All posts filed under: Blogs

Gecultiveerde vleugels

Toen ik veertien jaar was, droomde ik ervan het vriendinnetje van Pharrell Williams te zijn. Hij was tweeëndertig en ik zou doorbreken als zangeres dankzij hem, omdat hij bij toeval (ik weet niet meer in welke vorm ik het goot) mijn talent zou ontdekken. Mijn fantasie overbrugde leeftijdsverschil en de reële kans dat dit alles zou gebeuren sneller dan het licht, moeiteloos zoals dat gaat in het hoofd van een kind. Het is jammer dat ik al mijn fantasieën niet heb opgeschreven in mijn dagboeken, want die waren kleurrijker en lachwekkender dan alle verwarring en zorgen uit het echte leven van een veertienjarige. Ik was er ontzettend goed in; in mijn hoofd stond een soort boekenkast waar ik naar gelang mijn humeur altijd eentje kon uitpakken. Die van Pharrell, of die van de Nederlandse hockeyselectie, of die van het veertienjarige meisje dat een bestseller schreef en miljonair werd. Ze stierven allemaal omdat, wie zal het zeggen, mijn interesses veranderden of ik ze simpelweg te vaak had afgedraaid. Dan gaven ze geen energie meer, letterlijk uitgewerkt, …

De vlinder en puntkomma die eeuwig werden op een regenachtige dag in Gap

Het regende in La Grave. Ondertussen regende het ook in Briançon, Gap, La Berarde en zelfs in Chamonix. En in het Zuiden, daar regende het ook. (En in Nederland ongetwijfeld ook) We waren zo verplicht om binnen te blijven als vroeger, op de knutseldagen. Ik kreeg een excuus om weer met bus en al bij Fieke op bezoek te gaan, Roel deed zaken, Marcel kon verder aan zijn skischoenproject en Fieke zelf vond het heerlijk om voor het eerst in maanden weer te huismussen, want al die zon had haar dag in dag het huis uit gejaagd (of verleid). En dus zaten we allemaal achter onze boeken, laptops, gitaren en skischoen. Ik schreef aan een liedje met Fieke terwijl zij vorderde in haar boek en Marcel maakte hoog bovenin de hooischuur progressie met chemicaliën. Naast het huis graasden de babykoeien onder een hemel zwaar van wolken en donkere kleuren. Op het hoogtepunt van creativiteit besloten we naar Gap te rijden om daar een tatoeage te laten zetten. Was het minder willekeurig geweest, dan had ik …

Tocht 11: Traversée de Râteau

Camp-to-camp houdt zich vrij stil over deze traverse en in het best climbs topogidsje staat ‘ie niet eens omschreven. Tijdens mijn C3 cursus beklommen we beide toppen van de Râteau en ik kan me vaag herinneren dat de gids zei dat de traverse tussen de toppen uiterst ongemakkelijk was (en eigenlijk alleen werd gedaan door mensen die de lijst willen aftikken). Had ik maar geluisterd. In een waas van verstandsverbijstering besloten Marcel en ik om 11 uur ’s avonds omhoog te lopen. Vanuit La Grave (1450) naar de top van het liftstation onder Glacier de la Girose (3200, 04:00), naar de west-top (3750, 06:00), naar de oost-top (3800, 12:00), via de graat naar beneden naar de Glacier de la Selle (3100, 02:00) en weer naar boven naar de Col de la Girose (3500, 16:00) om het laatste liftje te zien vertrekken terug bij het liftstation (3200, tijd om fysiek en mentaal het loodje te leggen). Vlak boven de col op de heenweg, toen de zon langzaam op kwam en we het grootste hoogteverschil hadden overbrugd, …

Tocht 12: Arête de Sialouze

Tocht twaalf verliep zo vlekkeloos dat ik geen idee heb hoe ik jullie aandacht bij dit verslag houd of verleidt om dezelfde route in te stappen. Als je denkt aan een héle mooie graat, niet te lang, die prima af te zekeren valt en (zoals het hoort) goud kleurt in het zonnetje, dan zit je wel op de Sialouze (en die naam, Siiaaloouuuze, zo aantrekkelijk). Mijn moeder suggereerde een keertje dat ik absurde voorvallen door mijn verslagen kon weven. Halverwege een abseil van 25 meter zag ik dat de breche tussen de eerste en de tweede gendarme vol knalrode krabben lag. Gelukkig konden we via een hoger gelegen rotsblok alsnog de tweede gendarme bereiken. De huttenwaard zei ons later dat half juli die krabben normaal gesproken wel naar de zee vertrekken. Ik had op camp-to-camp echter gelezen dat ze eind mei al weg zouden zijn, maar goed, ze liggen daar nog gewoon, tussen R7 en R8, er schijnt overigens ook de optie te zijn om rechts langs ze te traverseren (maar daar liggen soms kwallen). …

Deze kikker begrijpt er helemaal niets van

Ik vroeg God om een licht zieltje gisteravond en hij heeft me er een gegeven. Zo licht dat ik er niet eens moeilijk over hoef te doen dat het God was die me heeft geholpen, want ik denk nog steeds niet dat hij bestaat. Ik opende mijn ogen en voelde het meteen. ‘Slaap er maar een nachtje over’ had alles verandert. Plotseling stond de bus naast de rivier geparkeerd en schitterde de zon in het wilde water. Het gebrul van de stroming werd nu en dan zachtjes overstemd door vogelgefluit en krekelgetjirp. Op de houten tafel stonden de bloemen die ik gister had geplukt en in een jampot in het water van de rivier had gestoken. Het lange gras danste in de wind, en de takken van de dennenbomen, en de bloemen in de jampot en mijn haren. Zelfs de stenen bergen dansten een beetje op hun achtergrond. Het kampvuur van gister lag er stil bij. Zo levendig als de vlammen zware gedachten bij me hadden aangewakkerd, zo dood was het nu. Vlak voor het …

