Author: Ruby Elizabeth

Van Dynafit Vulcan naar Scarpa F1

Leeswaarschuwing: Dit verhaal bevat een hoge dosis informatie die uiterst oninteressant zou kunnen zijn voor mensen die niet skiën. Sinds ik een nieuw paar skitoerschoenen heb gekocht, sta ik voor een iets wat lastige keuze. Alhoewel ik normaal gesproken niet bijzonder gepassioneerd over materiaal zou schrijven, kan ik me nu toch niet inhouden. Het is namelijk wel leuk, dat staaltje techniek tussen ski en voet. Voor zij die de skitoerschoen niet goed kennen, hier eerst kort een omschrijving. Tijdens een skitocht moet de skitoerschoen zelf omhoog lopen. Iedereen die welleens onverhoopt een flinke afstand heeft overbrugt op pisteschoenen, weet dat ze er niet voor gemaakt zijn. De skitoerschoen wél. Die loopt omhoog en skiet naar beneden. Voor het omhooggaan is de schoen flexibel, bijna als een ‘echte’ schoen, en gelukkig een stuk minder zwaar dan de pisteschoen. Voor het afdalen is de schoen echter stijf, met de mogelijkheid tot een solide druk van het scheenbeen op de ‘tong’ van de schoen (languette in het frans, de voorflap), ongeveer zoals in een pisteschoen. In de skitoerschoen …

Zeven Kilo Kat

Telkens wanneer ik de deur open voor Tigrou moet ik denken aan de kogelvis; die ene die opzwelt wanneer bedreigt door een ander zeedier. Temperaturen buiten liggen al dagen ver onder nul en Tigrou is zo breed als lang wanneer hij door het couloir naar zijn voederbak loopt, doorgaans zijn eerste bestemming binnenshuis. Als hij dan plaatsneemt op zijn poef, het liefst dicht bij de kachel, slinkt de omvang van zijn winterjas direct aanzienlijk, al blijft er immer behoorlijk veel kat over.

Het is dus koud. Zo koud dat kinderen schaatsen op het meertje van Parc de la Schappe. Volwassenen echter niet, want daarvoor is het besmettingsgevaar te groot en krijgen ze geen toegang. Wat zij doen, met verbazingwekkende aantallen, is sleetje rijden. Aan de voet van de gesloten skiresorts krioelt het in het weekend van warm aangeklede sleetje rijders, jongeren met biertjes en muziek, gezinnen met camera’s en thermosflessen. Er zijn ook nog best een aantal snowboarders die de helling omhooglopen voor een afdaling van honderd meter en een bulk tourskiërs die er niet persé uitzien als de graatmagere, aerodynamische tourskiërs uit de wereld van hiervoor.

Op naar het volgende hoofd

Opschrijven dat mediteren voor mij extreem moeilijk blijft, is ver van het beeld dat ik ervan zou willen schetsen. Ik vind het persoonlijk zo moeilijk dat ik zelfs tijdens het mediteren vaak de gedachte langs zie vliegen dat het nooit ergens toe zal leiden (dikgedrukt in discolicht). Het vinden van de juiste houding heeft me het gros van mijn sessies gekost – waar ik in de volgende meditatieblog iets meer over zal schrijven – en de rest van de meditaties geeft me steevast een oefening concentratie van jewelste.

Wolvenbloed

Verfpotten, een kapotte koffiemachine, gereedschap, oud service, latten van een bed en zakken granules staan door elkaar heen tegen de muur. Vier paar ski’s in een hoek, kerstversiering in een doos op een plank. Het is donker en vochtig in de kelder van ons huis. Ik sta gebogen boven een enorme, dampende ketel en strooi teennagels van een oude herder bij het water van de Clarée, gevangen om stipt één uur ’s nachts, tevens drie druppels wolvenbloed, gemalen alpenkruid en een grote schep beschimmelde Beaufort. Tigrou strijkt langs mijn harige benen. Met een pollepel van een meter, onder het zacht herhalen van een spreuk, roer ik het mengsel tot de dikte van een goede, winterse soep en neem voorzichtig een slokje. Ja, zucht ik. Hier zal Corona niet tegenop kunnen. In werkelijkheid zit ik op een hometrainer. Dagen waarop het regent of we geen tijd hebben om de ski’s over de berg te slepen, fietsen Thibault en ik rondjes in onze kelder. Het klinkt verschrikkelijk, maar met behulp van een klein beetje fantasie rijden we …

