit de grond schieten. En dus loop je de hele dag door voor te klimmen. Binnen of buiten, enkele of meerdere lengtes, het is allemaal met het risico meters naar beneden te vallen. En dat doe je ook, nu en dan. Een voetje glijdt weg of een hand grijpt mis of de verzuring treedt in en zoeff, opeens staar je naar een heel ander stuk wand. Ik was een heerser. Behalve op de écht sketchie passages waar uitstekende rotspunten me …