Een Fiekje in het water

Ik ben bij Fieke op bezoek. Het landhuis staat nog steeds midden in een droom, van de jonge koeien die aan de overkant mee koekeloeren tot de houten vloer en de lampenkappen van de woonkamer. Fieke verbaasd me als ze me komt begroeten. Daar nadert een volwassen vrouw. Ik kan er niet eens de vinger op leggen wat er precies veranderd is, zij zegt dat ik ook veranderd ben maar weet niet precies waarom. In de loop der dagen raak ik meer en meer van haar onder de indruk (gegeven dat ze al jaren geleden mijn held bij uitstek was, zegt dat veel). Haar gloednieuwe rode vervoersmiddel, een retro Jumpy die zo cool is als die Volkswagenbusjes, staat rustig voor het huis, Fiek zit rustig op de Yogamat, de appels en kiwi’s liggen rustig in de fruitmand. Buiten zie ik hoe de eerste groentes boven de oppervlakte van haar groentetuin uitschieten. Ze ratelt Frans alsof ze drie jaar eerder dan ik is geëmigreerd. Alhoewel ze net een nieuwe baan heeft heb ik niet de indruk …

Wie wilt mijn brein?

Ik heb een goed brein dat ik graag even zou willen ruilen. Een beetje zoals Jouw vrouw, mijn vrouw, maar dan wisselen we van geest. Want weet je, ik ben mijn eigen gedachtegangen zat en een boek of creatieve levenswending is even niet afdoende. Ik zou graag een ander schouwspel daarboven willen zien, andere kleuren en dimensies, een nieuw behang, het jouwe. Wat het me ook brengt, licht of duister, diepte of oppervlakte, zolang het maar anders is. Want weet je, daarna zal ik vast het mijne weer wat meer waarderen. Zoals die vrouw die je inruilt bij Jouw vrouw, mijn vrouw. Daar blijk je dan toch, na al die jaren van routine en alle mystiek allang overleden, best goed mee samen te kunnen leven.

Op. Af. Op. Af.

De wegen van Chamonix brengen me geen vrijheid meer, geen ontdekking of avontuur, maar het benauwde idee dat ik hun richting moet volgen. Ik voel het als Marcel me in de bus door de vallei rijdt, en op de fiets, en te voet. Het is genoeg geweest. Chamonix verlaat je niet zomaar. De winterplannen liggen al klaar: Zonder twijfel Chamonix, met haar toegankelijke afdalingen en meesterlijke bergen om de hoek. Maar het idee om nog een zomer tussen al die trailrunners en dure zonnebrillen mijn weg te vinden, spreekt me niet aan. Wat dan wel? Nog altijd ligt daar het Écrins plan, waar de beesten door de vallei lopen en de mensen Frans spreken, waar ik ben opgegroeid als alpinist en trots met mijn beste vriendinnetjes op de top van de Barre stond, waar hippies en bloemen uit de grond schieten en Marmotten je vriendelijk komen begroeten (lelijke dikzakken die gewend zijn aan de toeristen). Maar om eerlijk te zijn… trekt Chamonix noch Des Écrins me. Noch de andere alpenlanden, noch Spanje, noch Nederland. Weet …

Mag ik de waterpistooltjes houden?

Ik heb helemaal geen zin om op te ruimen. Met name niet om schoon te maken. Het soort schoonmaak dat nog ergens over gaat ook, want Adria en ik zien beide graag onze borg terug. Het ergste is nog dat ik dingen moet weggooien. Want ik heb nog steeds het stadium in mijn leven niet bereikt waarbij een opbergruimte hoort. Wat in een winkelwagen past, is van mij, de rest is een probleem. Ik heb het grootste gedeelte van de tijd een dak boven mijn hoofd, maar omdat dat dak zo vaak van gedaante verandert kan ik nooit ergens iets opbergen. Toen ik uit Amsterdam vertrok liet ik een deel van mijn spullen bij mijn ouders achter en nog het meeste op de boerderij van de ouders van Fieke. Mijn hele boekencollectie. Al die dagboeken. Verhuisdozen aan emotionele waarde. Er staat het een en ander opgeslagen in Marcels oude kamer in Spanje en alles wat ik deze winter heb geaccumuleerd ligt in stapels om me heen. Wat nu. Altijd reist de vraag: Wat is nu …

U hoeft niet onder de tietpers

Een jaar geleden stond ik voor de spiegel bij Chambre Neuf. Een grote spiegel in de wc, altijd in vol ornaat omdat het daglicht ongehinderd door het raam schittert en de lamp ’s avonds weinig aan de verbeelding overlaat. We droegen toen strakke, donkerblauwe shirts en omdat ik zelf nog niet uitgeteerd was door het skiseizoen kon ik precies de lijnen van mijn lichaam volgen. Hé, dacht ik opeens. Mijn linkerborst is groter dan mijn rechter. Ik was ervan op de hoogte dat borstmaten konden verschillen maar had tot dan toe gelijke borsten gehad. Na kort onderzoek moest ik concluderen dat er iets in de bovenkant van mijn borst was gekropen. Vreemd. Dat moet ik even laten controleren, dacht ik. Maar goed, dat doe je dan niet, want het leven in het hoogseizoen draait op hoog tempo en knobbels in de borst draaien daar ongehinderd in mee. Aan het eind van het seizoen werd mijn collegaatje plotseling wakker met een bult vlak bij haar oor. Ze ging naar de dokter en werd direct doorgestuurd naar …