Glimlach

Aan tafel met de ouders en grootouders van Thibault, Fieke aan mijn zijde en stapels lege oester- en slakkenhuizen op mijn bord, glimlachte ik van oor tot oor. Zonder het kerstcadeau dat krap een dag ervoor mijn mond in was geschroefd, had ik dat niet gedaan. Gedurende het acht uur lange kerstmaal hield ik mijn brede lach nog steeds, af en toe, onbedoeld in. Gewoonte. Zelfs onder invloed van champagne, wijn en cognac betrapte ik mezelf erop en gaf mijn mondhoeken toch nog vrij spel. Dan besefte ik hoé groot het cadeau precies was geweest. Nog groter zelfs dan alleen het verdwijnen van het gat in mijn mond. Toen ik 23 december na de laatste behandeling bij de tandarts in de spiegel keek, zag ik tranen in mijn ogen. Dat was deels vanwege de liefde die om de hele operatie hing, het gevoel er niet alleen voor te staan, en deels omdat het een best wel uitdagende en soms ook wel moeilijke periode een beetje kon afsluiten. Inmiddels laten de Fransen alle oesters en slakken …

Vakkenvuller

Het is half vijf’s ochtends wanneer ik het balkon opstap, zo donker dat ik tegen een paar ski’s oploop. De maan verlicht niets, de straatlantarens staan uit. Voorzichtig stap ik over de harde sneeuw van onze dorpspaden, langs de kerk, de verlaten bakker, de gesloten bar. Ergens daarachter staat mijn auto. Bij het opentrekken van het portier weet ik pas zeker dat het de mijne is, omdat een tiental enorme gedroogde zonnebloemstelen nog steeds op de achterbank wacht om weggegooid te worden en oplicht in het vage schijnsel van mijn telefoon. De dodekattenkippenweg leg ik in mijn eentje af, de enige wakkere ziel onder een sterrenhemel. Briançon staat pas over een uur of drie op.  Ik moet denken aan die keer dat ik met Thomas de markt in Gap deed en we om zes uur ’s ochtends langs Guillestre reden. Vlak voor het opkomen van de zon liepen toen twee paarden over de rotonde naast het dorp. Zij namen rechtsaf, wij rechtdoor. Vroege ochtenden hebben iets dat andere dagdelen niet hebben; alsof er dingen gebeuren …

Negenentwintig

Gisteren heb ik een aantal hele mooie cadeaus gekregen, waaronder een vierkant schaap en een laag sneeuw van 40 centimeter diep. Maar het allermooiste cadeau is, zoals bij elke verjaardag, de verjaardagliefde die ik heb mogen ontvangen (dankje, Kim, voor het woord). De belletjes, berichtjes, kaarten en vooral die gekke Fieke die me wekt voor een enorme Red Velvet taart en me vervolgens verkleed de sneeuw in stuurt. Ik wist het niet van tevoren, maar skiën in bloemenrok was de enige juiste manier om 29 te worden. Nog steeds in de roes van vers gevallen sneeuw, een ongezonde hoeveelheid suiker en abnormale dosis aandacht, voel ik me vooral dankbaar; voor het feit dat ik ouder mag worden en boven alles, dat ik ouder mag worden mét Fieke aan mijn zijde.

Breien

In het centrum van Briançon kun je sinds een paar dagen weer bollen wol kopen. Omdat Macron pas elf december beslist over de opening van de skistations en de hellingen daarbij nog altijd groen zien als gras– ik heb sneeuw voor mijn verjaardag gevraagd – loop ik tussen de hoge schappen door op zoek naar mooie kleuren voor mijn nieuwe tijdsbesteding : Breien. Je zou je kunnen afvragen waar die nieuwe tijdbesteding vandaan komt. Het antwoord is simpel: Nederland. Mijn moeder had een tasje met breinaalden en bolletjes wol meegenomen. Sindsdien ligt het huis vol vierkante oefenlapjes met patronen die soms nog niet helemaal te onderscheiden zijn van breifoutjes (opeenvolgingen van breifoutjes, zou je ook wel kunnen zeggen). Nu, die wolwinkel is best wel interessant: het licht is er gedimd, de eigenaresse komt altijd direct uit een onverwachte hoek tevoorschijn, haar man verschijnt stilletjes iets later. Rechts van de ingang staat een donkerhouten bar die zich door de hele ruimte uitstrekt, daarop een ouderwetse kassa, een 19 jaar oude kat en een reeks aan siropen (aardbeisiroop, …