Zeven Kilo Kat
Telkens wanneer ik de deur open voor Tigrou moet ik denken aan de kogelvis; die ene die opzwelt wanneer bedreigt door een ander zeedier. Temperaturen buiten liggen al dagen ver onder nul en Tigrou is zo breed als lang wanneer hij door het couloir naar zijn voederbak loopt, doorgaans zijn eerste bestemming binnenshuis. Als hij dan plaatsneemt op zijn poef, het liefst dicht bij de kachel, slinkt de omvang van zijn winterjas direct aanzienlijk, al blijft er immer behoorlijk veel kat over.
Het is dus koud. Zo koud dat kinderen schaatsen op het meertje van Parc de la Schappe. Volwassenen echter niet, want daarvoor is het besmettingsgevaar te groot en krijgen ze geen toegang. Wat zij doen, met verbazingwekkende aantallen, is sleetje rijden. Aan de voet van de gesloten skiresorts krioelt het in het weekend van warm aangeklede sleetje rijders, jongeren met biertjes en muziek, gezinnen met camera’s en thermosflessen. Er zijn ook nog best een aantal snowboarders die de helling omhooglopen voor een afdaling van honderd meter en een bulk tourskiërs die er niet persé uitzien als de graatmagere, aerodynamische tourskiërs uit de wereld van hiervoor.










